De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

evangelisch-radicaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

evangelisch-radicaal

Onder Biesheuvel voltrekt zich kanteling in christelijke politiek

7 minuten leestijd

Mooie Barend heet de biografie van Wilfred Scholten over Barend Biesheuvel. Godfried Bomans zei dat hij bij het zien van deze ARPer die bijnaam niet bevestigd kon krijgen. Hoe dan ook, het proefschrift is mooi, heel mooi zelfs, maar ook onthullend. Vorige week is het bekroond met de M.J. Brusseprijs.

In 1971 trad het kabinet Biesheuvel aan, bestaande uit KVP, ARP, CHU, VVD en DS’70. Net als in 1967, toen het kabinet De Jong aantrad, werd in de regeringsverklaring de naam van God achterwege gelaten en was er geen sprake van een zegenbede aan het eind. Dr. Eginhard Meijering maakt er in zijn boek Hoe God verdween uit de Tweede Kamer expliciet melding van. Hij merkt daarbij op dat de woordvoerders van KVP, ARP en CHU daar geen bezwaar tegen maakten. Wel bedacht fractieleider W. Aantjes in zijn reactie op de regeringsverklaring een ‘originele formulering van godsdienstige aard’. Hij zei: ‘Ik geloof dat God de geschiedenis schrijft, maar Hij geeft ons van dag tot dag er inspraak in hoe Hij die zal schrijven.’

Opgeschoven
Naar mijn oordeel werd het zo ook door de zogeheten doorbraakchristenen direct na de Tweede Wereldoorlog gezegd. Het ging om het Gebot der Stunde. Bij Aantjes viel toen het later veel gebezigde woord ‘christelijke inspiratie’. Intussen leidde Aantjes zijn woorden in met de mededeling dat hij ‘niet dierbaar’ wilde worden.
Meijering concludeert uit dit alles dat de ARP in geestelijk opzicht ‘duidelijk erg opgeschoven’ blijkt te zijn. Deze verschuiving leverde scherpe reacties op van Jongeling (GPV) en Abma (SGP). Abma herinnerde aan de ‘onder christendemocratische kabinetten gebruikelijke verwijzing naar God en het christendom’. Jongeling beschouwde het als het ‘dieptepunt’ als nu werd uitgegaan van ‘verschuivende normen, waaraan ook de regering zich moet aanpassen’.

Biografie
In deze jaren voltrekt zich dus een principiële kanteling in de christelijke politiek. Met het oog daarop las ik met grote belangstelling de vuistdikke biografie over mr. Barend Willem Biesheuvel, Mooie Barend. Uiteraard passeren vele biografische momenten uit het leven van deze van huis uit gereformeerde boerenzoon uit de Haarlemmermeer hier de revue. Maar de auteur, Wilfred Scholten, volgt vooral zijn politieke carrière op de voet.
Na een functie bij de Christelijke Boeren en Tuindersbond kwam hij in 1956 als landbouwdeskundige voor de ARP in de Tweede Kamer. Vanaf 1963 werd hij achtereenvolgens minister van Landbouw en vicepremier in de kabinetten Marijnen, Cals en Zijlstra. Onder het kabinet De Jong (1967- 1971) was hij fractievoorzitter voor de ARP in de Tweede Kamer. In 1971 werd hij premier, maar zijn kabinet was geen lang leven beschoren. In 1972 strandde het omdat DS’70 eruit stapte. Kort daarna verliet Biesheuvel de politiek, omdat zijn partijgenoten J. Boersma en W.F. de Gaay Fortman zonder zijn toestemming in het kabinet Den Uyl stapten.

Identiteit
De biografie is vooral ook verhelderend als het gaat om de principiële principiële ontwikkelingen bij de ARP, die vanouds een centrale plaats had in de kabinetten. Biesheuvel behoorde toen hij Kamerlid was samen met J. Zijlstra volgens de auteur tot het type ‘vrolijke gereformeerden’. Over de komst van zijn fractiegenoot Wim Aantjes in de Tweede Kamer, komend uit het Gereformeerde Bondsmilieu in de Alblasserwaard, zei Biesheuvel later: een heel cultuurverschil met het gereformeerde milieu in de Haarlemmermeer.
Toen heel de AR-fractie tegen de voetbaltoto stemde, stemde Biesheuvel voor: ’Je kunt wel tegen gokken zijn, maar we zijn geen SGP…’ Hij sprak van ‘verstarring’ in de ARP, ‘ondanks de ingezette modernisering’.
Op 12 november 1960 hield hij naar aanleiding van een verblijf in India van drie weken een soort Bergrede, zoals later Aantjes deed, waarin hij pleitte voor het invoeren van een belasting ter leniging van de nood in de Derde Wereld. Biesheuvel kreeg als vicepremier ook te maken met het huwelijk van prinses Irene en haar overgang naar de Rooms- Katholieke Kerk. ARP en CHU toonden zich tolerant maar het GPV sprak van ‘een zwarte dag’ en de SGP van ‘droefenis’. In Tholen werd een bordje van de Prinses Ireneschool verwijderd. De prinses had in die dagen het meeste vertrouwen in Biesheuvel.

Interne strijd
Intussen was er in de AR-gelederen sprake van een interne strijd. Fel trok Biesheuvel van leer toen Maarten Schakel, die door verontrusten naar voren was geschoven als hún man, oordeelde dat ‘de beginselpolitiek’ weer voor de AR centraal moest staan. Biesheuvel was echter van oordeel dat de vroegere AR-leiders ‘radicaal en vooruitstrevend’ waren. ‘Het calvinisme kent de roes van het conservatisme niet’, zei hij. Biesheuvel ademde ‘een en al evangelische radicaliteit’, zegt de biograaf.
Een halfjaar voor de Nacht van Schmelzer, toen het kabinet Cals viel (14 oktober 1966), schreef de Volkskrant lovend over Biesheuvel, als ‘gangmaker’ van de vernieuwing in de ARP: ‘een nieuwe partij, vooruitstrevend christelijk humanistisch’.
Toen Biesheuvel na de val van het ‘overbruggingskabinet’ Zijlstra weer Kamerlid werd, kreeg hij een conflict met de links-radicale partijvoorzitter Berghuis, onder wiens leiding de partij ‘de bocht’ had gemaakt naar een vernieuwende, radicale koers. Nochtans noemde hij Biesheuvel in een verkiezingstoespraak ‘de exponent’ van die ‘evangelisch-radicale koers’. Niettemin had hij ook iets ‘kameleontisch’, nu eens buigend naar links, dan naar rechts.

Minister-president
Toen Biesheuvel in 1971 toch nog minister-president werd, schreef Willem Breedveld in Trouw dat Biesheuvel ‘dwars tegen de tijdgeest in het steile geloof van de mannenbroeders nog een moment van glorie (had) bezorgd’. Maar politieke insiders zijn nog steeds verbaasd over het feit dat het kabinet al na anderhalf jaar viel – een van de raadsels van de naoorlogse politiek. In de daaropvolgende kabinetsformatie ter voorbereiding van het kabinet Den Uyl kwam er tweespalt in de ARgelederen: Boersma en De Gaay Fortman bekenden zich tot ‘de rooien’. Partijgenoot Boersma bleek overigens in Biesheuvels kabinet al een ‘stoorzender’ te zijn geweest. Maar of daar alles mee was gezegd? Als leider was Biesheuvel onzeker. Men leze de grondige analyse in deze biografie. Teleurgesteld verliet hij de politiek, nadat hij de deur van de kamer waar zijn fractie vergaderde ‘met een knal’ had dichtgeslagen. Schakel liep en riep hem nog na. Boersma zei jaren later dat hij nooit had willen bewerkstelligen om Barend uit de politiek te werken.
Toen later waarnemend voorzitter De Koning en Aantjes een boetetocht langs de AR-kiesverenigingen maakten ‘om de roep van Biesheuvel te laten verstommen’, zongen de antirevolutionairen in Bunschoten-Spakenburg hen toe: ’Welzalig hij die in der bozen raad / niet wandelt…’ (Psalm 1). Biesheuvel zou de laatste ARleider zijn. In 1980 werd het CDA opgericht. Hij was voor de vorming van het CDA maar volgde de discussies slechts op afstand. Aantjes wilde bij de aanvang dat CDA-vertegenwoordigers werden geacht ermee ‘in te stemmen’ dat het evangelie het ‘richtsnoer voor hun politiek handelen’ is in plaats van hen te vragen dit te ‘aanvaarden’. Aantjes verloor dat geding. Biesheuvel viel hem af. Toen had zich de kanteling in de christelijke politiek al voltrokken. De ‘beginselpolitiek’ had men achter zich gelaten. Evangelische inspiratie werd het leidende principe. Biesheuvel heeft daarin een duidelijke rol gespeeld.

Hoofdlijn
Ik trek slechts enkele hoofdlijnen als het gaat over de rol die Biesheuvel speelde in de ontwikkeling dan wel de beoogde vernieuwing van de ARP. Veel uit deze boordevolle biografie laat ik nu liggen, zoals het (omstreden) huwelijk van Beatrix met Claus en van Margriet met Pieter van Vollenhoven (die geen prins mocht worden) en de kwestie Aantjes, die de politiek moest verlaten vanwege zijn oorlogsverleden en de (vrijlating van) de Drie van Breda.
In 2001 stierf Biesheuvel aan longkanker. Slechts drie politieke personen mochten nog bij hem langskomen: premier Kok, partijvoorzitter Van Rij en Willem Aantjes, met wie hij zich verzoende. Hij kreeg nog een brief van Hare Majesteit, waarin ze schreef te hopen dat hij goed met ‘angst en pijn’ zou weten om te gaan. Toen zijn vrouw Mies was overleden, kon hij achteraf billijken dat ze euthanasie had gepleegd. Zo wilde hij het ook, maar de dood kwam eerder dan was ‘afgesproken’.


N.a.v. Wilfred Scholten, ‘Mooie Barend. Biografie van B.W. Biesheuvel 1920- 2001’, uitg. Bert Bakker, Amsterdam; 815 blz.; € 39,95.


Dr.ir. J. van der Graaf uit Huizen is voormalig algemeen- secretaris van de Gereformeerde Bond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

evangelisch-radicaal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's