Het gewicht van de zonde
Citaten die blijven [3, van Anselmus]
Waarom is God mens geworden? De klassieke verzoeningsleer leerde de eeuwen door: hét motief voor de menswording is de verzoening tussen God en mens. De middeleeuwse theoloog Anselmus is voor de bezinning hierop van grote betekenis – en in de reformatorische theologie van grote invloed – geweest.
Anselmus (1033-1109) wordt geboren te Aosta in Italië, in de buurt van Turijn. Na het sterven van zijn moeder vertrekt hij vanuit Italië naar het klooster te Bec in Normandië. Hier vindt hij waar hij zo sterk naar verlangt: het samengaan van vroomheid en wetenschap. Anselmus wordt monnik onder prior Lanfranc en mag al na drie jaar zijn leermeester opvolgen. Later krijgt hij als abt de verantwoordelijkheid over het hele klooster.
Zijn positie brengt Anselmus van tijd tot tijd in Engeland, waar zijn voorganger in het Normandische klooster, Lanfranc, inmiddels aartsbisschop van Canterbury is. Na diens dood is het opnieuw Anselmus die hem opvolgt. Vanaf deze positie geeft Anselmus de rest van zijn leven leiding aan de kerk van Engeland.
Waarom God mens werd
Eén van Anselmus’ belangrijkste en meest invloedrijke geschriften is Waarom God mens werd (Cur Deus Homo, afgerond in 1098). In dit boek is Anselmus in gesprek met zijn leerling en vriend Boso. Via rationele argumenten – naar aanleiding van vragen en tegenwerpingen – probeert hij aan te tonen dat God noodzakelijk mens moest worden om de zonden te verzoenen.De kern van Anselmus’ betoog is als volgt: de mens is aan God gehoorzaamheid en eer verschuldigd. Maar aan die verplichting om God te eren en te dienen heeft de mens niet voldaan. Daardoor is de door God gestelde orde geschonden en Zijn eer aangetast. Niet omdat de mens letterlijk iets aan Gods eer heeft afgedaan – dat zou niet eens kunnen. Maar wel heeft de mens Zijn bedoelingen met de schepping gefrustreerd door Gods eer niet te erkennen.
Zonde
Zonde is voor Anselmus dus maar niet een ‘tekort’, een ‘misser’. Het is majesteitsschennis tegenover een heilige en oneindig goede God. Dan komt ook de notie van Gods gerechtigheid in het vizier. Hij kan de zonde niet door de vingers zien. Als God het erbij zou laten – ‘zand erover’ – dan zou de smet die gevallen is op Gods scheppingswerk blijven. Er moet dus op de een of andere manier rechtzetting plaatsvinden. Dat zou kunnen door of de schuldigen te straffen of door een andere vorm van genoegdoening.
Het eerste zou de eeuwige dood van de mens betekenen. Want aangezien de zonde tegen een oneindig goede God is bedreven en de eer van God een zaak van oneindig gewicht is, past er alleen maar een oneindige straf bij. Maar God wil de dood van de mens niet, maar juist het leven. Wil het goed komen met de mens God kan en wil Zijn schepping niet laten vallen – dan moet er dus betaald en voldaan worden aan het recht dat geschonden is.
We komen deze gedachtegang ook later tegen in de zondagen 5 en 6 van de Heidelbergse Catechismus. Alleen God kán de verzoening bewerken, vanwege de prijs ervan. Maar een waarachtig en rechtvaardig mens móet deze verzoening bewerken. Daarom werd God mens.
Uitspraak
Op het moment dat Boso met de tegenwerping komt dat het God vrij staat hoe Hij de mens met zichzelf verzoent, reageert Anselmus met de woorden: ‘U hebt nog niet half beseft van welk gewicht de zonde is.’ (Nondum considerati quanti ponderis sit peccatum.)
U hebt nog niet half beseft van welk gewicht de zonde is. “ Anselmus
Ook na ruim negen eeuwen zijn deze woorden nog van grote waarde. Want hoewel in de samenleving en de publieke opinie steeds meer wordt gewezen op het recht van vergelding en de noodzaak van straf, dat geldt dan toch alleen voor het intermenselijke. De klassieke leer van verzoening door voldoening stuit op weerstand – buiten, maar ook binnen de kerk. Van God wordt vooral verwacht dat Hij barmhartig is. De opvatting dat God de zonde niet ongestraft kan laten, maar dat de straf aan Jezus is voltrokken en dat dáarom ieder die in Hem gelooft gespaard kan worden, gaat er bij velen niet in.
En inderdaad, als je niet begrijpt hoe zwaar het gewicht van de zonde is, dan wordt het onbegrijpelijk en zelfs immoreel dat God Zijn Zoon aan het kruis van Golgotha liet sterven. Maar gaat het besef van de ernst van de zonde niet samen op met het onbegrip voor de noodzaak van Jezus’ kruisdood? ‘Zondebesef, dat was iets van vroeger. Toen was men zo serieus en daarom zo somber, zo zwaar op de hand…’
Consequentie
Maar heeft dat niet ook als consequentie dat ieder maar doet wat goed is in zijn ogen? ‘Moet kunnen’ lijkt wel de leus van onze tijd te zijn. Hooguit noemen we ‘zonde’ datgene wat jezelf schade berokkent. Soms telt de schade van de naaste nog, maar daarmee is zo ongeveer alles wel gezegd. Gods geboden tellen nauwelijks meer, om over Zijn eer nog maar te zwijgen. Het besef ontbreekt dat wij allereerst te doen hebben met een God die oordeelt over de mens. Want het maakt nog wel verschil of we ons leven spiegelen aan wie God is en aan wat Hij vraagt of dat we ons leven vergelijken met wat een ander doet en wat de meerderheid vindt. In dat laatste geval kun je uitspraken horen als: ‘Niemand is volmaakt.’ ‘We hebben zo allemaal onze gebreken.’ Dan valt het met mij ook nog wel mee, kunnen we denken. Maar dan beseffen we ‘nog niet half van welk gewicht de zonde is’.
Kruis
Dat zie ik pas als ik bij het kruis ga staan. En daar mijn Heiland zie, die de straf draagt die ík verdiend heb. Die daar de toorn van God ondergaat, die op míj had moeten neerkomen. Daar stierf voor míjn zonden. Die zonden die mij steeds weer de baas zijn. Die zonde dat ik zo vaak laks en oppervlakkig langs God heen leef en daarmee Zijn eer schendt. Dat ik zo vaak nalatig ben in het goede, bewust én onbewust.
Bij het kruis besef ik van welk gewicht de zonde is. En voel ik mij een heel klein, zondig mens, die… tegelijk in het volle licht van Zijn genade wordt gezet. Want door alles wat Hij volbracht heeft, kan en mag ik van Zijn vergeving leven. En dan leer ik het ook wel af om mijzelf op een goedkope manier te verontschuldigen. Integendeel, dan ga ik de zonde haten. Omdat ik besef wat het was waarom God mens moest en – Goddank – uit liefde wilde worden.
Ds. C.J. Overeem is hervormd predikant te Wilsum.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2013
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2013
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's