Alsof ik Christus ben
Hoe bent u rechtvaardig voor God? Heidelbergse Catechismus zondag 23
Er zijn in de catechismus van die momenten die eruit springen. Neem nu zondag 23. Het is een krachtige belijdenis die de kern van het Evangelie raakt. Het draait om de vraag hoe je rechtvaardig bent voor God.
Eeuwen geleden was dit de levensvraag van Luther. Is het inmiddels geen verouderde vraag geworden? Vandaag leven er qua geloof heel andere kwesties. Rond het bestaan van God en het lijden in deze wereld. Of rond de verhouding tussen het christelijke geloof en andere godsdiensten. Indringende vragen die mensen intens kunnen bezighouden.
Toch kunnen we niet om de vraag van zondag 23 heen. Omdat God Zelf hem aan de orde stelt. Hoe zit het tussen Hem en mij? Kan ik voor Hem bestaan? Nú, maar ook als ik eenmaal voor Zijn rechterstoel moet verschijnen? Het antwoord op deze vragen is beslissend. Voor eeuwig maar liefst. De catechismus heeft een punt dat blijvend actueel is.
Rechtvaardig
Belangrijk is het woord rechtvaardig. Wat is dat eigenlijk: rechtvaardig zijn voor God? Dat je Hem recht in de ogen kunt kijken.
Omdat je leven spoort met de rechte lijn van Gods wet. Dat is nogal wat. Wie haalt dit? Wie kan zeggen honderd procent zuiver te zijn? In de liefde tot God en de naaste? Geen mens.
Het is de Heilige Geest die mij hiervan overtuigt. Ik ben niet zoals God mij bedoelt.
Psalmdichters hebben dit beseft: ‘Als U, HEERE, op de ongerechtigheden let, Heere, wie zal bestaan?’ ‘Ga niet in het gericht met Uw dienaar, want niemand die leeft, is voor Uw aangezicht rechtvaardig.’ (Ps.130,143).
Zondag 23 peilt deze realiteit diep. Ik heb maar liefst tegen al Gods geboden zwaar gezondigd. Ik heb er niet één gehouden. Bovendien ben ik nog steeds tot al het kwade geneigd. Stevige taal, die getuigt van zelfkennis.
Ondertussen klaagt mijn geweten me aan. Terwijl de duivel er nog een schep bovenop doet. Door mij in te fluisteren dat er voor mij geen behoud is.
Toch
Maar dan die wending. Het woordje ‘toch’ (in een oudere weergave ‘nochtans’) vormt het scharnierpunt. We proeven in onze belijdenis een grote spanning. Er valt meer te zeggen.
Dwars tegen de realiteit van mijn leven in. Dankzij Gods genade, die elke verdienste uitsluit.
Er vindt geen áfrekening plaats maar tóérekening. Heel de volkomenheid van de Heere Jezus wordt mij geschonken. Zijn genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid.
Om het met een beeld duidelijk te maken: Zijn cijfers worden op mijn lijst gezet. Zelf kom ik niet verder dan dikke onvoldoendes. Voor geloven, hopen en liefhebben. Voor gehoorzamen, bidden en heilig leven. Al die ‘vakken’ waarin ik bij God examen moet doen. Maar Christus heeft alleen maar tienen gehaald. Het wonder van de rechtvaardiging is dat ik mag ‘slagen’ met Zijn cijfers. En waar zijn die onvoldoendes van mij gebleven? Die zijn voorgoed ‘weggewerkt’ op Golgotha.
Krasse taal
De catechismus aarzelt niet om zich kras uit te drukken. Is geloofstaal niet per definitie krasse taal? Omdat levend geloof ingaat tegen wat ik ervaar en voel. Het volbrachte werk van onze Heiland is zó doorslaggevend, dat de Heere mij ziet alsof ik Christus ben. Alsof ik nooit gezondigd heb. En alsof ik zelf de vereiste gehoorzaamheid aan God heb opgebracht.
Als ik goed luister, hoor ik in het slot van antwoord 60 iets van een lied. Belijden leidt tot verwondering. Vandaar dat belijden heel dicht tegen zingen aanligt.
Geloof
Hoe wordt dit geheim van de rechtvaardiging werkelijkheid? Door een oprecht geloof. En wat is geloven anders dan afzien? Afzien van jezelf, en opzien naar Christus. Volgens antwoord 61 is het geloof (slechts) de hand die ontvangt. Dus niet de hand die presteert.
Wat geeft het een ruimte om uit deze kern van het Evangelie te leven. Ik behoef niet langer te plussen en te minnen of ik er wel genoeg voor gedaan heb. In de maatschappij moeten we onszelf bewijzen. Velen lopen constant op hun tenen. Je moet presteren, diploma’s kunnen tonen. Zonder papieren val je al gauw buiten de boot. In het Koninkrijk van God gaat het gelukkig anders toe. De Heere jaagt ons niet op. Ook eist Hij niet het onmogelijke van ons. Want: Hij geeft wat Hij vraagt.
Soms is het bijna te mooi om waar te zijn. Ik, rechtvaardig voor God? Tóch geldt het ieder die deze weldaad met een gelovig hart aanneemt. Dat geeft vrede met God, vrijheid in Christus en vreugde door de Geest.
Ds. J.C. Schuurman is hervormd predikant te Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's