De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gesprek met dr. Vroom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprek met dr. Vroom

8 minuten leestijd

Eerlijk gezegd had ik nog nooit iets gelezen van godsdienstfilosoof en sinds kort emeritus hoogleraar dr. H.M. (Henk) Vroom, al wist ik wel dat hij zich bezighield met het gesprek met andere godsdiensten. In het Christelijk Weekblad stond een interview met hem van de hand van Theo Klein. Het is een gesprek over wat er tijdens het leven van Vroom allemaal is veranderd. Niet alleen in kerk en theologie – Vroom is van huis uit gereformeerd synodaal – maar ook in zijn eigen geloofsleven. Vrooms leven werd net voor zijn emeritaat overschaduwd door het bericht dat hij ongeneeslijk ziek is.

‘Eigenlijk is mijn geloof en denken niet wezenlijk veranderd na mijn studie theologie. Het heeft zich sterk verbreed en verdiept, is beïnvloed door het Joodse denken en de antropologie. Door mijn ziekte ben ik wel weer gaan nadenken over het gebed.
In december schreef ik twee studenten in West Afrika, de één pinkster, de ander baptist, beiden docenten theologie, over mijn ziekte en dat ik in feite door de artsen was opgegeven. ‘Wij bidden niet voor minder dan God kan. God kan genezen dus we bidden dat je weer beter mag worden’ mailden ze terug. Dus de weken daarop baden honderden kerkgangers in zwart Afrika in hun dienst voor mijn genezing.
Twee moslimvrienden reageerden: ‘Allah wil nog niet dat je sterft, we bidden voor je genezing.’ Die reacties brachten me wel direct bij vragen als ‘waar bidden wij voor?’. Dat we het goed mogen doorstaan? Dat God er bij is? Zij bidden voor totale genezing. Dat ik weer mag helen en samen met mijn vrouw écht oud kan worden. Want het blijft een hard gebeuren om niet lang na je emeritaat te horen krijgen dat je medisch gezien een paar maanden te leven hebt. Tegelijk moet bidden geen zeuren worden. Paulus bad drie keer of zijn doorn uit het vlees mocht worden weggenomen en niet meer. En bij elk gebed hoort ‘Uw wil geschiede’. (…)

We hebben dit ook met onze wijkpredikanten besproken. De voorbede in de kerk werd toen ruimer geformuleerd dan alleen kracht en bijstand bij wat komen gaat. En het gaat, wonderwel, nu ook goed met me. Een thermotherapie slaat zo goed aan dat ik al enkele weken stabiel ben. Natuurlijk kan het zo omslaan, er is nog altijd het ‘Uw wil geschiede’, maar er leeft nu toch hoop dat het een tijd goed gaat.’

Vroom signaleert dat het gebed om genezing een persoonlijke bemoeienis veronderstelt van God met de mensen. Met die gedachte hebben steeds meer mensen – ook binnen de kerk – moeite.

‘De meesten durven niet zo ver te gaan God totaal buiten het wereldgebeuren te plaatsen. Maar Zijn omzien naar een individu gaat hen te ver. God bemoeit zich alleen met de grote lijn. Zo’n middenpositie is natuurlijk klinkklare onzin. Stel, je erkent dat God de hand had in Napoleons nederlaag bij Waterloo. Stond dan de ingeving van die ene korporaal om met zijn manschappen een heuvelflank in te nemen die (stel) de slag een beslissende wending gaf, wél helemaal los van God?
Het dilemma is: God heeft bemoeienis met ons persoonlijk leven of Hij bemoeit zich nergens mee. Geloven dat God zich alleen met de grote lijnen van de geschiedenis bezig houdt, is godsonmogelijk, vrees ik. ‘Vrees’ ik, inderdaad, want het roept natuurlijk enorm veel lastige vragen op rond het lijden en Gods leiding in de geschiedenis en je eigen leven.

En is het alternatief, de mens die de geschiedenis en samenleving maakt, zoveel beter? vraagt Vroom zich af. Vroeger zag een boer de opbrengst van zijn land als zegen van God. Voor de moderne boer is zijn oogst een eigen prestatie met dank aan de wetenschap. Maar als een tsunami de Japanse kust wegvaagt krijgt God ineens de schuld omdat Hij een wereld schiep waar zulke rampen kunnen gebeuren.
In de 20e eeuw is het geloof in God verloren gegaan en het geloof in de mens er voor in de plaats gekomen. Dat vind ík niet te geloven. Het is de eeuw met de vreselijkste oorlogen en door mensenhand veroorzaakte rampen. Dat is overigens het diepste verwijt van moslims jegens het westen. Wij zweren God af, voeren vreselijke wereldoorlogen, zijn koloniale machten, propageren een consumptiemaatschappij. Wij doen kortom alles wat God verboden heeft en komen hen vertellen hoe ze moeten leven, is hun verwijt.’

Vroom gaat ook in op de godsdienstkritiek die zich in de media sterk maakt. Wat hem betreft mag het leren omgaan met die kritiek wel meer aandacht krijgen in de kerkelijke opleiding. En dan niet zo defensief.

‘Onze cultuur slaat rationeel denken hoog aan, lijkt allergisch voor geloofsovertuigingen. Alleen de ratio brengt de mens verder in zijn ontwikkeling. ‘Wij zijn ons brein,’ stelt iemand als Swaab. Die denkt dus de hele dag ‘ik loop maar achter mijn hersenen aan’. Dat vind ik zo’n gesloten beeld. Ik kan in mijzelf over zaken nadenken, bedenken wat anderen daar tegen in brengen en zo in mezelf met anderen discussiëren. Is er dan ook geen ruimte in onszelf voor de goddelijke stem? En hoezo is rationaliteit onze drijfveer? In de economie betekent rationeel handelen, handelen uit eigenbelang. Denk je nu echt dat die verpleegkundige die langer doorwerkt omdat ze het niet over haar hart verkrijgt mensen onverzorgd achter te laten, uit eigenbelang handelt? Nee, dat is opoffering. En die menselijke eigenschap zie je, als je er oog voor hebt, overal om je heen.’

Volgens Vroom wordt er in de kerk te weinig geleerd om over dit soort geloofsvragen te praten. ‘Te veel dominees blijven in het binnenkerkelijke kringetje hangen. Vaak worstelen ze zelf te veel met geloofstwijfel, weten ze de gemeenteleden en jeugd op catechisatie geen antwoorden te geven. Ik pleit er al jaren voor meer over geloofsvragen te preken. Om levensvragen waar gemeenteleden mee zitten aan de orde te stellen en daar authentiek vanuit je eigen geloof over te preken. En als het de dominees zelf aan het geloof ontbreekt? Dan moeten ze eerlijk zijn en ander werk zoeken. Met ongelovige dominees gaat de kerk kapot.’ Zijn eigen christelijke geloofsovertuiging stond Vroom nooit de dialoog met andere godsdiensten in de weg. ‘Natuurlijk was het vijftig jaar geleden voor de kerk en gelovigen makkelijker de uniciteit van het christendom te belijden. De islam was een vreemde godsdienst uit verre landen. Nu maken moslims deel uit van het Nederlandse straatbeeld. Daar fel tegen te keer gaan of ze met man en macht proberen te bekeren biedt geen perspectief. Ik ben er van overtuigd dat God ook buiten het christendom bemoeienis heeft met de mens. Paulus wees er al op in Handelingen 17. Vind je in andere godsdiensten voldoende overeenkomsten met je eigen geloof, is dat reden genoeg aan te nemen dat ze God kennen. Dan is er een basis voor dialoog. Dat is dan niet proberen uit te komen op een alles
overstijgende algemene godsdienst. Het is zoeken naar overeenkomsten, samenleven mogelijk maken.’ (…)

Ziet Vroom toekomst voor het christendom in het Westen? Zijn antwoord is positief. ‘Elke generatie vraagt toch naar de zin van het leven en heeft onzekerheid over de eigen toekomst. Het christendom heeft op dat vlak zoveel te bieden. Maar dan moeten we niet blijven hangen in het verleden en geld en energie stoppen in het behoud van een mooi kerkgebouw al gaat dat ten koste van een predikantsplaats. Ik neem liever een voorbeeld aan mijn Afrikaanse vriend Ezechiël, die voor mij bad. Hij woont in Nigeria, waar menig kerk in brand is gestoken. Hij vertelde: ‘Voor onze kerken daar is dat geen reden tot wraak maar om een nieuwe kerk te bouwen en te bidden voor hun vijanden. Laat God Gods dingen doen en wij onze dingen.’
Dat is mij in deze periode van mijn leven nog duidelijker geworden. God is volstrekt anders dan wij met onze menselijk vermogens kunnen bevatten. En of er een volstrekt andere wereld is als deze waar we naar toe gaan? Ik zou het niet weten. Het enige wat ik zeker weet is dat we in Gods handen zijn.’

Ik vind het bijzonder dat prof. Vroom een pleidooi voert voor een geloof dat de moeilijke vragen niet uit de weg gaat. Dominees die dat wel doen zijn geen knip voor de neus waard. En tegelijk hoor ik in dit gesprek hoe hij dat zelf in praktijk brengt. Het geloof in Gods mogelijkheden van zijn Afrikaanse studenten confronteert Vroom met zijn eigen gebedspraktijk terwijl hij ernstig ziek is. Wat blijft is het vertrouwen in eeuwig goede handen te zijn. Indrukwekkend.


Ds. G. van Meijeren uit Utrecht is interim-predikant in de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2013

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Gesprek met dr. Vroom

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2013

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's