Boekbesprekingen
Met argwaan begon ik dit boek te lezen. In 2006 maakte de auteur – zoon van een Joodse vader en een lutherse moeder, ooit hervormd predikant, nu werkzaam in de synagoge – furore met zijn boek (dissertatie) Luthers theologisch testament. Over de Joden en hun leugens. Daarin zette hij Luther voor altijd wegzette als Jodenhater. Maar het Jodendom, zegt dr. Dick Boer in een voorwoord op de nu voorliggende uitgave, kent niet zoiets als een laatste woord. Dat geldt ook voor Süss. ‘Er bestaat nog een andere Luther en hem valt het hoogste compliment ten deel dat een Jood te vergeven heeft: Luther was ‘a Mentsch’. Van zijn dissertatie neemt hij overigens geen woord terug, hetgeen hij ook in dit boek laat blijken.
Luther een sympathieke potentaat vormt met het eerste een tweeluik. Het is gekenmerkt door soms opnieuw harde kritiek (onder andere weer op Luthers patrottisme, leidend tot de Duitse ‘Sonderweg’) of duiding van naar zijn oordeel legendevorming rondom Luther, maar hij laat nu ‘de sterke kanten’ van Luther voor het voetlicht komen (de rechtvaardiging van de goddeloze). Dat verklaart de tweeledigheid van de titel. De achterflap meldt: ‘Luther in zijn glorie en falen ten tonele te voeren is de opzet van dit boek. Een barmhartige tweede blik op een complexe denker. Een man met ‘foute’ denkbeelden, maar evenzeer met grote inzichten.’ In hoeverre Luther-kenners instemmen met zowel de waardering als de kritiek, zal blijken. Bij de literatuurvermelding en in het personenregister treft men in ieder geval tal van vertrouwde namen aan van Lutherkenners, met soms uitgebreide citaten uit hun werk, zowel van tijdgenoten van Luther als van hedendaagse auteurs (W.J. Kooiman, C.W. Mönnich, H.A. Oberman). Het boek telt zeven hoofdstukken, waarin het hele leven van Luther passeert: ‘Wittenberg, Luthers Bethlehem’, ‘Van Worms naar de Wartburg’, ‘Luther en de boerenopstanden’, ‘Marburg: “Dit is mijn lilichaam”’, ‘Het volk van Askenas’, ‘Eisleben, Luthers Gethsémané’
Intrigerend is het laatste hoofdstuk waarin het sterven, c.q. het sterfbed van Luther en alles wat hij daarop heeft gezegd, aan de orde komt. Meestal oriënteert men zich daarover op de Historia (1546) van Justus Jonas, Michael Coelius en Johannes Aurifaber. De auteur trekt die gegevens in twijfel. ‘Zij moest laten zien dat de man die door de ene partij als ketter was veroordeeld en door de andere als leraar van het ware geloof werd vereerd, zijn levensloop als een vrome christen had beëindigd.’ Over het uur van zijn sterven blijkt ook veel verwarring te zijn. Süss is van oordeel dat de Historia van Luthers sterven met geschiedschrijving weinig te maken heeft, terwijl nochtans elke kerkhistoricus zich erop beroept. Het sterfbed werd tot ‘Bühne’ omgebouwd , zegt hij met H.A. Oberman. Voer voor kerkhistorici. Als compliment mag gelden dat de auteur zeer onderhoudend schrijft, zodat men ook alle bekende of herkenbare zaken over Luther met genoegen leest.
J. van der Graaf, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 mei 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's