De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Hij droeg onze smerten’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Hij droeg onze smerten’

Bekende gedicht Revius soms zeer eenzijdig gelezen

6 minuten leestijd

Een bekend gedicht kan toch gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd worden. Een duidelijk voorbeeld hiervan is een veel geciteerd passiegedicht van de predikant-dichter Jacob Revius, geboren in 1586 te Deventer en overleden te Leiden in 1658.

De zeventiende-eeuwer Revius heeft ongetwijfeld binnen het protestantschristelijke volksdeel zijn grootste bekendheid, maar ook lezers en literatuurhistorici daarbuiten kunnen waardering opbrengen voor het literaire niveau van zijn gedichten.
Dat is in vroegere eeuwen wel anders geweest. Zijn poëziebundel Over-ysselsche sangen en dichten, die in 1630 voor het eerst verscheen, kreeg in de zeventiende eeuw geen groot lezerspubliek. In de eeuwen daarna verdween Revius helemaal in de vergetelheid. Hij werd pas herontdekt in de tweede helft van de negentiende eeuw, met name door de Deventer literatuurhistoricus J. van Vloten, die in 1863 een bloemlezing van Revius’ poëzie uitgaf. Daarna is de belangstelling voor Revius sterk gegroeid. Belangrijke publicaties over zijn werk zagen de afgelopen eeuw het licht – onder meer van W.A.P. Smit en L. Strengholt – en RD-redacteur Enny de Bruijn wijdde aan hem een breed opgezette en diepgravende dissertatie die vorig jaar verscheen.

Bekendste gedicht
In diverse bloemlezingen met gedichten rond Kerst en Pasen is doorgaans ook een plaats ingeruimd voor enige verzen van Revius. Dan springt er wat hem betreft altijd één gedicht uit: ‘Hij droeg onze smerten’, ongetwijfeld
ongetwijfeld zijn bekendste gedicht. Ik laat het hier volgen in aangepaste spelling.

’t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die U kruisten,
Noch die verraderlijk U togen voor ’t gericht,
Noch die versmadelijk U spogen in ’t gezicht,
Noch die U knevelden, en stieten U vol puisten
.

En zijn de krijgslui niet, die met hun felle vuisten
De rietstok hebben of de hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
Of die om Uwen rok t’saam dobbelden en tuisten
:

Ik ben ’t, o Heer, ik ben ’t die U dit heb gedaan,
Ik ben de zware boom die U had overlaân,
Ik ben de taaie streng waarmee Gij gingt gebonden,
De nagel, en de speer, de gesel die U sloeg,
De bloedbedropen kroon die Uwen schedel droeg,
Want dit is al geschied, eilaas! om mijne zonden.

‘smerten’: smarten, pijnen; ‘
’t En zijn’: Het zijn; ‘togen’: trokken;
‘puisten’: bulten; ‘tuisten’: dobbelden;
‘de zware boom’: het kruis; ‘overlaân’: overmatig belast


Wat bouw betreft is het een sonnet, met een duidelijke inhoudelijke wending op de grens van octaaf (r.1-8) en sextet (r.9-14). De eerste acht regels gaan over de Joden en de Romeinse soldaten, die aldus de dichter Jezus níet ’kruisten’; in de laatste zes regels verklaart de ‘ik’ zich schuldig aan de kruisiging. Kort samengevat: zíj zijn het niet, maar ík! Daar wijst ook de titel ‘Hij droeg onze smerten’ al op: in ‘onze’ is de ‘ik’ inbegrepen.
Het knappe van dit gedicht is dat deze ingrijpende waarheid verwoord wordt op soepele wijze en tegelijk met veel raffinement. Ik wijs slechts op de functionele herhalingen die de tegenstelling des te sterker doen uitkomen: ‘’t En zijn … niet’ tegenover het herhaalde ‘Ik ben’, en op de knappe toepassing van het middenrijm in regel 2 en 3: ‘verraderlijk/versmadelijk’ en ‘togen/spogen’.

Eenzijdige interpretatie
In feite is ‘Hij droeg onze smerten’ een helder gedicht. Er zitten geen cryptische passages of verborgen betekenislagen in. En toch is dit vers soms zeer eenzijdig geïnterpreteerd.
Dat geldt allereerst voor de interpretatie van de literatuurhistoricus Van Vloten, die Revius in de negentiende eeuw aan de vergetelheid ontrukte. Zijn oordeel is tweeledig: de persoon van Revius, met name diens levensovertuiging, is hem niet sympathiek, maar de verzen bewondert hij. Hij noemt hem een ‘onverdraagzame godgeleerde’ en diens ‘contraremonstrantse’ hart en gezindheid liggen hem niet. Met deze bril op – Revius als sombere calvinist – leest Van Vloten zijn verzen.
Zo ook het gedicht ‘Hij droeg onze smerten’. Wie namelijk dit vers leest in Van Vlotens bloemlezing – Strengholt heeft daar al op gewezen – doet een merkwaardige ontdekking: de titel die Revius er zelf aan gaf is verdwenen! Van Vloten zette er een andere, zelfbedachte titel boven: ‘Zondeschuld’. Zoiets mag je als uitgever van een tekst natuurlijk nooit doen. En die ingreep is niet alleen incorrect – gebrek aan eerbied voor de oorspronkelijke tekst – maar ook eenzijdig. Zeker, het gedicht eindigt met de woorden ‘mijne zonden’, maar wie alleen dit aspect benadrukt heeft slechts een halve waarheid te pakken. De hele waarheid is namelijk dat Revius in dit gedicht twee fundamentele dingen zegt: zonde en genade, schuldbekentenis en schuldvergeving door Christus’ offer. En met dat laatste begint het gedicht, namelijk in de titel, die vrijwel letterlijk is terug te vinden bij Jesaja als deze schrijft over de ‘knecht des Heeren’: ‘onze smarten heeft Hij gedragen’ (Jes.53:4). Wie alle accent legt op de slotwoorden van het gedicht – ‘mijne zonden’ – doet aan Revius’ boodschap tekort. Die slotwoorden zijn namelijk onlosmakelijk

‘Dit is al geschied, eilaas! om mijne zonden’.

verbonden met de titel die de dichter er zelf boven zette: Christus droeg onze smarten. Christus trad voor ons zondige mensen in de plaats. Zo vormen zonde en genade in dit gedicht, naar Revius’ bedoelen, een twee-eenheid. Wie die twee-eenheid doorbreekt – zoals Van Vloten doet – doet het gedicht te kort.

Hand in eigen boezem De eenzijdige interpretatie van Van Vloten is niet de enige. Enny de Bruijn wijst er in haar dissertatie op dat Revius’ gedicht de afgelopen eeuw ook ‘regelmatig [is] ingezet in de strijd tegen het antisemitisme’. Men vat het gedicht dan op als een pleidooi vóór de Joden, als een verontschuldiging van hun handelwijze (en van de Romeinse soldaten) bij Jezus’ kruisiging. Ook dat is een eenzijdige benadering. Het gaat de dichter om iets heel anders. Revius verzet zich tegen het feit dat christenen kunnen menen vrijuit te gaan door met de vinger naar de Joden en de Romeinse soldaten te wijzen. We moeten echter de hand in eigen boezem steken! De spits – zie de regels 9 t/m 14 – is de beschuldiging dat onze zonden Christus aan het kruis brachten. Wij christenen mogen ons niet verschuilen achter de Joden en de Romeinse soldaten.

Pasen
In ‘Hij droeg onze smerten’ staat de lijdende Christus centraal die door Zijn dood boette voor onze zonden. Maar Christus is opgestaan. Hij heeft Golgotha achter zich gelaten. Hij is de Levende. In diverse gedichten heeft Revius ook deze gedachten verwoord. Zo bijvoorbeeld in het gedicht ‘Verrijzenis’. De blijdschap van Jakob over het feit dat zijn dood gewaande zoon Jozef leeft, is hierin het ‘opstapje’ naar de blijdschap van een christen over Jezus’ opstanding uit het graf. De dood overwonnen: Jezus leeft!


Leeft Jozef, dien ik lang in ’t doodboek had geschreven,
Sprak Jacob, oude man, en werd hij zo verheven,
Zo ben ik vergenoegd, zo wil ik reizen heen
En zien zijn hogen staat, en sterven weltevreên.
Leeft Jezus, die alree ten grave was gedragen,
Is Hij gerezen op na drie gehele dagen,
En heeft Hij alle macht in hemel en op aard’
Zo ben ik wel getroost: ik wil te Godewaard
En zien zijn Heerlijkheid. Blijmoedig wil ik sterven
Verzekerd met mijn Heer de zaligheid te erven.


Jezus is wel ‘ten grave … gedragen’, maar is daarna ‘gerezen’! Hij heeft ‘alle macht’ in hemel en op aarde. Wie daaruit leeft, mag in diepe zin ‘getroost’ zijn. In Revius’ woorden: ‘Verzekerd met mijn Heer de zaligheid te erven.’


Dr. J. de Gier uit Ede is neerlandicus

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2013

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

‘Hij droeg onze smerten’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2013

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's