Ingewanden zijn heilig
In Leviticus krijgen de ingewanden veel aandacht. Maar om de betekenis daarvan goed te peilen, moeten we ook iets weten van een ander woord dat voor Leviticus belangrijk is: bedekken. Wat voor wezenlijke boodschap zou dat woord kunnen bevatten?
In het woord ‘bedekken’ komen allerlei zaken samen die voor ons gevoel weinig met elkaar te maken hebben. Fascinerend is het betoog van Mary Douglas (1921-2007), auteur van Leviticus as Literature (Leviticus als literatuur), over het woord bedekken.
Het woord bedekken heeft een heel algemene betekenis. We komen het al tegen aan het begin van Genesis. Na de zondeval schamen Adam en Eva zich voor elkaar omdat zij naakt waren. Ze hadden zelf al op een provisorische manier schorten van vijgenbladeren gemaakt, maar God geeft hen iets beters: God maakte schorten van huiden om hen daarmee te kleden (Gen.3:21). De vertalingen die ik erop nasloeg, hebben allemaal ‘kleden’ of ‘aantrekken’. Maar men had ook kunnen vertalen met het woord bedekken. Adam en Eva waren niet op zoek naar een kledingstuk om dat aan te trekken. Zij hadden wel behoefte aan bedekking. Want bedekking biedt bescherming.
Verzoening
Bedekking is overal aan de orde. Het is niet toevallig dat in Exodus uitvoerig gesproken wordt over de tien tentkleden (Ex.26). De tabernakel zelf is al een vorm van bedekking en dat betekent dat de tabernakel zelf de boodschap van verzoening verkondigt. Ik heb al gewezen op de klederen van de priesters en de hogepriester. De opsomming van de vele kleden van de hogepriester heeft alles met bedekking en dus met verzoening te maken.
Het bloed dat gestort wordt, heeft ook de functie van bedekking, namelijk het bedekken van de zonden. Ook God ‘bedekt’ zich. Een wolk bedekte de top van de berg en daarmee werd ook Gods aanwezigheid ‘bedekt’, aan het oog onttrokken. De wolk die de tabernakel vervulde, is ook bedekking: ‘toen overdekte de wolk de tent van ontmoeting’ (Ex.40: 34). Er is geen einde aan het bedekken.
Rook
Tegen deze achtergrond krijgt ook het reukofferaltaar een nieuwe betekenis. Dit altaar stond pal voor het voorhangsel dat toegang gaf tot het heilige der heiligen. Op dit reukofferaltaar moest voortdurend reukwerk gebracht worden. Op Grote Verzoendag werd het heilige der heiligen vol van de rook van het reukwerk. Wierook of reukwerk heeft dezelfde functie als de wolk waarmee God op de berg omringd (bedekt) werd. Vandaar dat het een zeer zware zonde was om zonder wierook tot God te naderen. Want dat zou een aanranding zijn van God heiligheid.
Organen
Wie oog krijgt voor de centrale betekenis van het bedekken, gaat meer dingen ontdekken. Bijvoorbeeld dat nu duidelijk wordt waarom in Leviticus zo gedetailleerd gesproken wordt over de organen van het dier. Vooral is het raadselachtig waarom er zoveel aandacht is voor de ingewanden ingewanden. Ze worden met speciale zorg behandeld. Er staat in Leviticus 1:9 en 13, en ook in 9:14, dat de priesters de ingewanden moeten wassen, voordat die op het altaar verbrand worden (bij het zondoffer gaat dit echter anders (4:2); zie hieronder). De ingewanden mogen niet weggegooid worden; ze mogen zelfs niet zomaar op het altaar gelegd worden: ze moeten gewassen worden.
De ingewanden zijn de diepste organen van het dierlijke lichaam. De ingewanden zijn bedekt met vet, dat als een beschermende laag de ingewanden bedekt. En het vet is weer bedekt door de huid. Laag gaat over laag, ongeveer op dezelfde wijze als de tabernakel bedekt is door tien tentkleden.
En zo is ook ons lichaam een tabernakel, of, om het nieuwtestamentisch te zeggen: een tempel. Alles heeft met elkaar te maken. De tabernakel en de berg Sinaï en het lichaam en het offer en het boek Leviticus. Steeds dezelfde opbouw, dezelfde indeling, overal een voorhof, een heilig midden en een deel dat overeenkomt met het allerheiligste. Bekende woorden krijgen zo een nieuwe klank, een nieuwe inhoud.
Meest intieme deel
Wie bij de ingewanden komt, komt in het meest inwendige van het dier. Maar zo is het ook met de mens. Het is het diepste deel van zijn lichaam. Als Jozef na vele jaren uiteindelijk zijn jongste broer Benjamin ontmoet, dan lezen we van Jozef dat ‘zijn ingewand ontstak jegens zijn broeder’ (Gen.43:30 SV).
De ingewanden kunnen ook betrekking hebben op de baarmoeder, zoals Psalm 71:6 (SV) het uitdrukt: ‘van mijner moeders ingewand (baarmoeder, HSV) aan zijt Gij mijn Uithelper’.
Eigenlijk wil God in het meest intieme deel van ons leven wonen. Dat is niet de plek waar ons verstand alles keurig op orde heeft en ook niet de plek waar onze wil ervoor zorgt dat de meer duistere kant van ons leven onder controle blijft. God wil wonen waar gevoelens, frustraties, verlangens en driften leven, zaken waarvan we onszelf lang niet altijd bewust zijn. Daar wil Hij wonen en, net zoals in de tabernakel, door het bloed verzoening doen.
Zondoffer
Wat betreft het zondoffer nog deze opmerking. Dat is dus geen dankoffer waarbij het gehele offerdier van de HEERE is. Bij het zondoffer gaat het om het wegdoen van schuld die is ontstaan door overtreding van Gods geboden (4:2). In dat geval heeft de offeraar niets aan te bieden dan het bloed van het offerdier. Dat is op dat moment het enige dat van belang is. Vandaar dat in dat geval anders met de organen en ook met de ingewanden wordt omgegaan.
Heilig
Als we in gedachten houden wat hierboven over de ingewanden werd gezegd, dan klinkt het ons minder vreemd in de oren als de meest inwendige delen van het lichaam heilig zijn. In het Oude Testament speelt het hoofd een belangrijke rol en het hart als zetel van de wil, maar niet minder de nieren en de ingewanden als zetel van gevoel en ook van de voortplanting. Voortplanting is in het Oude Testament een favoriet thema. Maar niet op een platvloerse manier, omdat het is ingekaderd in het verbond.
Ook in Leviticus wordt dit thema uitvoerig aan de orde gesteld in de hoofdstukken 18 en 20. Allereerst iets over de plaats van deze hoofdstukken. Zoals werd uitgelegd in het eerste artikel moeten we hoofdstuk 17:9 tot en met 24:9 lezen tegen de achtergrond van het heilige deel van de tabernakel. Daar is leven (de tafel der toonbroden), daar is het licht (de kandelaar) en daar is de aanbidding (het reukofferaltaar). Daarom is dit gedeelte eigenlijk het hart van het boek. Hier, in het heilige, wordt niet geslacht en vloeit geen bloed.
Seksualiteit
Seksualiteit en wat daarmee samenhangt wordt niet weggestopt in een hoekje van dit bijbelboek. In het centrale deel van Leviticus wordt er uitvoerig aandacht aan besteed. In het kader van het goede, rechtvaardige en heilige leven van Israël wordt over seksualiteit gesproken.
In sommige vertalingen staat boven hoofdstuk 18: huwelijkswetten. Maar dat is niet juist. Er wordt geen woord gezegd over rituelen die bij een huwelijk horen en ook niets over een bruidsprijs of over de toestemming van de ouders of over de taak van familieleden. Het gaat over andere zaken: binnen welke grenzen speelt het leven zich af ? Welke gevaren dreigen hier? Wat is de eigen weg van het volk Israël te midden van de volkerenwereld? Dit laatste is meteen aan de orde in hoofdstuk 18: ‘u mag de gebruiken van het land Egypte waarin u gewoond hebt, niet navolgen, en ook de gebruiken van het land Kanaän, waar Ik u naar toe breng, mag u niet navolgen. U mag niet in hun verordeningen gaan’ (18: 3). Israël staat tussen twee heidense culturen in: Egypte en Kanaän. Israël zal een eigen weg gaan en die weg wordt in deze drie hoofdstukken gewezen. Ze vormen een apart onderdeel van Leviticus.
Vrede en recht
Mary Douglas ziet in hoofdstuk 18 en 20 twee pilaren die het middenhoofdstuk ondersteunen. Dat middenhoofdstuk (hoofdstuk 19) beschrijft het leven vooral in termen van recht en gerechtigheid. Daar lezen we woorden die we vooral bij de profeten tegenkomen als zij het onrecht aan de kaak stellen.
In Leviticus 19 gaat het over het leven in rechtvaardige verhoudin-gen. Hier vinden we een blauwdruk van het leven in het beloofde land, waar het kwetsbare leven van de arme en de gehandicapte gespaard wordt en beschermd wordt tegen de brute macht van de sterken. Bepaalde uitspraken herinneren ons zelfs aan de Bergrede, zeker als we vers 17 lezen: ‘u mag geen wraak nemen of wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste liefhebben als uzelf. Ik ben de HEERE’. En over de vreemdeling: ‘u moet hem liefhebben als uzelf ’(19:34). Maar deze orde van vrede en recht is kwetsbaar. Vandaar dat de twee andere hoofdstukken in hun strengheid aangeven dat Israël alert moet zijn om vooral niet terug te vallen in de gedragspatronen van Egypte of Kanaän.
Veroordeling
Hoofdstuk 18 geeft een opsomming van ongeoorloofde seksuele verhoudingen. Hoofdstuk 20 is er bijna een herhaling van, maar wel met de toevoeging van de straffen bij overtreding van deze wetten. Het is hier niet de plaats om dit alles uitvoeriger te bespreken. Wel is duidelijk dat hier de homoseksuele gedragingen er niet speciaal uitgelicht worden en veroordeeld worden. Het gaat om een heel complex van zaken die door Leviticus radicaal worden veroordeeld.
In het geval van overspel moeten zowel de man als de vrouw gedood worden (20:10). Leviticus 18:22 en 20:13 worden in de discussie over homoseksualiteit vaak aangehaald. Maar dit beroep op Leviticus kent wel zijn beperkingen. Duidelijk is de afwijzing ten aanzien van tal van zaken, die als ernstige overtredingen beschouwd worden, omdat ze het leven in de orde van Gods recht en Gods liefde onmogelijk maken. Voorbeelden zijn overspel en homoseksualiteit, maar ook incest. Incest wordt het zwaarst bestraft, namelijk met dood door verbranding (20:14).
Geestelijk inzicht
Die strafbepalingen gelden niet meer. Net zo min als de reinheidswetten nog actueel zijn. En wie houdt zich nog aan het renteverbod (Lev.25:36,37)? De tijden zijn veranderd, vooral door het kruis. Maar is daarmee alles gezegd? Wie zou Leviticus monddood willen of durven maken?
Ook onze tijd kent haar Egyptische en Kanaänitische cultuur. En ook nu zal de gemeente van Christus een eigen weg moeten gaan en zich daarbij moeten laten leiden door Gods geboden. Dat vereist geestelijk inzicht, maar ook nuchtere wetenschap.
Dat is het mooie van de studie van Douglas. Als rooms-katholiek geleerde heeft zij niet alleen de wetenschap, maar ook de kerk een dienst bewezen door saaie wetten en droge bepalingen transparant te maken en hun boodschap van verzoening voor het voetlicht te brengen.
Dr. A.A.A. Prosman is hervormd emeritus predikant te Nijkerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's