Globaal Bekeken
Maarten Vermeulen, eindredacteur van het Nederlands Dagblad, schreef een boekje over kerktaal, ‘Ik kreeg het op mijn hart’ (uitg. Plateau). Uit een recensie in Christelijk Weekblad:
Heb je een bediening of sta je in het ambt? Een ingewijde christen weet onmiddellijk dat hij met een evangelicaal danwel een gereformeerde broeder van doen heeft. Een niet-kerkelijke daarentegen denkt aan de horeca als hij het woord bediening hoort, en aan een ambtenaar bij het woord ambt. (…)
Onder de bedekking van de zalving staan? Een lid van een gereformeerde gemeente weet echt niet waar je het over hebt. Maar lees als evangelicaal eens een boekje van een ingeleide bevindelijke gereformeerde. Het is Nederlands maar wat er bedoeld wordt gaat in veel gevallen voorbij aan een Pinkstergelovige. Ik kreeg het op mijn hart, heet het boekje en daarmee wordt meteen duidelijk hoezeer het taalgebruik van de verschillende soorten christenen verschilt. Een lid van de evangelische gemeente heeft een boodschap van God ontvangen als hij iets op het hart krijgt, een meer reformatorisch georiënteerde christen gaat in zo’n geval naar de cardioloog.
Op 14 februari 1962 schreef prof.dr. K.H. Miskotte in dagblad Trouw over ‘U’ in plaats van ‘Gij’ in gebed en eredienst. De Waarheidsvriend berichtte erover:
Het valt mij op, dat tegenwoordig ettelijke predikanten van allerlei richtingen in het openbaar gebed God aanspreken met ‘U’. Plotseling is het opgekomen; wat bezielt ze? Kunnen ze daar rekenschap van geven?” Dit schrijft prof. dr. K.H. Miskotte in “In de Waagschaal”, in een artikel, getiteld: “Eerbied en beleefdheid (in het heiligdom)”.(…)
Waarom gaat men voorbij aan het eenparig spraakgebruik van bijbel en liturgie, psalter en gezangboek?, zo vraagt prof. Miskotte. Hij zegt: “Maar dit is toch eigenlijk een loslaten van een ons meegegeven geestesgoed, een prijsgeven van de wijsheid en afgewogenheid van de taal! Want “Gij” gaat boven “u” en “jij” uit, het is een chiffre voor de bijzonderheid der verhouding tot God geworden; en ik kan me niet voorstellen dat, zelfs in de gemeente, die de moeder is, die de taal mede bewaarde, zulk een besefl oosheid tegenover het eigene daarvan zou overheersen, dat ze niet merken zou, hoe hier iets scheef gaat.” Na opgemerkt te hebben dat men eerbied niet met beleefdheid mag verwarren en de categorieën der geloofsleer en de mede-menselijkheid niet door elkaar mag halen, gaat prof. Miskotte verder: “Dat is ongeveer het ergste, wat men doen kan: in het heiligdom beleefdheid betrachten; ik verkies verre de hebbelijkheid van sommige conventikels en oefenaars, de Heer met “je” aan te spreken boven de trant van zulke beleefdheid. (…)
NU, geen aangevochten mens zal … “U” zeggen: de kloof die zij ervaren is diametraal tegengesteld aan die afstand-scheppende, offi cieel-klinkende en (bij alle tegengestelde bedoelingen) niet-eerbiedige aanspraak “U” ). Ik geloof, dat vele mensen in hun ontsteltenis over de wereld, hun eenzaamheid en God – die zo nabij is, zo verschrikkelijk dichtbij juist in de aanvechting, te meer ontsteld zijn over de kale, koude toon die vaak in het heiligdom klinkt, vooral bij het openbaar gebed.”
PS De lezer zal hebben begrepen dat De Waarheidsvriend van vorige week, met daarin een fragment uit een boekje van de ‘ernstig zieke’ prof.dr. G.G. de Kruijf, juist voor zijn overlijden was gedrukt.
v.d.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's