Bijzondere gaven
We hebben voorlopig genoeg aan het gewone
In diverse kerkelijke gemeenten is de belangstelling voor de bijzondere gaven van de Geest sterk toegenomen. Wat zit daarachter? En hoe moet je deze ontwikkeling waarderen?
De bijzondere gaven van de Geest komen het meest nadrukkelijk aan de orde in de eerste brief van Paulus aan de gemeente te Korinthe. Voordat we nagaan wat Paulus over deze gaven zegt, letten we op de context.
Paulus noemt de leden van de christelijke gemeente ‘geheiligden in Christus Jezus’ (1:2). Op grond van hun positie in Christus spreekt hij hen aan op hun houding en gedrag. Hierover is hij zeer kritisch.
Als we de brief van Paulus lezen, merken we dat deze gemeente niet gezond is. Er is sprake van onderlinge verdeeldheid, ontucht, gemengde huwelijken, misstanden rond het heilig avondmaal en van verwarring over de gaven van de Geest.
Vleselijk
Paulus richt zich tot deze christenen als tot ‘jonge kinderen’ (3:1). Hij noemt ze vleselijk (3:3). Dat is een aanduiding voor een zondig leven. Zij groeien niet in het geloof omdat zij met vleselijke dingen bezig zijn. Daarom kan Paulus het vaste voedsel niet aan hen kwijt (3:2). En omdat zij niet groeien, ontwikkelen zij geen kritisch vermogen. Hierdoor zijn zij erg kwetsbaar en gevoelig voor verleidende geesten.
Paulus noemt ze ook onwetend (12:1) en kinderen in hun denken (14:20). Ze zijn nog niet met de diepere vragen van het leven bezig, maar gaan – zoals kinderen dat doen – vooral af op de uiterlijke dingen.
Dat geldt ook voor de gaven van de Geest. Ze slaan de ‘gewone’ gaven over en zijn vooral bezig met de ‘bijzondere’ gaven: tongentaal, profetie, genezing. En daarin zijn ze erg egocentrisch. Ze gebruiken die gaven niet waarvoor ze bedoeld zijn: de opbouw van de gemeente.
Dit is de context waarin Paulus over de bijzondere gaven van de Geest spreekt. En wat hij daarover zegt, is niet aansporend maar waarschuwend.
Misleidende geesten
Als wij het over de gaven van de Geest hebben, bevinden wij ons op het terrein van het werk van de Geest. Op dit terrein zijn misleidende geesten erg actief. Niet voor niets worden wij in de Bijbel tal van keren opgeroepen om voor deze geesten op onze hoede te zijn (zie onder andere Matt.24:24 en 1 Joh.4:1). Niet alle wonderen zijn het werk van de Geest (Matt.7:22,23).
Het is opvallend hoe weinig deze waarschuwing in onze tijd klinkt. We zien bij velen een zekere argeloosheid in het spreken over en omgaan met de bijzondere gaven. Een argeloze benadering van de dingen is kenmerkend voor de houding van kinderen.
Gemeente
Voordat we bij de bijzondere gaven van de Geest uitkomen, zijn er gelet op een aantal overwegingen (zie kader) drie dingen die wij eerst helder moeten hebben. In de eerste plaats: het is de Geest om Christus te doen en dus ook om Zijn lichaam. Onze focus is niet het werk van de Geest maar het werk en het lichaam van Christus. De gaven van de Geest zijn bedoeld voor het functioneren van de gemeente als lichaam van Christus. Deze gaven zijn dus niet voor persoonlijk gebruik. Als de Geest ons inspireert, dan staan Christus en Zijn gemeente in het gebruik van de gaven centraal. Als wij buiten het lichaam van Christus om spreken over de gaven van de Geest, dan komen wij in een individualistisch en subjectivistisch spoor terecht. Wij hebben de Geest dan niet mee, maar tegen.
Eerst vrucht
In de tweede plaats: aandacht voor de vrucht van de Geest – liefde (Gal.5:22) – gaat vooraf aan aandacht voor de gaven van de Geest. Met deze vrucht staan wij midden in de gemeente als primaire plaats waar de liefde geuit en beoefend wordt. In de praktijk van de liefde ligt een geweldig getuigenis van de liefde van Christus (Joh.13:34,35; 1 Joh.4:11-14).
Daarom, niet wandelen in de liefde en niet met hart en ziel betrokken zijn bij de gemeente en wél bezig zijn met de bijzondere gaven van de Geest staan haaks op elkaar.
Eerst gewone gaven
In de derde plaats: aandacht voor de gewone gaven van de Geest gaat vooraf aan aandacht voor Zijn bijzondere gaven. Het is al bijzonder als wij ontdekt hebben welke gave(n) de Geest in de gemeente aan ons geschonken heeft. En het is heel bijzonder als daarin blijkt dat de gemeente van Christus ons ter harte gaat en als wij weten dat de Geest in en door ons werkt.
Wonderen
Komen we dan nu, in de vierde plaats, uiteindelijk uit bij de bijzondere gaven van de Geest? Uit het voorgaande mag duidelijk zijn dat het niet voor de hand ligt om met deze bijzondere gaven bezig te zijn.
In de Bijbel en in de kerk- en zendingsgeschiedenis zien we dat de Geest de bijzondere gaven vooral schenkt in nieuwe situaties of grenssituaties: daar waar het evangelie overwinnend en grensverleggend is en waar pasgelovigen voor het eerst intensief betrokken raken in de strijd tussen licht en duisternis (zending). Of in situaties die heel bedreigend zijn voor de kinderen van God (vervolging). Dan gebeuren er wonderen. De Geest schakelt gelovigen op een bijzondere wijze in. Het is aan Hem in welke situatie Hij dat doet.
Daarom laten we de mogelijkheid open dat de Geest vandaag van de bijzondere gaven gebruik maakt. Maar wij zoeken deze gaven niet. De ‘hoogste’ of ‘beste’ genadegaven waar wij naar moeten streven (1 Kor.12:31) zijn niet de bijzondere gaven maar de gaven die de gemeente van Christus het meest nodig heeft en die het beste bij ons passen.
We hebben – in ieder geval ‘voorlopig’ – genoeg aan de gewone gaven van de Geest. Daar kunnen we voldoende mee uit de voeten. Hoe lang ‘voorlopig’ is, laten we aan de Geest over. Hij geeft Zijn gaven immers ‘zoals Hij wil’.
Dr. C.G. Geluk is bovenwijks predikant van de hervormde gemeente te Huizen.
Overwegingen
Bij het zoeken naar een antwoord op de vraag of er vandaag ruimte is voor de bijzondere gaven van de Geest dienen we vier punten te overwegen.
1. Weinig aandacht
Er wordt in de Bijbel relatief weinig aandacht aan deze gaven besteed. In Johannes 14-16 heeft Jezus het uitvoerig over het werk van de Geest. Hij heeft het niet over de gaven van de Geest, wel over de vrucht van de Geest: liefde en gehoorzaamheid. Als Paulus de oproep doet om met de Geest vervuld te worden (Ef.5:18), dan heeft ook hij het niet over de gaven van de Geest, maar over de vrucht: onderlinge liefde in de gemeente, in huwelijken en gezinnen, en een verantwoordelijk leven binnen en buiten de gemeente.
2. Ambtelijke orde
In de Bijbel zien we dat deze gaven met name verbonden zijn aan het apostolische woord (2 Kor.12:12; Hebr.2:4) en gebruikt worden in situaties waarin nog geen sprake is van een ambtelijke orde. De eerste brief aan de Korinthiërs is een vroege brief. De brieven aan Timotheüs, waarin aanwijzingen voor de ambten worden gegeven, zijn late brieven. In deze brieven wordt over de bijzondere gaven niet gesproken.
3. Op kinderen gericht
Regelmatig wordt geconstateerd dat er in onze tijd een steeds groter gebrek aan bijbelkennis en aan geestelijke volwassenheid is. Dit is een van de bedreigende kanten van de secularisatie, met ‘vleselijk’ denken en leven als gevolg. Dit werkt – net als bij de christenen in Korinthe – blokkerend ten aanzien van het verlangen naar vast voedsel.
Een signaal is dat de prediking al gauw als te moeilijk wordt ervaren. Alles moet eenvoudig en vooral op de kinderen gericht zijn. De belangstelling voor het uiterlijke en het bijzondere, ook voor de bijzondere gaven van de Geest, gaat hier bij velen mee gepaard.
4. Individualisme
De secularisatie heeft een geest van individualisme en subjectivisme met zich meegebracht. Deze geest werkt door in het kerkelijk leven. Dit uit zich onder andere in het denken vanuit het eigen hart en de eigen gevoelens in plaats van het denken vanuit God en Zijn Woord.
Dat er steeds minder besef van kerk- en gemeentezijn is, hangt hiermee samen. Dat je als christen lid bent van de gemeente als lichaam van Christus en dat je voor het functioneren van dit lichaam medeverantwoordelijk bent, speelt in het denken en in de keuzes van veel christenen geen rol. De belangstelling voor de bijzondere gaven verdraagt zich hier niet mee. Ook deze gaven zijn immers bedoeld voor de opbouw van de gemeente.
Kortom, de belangstelling voor de bijzondere gaven van de Geest is ook een uiting van de secularisatie, die ons meer in haar greep heeft dan wij beseffen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2013
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2013
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's