De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Elke zondag pasen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Elke zondag pasen

Ds. P.L. de Jong: Gods ogen doorlopen gans Rotterdam

12 minuten leestijd

Toen ds. P.L. de Jong enige maanden geleden met emeritaat ging, zong de gemeente Psalm 84, in de berijming van André Troost: Hier kan men putten: nieuwe kracht, hier is beschutting voor de nacht, hier is het elke zondag Pasen! Waaraan is dat leven uit Pasen in een stad als Rotterdam zichtbaar? Ik weet dat Gods ogen gans Rotterdam doorlopen.

Voor een formele begroeting is er geen ruimte als ds. P.L. de Jong, na zijn emeritaat nog voor twee dagen verbonden aan de hervormde gemeente van Delfshaven, zijn collega uit Hilligersberg ontmoet, ds. D.M. van de Linde. Voordat hun jas over de stoel gegooid wordt, is het gesprek al gaande. Als Rotterdamse predikant weet je wel van stijl, maar niet van deftigheid. Ds. De Jong groeide op in een Zeeuwse gereformeerde gemeente, ds. Van de Linde in hervormd Delfshaven. Hun wortels zijn verschillend, maar beiden zijn van de stad gaan houden, van de mensen. Ze hebben in Rotterdam vooral ontvangen.

Op Christus gericht
Ds. Van de Linde: ‘Ik heb in mijn jeugd de secularisering van de stad meegemaakt. Toen ik in 1999 als predikant terugkwam, was dat proces doorgegaan. Niet zozeer de stad heeft mijn predikantschap veranderd, wel de mensen die ik ontmoette. Ik heb geleerd in die ontmoetingen hoe ik mijzelf moet verstaan. Vroeger zag ik mezelf als de functionaris van een bedrijf, die de zaak moest runnen, bij elkaar houden. Ik moest voorkomen dat dit filiaal dichtgaat. Later ontdekte ik dat dit niet de weg is. Ik ben eigendom van Christus. Als ik het theologisch benoem, zie ik mezelf als dienaar van Christus, van Wie de kerk is. Daarom word ik niet cynisch bij neergang of bij wat voor ervaringen ook. Je leert wel dat de kerk onvanzelfsprekend is in de stad. In de praktijk betekent dit dat ik meer op de Persoon van Christus gericht ben. Ik wil zondags de stem van Christus doorgeven, de mensen laten beseffen dat Hij in ons midden is.
Het kan in het pastoraat voorkomen dat ik zeg: ‘Stel je eens voor dat Christus bij ons zit, dat Hij

Ik wil zondags Christus’ stem doorgeven

aanwezig is.’ Dat stempelt zo’n gesprek. Onlangs hebben vrijwel alle verkozenen hun verkiezing tot ambtsdrager aangenomen. Ze zeiden: ‘Als Christus mij roept, wie ben ik dan om nee te zeggen?’ Ik sta vanwege dit besef meer ontspannen in mijn werk, want het is niet onze toko. Tegelijk doe ik alles zorgvuldiger, want als ik in de verkondiging de stem van de Opgestane mag zijn, dan moet ik oppassen dat ik Hem niet voor de voeten loop. Ik moet opletten van goud geen blik te maken. Dat betekent meer concentratie op Christus, op de vraag waar ik Zijn daden in de Schrift op het spoor kom. Mensen die op mijn weg kwamen, hebben me hierop gewezen. Een jonge vicaris zei: ‘Als
Hij opgestaan is, betekent dit dat Hij leeft, aanwezig is.’ Dat zijn kwartjes die vallen in ontmoetingen. Het enige wat je moet doen, is daarvoor openstaan.’

Angstiger mens
Ds. De Jong: ‘Die concentratie op Christus heb ik altijd gehad, ook in vorige gemeenten. Dat betekent veel ruimte om mensen erbij te betrekken. Ik heb in de stad wel lang het gevoel gehad voorop te moeten lopen, mensen te moeten motiveren, aanvuren. In Rotterdam had ik ontzettend het gevoel mijn best te moeten doen, me voor de gemeente in te moeten zetten. Ik moest voor de drive zorgen, al ken ik het woord functionaris niet. Jongeren en dertigers hebben iemand nodig die voorop gaat.
Ik ben een veel angstiger mens dan ds. Van de Linde. Op zondagavond keek ik soms dankbaar terug op de diensten, maar op maandagmorgen was dat weg en dacht ik: ‘Zullen ze er zondag wel weer zijn?’ Dat was een reële gedachte. Je hebt hier geen tien mensen op wie je voor de eredienst altijd aan kunt. Ik heb een sterk verantwoordelijkheidsgevoel gehad, misschien wel omdat ik uit een afgescheiden kerk kom.’ Ds. van de Linde: ‘Mijn gerichtheid op de Persoon van Christus betekent niet dat ik me niet meer verantwoordelijk voel. Prof. Van Ruler had het over ‘100 procent genade en 100 procent inspanning’. Maar de situatie van de kerk in de stad zal bij mij niet tot een burnout of tot cynisme leiden, wat eerder gebeurt als je je een functionaris van de kerk voelt. Ik lig er niet wakker van als mensen zeggen: ‘Jouw hoofd staat me niet aan.’ Want dan denk ik: ‘Dit is helemaal niet belangrijk. Als Christus jou maar aanspreekt.’ Het is echt niet zo dat ik maandag om 10 uur eens ga kijken wat er deze week te doen is en dat ik vrijdag om half 3 klaar ben. Uiteindelijk doet mijn persoon er wel minder toe.’

Mens Gods
Ds. De Jong: ‘We hebben natuurlijk in sociaal heel verschillende wijken gewerkt. Voor mij is communiceren daarbij een van de belangrijkste dingen. Voor wie houd je deze preek? Die vraag is belangrijk. Sinds 1 januari werk ik ook in Wijk bij Duurstede en denk ik: ‘Wat wonen er hier veel gewone mensen.’ Bij ons zijn mensen of volkser, of hoger opgeleid. Het was altijd mijn drive om hen over Christus te vertellen. Je wilt mensen wat laten zien van het Evangelie, op uitnodigende en confronterende wijze, maar vooral helend.’ Ds. Van de Linde: ‘Piet werkte in een totaal ander stadsdeel dan ik. Er is hier dertig jaar geleden een legaat gegeven voor de bestrijding van de armoede in het Molenlaankwartier, dat geld ligt er nog. Dat is een lastig aan te wenden legaat, hoewel, we sporen de armoede wellicht ook onvoldoende op. We hebben als gemeente door het diaconaat mensen wel geholpen, bijvoorbeeld door geld te geven voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine, in de hoop dat ze ervaren dat dit een daad van Christus is, al is dat geen voorwaarde. In de pastorale benadering speelt een rol dat in de psychologie de nadruk ligt op de versterking van iemands identiteit. Dat is waardevol. In het pastoraat gaat het om mensen te helpen zich te verstaan als eigendom van Christus. Dat is bevrijdend, minder nadruk op het ego. In de stad is de werkdruk, de lastendruk erg hoog, het moeten scoren.’
Ds. De Jong: ‘De mensen doen hier heel de dag enorm veel impulsen op. Sommigen moeten van hun arts naar een rustige straat in Ede verhuizen. De scoordruk is overal aanwezig, altijd. Daarin stel ik de vraag: ‘Wat houdt je christen zijn nu in?’ Voor deze mensen is de kerk een schuilplek, waar ze onder elkaar zijn en even niets hoeven.'

U kwam beiden als veertigers naar Rotterdam. Is uw theologie hier verder ontwikkeld?
Ds. Van de Linde: ‘Ik dacht vroeger veel voorwaardelijker. Ik meende dat het pas interessant werd als iemand naar de kerk kwam, tot geloof kwam. Nu zie ik iedereen als mens Gods. Ik ben vrij snel geneigd te zeggen: ‘Weet je wel wie je bent?’ in plaats van te vragen of iemand wel gedoopt is. Dat fundeer ik vanuit Christus: ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad’, vanuit de ruimte in Hem. Vandaaruit kijk ik naar mensen. Ik weet dat Hij nog veel barmhartiger is dan ik.
Vroeger vond ik dat makkelijk, vrijblijvend. Maar het komt er vanuit dit appèl juist op aan om als mens voor Gods aangezicht te leven. Als ik tegen iemand zeg dat hij zich moet verstaan als een verkorene, dan betekent dat niet dat diegene kan denken binnen te zijn, achterover te gaan leunen. Nee, je moet je vandaag als zodanig tot God verhouden. Het vraagt een heilig leven van je. We mogen het geloof zo meer als een voorrecht zien dan als een plicht.
Vanuit dit denken werkt de scheiding kerkelijk-niet kerkelijk voor mij niet meer, al betekent dat geen alverzoening. De brief van Petrus aan de vreemdelingen in de verstrooiing spreekt ons aan, wij zijn een kolonie in de stad.’

Geweldige deur
Ds. De Jong: ‘De verkondiging van Kohlbrugge heeft voor mij altijd bevrijdend gewerkt. De rechtvaardiging van de goddeloze is een geweldige deur, waar iedereen door kan, uit genade. Ik heb geprobeerd Christus dichterbij mensen te brengen. Gunning heeft me geleerd dat God en mens van huis-uit geen vijanden zijn, al zit Genesis 3 er wel tussen. Dan kom ik ook bij dat ‘mens van God’ zijn. Je moet vanuit Christus naar al die mensen in Rotterdam blijven kijken. Hij is de ware Mens.
Ik heb de neiging erg inclusief te denken. Denken vanuit de verkiezing is in de stad hoopvol. Er gebeuren wonderen die je niet verwacht. Omdat die verkiezing haar eigen weg zoekt, zeg ik tegen iedereen: ‘Klim maar op de kar, doe maar mee in de gemeente.’ Ik kan de draad van het verbond alleen vinden als ik in de verkiezing geloof, dat God bezig is mensen aan te raken. Mensen uit de Gereformeerde Gemeenten zeggen dan:
‘Meeliften, meelopen, op de kar klimmen? Bekering is een hoogstpersoonlijke zaak.’ Ja, dat weet ik wel, maar geef God nu als het ware de kans jou te trekken binnen de gemeente. Nee, ik zeg niet dat het met iedereen in de gemeente oké is. Wel weet ik dat Gods ogen gans Rotterdam doorlopen.’

In hoeverre is de belijdenis van de kerk voor uw werk richtinggevend?
Ds. Van de Linde: ‘Zondag 1 van de catechismus is voor mij fundamenteel. Of de zondag over de opstanding. Ik heb wel een andere vorm voor het leerhuis gekozen dan de catechismuspreek.’

Avond leent zich beter voor het leeraspect

Ds. De Jong: ‘De belijdenis is voor de mensen hier niet zo’n denkraam. Bij mij is ze wel aanwezig. De NGB biedt iets meer theologie en ook met de Dordtse Leerregels ben ik het wel eens. Kijk, wat is nu de kracht van de middagdienst? Ik geef de mensen ’s morgens geen slecht geweten meer als ze ’s middags niet komen. Ik zie de middaggemeente als een aparte kudde. Dan behandel ik een perikoop, waarbij het meditatiever en leermatig dieper gaat. In de middagdienst is er een andere stemming in de dienst. Dan is de avond nabij, willen mensen tot rust komen. Je moet de kracht van een middagdienst ontdekken.’ Ds. Van de Linde: ‘Dat dubbele karakter herken ik zeker. Ik vind het ook mooi als mensen naast de morgendienst trouw op een kring komen. Ik ben begonnen om in de middagdienst de geschriften te behandelen, de antwoorden op de verkondiging van ’s ochtends, zoals de Psalmen, of Ruth, of de brieven van Paulus. De avond leent zich beter voor het leeraspect en het bevindelijke aspect.’

De lofzang gaande De kerk is niet resultaatgericht, maar toch: Wat heeft u in de Rotterdamse jaren kunnen realiseren?
Ds. De Jong: ‘In elk geval is de lofzang gaande gehouden, maar daar zorgen wij niet voor. Wij zijn erg vanuit het hart van het Evangelie bezig, voor andere dingen is hier de PvdA.’
Ds. Van de Linde: ‘Voor ons is het belangrijk dat gemeenteleden zondags voeding krijgen om in de wereld staande te blijven. Die mensen moeten toegerust worden om in hun omgeving van Christus te getuigen. Volharding is onze opdracht, niet het relevant willen zijn. Ik hoop mensen bij Christus te houden, ook hier lopen mensen weg. Oudere predikanten die hier woonden, blikten nog wel eens terug op de gloriejaren van de kerk in de stad. Dat mag van mij, maar ik vraag ook hoe vruchtbaar dat is. Ds. Duisterhof, die ik hier onlangs begraven heb, blikte in een brief aan Aagtekerke, zijn eerste gemeente, terug op de volle kerken van 50 jaar geleden en stelde de vraag: ‘Hoe dicht bij Christus waren we toen?’ Dat vond ik mooi, beter dan het verheerlijken van vroeger. Zo iemand ziet de realiteit goed.’ Ds. De Jong: ‘Ja, vroeger zijn hier ook dominees gekomen die in de stad niets te zoeken hadden. Kwamen ze in die volle kerken wel bij het hart? Je moet hier visie hebben, met mensen kunnen omgaan. Ik ben hier in 1992 gewoon begonnen, zonder het verleden te verheerlijken. De vraag voor ons blijft of God hier nog aan het werk is.’
Ds. Van de Linde: ‘Mensen willen dat je meer doet dan de boel bij elkaar houden, ze kunnen het hebben als je tegen hen zegt: ‘In Gods Naam, het moet anders in jouw leven!’ Jongeren vragen duidelijk te zeggen waarop het staat.’

Wat ziet u van Pasen in het geheel van de stad?

Ds. De Jong: ‘Pasen is hier realiteit, wij zongen in de dienst vaak Psalm 84. Of Psalm 63:3 in de Nieuwe Berijming:
Wanneer ik wakend in de nacht mijn geest bij U, Heer, laat vertoeven, dan mag ik weer Uw goedheid proeven; Uw hulp wordt nooit vergeefs verwacht. Met het zingen van zo’n psalm is er al aanwezigheid van God. Pasen betekent dat er echt iets gebeurt. Ik bid sterk om Zijn aanwezigheid.’
Ds. Van de Linde: ‘Aan het begin van de dienst zeg ik in het gebed wel eens: ‘U was hier al voor wij hier waren.’ Christus staat bij de deur, ziet ons komen, heeft ons wat te melden. Ik leer de mensen dingen die gebeuren in hun leven te duiden als tekenen van de opstanding. Daar moet je elkaar in de verkondiging en het pastoraat in helpen. Hier is de Opgestane aan het werk. Dan komt er trouwens ook verzet. Dat moet je niet negeren. Als een jonge vrouw kiest voor de weg van het Evangelie, wordt dat tegengehouden, soms ook door mensen uit behoudende kring die de genade te goedkoop vinden’.

Izak
‘Ik vroeg mijn catechisanten eens naar de bijbelfiguur met wie ze zich verwant voelden en moest toen de mijne ook noemen. Dat is Izak, een prachtfiguur. Waarom? Omdat het met hem niet begonnen is en het met hem ook niet stopt. Hij heeft de taak om gaande te houden. Izak is vitaal, van belang, neemt een plek in Gods geschiedenis in. Hij was er niet tevergeefs.’

Wie durft een voorspelling te doen over de toekomst van de kerk in Rotterdam?
‘Het Koninkrijk is komende, onderweg naar ons. Wij zijn niet onderweg naar morgen, maar morgen is onderweg naar ons. Als we zo naar de toekomst kijken, dan leven we adventachtig, want dat koninkrijk komt ook in Rotterdam.’
Ds. De Jong: ‘Openingen naar het Woord zullen hier blijven, als de kerk maar blijft bij de zaak van Christus. Ik ben niet optimistisch, maar ik ben wel hoopvol.’


P.J. Vergunst is hoofdredacteur van De Waarheidsvriend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Elke zondag pasen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's