De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe je de Vader ziet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe je de Vader ziet

Filippus zei tegen Hem: Heere, laat ons de Vader zien en het is ons genoeg. Johannes 14:8

4 minuten leestijd

Het beste is nog niet goed genoeg, zegt men wel eens. Dat lijkt ook het standpunt van Filippus te zijn. Hij wil God zien, hij wil een openbaring. Hij zegt tegen Jezus: Heere, laat ons de Vader zien en het is ons genoeg.

We weten niet precies wat Filippus bewoog deze vraag te stellen. Misschien hadden hij en de andere discipelen een heilig verlangen om een vollediger zicht op een openbaring van Gods heerlijkheid te ontvangen. Dat zou de goddelijke zending van hun Meester verder bevestigen. Want had Mozes ook niet gezegd: ‘Toon mij toch Uw heerlijkheid!’ (Ex.33:18).

Twijfel
Misschien is Filippus’ verzoek wel opgeschreven om te laten zien hoe gering de heldere kennis was die de apostelen hadden van de natuur van de Heere. Het zou dan blijken hoe weinig zij inzagen dat Hij en de Vader één waren: ‘Als wij maar voor eens en altijd het goddelijk Wezen, dat U de Vader noemt, konden zien, dan zou het voldoende zijn. Al onze twijfel zou dan verdwenen zijn.’
De discipelen hadden tot die tijd Jezus slechts gezien in knechtsgestalte, waarin de heerlijkheid van de Vader diep verborgen was. Bij Zijn verheerlijking op de berg was zij slechts voor een ogenblik doorgebroken en niet alle discipelen waren getuigen van dat schouwspel geweest.
Onder deze omstandigheden lag het voor de hand dat de discipelen zich er niet dadelijk in konden konden vinden dat zij ten opzichte van de verhouding tot de Vader zo geheel op Christus werden gewezen.

Openbaring
Het is niet verwonderlijk dat in hen het verlangen ontstond om nog naast Christus een openbaring van de Vader te zien tot versterking van hun moeilijke weg. Temeer omdat hun geestelijk oog nog niet genoeg gescherpt was om door het dichte kleed van de knechtsgestalte de verborgen heerlijkheid te zien.
Toch hebben wij niet het recht te denken dat Filippus net was als de ongelovige Joden, die altijd beweerden dat zij tekenen en wonderen wilden zien. Hoe we het ook uitleggen, we moeten zorgvuldig vermijden om Filippus al te hard te beoordelen. Wij leven in de 21e eeuw en hebben het licht, geloofsbelijdenissen en de kennis. Wij hebben er eigenlijk geen idee van hoe moeilijk het voor de discipelen geweest moet zijn om volledig te begrijpen wat de natuur van hun Meester was. Tenslotte was Hij ‘in de gestalte van een slaaf ’ en onder een dekmantel van armoede, zwakheid en vernedering te vinden.

Wensen
Wij hebben vanaf onze kinderjaren gehoord over de onzichtbaarheid van God en dat het ‘zien’ eerst aan de andere kant van het graf mogelijk is.
Maar wensen als bij Filippus komen bij ons ook voor: als het God toch maar mag behagen mijn geloof door een teken duidelijk te bevestigen, als Hij mij maar eens toont dat Hij leeft, aan mij denkt, voor mij zorgt en van mij houdt. Waarom doet Hij dat niet? Waarom wil God Zich aan mij niet openbaren? Als zo onze gedachten zijn, blijven we steken in een: toon ons de Vader.
Het antwoord van de Heere Jezus is ongetwijfeld een zachte berisping: ‘Ben Ik zo’n lange tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus?’ De uitdrukking ‘zo’n lange tijd’ is opmerkelijk, als we bedenken dat Filippus een van de allereerste discipelen was die Jezus tot Zich riep. De betekenis lijkt mij als volgt: ‘Na drie lange jaren, Filippus, weet je nu nog niet helemaal wie Ik ben en begrijp je niet wie Ik ben?’

Troost
Laten wij echter troost putten uit de eenvoudige waarheid dat Christus Zelf waarachtig God uit waarachtig God is, gelijk aan de Vader in alle dingen en Eén met Hem. Hij die ons heeft liefgehad en Zijn bloed voor ons aan het kruis heeft gestort en ons vermaant op Hem te vertrouwen voor vergeving, is niet slechts mens zoals wij. Hij is ‘God boven alles te prijzen’ (Rom.9:5) en machtig om de grootste van de zondaren volkomen zalig te maken. Al zijn onze zonden als scharlaken, Hij kan ze wit maken als de sneeuw.
De mens die zijn ziel op Christus werpt, heeft een almachtige Vriend die één is met de Vader en Zelf waarachtig God is. Er is zo’n nauwe en intieme eenheid tussen de personen in de drie-eenheid dat wie de Zoon ziet, ook de Vader heeft gezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Hoe je de Vader ziet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's