De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk als plek bij uitstek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk als plek bij uitstek

Citaten die blijven [9, slot, van dr. J. Koopmans]

6 minuten leestijd

In de consistorie van de Amsterdamse Noorderkerk hangt maar één foto van een voorganger: het markante portret van dr. Jan Koopmans (1905-1945). Zijn gelaatstrekken hebben tegelijk iets milds en onverzettelijks.

De twee eigenschappen komen samen in dat zeldzame woord zachtmoedig, dé trek die volgelingen van Jezus typeert (vgl. Mat.11:29). Bij Jan Koopmans had het te maken met zijn afkomst uit een stoer Fries geslacht én met zijn geboorte uit ‘water en Geest’ (Joh.3 :5). Een geheiligde combinatie van natuur en genade.
Vanaf zijn zestiende groeide het verlangen om predikant te worden. Het fenomeen van de prediking boeide hem van jongs af aan en is altijd centraal blijven staan in zijn ambtelijk werk. Hij schreef: ‘We kunnen er eigenlijk nooit over uitgedacht raken, wat dat zeggen wil: God spreekt. Deze twee woorden sluiten in zich samen het geheim der wereld, haar grond en haar einde. De eerste en tweede schepping komen hier vandaan. Oordeel en verlossing hangen hier van af. Leven en sterven ontvangen hieruit hun zin.’ Dr. G.W. Marchal concludeert in zijn boek over Koopmans: ‘Luisterend naar het Woord is hij, leerling blijvend, een leraar bij uistek geworden.’ Zijn nog altijd gelezen Postilles zijn er een tastbaar teken van.

Leerling O. Noordmans
Na predikant te zijn geweest in twee Zeeuwse dorpen, Elkerzee(1928-1931) en te ’s Heer-Hendrikskinderen (1931-1938), werd hij bijbelstudiesecretaris van de Nederlandse Christen Studentenvereniging (1938). Intussen promoveerde hij op een doorwrochte studie, getiteld Het oudkerkelijk dogma in de Reformatie, bepaaldelijk bij Calvijn (1938). Een jaar later verscheen zijn meer bekende en uitnemende studie De Nederlandsche Geloofsbelijdenis. Theologisch wist hij zich een leerling van dr. O. Noordmans en verwant met collega’s als de Kohlbrüggiaanse dr. G. Oorthuys.
Het werk in de gemeente, als de plek bij uitstek waar Woord en werkelijkheid concreet op elkaar betrokken worden, bleef hem onweerstaanbaar trekken. Vandaar dat hij 1941 een beroep naar Amsterdam aannam. In deze roerige oorlogstijd hadden twee zaken zijn hart: de opbouw van de gemeente en het strijden voor de Joodse zaak. In 1941 schreef hij anoniem de brochure Bijna te laat, als reactie op de door de bezetter verplichte ariërverklaring. Koopmans doorzag de list en kon niet zwijgen. ‘Zij [de Joden] gaan eruit – daarover moeten wij niet de flauwste illusies maken – zij gaan eruit en gaan eraan! (…) Het is nog niet helemaal te laat om de Duitsers te laten zien, dat hun goddeloosheid niet alle dingen overwint, maar dat er ergens mensen wonen, die hun christelijk geloof en hun goede gewetens niet laten roven.’
In het SS-blad Sturm werd hij geschoffeerd als een ‘procuratiehouder van de firma Juda en Co’.
Op 12 maart 1945 trof een ‘verdwaalde kogel’ hem, toen 24 mensen in koelen bloede gefusilleerd werden op de Weteringschans. Twaalf dagen later ontsliep hij, 39 jaar jong. De verdwaalde kogel was ‘bezien met de ogen van de antichrist meer raak dan menig ander in ons land’, schreef zijn collega K.H. Kroon.

Uitspraak
Van deze begenadigde pastor zijn de woorden: ‘De kerk is de plaats waar Christus met zondaren wil samenwonen.’ Het is een ecclesiologie in notendop, te lezen in De Nederlandsche Geloofsbelijdenis. Maar laat je de reikwijdte van deze zin op je inwerken, dan is het van eenzelfde diepte, hoogte, breedte en lengte als de liefde van Christus, die ons kennen te boven gaat. Wat wilde Koopmans er mee zeggen? Ik citeer: ‘De kerk – iedereen weet wat dat is en toch is het moeilijk er een definitie van te geven. (…) De een weet van de kerk slechts in felle woorden van afwijzing te spreken; de ander raakt van den lof der kerk bijna niet uitgezongen.’
Hoe kan het dat beiden hun gelijk hebben? Koopmans wijst de ‘goedkope oplossing, die de zichtbare en de onzichtbare kerk van elkaar isoleert’ van de hand. Hij noemt het een ‘gewelddadige vereenvoudiging van het probleem’ en ‘een splijting van de kwestie’, waardoor ‘blaam en lof worden dan verdeeld over twee grootheden’. De vraag blijft: hoe kunnen twee tegengestelde oordelen over de kerk beide juist zijn? Het antwoord: ‘De kerk is de plaats, waar Christus met zondaren wil samenwonen. Wie de kerk prijst, verheerlijkt Christus; wie de kerk kritiseert, kritiseert zondaren. Dat de zondaren zondaren zijn, verhindert de kerk niet kerk te wezen, omdat immers Christus Christus is.’

De kerk is de plaats waar Christus met zondaren wil samenwonen. “ dr. J. Koopmans

Actueel
In iedere tijd blijft deze notie actueel. Uitgerekend ook in onze tijd, waarin kerk en gemeente behoorlijk onder kritiek staan. Daar kunnen natuurlijk goede redenen voor zijn. En bovenstaande uitspraak kan ook nooit een reden zijn om daar overheen te praten en er maar een ‘potje van te maken’. Tegelijk constateerde Bonhoeffer – tijdgenoot van Koopmans die op dezelfde leeftijd en in hetzelfde jaar werd geëxecuteerd! – al dat er met betrekking tot de kerk te weinig wordt geloofd en te veel wordt gedroomd.
Op grond van droombeelden, vaak opgetuigd met bijbelteksten, heeft menigeen geen ‘goed gevoel’ bij de concrete gemeente. Voor steeds meer mensen een reden om te gaan shoppen of er een poosje helemaal mee te stoppen. De gemeente is ons te min, geeft ons te weinig. Dat we ons hiermee verheffen tot boven Christus Zelf – Hij wil daar wel verkeren! – lijkt weinigen te deren.


Realistisch
Dr. Koopmans zet ons met zijn uitspraak met beide benen op bijbelse grond. God komt samen met mensen. Christus trekt op met zondaren. Realistischer kan het niet. Genadiger evenmin. Het uithouden in deze werkelijkheid biedt meer soelaas dan wegvluchten in dromerij. In plaats van ruimte te geven aan groeiend ongenoegen, krijgt de Geest juist dan en daar alle kans om die vrucht te laten rijpen die is beloofd: liefde, geduld, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing – en nog veel meer wat sprekend Christus is. Net als Hij leer ik het volhouden met mensen die ik niet heb uitgekozen, maar die me geschonken zijn (vgl. Joh. 17:9). Het leidt tot een training in godsvrucht: zo leer ik te bidden zonder ophouden, te danken in alle omstandigheden en me op hoop tegen hoop vast te houden aan Hem die het beloofd heeft. Het geeft blijdschap, die niets en niemand je ontnemen kan. Het maakt vrolijk, hoeveel er soms ook om te huilen is. Ten slotte, vooral gelet op mezelf, ben ik blij toe dat de kerk is wat ze is: plek waar Christus samenkomt met zondaren. Niet meer en niet minder. Ik moet er niet aan denken dat het anders zou zijn.


Dr. P.J. Visser is hervormd predikant te Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Kerk als plek bij uitstek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's