Blijdschap in droefheid
De oorzaak van onze dood is weggenomen
In het heilig avondmaal oefenen wij de heerlijke gedachtenis van de bittere dood van Uw geliefde Zoon Jezus Christus, zegt het klassieke avondmaalsformulier. Opvallend hoe heerlijk en bitter daar samenvalt. Een heerlijke gedachtenis voor mij, maar tegelijk een bittere dood voor Hem.
Als je avondmaal viert, wat valt er dan te vieren? Blij zijn met het sterven van Jezus, is niet zo vanzelfsprekend. Als de Zoon van God begint over Zijn lijden, dan hoor ik Petrus protesteren (Mark.8:32). Hij bestraft zijn Meester: ‘Nee, hè!’ Dat Jezus de dood in moet gaan, hij wil er niet van horen. Na de tweede lijdensaankondiging zien we onbegrip en vrees (Mark.9:32). In het volgende hoofdstuk zal de Heere Jezus Zijn levenseinde voor de derde keer aankondigen. Treffend hoe het daar beschreven staat: ‘En zij waren onderweg en gingen naar Jeruzalem en Jezus ging hen voor; en zij waren verbaasd en terwijl zij Hem volgden, waren zij bevreesd’ (Mark.10:32). Verbazing komt erbij. En ze begrijpen er niets van. Ze kunnen er niet bij. Gelukkig maar, ze blijven Hem wel volgen.
Volgeling
Om een volgeling te zijn en om een volgeling te blijven is niet gemakkelijk. Een man als Petrus moest terechtgewezen worden. Hij werd teruggezet: niet zo voor Mijn voeten lopen, want dan val Ik over je. Dan ben je geen rotsman, maar een struikelblok. Petrus wordt zelfs vergeleken met de satan. De Heere Jezus zei tegen hem: ‘Ga weg achter Mij, satan, want u bedenkt niet de dingen van God, maar die van de mensen.’
Dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden en gedood worden en na drie dagen opstaan, daar waren Zijn volgelingen op tegen. Jezus heeft toen de menigte samen met Zijn discipelen bij elkaar geroepen om aan iedereen te laten horen, wat de leefregel is voor het Koninkrijk van God: ‘Want wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij en om het Evangelie, die zal het behouden’ (Mark.8:35).
Wat er nodig is, laat de Heere Jezus hieraan voorafgaan: ‘Laat wie achter Mij wil komen, zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.’ Dank aan Jezus, dat Hij het ons wil onderwijzen. Dank aan Jezus, dat Hij met ons geduld heeft en dat we achter Hem aan mogen komen. Zijn wij al een volgeling van Hem? Wie volgen we? Laat toch de Heere Jezus onze Voorganger zijn.
Gehoorzaamheid
Zo tussen de eerste en de tweede lijdensaankondiging in, neemt Jezus Petrus, Jakobus en Johannes mee op een hoge berg. Zijn kleren werden blinkend, wit als sneeuw die schittert in het zonlicht. Iets van de hemel beleven ze. Dan is er een wolk van Gods aanwezigheid. Ze worden er door overschaduwd. Een stem zegt: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem!’ (Mark.9:7).
Gehoorzaamheid gevraagd. Heel wezenlijk is dat om dicht bij God te leven. Dat was al een vraag voor Adam en Eva. Ze luisterden niet. Het Woord van God – met waarschuwing en belofte –, ze sloegen het in de wind. Ze hadden veel meer oor voor Gods geduchte tegenstander: satan. Dat liep uit op schaamte, angst en bittere ellende. Ongehoorzaamheid brengt ons in de droefheid en dan heb je niet de blijdschap. De blijdschap in God mis je dan. Een zegen is het als de HEERE God Zich weer laat horen. Noem het maar genade: ‘de vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog’ (Ps.27:3 ber.).
God spreekt tot ons door Jezus Christus. Voor ons is nu de boodschap: ‘Luister naar Hem!’ Wie heeft er oor voor? Al komen mannen zoals Mozes en Elia op de aarde terug, die kunnen ons uiteindelijk niet redden. Alle aandacht moet naar Jezus uitgaan.
Ongeloof
Drie keer spreekt de Heere Jezus een lijdensaankondiging uit en drie keer vertelt Hij erbij dat Hij na drie dagen uit de dood zal opstaan. Dit hebben ze dus drie keer kunnen horen. Uit Zijn eigen mond. Ze werden speciaal apart genomen en Hij gaf ze dit als onderwijs. Ze kunnen het dus weten en ze moeten het dus weten.
Maar wat gebeurt er? Als Hij begraven ligt in Zijn graf, de eerste dag, de tweede dag, dan zitten ze te treuren en te huilen. Niemand staat er op om uit te roepen: ‘Treur niet meer en huil niet meer. Ik weet het weer. Hij zei tegen ons dat Hij weer zou opstaan. En jullie weten dat toch ook nog wel?! Niet langer getreurd. Niet langer gehuild. De derde dag breekt aan!’
Ik hoor het niemand zeggen. Troosteloos wanhopig zijn ze. Als Maria Magdalena op zondagmorgen binnenvalt met het nieuws van de opstanding, geloven zij het niet. En als even later twee mannen hen blij willen maken met de goede boodschap dat Jezus is opgestaan, geloven ze ook hen niet. En ’s avonds komt de Heere Jezus Zelf ‘en Hij verweet hen hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofd hadden die Hem gezien hadden nadat Hij opgewekt was’ (Mark.16:14).
Hun Meester noemde het ongeloof. Hun hart zat dicht. Het grondwoord van ‘hardheid’ heeft te maken met een stok. Ze zijn verhard. Vanuit het Oude Testament (Deut.10:16; Jer.4:4; Ezech.3:7) zie je dat er sprake is van halsstarrigheid. Ze zijn hardleers.
Wat blijkt nodig? Besnijdenis, besnijdenis van hun hart. We komen dan bij het werk van God de Heilige Geest, zoals de HEERE beloofd heeft in Ezechiël 11:19 en Ezechiël 36:26,27: ‘Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt.’
Wat leren we hieruit? Dat de discipelen niet goed acht geslagen hebben op de woorden van Jezus. En daarom zijn ze er ellendig aan toe. Ze missen alle troost. Door ongeloof. Hun eigen schuld. Ze hadden beter kunnen weten.
Bedroefd
Als gelovige kun je zo bedroefd zijn over je ongeloof en over je onwil. Volgens het klassieke avondmaalsformulier is het ‘door de genade van de Heilige Geest’ als we verdriet hebben over de zonden en gebreken die we ‘in onszelf aantreffen’. Dat je de belofte van God vergeet en dat je gaat twijfelen aan de HEERE God. Dat je Zijn waarschuwing niet serieus neemt en dat je te veel je eigen opvattingen volgt.
Zie dan toch hoe God Zijn Zoon gegeven heeft. Hij gaf Zich helemaal. De Heere Jezus liet Zich niet tegenhouden door een man als Petrus. Hij liet Zich niet tegenhouden door de ontrouw van Zijn discipelen. Jezus liep de weg naar Golgotha. Hij stierf alsof Hij de grootste misdadiger was. Zijn Vader in de hemel verliet Hem. Maar Hij wist het: Ik doe het ergens voor.
Het gaat ook ergens om. ‘De Zoon des mensen zal na drie dagen opstaan’ (Mark.8:31). De dood ging Hij vernietigen, omdat Hij de zonde wegdeed door Zijn verzoenend bloed. Hij nam de oorzaak van onze dood weg.
Blijdschap
Wie gelooft het? Vergeving bij Hem en het eeuwige leven. Wat een evangelie. Blijdschap in droefheid: een heerlijke gedachtenis voor mij, maar tegelijk een bittere dood voor Hem. Mijn droefheid wordt veranderd in blijdschap: ‘Geloofd zij God, Die Zijn genade aan mij heeft groot gemaakt, Die voor mijn welstand waakt!’ (Ps.31:17 ber.).
Ds. W. van den Born is hervormd predikant te Ermelo.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's