Focus op Christus
Citaten die blijven [4, van Calvijn]
Kun je God kennen? En zo ja, hóe leer je God dan kennen? Dit zijn belangrijke vragen, maar voor Calvijn stond – als het om de godskennis gaat – een andere vraag centraal: Wie is God voor de mens en wat houdt Zijn heil voor de mens in?
De wijze waarop Calvijn (1509-1564) niet de vragen van het ‘of ’ en ‘hoe’ naar voren brengt, maar juist de veel meer inhoudelijke vraag van het ‘wie’, zou wel eens het medicijn kunnen betekenen tegen veel (heils)onzekerheid in onze dagen. Let wel: het gaat bij het kennen van God niet om een ‘afstandelijk weten’, maar om de vraag: wie is God en wat betekent Zijn heil ‘voor mij’. Dat ‘voor mij’ is voor Calvijn fundamenteel. God kennen is onmogelijk wanneer wij zelf buiten schot willen blijven. Wij mogen en moeten God kennen in Zijn toewending tot ons, en dat is iets heel anders dan een poging om God te ‘vangen’ in onze begrippen en denkkaders.
In zijn afkeer van de spitsvondige (scholastische) theologie van zijn dagen, benadrukt Calvijn in alle toonaarden hoezeer wij het in het gelovig kennen van God moeten hebben van enkel en alleen datgene wat God van Zichzelf openbaart met het oog op ons heil.
Grondprincipe
De kennis van God heeft alles te maken met het kennen van onszelf. Immers, het gaat om de vraag wie God is ‘jegens ons’.
Dat betekent dat de gelovige er met huid en haar bij betrokken is. Zonder kennis van onszelf is er geen kennis van God.
Ook het omgekeerde is het geval: zonder kennis van God is er geen rechte kennis van onszelf. Voor Calvijn functioneert deze overtuiging als een grondprincipe dat overal in zijn theologie vruchtbaar wordt. Kennis van God heeft gevolgen voor hetgeen de mens over zichzelf weet; en als de mens inzicht in eigen persoon en leven krijgt, heeft dat direct gevolg voor zijn kennis van God.
Hoe bepalend deze overtuiging is voor de theologie van Calvijn, kan geïllustreerd worden met de openingspassages van twee van zijn beroemde geschriften.
Allereerst de Institutie: ‘Bijna de gehele geloofsinhoud van onze wijsheid, die men voor ware en volkomen wijsheid dient te houden, bestaat in twee delen: de kennis van God en de kennis van onszelf.’
Vervolgens ook de Catechismus van Genève: ‘Wat is het voornaamste doel van het menselijk leven? Dat wij God kennen.’ Hoezeer dus het kennen van God en het kennen van onszelf met elkaar verbonden zijn, met laatstgenoemd citaat moge duidelijk zijn dat het bij de geloofskennis gáát om de kennis van God, en niet om de kennis van onszelf.
Kennen is geloven
Wat is die kennis van God voor Calvijn? En hoe houdt dat verband met de kennis van onszelf ? In het korte bestek van dit artikel citeer ik slechts de beroemde woorden uit de Institutie, waarin duidelijk wordt waarom het spreken over godskennis zo allesbepalend is vanuit de optiek van Calvijn. Immers, het raakt direct de vraag naar de betekenis van het geloof. Calvijn stelt: ‘Geloof is de vaste en zekere kennis van Gods goedgunstigheid jegens ons, die gefundeerd in de waarheid van de vrije belofte in Christus, door de Heilige Geest aan onze geest wordt geopenbaard en aan onze harten wordt bezegeld’ (Inst.3.2.7).
Heilzame focus
Deze focus van Calvijn is uiterst heilzaam voor de christelijke gemeente in de 21e eeuw. De Heere Jezus Zelf heeft getuigd: ‘Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt’ (Joh.17:3).
"Geloof is de vaste en zekere kennis van Gods goedgunstigheid jegens ons..." Calvijn
In het kennen van God in Christus ligt de zaligheid. En waar anders ligt de bron voor die kennis, dan in God Zelf. Hij is de Eerste. Hij openbaart Zich in de Schriften. Hij raakt de schuldige mens in het hart door de krachtige werking van Zijn Geest. Hij opent door de verkondiging van het Evangelie de ogen van het geloof om te zien wie God in Christus is.
En wie zich eenmaal door Hem gegrepen weet, verlangt Hem meer te kennen: ‘Opdat ik Hem mag kennen (...). Ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen’ (Fil.3:7-12).
Juist daarin ligt die nauwe verbinding tussen godskennis en zelfkennis. Hoe meer ik zie wie God in Christus is ‘voor mij’ (godskennis), hoe meer ik zie waarom Hij deze Zaligmaker ‘voor mij’ moest zijn (zelfkennis).
Godskennis geeft meer zelfkennis
En andersom: hoe meer ik doordrongen raak van mijn volstrekte verdorvenheid buiten Hem (zelfkennis), hoe meer ik verlangend word naar het gelovig weten wie Hij is ‘voor mij’ (godskennis). In die weg van Hem gelovig kennen, vormt de Heilige Geest mij naar het beeld van Christus.
Medicijn
Wat mag dan de concentratie van het geloof bij Calvijn op Gods barmhartigheid en Zijn genadige toewending ‘jegens ons’ een medicijn tegen heilsonzekerheid betekenen.
Neem nu de zelfbeproeving als het gaat om het heilig avondmaal. Het geloof richt zich niet op datgene wat de gelovige al dan niet in zichzelf waarneemt, maar vindt vrijmoedigheid in het zien (het kennen) van Gods aangezicht in Christus. Geen navelstaarderij, maar belijden dat de toorn van God tegen de zonde zo groot is, dat Hij die in de bittere en smadelijke dood van Zijn lieve Zoon Jezus Christus gestraft heeft. Dát brengt tot ware zelfkennis en tot de hunkering om de tekenen van brood en wijn uit Christus’ hand te ontvangen. Niet een vaag weten over God, maar de directe focus op Christus, dát is waar het in het kennen van God om gaat. De Heilige Geest werkt de zekerheid van het geloof in het gelovig zien op Christus en in het leven uit de in Christus verankerde belofte van Gods goedgunstigheid jegens ons.
Als in een spiegel
Dr. C. van der Kooi, medeauteur van de onlangs verschenen Christelijke dogmatiek, schreef een decennium geleden een indrukwekkende studie onder de titel Als in een spiegel. God kennen volgens Calvijn en Barth. Deze titel verwoordt trefzeker hoe beperkt ons kennen is. Paulus stelt in de eerste Korinthebrief: ‘Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik zelf gekend ben’ (1 Kor.13:12).
De antieke spiegel die Paulus kende, had in de verste verte niet de nauwkeurigheid van de strakke en gladde passpiegels van tegenwoordig. Daarom zegt Paulus: wij kijken ‘in een raadsel’. Wat wij van God en Zijn rijk weten, vertoont gaten, lege plekken, dingen die werkelijk onbekend zijn of slechts ten dele bekend. Voor het geloof is echter de kennis van de Opgestane, die gekruisigd was, het één en het al. God kennen, dat is: weten in de gekruisigde Christus door Hem gekend te zijn. Zijn kennen verduurt de eeuwigheid.
Ds. J.J. ten Brinke is hervormd predikant te Bleiswijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2013
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2013
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's