Een vreemd feest
Meditatie: Filippenzen 2:6 en 7 -Die, hoewel Hij in de gestalte van God was (…), Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden.
Hogerop komen is vandaag een gewild levensmotto. Carrière maken, het beste uit jezelf halen en assertief zijn zijn daarom veel gehoorde woorden. In het licht hiervan is het kerstfeest eigenlijk maar een vreemd feest.
Ik sta in de stal van Bethlehem. Bij de kribbe. Bij het geboren Kind. In mijn oren echoot het geboortebericht nog na: ‘U is heden geboren de Zaligmaker’. Daar sta ik dan.
De echo van het geboortebericht wordt echter overstemd door een ander geluid. Meer en meer hoor ik de klanken van een lied. De apostel Paulus neemt het lied (Fil.2:6-11) op in zijn brief aan de christelijke gemeente te Filippi. Het is een lied over Christus. Opeens bedenk ik: dit gaat dus over dit geboren Kind.
Slaaf Het is verleidelijk om allerlei diepgaande vragen te stellen bij de tekst van dit lied. Dat mag ook gerust; de woorden vragen om de nodige uitleg. Vandaag moet ik echter mijn plaats weten: ik sta in de stal van Bethlehem. Bij de kribbe. Bij het geboren Kind. Deze plaats is niet geschikt voor spitsvondige exegeses. Hier geldt: ‘Komt, laten wij aanbidden.’
Een woord uit het lied blijft hangen: slaaf. Het geboren Kind heeft een slavengestalte. Kennelijk is dit Kind geboren om te dienen. Vandaar misschien deze vreemde en toch wel schandelijke geboorteplek: een kribbe in een stal. Mijn Zaligmaker presenteert Zich als slaaf. Een Zaligmaker met een slavenschort.
Al luisterend naar het lied ontdek ik dat er iets aan die slavengestalte voorafgegaan is. Het is een andere gestalte: de gestalte van God (vs.6). Ik kijk naar het geboren Kind en besef: Hij was er dus al voordat Hij geboren werd. Dit Kind heeft er dus Zelf voor gekozen om geboren te worden. En wel zo: als een slaaf. Ik besef dat er sprake is van een vernedering: van de godsgestalte naar de slavengestalte; van de hemel naar de kribbe; van de heerlijkheid naar de schande. Inderdaad, een vernedering. Een ongekende vernedering.
Contrast
Zo’n ongekende vernedering is vandaag een vreemd verschijnsel. Een ongekende verhoging juist niet. Wat een contrast. Aan de ene kant: een slavengestalte aannemen. Aan de andere kant: hogerop komen. Aan de ene kant die woorden uit het lied: ‘ontledigen’ en ‘slaaf zijn’. Aan de andere kant die woorden van vandaag: ‘carrière maken’, ‘het beste uit jezelf halen’ en ‘assertief zijn’. In dit licht is kerstfeest eigenlijk maar een vreemd feest. Ondertussen stuit ik op een ander contrast. Het geboren Kind confronteert mij met mezelf. Ik ben zo anders dan Hij. Ook ik ben een kind van mijn tijd. En dan nog wat: ook ik ben een kind van Adam. Als God willen zijn, dat wilde hij. Als God willen zijn, dat wil ik. Het geboren Kind toont het mij. Ik wil niet dienen, maar heersen. Over God en over een ander. Dat is de slavengezonde in de kern van de zaak. Mijn relaties zijn – veel meer dan ik besef – doortrokken van de zonde van de hoogmoed. Het slavenschort past mij niet.
Het geboren Kind ontdekt me aan wie ik werkelijk ben. En toch: het is zo goed om hier te zijn, in de stal van Bethlehem. Bij de kribbe. Bij het geboren Kind. Dat komt vast en zeker door dat bijzondere geboortebericht: ‘U is heden geboren de Zaligmaker.’ Persoonlijker kan het niet. Voor mij. Hij is slaaf geworden, omdat ik eigen baas wil zijn. Hij vernedert zich, omdat ik als God wil zijn.
Een ongekende vernedering. En toch: Dit is nog maar het begin. De slavengestalte komt het meest voor het voetlicht op de kruisheuvel Golgotha. Het geboren Kind vernedert Zich tot in de dood, gedreven door Zijn dienende liefde.
Knielen
Ik sta in de stal van Bethlehem. Bij de kribbe. Bij het geboren Kind. In mijn oren echoot het geboortebericht nog na: ‘U is heden geboren de Zaligmaker’. Daar sta ik dan. Ik hoor opeens een stem: ‘Waarmee kan Ik u van dienst zijn?’ Er komt beweging in mijn knieën. Ik kniel neer. Dit Kind heb ik zo nodig. Als Zaligmaker van mijn zonden. Mijn hoogmoed is bedekt door Zijn nederigheid. Dit Kind heb ik zo nodig. Als Voorbeeld tot navolging. In de omgang met mijn God. In de omgang met mijn naaste. Dit Kind heb ik zo lief.
Kerstfeest is in een zekere zin een vreemd feest. En toch: Kerst laat mij tot mijn verrassing zien wat er werkelijk gebeurt in die bijzondere geboorte: God Zelf doet – in dit Kind – het slavenschort om.
Ds. L.W. den Boer is hervormd predikant te Werkendam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's