De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In zwakheid sterk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In zwakheid sterk

Jezus’ macht overwint in Nepal de demonen

10 minuten leestijd

In enige uren luisteren krijg ik zeker geen volledig beeld van de 28 jaar die Reiny de Wit al in Nepal werkt. Maar ik hoor wel voldoende om te blijven denken aan 2 Korinthe 12: Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. De kracht van God is in Azië sterker dan de machten van demonen.

Reiny de Wit (59) hoort tot de vrouwen die op zo’n wijze gehoor gaven aan hun roeping in Gods zending te dienen dat ze zich één weten met het volk dat ze dienen. Ze houdt van het volk dat ze dient, ze bidt voor de mensen die ze liefheeft. Als ik nog maar enkele uren in de hoofdstad Kathmandu ben – onder de indruk van het toeterende verkeer met zijn smerige uitlaatgassen, van de talloze tempels die de hindoegoden moeten behagen, van stof en straathonden en al die mensen – ontmoet ik Reiny. Alleen al haar aanwezigheid als discipel van Jezus in deze context doet me geloven in Gods kracht ín onze zwakheid. Een vrouw in het land dat gestempeld is door hindoeïsme en boeddhisme. Haar levensverhaal en haar persoon versterken echter de herinnering aan de belijdenis van Paulus aan genade genoeg te hebben.

Levend geloof
De wortels van Reiny liggen in de oud gereformeerde gemeente van Doetinchem, die in 1981 als geheel overging naar de Gereformeerde Gemeenten. ‘Het was een sociaal bewogen gemeente, waarin ik veel geleerd heb. Als je leven zo verloopt als het mijne, bouw je op het verleden, op wat je vroeger leerde. Als kind al fantaseerde ik over hoe het zou zijn om zendeling te zijn. Het leek me avontuurlijk.
In de gemeente van Doetinchem gingen alleen oudere mensen aan het avondmaal. Maar door het lezen van Rondom de enge poort van Spurgeon kwamen er drie andere jongeren en ik tot een levend geloof. Ik wilde daarna fulltime de Heere dienen. Hij riep me tot de zendingsdienst met woorden uit Jesaja 58: ‘Is dit niet het vasten dat Ik verkies: dat u de boeien van de goddeloosheid losmaakt, dat u de banden van het juk ontbindt? Is het niet dit dat u uw brood deelt met wie honger lijdt, en de ellendige ontheemden een thuis biedt? Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad. Uw gerechtigheid zal voor u uitgaan en de heerlijkheid van de HEERE zal uw achterhoede zijn.’’

Interserve
Reiny bezocht in die periode veel zendingsdagen. ‘Via een vriendin kwam ik in contact met ds. W.J. Bouw, toen voorzitter van de Bijbelse en Medische Zendingsgemeenschap (BMZG, tegenwoordig Interserve), die sinds 1977 mensen naar Azië uitzond. Op de zendingsdag van de BMZG voelde ik me thuis. Er waren vacatures voor Nepal, maar ik wist niet eens waar het land lag.’ Omdat ds. C. Trouwborst uit Vlaardingen later voorzitter van de BMZG was, werd ze vanuit hervormd Vlaardingen uitgezonden.
Toen Reiny als 31-jarige naar Nepal ging, ‘was Kathmandu, de hoofdstad, een groot dorp. Er was één uur per dag tv, video’s waren in opkomst. Het waren vriendelijke mensen die ik ontmoette. De eerste jaren heb ik, na een taalstudie van vijf maanden, in de bergen gewoond, in het noordwesten van het land. Regel bij Interserve was dat je de eerste drie en half jaar niet op verlof naar huis mag, om één met de bevolking te worden. Tussen deze mensen wilde ik die periode blijven, en daarna nog eens drie en half jaar. Het zijn er inmiddels al 28…’

Afgelegen
Haar werkplek in de bergstreek was ‘heel afgelegen. Dat leven op grote afstand van je familie, terwijl er geen telefoon is, vond ik het moeilijkste, moeilijker dan het moeten vangen van de ratten die er liepen. Ik was in Nederland kleuteronderwijzeres geweest en gaf hier les op schooltjes van de overheid: rekenen, Engels, science. Ik had gelukkig maar veertig kinderen in mijn klas. Sommige collega’s hadden er wel zestig, terwijl leermiddelen ontbraken. Op de lemen vloer lagen planken, waarop de leerlingen zaten.
In die periode al heb ik God aan het werk gezien. Van geestelijke oorlogvoering wist ik niet veel. Elke dinsdag waren we als team samen in gebed. Op een keer – er was een nieuwe, grote hindoetempel gebouwd – bad één van ons of God deze tempel wilde afbreken. Ik dacht: Dat kan toch niet? Maar twee maanden later waren de moessonregens zo hevig dat heel de tempel weggespoeld werd. God is zoveel machtiger dan al Zijn tegenstanders.’

De laatste dagen
‘Nepalese kerken zijn over het algemeen evangelisch van aard. Er is veel plaats voor aanbidding, omdat als Jezus aanbeden wordt, de demonen moeten wijken. In alle kerkelijke groeperingen wordt in de eredienst hardop gebeden, ieder voor zich. Die demonen zijn hier een realiteit. Ik kreeg eens van ouders van een leerling een Boeddhabeeld. Ik had het niet uitgepakt, maar toen mijn vriendin op bezoek kwam, zei ze direct: ‘Wat is er hier in huis dat de sfeer zo bedrukkend maakt?’ Ik kan niet zeggen dat de macht van de boze in dit land aan het wijken is. Nee, Nepal is corrupter geworden, niet alleen de bovenlaag van de bevolking. Er is geen recht, wel chaos. Sinds de burgeroorlog begon (1996) en de koninklijke familie vermoord werd (2001), is er minder vertrouwen bij de mensen. In 2008 is de nieuwe koning afgezet, maar nog altijd is de situatie heel onstabiel. Corruptie is hier heel gewoon. De politiek zit nu muurvast. De maoïsten dreigen soms opnieuw een burgeroorlog te starten. Alleen een hartsverandering kan dit land redden.
Tegelijk groeit de kerk. Ik zie voor me wat in het laatste bijbelboek staat dat wie vuil is, nog vuiler wordt en wie rechtvaardig is, nog rechtvaardiger wordt. Ja, dat vuiler worden is er ook. Een diaken uit onze kerk heeft jarenlang meisjes misbruikt, zo kwam onlangs aan het licht. En massaverkrachtingen vinden in dit land bijna wekelijks plaats. Is God aan het licht aan het brengen dat we in de laatste dagen leven?’

Lage kaste
‘Na Brazilië is Nepal het land met het meeste water ter wereld. Maar elektriciteit wordt er vanwege slecht management onvoldoende opgewekt, zodat we elke dag maar enkele uren stroom hebben. Zo kun je geen land opbouwen. De mensen zijn er gelaten onder. Door het hindoeïsme – het kan je bestemming zijn in de laagste kaste geboren te worden – is de cultuur fatalistisch. Ja, dat kastenstelsel is nog altijd van invloed. Een collega van me heeft een vrouw uit een lagere kaste en hoeft met haar niet thuis te komen. Aan een bruiloft is dan geen behoefte, terwijl een huwelijkssluiting normaal een groot familiefeest is.’

‘Een van onze predikanten is 87 jaar. Hij groeide op in een Nepalees sprekend gezin in India, heeft in de jaren vijftig veel voor Nepal gebeden. Toen buitenlanders in 1952 welkom waren, is hij hierheen gekomen. In 1960 waren er in Kathmandu slechts zestig christenen. Na de invoering van de democratie in 1990, toen christenen uit de gevangenis vrij kwamen, zijn er veel kerken gebouwd. We bleven na dat jaar wel voorzichtig, want de overheid is niet blij met christenen.
Sinds acht jaar is Nepal een seculiere staat, is het hindoeïsme geen staatsgodsdienst meer. Omdat fundamentalistische hindoes twee keer een bom in kerken hebben geplaatst, hebben wij altijd een detector bij de ingang van de kerk. Hindoes verbranden het lichaam van hun doden, maar christenen willen hen begraven. Voor hen is er echter geen grond beschikbaar, terwijl de lokale bevolking de wegen afzet als ze naar een begraafplaats willen. De overheid grijpt niet in. Wie christen wordt, wordt verstoten, onterfd.’

Bezeten mensen
‘Toch breekt het Koninkrijk van God ook door. Vorig jaar zijn er in de gevangenis van Kathmandu 26 mensen gedoopt. Als de bewakers met iemand geen raad weten, vragen ze of wij willen komen bidden.
Mensen nemen het verhaal over Jezus makkelijk aan, maar ze willen hun oude leven niet achter zich laten. Veel christenen vallen weer terug. De kerk is ondertussen erg radicaal als het gaat om het niet gedogen van elementen die aan het hindoeïsme denken. De beleving van het geloof is voor christenen hier belangrijk. Centraal staat de vraag aan God: ‘Heere, hoe moet ik hier voor bidden? Hoe staan we sterk in ons vertrouwen op U?’
Ik word hier vaak geconfronteerd met bezeten mensen. Ze vallen op de grond, liggen kronkelend voor je. De afgoden worden hier immers openlijk aanbeden, de priesters roepen die met hun mantra’s op.
Mensen vertellen in de dorpen over Jezus. Zo wordt het Evangelie verbreid. Of doordat een hindoepriester of toverdokter tot geloof komt. Een toverdokter vertelde me eens dat hij kracht had om te genezen, waardoor de mensen in de bergen in hem geloofden. Tot in anderhalf jaar tijd vijf van zijn kinderen stierven en hijzelf ziek werd. Hij was bang, ook om te sterven. Toen bracht iemand hem een stripverhaal over Jezus, die een melaatse genas. De hindoepriester ging tot God bidden, hij genas en geloofde in Jezus. Het duurde een jaar voordat alle demonen die in zijn lichaam zaten, weg waren. Echt, ik heb grote wonderen gezien.’

GZB
Na 28 jaar Nepal heeft Reiny ook een formele relatie met de GZB, die haar werk ondersteunt, en is ze op een strategischer plaats terechtgekomen. ‘In 1988 vroeg de kerk ons of we wilden helpen met het opzetten van zondagsschoolwerk, het ontwikkelen van een leerplan voor vijf- tot vijftienjarigen. Daar heb ik tien jaar aan gewerkt. Daarna zijn we begonnen met een trainingscentrum voor het gewone onderwijs. Ik geef les aan onderwijzers – ook aan hindoes en boeddhisten – en leer hen hoe ze in het onderwijs een relatie met kinderen kunnen opbouwen. Kinderen gaan hier al op driejarige leeftijd naar school. Ik probeer ook een spelelement in het onderwijs in te brengen. Onze trainers van deze groepen zijn allen christen. Samen bidden we veel. Als de vraag gesteld wordt hoe we ons curriculum beter kunnen maken, gaan we daar eerst voor bidden.’

Geestelijke honger
‘De macht die er in de politiek is, zie ik ook in de kerk. Ieder wil zelf een leider zijn, wil zich niet onderwerpen. Splitsingen in de gemeente hebben niet met de leer te maken, maar met macht. Toch is het vooral bijzonder om getuige te mogen zijn van hoe God Zijn weg met Nepal gaat. Als ik in Nederland in een gemeente over mijn werk vertel, zeggen mensen soms: ‘Wat denk je wel dat mensen van geloof moeten veranderen, alsof ze nu niet gelukkig zijn?’ Maar nee, de mensen zijn niet gelukkig, ze zijn angstig, vooral als ze sterven gaan. Het hindoeïsme blijft een ongrijpbare godsdienst. Er is al langere tijd een geestelijke honger, al lijkt die wat minder te worden. De groei van de kerk vlakt wat af. Dat kan de wijsheid van God zijn, zodat we tijd hebben om mensen te vormen die de kerk leiden. Groei kan immers niet zonder kader. Via de zondagsscholen geven we systematisch bijbels onderwijs uit het Oude en Nieuwe Testament. Ik houd me vast aan de waarheid van Jesaja 9: ‘Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde zijn’.’

Pas nadat ik enige uren naar Reiny geluisterd heb, durf ik mijn laatste vraag te stellen. Waar wil je ooit begraven worden, in Nederland of Nepal? ‘Al ben ik nog zes jaar van mijn pensioen af, ik ben reeds bezig mijn werk over te dragen aan lokale mensen. De meeste zendingswerkers worden door God voorbereid op een terugkeer naar huis. Hier oud worden, dat kan eigenlijk niet. Maar ik moet er ook niet aan denken niet meer in Nepal te zijn. Mijn roeping ligt hier en mijn familie trekt.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2013

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

In zwakheid sterk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2013

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's