Catechismus.nu
Heidelberger spoort aan om relevante actualiseringen te zoeken
De Heidelbergse Catechismus is 450 jaar oud. Kan dit belijdenisgeschrift dan wel antwoord geven op vragen die christenen in onze tijd stellen? Catechismus.nu. De Heidelberger voor vandaag beantwoordt die vraag positief. Een voorpublicatie over de zondagen 34 tot en met 44, die over de wet gaan.
Wanneer we de zondagen 34-44 nader bestuderen, valt op dat de catechismus geen vast patroon heeft om de Tien geboden te bespreken; de opzet van de besprekingen varieert van gebod tot gebod. Wanneer we echter alle vragen en antwoorden analyseren, kunnen we daaruit vijf vragen destilleren, die herhaaldelijk terugkeren. (…)
Verbod
Kernvraag 1: Wat verbiedt God in dit gebod?
Met uitzondering van het vierde en vijfde gebod poneren de Tien geboden allemaal een duidelijk verbod: ‘U zult niet…!’ Waar je verwacht dat een toelichting op deze leefregels begint met een uitleg van dat verbod, is dat toch niet altijd het geval. Je vindt dat duidelijk wel in vraag en antwoord 99 en 112, maar in zondag 41 wordt bij het zevende gebod de echtbreuk zelf niet besproken. Zo wordt ook bij het tiende gebod (vraag en antwoord 113) over de materiële begeerten zelf niets gezegd.
Eerlijk gezegd is het bevreemdend wanneer ‘de eerste betekenis’ gepasseerd wordt en er gelijk een concrete toepassing volgt; zoals bijvoorbeeld bij het vierde gebod, waarin het rusten nauwelijks ter sprake komt en er gelijk begonnen wordt over de kerkdienst en de scholen (!).
Goede leven
Kernvraag 2: Waarom verbiedt God dit?
Deze tweede vraag is bijzonder waardevol, omdat ze ons behoedt voor wetticisme. God legt ons niet een eisenpakket op, waarvan geldt dat ‘het moet omdat het moet’. Nee, wie vertrouwd is met de Heere, zal ook kunnen begrijpen waarom de geboden van de Heere goed zijn (Rom.7:12). In vraag en antwoord 95, 100, 106, 109 en 113 vraagt de catechismus daarom duidelijk door naar Gods diepste drijfveer. Het geeft onze bezinning diepgang, wanneer we ons bij élk van de Tien geboden bezinnen op ‘de heilige zaak’ die God door middel van Zijn gebod beschermen wil. Wie zo oog krijgt voor Zijn geschenken (het Godsvertrouwen, Zijn openbaring, Zijn rustdag, Zijn gezag, Zijn levensleiding, het leven, het lichaam als tempel van Zijn Geest, Zijn voorzienigheid, Zijn waarheid), die ontdekt dat Gods geboden ons inderdaad het goede leven wijzen, dat overstroomt van Zijn genade.
Positieve vraagstelling Kernvraag
3: Wat gebiedt God hier – ook nieuwtestamentisch gezien?
In de derde en vierde vraag klopt het hart van dit deel van de catechismus. Want veel liever dan het verbod uitleggen, wil ons leerboek ons dus Gods goede leven wijzen. Daarom kiest de catechismus vrijwel consequent (vraag en antwoord 96 en 110 zijn een uitzondering) niet voor de ‘negatieve’ insteek (‘U zult niet’), maar voor een positieve vraagstelling: ‘Wat gebiedt God? Wat wil God?’ (vraag en antwoord 94, 99, 103- 105, 108, 112, 113). (…) Het is opvallend dat de catechismus hierbij nergens expliciet de vraag stelt hoe dit oudtestamentische gebod nu verandert door Christus’ liefdesgebod, of door de vervulling met de Heilige Geest. Dit gemis moeten we de catechismus echter niet als een gebrek aanrekenen. Ons leerboek denkt – onuitgesproken – namelijk zó sterk vanuit de eenheid tussen Oude en Nieuwe Testament dat de navolging van Christus en het leven uit de Geest eenvoudig verondersteld worden. (…)
Praktisch
Kernvraag 4: Welke concrete betekenis heeft dit gebod voor ons (geloofs)- leven?
In deze vraag bewijst onze catechismus echt een praktisch leerboek te zijn; want hier wordt Gods Woord vertaald naar het alledaagse leven voor Gods aangezicht. Deze vertaalslag blijft altijd nodig. Paulus’ gebod om ‘te bedenken wat eerbaar is, wat rechtvaardig is, wat rein is, wat lieflijk is, wat welluidend is, wat deugdelijk is en prijzenswaardig’ (Fil. 4: 8), moet immers ‘handen en voeten’ krijgen, om het te kunnen toepassen op zondag én op maandag. Daarom concretiseert de Heidelberger elk gebod (met uitzondering van het tiende) uitvoerig met tal van toepassingen. De brede diversiteit van die concretiseringen spreekt mij daarbij bijzonder aan. De catechismus past de geboden namelijk niet alleen toe op de toenmalige actualiteit (bijvoorbeeld het zweren, vraag en antwoord 101-102), maar maakt ook pastorale toepassingen (geduld hebben met de zwakheid van je ouders, vraag en antwoord 104) en persoonlijke toepassingen (bij vloeken staat niemand buiten schot, want ook wie gedoogt, wordt aangesproken.
vraag en antwoord 99). Ook worden we niet alleen aangesproken op openlijke zonden, maar ook op verborgen zonden (financiële malversaties onder het mom van recht, vraag en antwoord 110) en op zonden van het karakter (gierigheid en verkwisting, vraag en antwoord 110). Kortom, Gods geboden krijgen zeggingskracht in alle facetten van het leven. (…)
Gedateerd
Wie al deze zondagen leest, wordt er duidelijk mee geconfronteerd dat veel actuele vragen van tóén inmiddels zijn verdwenen. In onze gemeenten worden heiligen niet meer aangeroepen (94), wordt er niet gediscussieerd over beelden in de kerk als onderwijs voor analfabeten (98) en wordt de verleiding van valsemunterij (110) zelden gevoeld.
We moeten ons er bewust van zijn – en eerlijk toegeven – dat dergelijke gedateerde besprekingen de relevantie van de catechismus voor menigeen ondergraven: ‘Daar gaat het toch helemaal niet om? Wat hebben wij daaraan?’ Tegelijk doet deze benadering geen recht doen aan de goede insteek van de catechismus. Want we moeten het juist omdraaien: uit de directheid waarmee de Heidelberger Gods Woord toepast in het leven van de zestiende eeuw, mogen wij de vrijmoedigheid ontlenen om deze geboden direct door te vertalen naar de 21e eeuw.
Sociale media
Om het maar klip en klaar te zeggen: een bezinning over zondag 37 is niet meer gebaat bij een lang betoog over de eed, maar kan beter ingaan op het ‘gemakkelijke spreken over God’, zoals we dat vandaag vaak horen: ‘Ik kreeg opeens een woord van God…’ Zo raakt zondag 40 niet alleen aan de grote ethische dilemma’s van abortus en euthanasie, maar mag hier ook gevraagd worden naar ons eet- en drinkpatroon; of naar de mensen die wíj neerbuigend uit ons blikveld naar de rand
van onze samenleving drukken. Wie nadenkt over ‘het bevorderen van het welzijn van de naaste’ (vraag en antwoord 111) kan in deze tijd van individualisering en een zich terugtrekkende overheid niet heen om de vraag naar de (mantel)zorg voor de naaste. Zo vraagt het negende gebod (vraag en antwoord 112) om een doordenking van het gebruik van de sociale media.
Ongetwijfeld zijn deze summiere voorbeelden over enige tijd ook achterhaald, omdat er dan weer nieuwe vragen zijn gerezen. Dan blijft deze ‘hermeneutische sleutel’ van Heidelberg ons aansporen om te zoeken naar relevante actualiseringen voor de praktijk van dán. ‘Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.’ (Openb.2:7)
Toekomstperspectief
Kernvraag 5: Welke belofte geeft dit gebod?
De Tien woorden kunnen niet alleen gelezen worden als een gebod, maar ook als een toekomstprofetie. Dan lezen we ‘U zult niet’ niet in de gebiedende wijs, maar in de toekomstige tijd: ‘Eens zult u geen andere goden meer dienen, eens zult u niet meer…’ Deze (joodse) wijze van lezen vloeit voort vanuit de aanhef, die immers Gods bevrijding verkondigt. Zo beloven de Tien woorden ons Gods nieuwe leven, waarheen wij blijvend op weg zijn, maar waarvan we de eerste vruchten ook al mogen proeven. Hoewel onze Heidelberger voor deze interpretatie niet veel aandacht heeft, ontbreekt ze niet. Zo zeggen vraag en antwoord 103… ‘dat zo de eeuwige Sabbat in dit leven begint…’ en vraag en antwoord 115: ‘opdat we hoe langer hoe meer naar het beeld van God vernieuwd worden, totdat we – na dit leven – deze voorgestelde volmaaktheid bereiken.’
Het verrijkt de bezinning op de wet, wanneer we bij élk gebod nadenken over het heerlijke toekomstperspectief dat hierin wordt geboden. Daarmee wordt tevens de altijd sluimerende dreiging van wetticisme eens temeer krachtig overstemd door Gods genadige belofte. (…)’
Ds. A. Schroten is hervormd predikant te Leerdam. Hij leverde een bijdrage aan ‘Catechismus. nu’, dat volgende week in de boekwinkel ligt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's