Waar hoog en laag elkaar zien
Volkskerk in de marge [3]
Het begrip volkskerk roept de associatie op van een massakerk. Het merendeel van de leden komt zelden of nooit in de kerk en krijgt ook nauwelijks pastorale aandacht. Niettemin pretendeert die kerk midden in het volk te staan en dat volk te vertegenwoordigen. Veel kwantiteit, maar weinig kwaliteit.
Uitgaande van dat beeld brengt het boek Volkskerk in de marge mij in verwarring. Een kerk in de marge kan toch niet tegelijk volkskerk zijn? Kan een kerk die nog geen 12 procent van de bevolking tot haar leden telt, zich volkskerk noemen?
Dr.ir. J. van der Graaf schrijft: ‘Het gaat om een volkskerk die in bewogenheid om het heil van mensen het hele volk in het blikveld heeft. Het gaat om een volkskerk waarin ook de levensverbanden in de samenleving vanuit het Evangelie zo veel mogelijk en waar mogelijk worden geraakt en bevrucht.’ Maar bij deze toelichting rijst bij mij de vraag: wat voegt dan het voorvoegsel ‘volks’ nog toe? Dit geldt toch voor elke kerk die de naam ‘kerk’ verdient, dat ze ‘zelf gistend, als een zuurdesem present wil zijn onder het volk’?
Ledenverlies
Van der Graaf heeft zulk een volkskerk als ik voor ogen had, niet bedoeld. Voor hem is volkskerk geen kwantitatief, maar een kwalitatief begrip, geen kerk ván het volk, maar vóór het volk. Maar hoe moet ik dan duiden wat Van der Graaf schrijft: ‘Ook de gesmaldeelde kerk, die de Protestantse Kerk als minderheid in de samenleving is geworden, is overigens ruimer dan de telling van haar belijdende leden en doopleden uitmaakt. Als zodanig omvat ze nog altijd (prinencipieel) het volk, in tegenstelling tot welke belijdeniskerk dan ook.’ Hier is het onderscheid met een belijdeniskerk toch kwantitatief ? En mijn klomp breekt helemaal als Van der Graaf vervolgens als bewijs van die volksomvattendheid de vele begrafenissen aanvoert en het feit dat jaarlijks ongeveer vijftigduizend (rand)leden de Protestantse Kerk verlaten. Dat duidt er volgens hem op dat deze kerk nog steeds een belangrijk deel van het volk omvat. Ledenverlies als kenmerk van de volkskerk?
Verder wijst de auteur op de vele historische kerkgebouwen in het centrum van steden en dorpen, waarover de Protestantse Kerk beschikt. Ik wil als zoon van de Afscheiding graag toegeven dat ik daar wel jaloers op ben. Maar als het gaat om het wezen van een volkskerk, hebben we het toch niet over monumentenzorg, maar over geestelijke kwaliteit. Het gaat erom wat er in die kerken gepreekt wordt.
Eigene
Ik heb nog steeds behoefte aan een heldere omschrijving wat nu het eigene is van een volkskerk. Dat kan niet zijn dat een kerk de roeping beseft om de bevolking in wier midden zij geplant is, met het evangelie van Jezus Christus te confronteren. Die roeping voelen
prinen beleven ook de kerken die zichzelf geen volkskerk noemen.
Het specifieke van een volkskerk ligt ook niet in de erkenning van de doorwerking van Gods genadeverbond in de lijn der geslachten. Elke kerk die aan de kinderdoop vasthoudt, doet dat. In de kinderdoop wordt de kerk als volk openbaar. Maar de leden van dat volk worden vervolgens wel tot een keuze geroepen. Immers aanvaardt niet iedereen de beloften die hem bij de doop betekend en verzegeld zijn en verlaat dan de lichtkring van het verbond. Is het geen verbondsautomatisme om hun nageslacht dan toch tot het verbond te blijven rekenen?
Schiften
In artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat dat de ware kerk wordt gekenmerkt door de zuivere prediking van het evangelie, de zuiver bediening van de sacramenten en de oefening van de kerkelijke tucht om de zonden te bestraffen. Zullen deze kenmerken niet altijd schiftend werken?
Moet een Christusbelijdende volkskerk dit niet ook serieus nemen? Van der Graaf schrijft zelf dat de belijdenis geen dood kapitaal mag worden. Hij ziet dat vooral bij kerken die uit afscheidingen zijn voortgekomen. Maar is dat risico juist in een volkskerk niet aanwezig?
Kloof
Naast mijn kritische associaties bij het begrip volkskerk, wil ik er ook mijn positieve invulling aan geven. We leven in een tijd van toenemende sociale tegenstellingen. Ging het vroeger om tegenstellingen tussen hogere en lagere standen, vandaag ligt de kloof vooral tussen hoog- en laagopgeleiden.
Onder de laagopgeleiden horen we in toenemende mate geluiden van frustratie. Zij staan erbuiten en hebben het gevoel dat niemand nog met hun belangen rekening houdt.
En het is waar: de volksvertegenwoordiging bestaat nog vrijwel uitsluitend uit mensen met een hbo- of wo-diploma. De frustratie wordt dan geuit door af te geven op de hoge heren in Den Haag, die maar wat doen of hun zakken vullen ten koste van de gewone mensen. Populistische partijen spelen hier slim op in door deze onvrede ten eigen bate te exploiteren. Deze kloof kan zich ook in de kerk voordoen, en misschien wel juist in een volkskerk. De rechtzinnige gelovigen in de 19e eeuw voelden zich evenmin vertegenwoordigd in de heren van de synode als de PVV- en SP-kiezers vandaag in het kabinetsbeleid.
Samenhang
De toenemende kloof tussen hoog- en laagopgeleiden vandaag is een reden tot zorg over de sociale samenhang in ons volk. Deze mensen komen elkaar nooit meer ergens tegen: niet in de politiek, niet in hun werk, niet in hun vrije tijd, want de een gaat naar het theater, de ander naar het café, de een naar het voetbalveld en de ander naar de tennisbaan.
Maar ze ontmoeten elkaar nog wel in de kerk. De kerk is heden ten dage nog de enige plaats waar hoog- en laagopgeleiden, autochtoon en allochtoon en noem maar op, elkaar op voet van gelijkheid ontmoeten, als broeders en zusters in de Heer. Dat moet ook de eer van de kerk zijn: een kerk voor alle geledingen van de bevolking. Een upperclass kerk voor blanke Nederlanders, waar anderen zich niet thuis voelen, dat is een gruwel. In mijn plaatselijke gemeente zie ik die ontmoeting ook nog, al moet ik toegeven dat de hoogopgeleiden er talrijker zijn dan de echte arbeiders.
Als de kerken in Nederland in deze zin volkskerk zijn, kunnen ze een kracht ten goede betekenen, ook voor de sociale samenhang in onze bevolking.
Dr. J. P. de Vries is voormalig hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Hij promoveerde vorig jaar op een dissertatie over de verhouding van religie en politiek volgens dr. A.A. van Ruler.
Volgende week: ds. H. Westerhout over ‘Volkskerk in de marge’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's