Uitzicht aan het uiteinde
Ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten (…), Die ons vernederd lichaam veranderen zal (…). Filippenzen 3:20,21
Welke visie hebben we op ouderen? Die vraag kwam bovendrijven tijdens een bijeenkomst in een verzorgingshuis. Volgens velen in de samenleving hebben ouderen het bijna gehad. Een breed geaccepteerde mening.
Met alle gevolgen van dien.
De apostel Paulus zit gevangen (Filip.1:13). Het is donker. Tegelijkertijd is het licht. Bijzonder is dat. Er is uitzicht in de gevangenis. Dat komt door dat licht. Het is namelijk hemels licht.
Het jaar 2012 is bijna voorbij. Terugkijkend komen verschillende herinneringen bovendrijven. De tekstwoorden zijn als een stralenbundel op al die memoires. Dat hemels licht is er niet alleen voor Paulus. De apostel schrijft namelijk over ‘wij’ en ‘ons’. Uitzicht aan het uiteinde, voor eenieder die gelooft.
Oriëntatie
Filippi is een kolonie van het Romeinse Rijk. Het burgerschap – of met een ander woord: het regeringscentrum – is in Rome. De Filippenzen worden vanuit Rome geregeerd. Rome is het oriëntatiepunt.
Het hemels licht wijst mij op mijn regeringscentrum. Ik word vanuit de hemel geregeerd. Uiteindelijk is niet Den Haag of Washington, maar is de hemel mijn oriëntatiepunt.
Door genade ben ik een kolonist van de hemel. Dat licht is heel bemoedigend, niet in de laatste plaats in het licht van de ontwikkelingen in onze samenleving. Tegelijkertijd is dat licht ook heel ontdekkend: het jaar 2012 was niet geheel vreemd van een gebrek aan oriëntatie.
Dat hemels licht heeft ook een stralend middelpunt. Het is niemand minder dan de Heere Jezus Christus. De troon is niet leeg. God heeft Zijn Zoon bovenmate verhoogd en Hem een Naam geschonken boven alle naam (Filip.2:9).
De beweging van de heilsfeiten spreekt boekdelen: het gaat van een ongekende vernedering naar een ongekende verhoging. Zaligmaker, dat is Hij en dat blijft Hij.
Als het kerstfeest weer voorbij is.
Als ik in een donkere gevangenis zit. Als de massa zegt dat ik het bijna gehad heb.
Het jaar 2012 is bijna voorbij. De laatste dagen van het jaar onthullen opnieuw wie ik ben: een voorbijganger. Als dit het laatste is wat er over mij gezegd kan worden, wat ben ik dan nameloos arm.
Gode zij dank heeft de Zaligmaker mijn pad gekruist. Ik ben door het geloof aan Hem verbonden geworden. Die verbondenheid kan nooit meer stuk. Al is mijn Zaligmaker in Zijn regeringscentrum, dat doet aan de innige verbondenheid niets af. Ik ben van Hem. Voor de volle honderd procent. Met mijn ziel en met mijn lichaam. Ook in de laatste dagen van 2012.
Vernederd lichaam
De apostel leert mij bedenken dat mijn lichaam een vernederd lichaam is. Dat raakt mij. Het klinkt namelijk nogal vernederend, zeker in het licht van de lichaamscultus van vandaag.
Opeens is dat hemels licht er weer.
Met dat stralende middelpunt: de Heere Jezus Christus. Hemels licht over mijn vernederd lichaam. Ik bedenk: mijn lichaam is zo anders dan het Zijne. Zijn lichaam is een verheerlijkt lichaam. Mijn lichaam is broos, kwetsbaar, vergankelijk.
Ik weet dat het waar is: de Heere Jezus Christus regeert. De werkelijkheid leek soms zo anders in 2012. Voor velen was ziekte de rode draad van het voorbijgegane jaar.
Maar onder hen zijn er ook velen die beleden: ‘Ik ben met lichaam en ziel het eigendom van mijn getrouwe Zaligmaker’. Verwarrend is dat.
Daar is het weer, dat hemels licht.
Het is veelbelovend, juist voor mijn vernederd lichaam. En voor het vernederde lichaam van een ieder die gelooft. Die vernedering is stellig niet het laatste. Een ongekende verandering staat immers nog uit: de Zaligmaker zal mijn lichaam immers gelijkvormig maken aan het Zijne. Het gaat van de vernedering naar de heerlijkheid. Zijn heerlijkheid wordt mijn heerlijkheid.
Opstandingskracht
De Opgestane regeert. Hij staat erachter: achter de vernedering; achter de gebrokenheid; achter de dood. Het hemels licht garandeert mij echter van een manifestatie van de opstandingskracht van de Opgestane. Mijn vernederd lichaam wordt daarin helemaal betrokken.
Het mijne en dat van allen die Zijn verschijning hebben liefgehad. Ik laat het met een gerust hart aan Hem over. Hij is ertoe in staat. Het is immers Pasen geweest. Eens en voorgoed.
Volgens velen in de samenleving hebben ouderen het bijna gehad.
Maar tijdens die bijeenkomst in dat verzorgingshuis vertolkte een broeder kort en bondig de christelijke visie op ouderen: ze zijn er bijna. Bijna bij Hem. Over uitzicht gesproken.
Dat is het geheim van elke christen. Jong of oud. Gevangen of vrij.
Ziek of gezond. Ik ben er bijna.
Bijna bij Hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 december 2012
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's