Ieder is aan de VU bijzonder
Hoogleraren Gereformeerde Bond [3 (slot), dr. G. van den Brink]
Hoe logisch is het dat de Protestantse Theologische Universiteit bijzonder hoogleraren namens de Gereformeerde Bond in dienst heeft? Prof.dr. G. van den Brink – één van hen – ziet in de toekomst de synode gewoon hervormd-gereformeerde docenten benoemen. Theologiestudenten zijn over het algemeen orthodox.
Bijna zes jaar geleden begon dr. Van den Brink één dag in de week in Leiden als bijzonder hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond. Sinds begin dit jaar is hij twee dagen per week verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), vestiging Amsterdam. Die bevindt zich in het hoofdgebouw van de VU, waar hij al enige tijd werkzaam was als hoofddocent dogmatiek.
Iedereen bijzonder
‘In Utrecht had ik het gevoel dat mijn werk als gereformeerdebonder wel eens schuurde met de houding van andere theologen; ik moest daar het geloof niet te veel als een levend iets voorstellen. Aan de VU is dat niet zo. Ik begin mijn college vaak met een passend Schriftgedeelte, soms met een gebed. Dat kan.
De VU heeft de voorbije jaren haar vleugels in levensbeschouwelijke zin uitgeslagen. De theologische faculteit wilde zich op de kaart zetten als studieplaats voor gelovigen uit welke traditie dan ook. Je mag daar zeker kritisch op zijn, maar vergeleken met de sfeer aan veel staatsuniversiteiten is het weldadig. Als gelovige ben je aan de VU minder vreemd dan in andere omgevingen; iedereen is er bijzonder. Onderling is er ook vertrouwen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat mijn collega prof.dr. C. van der Kooi, die geen bonder is, en ik getweeën de Christelijke dogmatiek konden schrijven. Het getuigt van zijn kant van een zekere onbevangenheid om samen zo’n boek voor de opleiding te maken. Maar met elkaar sta je voor de zaak van de klassieke theologie in ons land.’
PThU
Het feit dat dr. Van den Brink bijzonder hoogleraar namens de Gereformeerde Bond is, wijst erop dat de bond een manco ervaart in het normale onderwijs en onderzoek. Van den Brink erkent dat. ‘Eigenlijk is de vanuit een modaliteit voorgedragen bijzonder hoogleraar binnen de kerkelijke opleiding een rare figuur. Je zou mogen verwachten dat voor de PThU hervormdgereformeerde theologen niet minder dan anderen in aanmerking komen voor een gewoon docent- of hoogleraarschap. Maar dat is onvoldoende het geval. Nu draagt de Gereformeerde Bond zelf zulke mensen voor en betaalt hen, terwijl ze wetenschappelijk aan dezelfde voorwaarden voldoen. Het lastige is dat zij in de praktijk enigszins in de marge van de opleiding staan. Het zou ideaal zijn als de PThU haar opleiding zo inricht dat Gereformeerde Bondshoogleraren overbodig zijn en de synode ook hen benoemt. Ik kan me voorstellen dat dat in de toekomst gaat gebeuren. Er tekent zich in de Protestantse Kerk een mild orthodoxe meerderheid af. De richtingenstrijd is minder fel dan voorheen en je ziet een tendens naar meer samenwerking. In een tijd van afkalving heb je elkaar ook gewoon nodig.’
Belijdenis
‘Opvallend is dat het er op de academie onderling soepeler aan toe gaat dan in de kerk. Dat geldt ook voor de contacten met collega’s van het hersteld hervormd seminarium. Onderling voeren we zeker inhoudelijke discussies, maar dat gebeurt in een goede verstandhouding, je probeert die gesprekken op theologisch niveau te houden.
Als je met collega’s doorpraat, blijken de gevoelige thema’s telkens dezelfde te zijn. In discussies rond de Christelijke dogmatiek speelt vooral de ethiek, ook al schrijven we daar niet zoveel over. Gesprekken gaan over homoseksualiteit en de plaats van de vrouw. Dat zijn de thema’s in de samenleving en blijkbaar ook in de theologie.
Over de richting die we met het boek wijzen, de rechte belijdenis over Christus, hoor je niet zoveel terug, terwijl deze voor de kerk toch van levensbelang is. In de opleiding worden studenten vooral getraind om adequaat om te gaan met verschillende stromingen in kerk en gemeente. Dat is natuurlijk ook belangrijk, maar het lijkt bijna of dat de status van de belijdenis heeft overgenomen. De vraag aan een toekomstig predikant is vandaag: ben je in staat en bereid om met pluraliteit om te gaan? Terwijl de eigenlijke vraag is: ben je bereid om Christus te verkondigen als enige weg tot heil? Als iedereen daar van harte ja op zou zeggen, zou de pluraliteit heel wat minder problematisch zijn.
Opvallend is dat de belijdenisgeschriften pas in het derde jaar van de masteropleiding aan bod komen. Het zou goed zijn als de PThU confessioneel gezien meer inhoud kreeg. Docenten zeggen: we zijn er voor iedereen, maar studenten ervaren dat anders. Die zijn over het algemeen orthodox en gaan momenteel niet voor niets vaak naar Leuven of Apeldoorn.
Als er synodebenoemingen voor de opleiding zijn, hoor je vandaag minder reacties dan vroeger, terwijl daar soms toch wel aanleiding voor is. De betrokkenheid lijkt wat weg te vallen. Tegelijk moet er natuurlijk een soort reservoir van goed opgeleide predikanten zijn die zich wetenschappelijk ontwikkeld hebben, bijvoorbeeld door het schrijven van een dissertatie. Veel orthodoxe theologen ervaren echter hun roeping tot het ambt op zo’n manier dat ze het moeilijk vinden om zich los te maken van hun gemeente.’
Christelijke dogmatiek
De Christelijke dogmatiek is in eerste instantie op studenten gericht. Veel anderen blijken ook geïnteresseerd; inmiddels is de derde druk er. ‘De uitgever is net als wij enigszins verbaasd. Het lijkt erop dat mensen weer gaan vragen naar het verband tussen de verschillende elementen. We leven in een postmoderne tijd, met veel vaagheid. Mensen bundelen met alle gemak dingen uit verschillende tradities. Je vraagt je af of er van de weeromstuit wellicht een nieuwe behoefte ontstaat aan vaste spijs, aan structuur en samenhang in de geloofsinhoud. Mensen voelen zich ook wel in de steek gelaten door theologen. Wie groot geworden is met prof. Kuitert, zag het ene na het andere geloofsstuk ingeleverd worden. Mogelijk grijpt ook deze teleurgestelde generatie naar de dogmatiek.’
Amsterdam
Dr. Van den Brink kan zich ‘wel wat voorstellen’ bij de keuze van de Gereformeerde Bond om één man in Amsterdam en twee in Groningen te plaatsen. ‘Groningen is een kwetsbare opleiding. De faculteit is niet heel groot en evenmin centraal gelegen. De keus om daar flink op in te zetten kan ik begrijpen. Wel is het wat wonderlijk dat de VU tot dusver geen Gereformeerde Bondshoogleraar heeft, terwijl daar veruit de meeste studenten rondlopen. Maar misschien komt het daar in de toekomst nog wel van.’
De komende jaren wil dr. Van den Brink in onderzoek en onderwijs aandacht houden voor het blijvende belang van de belijdenisgeschriften, niet alleen de zestiende-eeuwse maar ook de vroegkerkelijke. Hij werkt aan een boekje over de Dordtse Leerregels. Daarnaast blijft hij met de drieeenheidsleer bezig, waarover hij van tijd tot tijd publiceert.
‘Ik zie het als mijn taak om hier te blijven werken, al heb ik veel geleerd tijdens mijn verblijf vorig jaar in Amerika. Ik kan wel eens jaloers worden als ik zie hoe levend de theologie daar is. Het is een zorgelijke situatie dat we in protestants Nederland nog maar twee kerkelijke opleidingsplekken hebben, naast Kampen en Apeldoorn. Er is een tendens naar meer samenwerking. Ik snap dat vanuit bestuurlijk perspectief wel, maar zie ook nadelen. Laten we niet nog meer centraliseren en bundelen. Het hebben van meerdere theologische centra heeft als voordeel dat er voor studenten wat te kiezen valt, en dat je een levendige cultuur houdt waarin klassieke theologie bedreven wordt, zodat de toegang tot de schatten van de traditie open blijft.’
Dr. G. van den Brink (49) studeert theologie in Utrecht. In 1993 promoveert hij op ‘Almighty God. A Study of the Doctrine of Divine Omnipotence’, een proefschrift over Gods almacht en het kwaad in de wereld. Hij wordt hervormd predikant in respectievelijk Lelystad (1994-1999) en Bilthoven (1999-2001). Daarnaast is hij universitair docent godsdienstwijsbegeerte in Groningen en vanaf 1995 in Utrecht. Vanaf 2001 is dr. Van den Brink docent systematische theologie in Leiden. Vijf jaar later benoemt de Gereformeerde Bond hem tot bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme aan deze universiteit. Het jaar erop maakt hij de overstap als universitair docent te Leiden naar de VU in Amsterdam. Sinds begin 2012 vervult hij ook zijn hoogleraarsambt in Amsterdam en is hij als bijzonder hoogleraar theologie van het gereformeerd protestantisme (0,4 fte) in dienst bij de PThU.
Dit is het derde en laatste interview met een Gereformeerde Bondshoogleraar. Eerdere afleveringen verschenen in medio oktober en november.medio
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 december 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's