De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

De rubriek ‘Uit de pers’ haalt in april 1962 een Ingezonden stuk uit het Gereformeerd Dagblad naar voren.

In het Gereformeerd Dagblad (Kok) van 13 april troffen we een Ingezonden Stuk aan van een lezer die z’n ongerustheid en zijn onbehagen daarin uitsprak tegen de actie van de “achttien” [groep die aan de basis van de fusie stond die leidde tot het ontstaan van de Protestantse Kerk, red.]. Hij ziet er erg tegenop dat de hereniging tussen hervormden en gereformeerden nog eens werkelijkheid gaat worden. De moeilijkheden die deze schrijver voorziet, liggen deze keer niet zozeer in het feit dat hij in die hervormde kerk ook zal opbotsen tegen midden-orthodoxen en zelfs vrijzinnigen, maar hij zal in die kerk ook te maken krijgen met de modaliteit van de Geref. Bond.

De inzender heeft een artikel gelezen van ds. A. Vroegindeweij over kerkdiensten van herv. geref. minderheden en de moeilijkheden waar deze groepen mee zitten in verschillende gemeenten. Nadat hij enkele citaten uit het artikel van ds. Vroegindewij gegeven heeft, komt hij tot de verzuchting aan het adres van de “achttien”: Waar beginnen we aan? Moeten we onze handen in dit wespennest gaan steken? En dan vervolgt hij:

‘Bij een hereniging is het gedaan met onze vaste gang naar eigen parochie of wijkkerk. Dan zullen wij moeten gaan zoeken waar wij kunnen kerken. Immers kerken wij bij de herv. geref. Bonders, niet die van de “zelfkant”, dan (afgezien nog van de prediking die ons niet ‘ligt’) moeten wij onze oude vertaling weer gaan opzoeken, dan is het gedaan met ons ritmisch zingen, want dit is oneerbiedig, de noten vier tellen aanhouden is veel stichtelijker, dan kunnen we onze gezangen opbergen, kortom, alles wat wij de laatste jaren hebben ingevoerd, naar onze mening tot meerdere glorie van de Koning der Kerk in onze erediensten, is dan contrabande.
Ik ben oprecht van mening dat wij over de kerkmuren heen zoveel mogelijk op alle terreinen des levens moeten samenwerken met allen die de Christus der Schriften aanvaarden, maar die allen onder één kerkelijk dak te brengen, neen, ik geloof dat we daar nog lang niet aan toe zijn. Het lijkt mij thans de “achttien” ten spijt, verraad aan het werk der vaderen, als ik die term ook eens gebruiken mag. Nog eens: waar beginnen we aan?’

Natuurlijk matigen we ons de autoriteit niet aan om deze inzender te verbieden ook eens een term te gebruiken; we beluisteren daar trouwens meer in een verontschuldiging, dat hij zo maar een uitdrukking gebruikt die zeker al wel 25 jaar oud is. Maar wel vragen we ons geïnteresseerd af welke vaderen de schrijver toch wel op het oog heeft, als hij gewaagt van het verraad aan hun werk. Dat moeten toch nog wel erg jonge baardeloze vadertjes zijn. Het blijkt namelijk dat het bij de inzender helemaal niet opkomt om zichzelf eens de vraag voor te leggen of alles wat zij de laatste jaren ingevoerd hebben, nu ook werkelijk alleen maar is tot meerdere glorie van de Koning der Kerk en niet ook ergens eens een klein beetje verraad aan het werk der vaderen. En dan hebben we daarbij waarlijk niet op het oog de nog al stekelige opmerking dat bij de “bonders” de noten vier tellen aangehouden moeten worden, omdat dit veel stichtelijker is. Maar we bedoelen dan veel meer dat wat ds. Kievit voor de geest stond toen hij in het decembernummer van Theologia Reformata schreef dat verschillende gereformeerden met hun afkeer van de gereformeerde prediking in de Hervormde kerk, spuwen in het water, waarvan zij eertijds gedronken hebben. En dat is waarlijk, – zoals hij daarbij opmerkt – , geen hartverheffende bezigheid.

***

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2012

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's