Kleinschalige woonvorm
Belangrijk om oog te hebben voor wat zorgvragers gewend waren
Een kleinschalige woonvorm is ideaal voor het geven van zorg die aansluit bij de beleving van zorgvragers. De gewone dagelijkse bezigheden zijn er namelijk verheven tot therapie. Kennis over de werkwijzen in zulke woonvormen draagt bij aan het vormgeven van het pastoraat aan haar bewoners.
Veel ouderen zien erg op tegen het wonen in een zorginstelling. Nadenken over wonen in een zorginstelling wordt pas gedaan zodra er geen andere keus meer is.
Vroeg of laat krijgt iedereen te maken met zorgbehoeftige mensen. Dit kunnen omstanders zijn die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen of men kan zelf in die situatie terechtkomen. Er verschijnen steeds meer kleinschalige woonvormen, die in een behoefte voorzien. In een kleinschalige woonvorm voeren bewoners met elkaar een huishouden, wat therapeutisch werkt. Zorgverleners, mantelzorgers en mensen vanuit de kerkelijke gemeente zijn hier vaak bij betrokken. In het licht van de Bijbel kan op deze wijze vormgegeven worden aan: ‘Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na’ (Gal.6: 2).
In een hokje Mensen hebben de neiging om medisch te denken en etiketten te plakken. Verzorgenden, mantelzorgers en ambtsdragers doen dit meestal ook. In de opleidingen voor verzorgenden wordt hun geleerd dat zij de rechterhand van de dokter zijn, terwijl zij de rechterhand van de bewoner behoren te zijn.
Als een bewoner ongezond wil eten, dan wordt de diëtist in het hoofd van de verzorgende wakker. Als iemand de Bijbel wil lezen, dan komt de gedachte op dat een kinderbijbel wellicht geschikter is, terwijl ouderen de woorden uit de oude vertalingen soms veel beter herkennen.
Omstanders moeten zich veel meer afvragen wat zorgvragers gewend waren, hoe ze hebben geleefd? Ook in tradities en gewoonten rondom het geloof kunnen we ouderen helpen om dat te doen wat zij gewend waren. Je moet ouderen niet indelen in een hokje of vakje – of dat nu medisch of religieus is – maar hen helpen hun leven te leven op een voor hen herkenbare manier.
Gehechtheid
Volgens de Britse kinderpsychiater Bowlby heeft ieder individu één of meer personen nodig aan wie hij zich kan hechten. In het begin zijn dit meestal de ouders, hun geruststellende aanwezigheid stelt het kind in staat de wereld te verkennen en zich te ontplooien. Weet het kind de ouders niet in de buurt, dan wordt het angstig en zendt het signalen uit die Bowlby gehechtheidsgedrag noemt.
Dit ‘zorgzoekend’ gedrag heeft als doel de ander in de eigen nabijheid terug te krijgen of te voorkomen dat hij weggaat. Naarmate een kind ouder wordt, neemt het geleidelijk afstand van de moederschoot. Gehechtheidsgedrag blijft echter wel sluimerend aanwezig. In periodes van onzekerheid, kwetsbaarheid en onveiligheid keert een volwassen individu terug naar zijn vroegere gedragsrepertoire.
Dementerenden
De verpleeghuisarts Hans Houweling en psychogerontoloog Bère Miessen ontdekten onafhankelijk van elkaar dat deze theorie aanknopingspunten biedt voor de omgang met dementerende ouderen.
Bij dementie brokkelt het geheugen af waarbij het laatst geleerde het eerst verdwijnt. Op den duur leidt afbraak van het geheugen tot handelingsonbekwaamheid: de vaardigheden die aangeleerd zijn gedurende de groei naar volwassenheid gaan verloren. Dit creëert een situatie van afhankelijkheid. De demente mens voelt zich daardoor een vreemde in zijn eigen omgeving. Hij doet daarom instinctief wat hij nooit heeft verleerd: gehechtheidsgedrag vertonen. Zo hoopt hij bescherming, warmte en veiligheid te krijgen. Hierdoor ontstaat een constant zoeken naar veiligheid en warmte (onbegrepen gedrag).
Warme zorg
Vanuit het perspectief van de gehechtheidstheorie kun je afleiden dat een aantal kernpunten van belang zijn voor mensen: veiligheid/nabijheid, herkenbaarheid, huiselijkheid, vrijheid, familie/mantelzorg. Deze kernpunten kunnen worden samengevat in het begrip ‘warme zorg’. Warme zorg neemt de beleving van mensen als uitgangspunt
‘Warme zorg’ neemt de beleving van mensen als uitgangspunt
Het doel is een milieu te scheppen waarin veiligheid, warmte en bescherming als vanzelfsprekend aanwezig zijn. De zorgvrager zal hierdoor rustiger en minder angstig worden, het onbegrepen gedrag zal verminderen. Deze kernpunten worden als bouwstenen gebruikt om daadwerkelijk gestalte te geven aan zorg die recht doet aan het veilig, vertrouwd en verzorgd voelen. Dat is de basis en het kenmerk van een kleinschalige woonvorm.
Herkenbare prikkels zijn voor iedereen belangrijk, maar in het bijzonder voor mensen met dementie. Zij vallen namelijk terug op niet-cognitieve prikkels zoals emotie, smaak, geur of geluid. Deze komen voort uit het oudste deel van de hersenen en blijven lang behouden. Het zijn sensore prikkels die werken als ‘haakjes’ naar de realiteit.
Herkenbare geuren werken daaraan mee, onder andere de geur van versgezette koffie en gekookte spruitjes. In een kleinschalige woonvorm kookt men dan ook elke dag zelf en is men bezig met de gewone dagelijkse huishoudelijke beslommeringen; was opvouwen, strijken, planten water geven. De bewoners worden daarbij betrokken en ieder wordt aangesproken op de mogelijkheden die hij of zij nog heeft om een bijdrage te leveren.
Het religieuze
Het religieuze aspect dient een prominente plaats en vorm te krijgen die recht doet aan datgene wat een persoon vroeger ook deed: lezen, bidden, zingen of naar de kerk gaan. Belangrijk is echter om de dementerende te volgen en niet te ‘overhoren’ wat hij nog weet. Vanwege de band uit het verleden spelen familie, mantelzorg en de kerk een belangrijke rol bij het contact van de bewoner met de werkelijkheid. Er mogen dan ook geen belemmeringen zijn voor contact tussen de bewoner en zijn familie/kennissen.
Bezoekers vanuit de kerkelijke gemeente (ambtsdragers, bezoekdames en anderen) dienen het contact in stand te houden. Zij kunnen een wezenlijke bijdrage leveren. Dat kan door telkens een beroep te doen op datgene wat nog wel mogelijk is en daar met de bewoner(s) inhoud aan te geven.
Daarbij kun je denken aan het zingen van een uit het hoofd geleerd psalmversje of het zeggen van een tekst. Dan kan het ‘oud vertrouwen’ weer worden gevoed.
In Psalm 42 staat het mooi verwoord:
O mijn ziel wat buigt g’u neder,
Waartoe zijt g’in mij ontrust?
Voedt het oud vertrouwen weder [!]
Zoek in ’s Hoogsten lof uw lust.
Handvatten
∞ Vergeet een gemeentelid niet, ook al woont hij of zij in een zorgcentrum.
∞ Je verdiepen in de identiteit van een zorginstelling of kleinschalige woonvorm is essentieel voor het vinden van een passende woonplek.
∞ Overleg bij een bezoek aan een kleinschalige woonvorm met de begeleiders waar hulp geboden kan worden.
∞ Sluit aan bij de beleving van de zorgvrager door verdieping in zijn haar levensloop.
∞ Ontplooi activiteiten die de zorgvrager herkent van vroeger. Volg daarbij zoveel mogelijk de tradities.
∞ Organiseer een gewone kerkgang. Dat kan een heel positieve ervaring zijn. Communiceer daarover in het kerkblad, zodat gemeenteleden daarop voorbereid zijn en onbegrepen gedrag herkennen.
∞ Breng deze gemeenteleden regelmatig voor Gods aangezicht in het gebed.
M.A. Elbertsen uit Renswoude is verpleegkundige en manager in zorgen wooncentrum De Haven te Bunschoten- Spakenburg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's