Sporen van de Geest
In het Reformatorisch Dagblad stond een boeiend gesprek van Huib de Vries met prof. dr. Johan Graafland, theoloog en econoom, verbonden aan de Tilburgse universiteit. Hij gaat in op de achtergronden van de huidige crisis.
Waar hoort het volgens u in de economie om te gaan?
‘Om het welzijn van de mens. Dat omvat veel meer dan economische groei. Veel uren maken levert meer salaris op, maar gaat ten koste van vrije tijd. Dus van je gezin, vrienden, de kerkelijke gemeente. Zinvolle vrije tijd heeft een hoge immateriële waarde. Zo zijn er veel voorbeelden te geven.
De 17e-eeuwse filosoof Bernard Mandevillle, die tot vandaag grote invloed heeft, ging ervan uit dat ondeugd de bron van algemeen welzijn is. Wanneer mensen deugdzaam worden, stort de economie in elkaar. In een aantal artikelen heb ik de stelling van Mandeville aangevochten. Een belangrijke voorwaarde voor economische groei is vertrouwen, gebaseerd op integriteit en respect voor anderen. Dat zijn wezenlijke randvoorwaarden. Je moet kritisch staan tegenover economische groei die op volledige acceptatie van ondeugden is gebaseerd.’ (…)
Toont deze crisis het morele verval van de westerse samenleving, inclusief de christenheid?
‘In een aantal opzichten kun je dat inderdaad zeggen. Sinds de jaren tachtig zie je een vorm van economische liberalisering die ten koste gaat van immateriële waarden. In Nederland wordt het belang van solidariteit en wederkerigheid nog altijd meer onderkend dan in Amerika, maar de grote internationale ondernemingen zijn onmiskenbaar opgeschoven richting het Amerikaanse model. Christelijke waarden zoals rechtvaardigheid en integriteit kwamen daardoor onder druk te staan. Bedrijven zoals Aegon zagen er geen been in om producten te slijten waarmee de consument puur werd misleid. De grootste schade van de crisis ligt in het feit dat mensen het vertrouwen in de financiële sector hebben verloren.
Terugblikkend kun je zeggen dat het bijbelse spreken over geld de economie onvoldoende heeft doortrokken. Uit de Bijbel weten we dat geld een macht is die ons gemakkelijk op sleeptouw neemt. Dat besef is ook onder reformatorische christenen vrijwel verdwenen.’ (…)
Hoe komt het dat de omgang met geld en goed in de reformatorische kerken vrijwel geen aandacht krijgt?
‘De belangrijkste reden is mijns inziens de sterk verticale oriëntatie: de verhouding tussen God en mens. Het gaat om het geestelijke, het persoonlijk heil, het toekomende leven. Die mening deel ik, maar wel met de aanvulling dat God tegelijk van ons vraagt dat we hier en nu naar Zijn geboden leven. Dat heeft uiteindelijk ook voor ons geestelijk leven consequenties.
Een tweede reden is de visie op de gemeente. Zie je die als een gemeenschap van onbekeerden met enkele ware christenen ertussen, dan wordt het moeilijk om gemeenteleden op hun verantwoordelijkheid aan te spreken.
Naar mijn mening moet je de hoorders zowel oproepen tot bekering als aanspreken op de noodzaak van levensheiliging. Uiteindelijk zijn beide het werk van God.
Een derde reden is het pessimistische mensbeeld. Ik sta van harte achter de belijdenis dat de mens geneigd is tot alle kwaad, maar wat minder achter de gedachte dat hij onbekwaam is tot enig goed.
Vanuit Gods algemene genade kunnen wij wel degelijk moreel verantwoorde beslissingen nemen. Het pessimistische mensbeeld moet op een genuanceerdere manier verkondigd worden dan vaak gebeurt. Die eenzijdige verkondiging maakt het ons erg gemakkelijk om te volharden in een onbijbelse levensstijl.’
Dr. Graafland ziet hierin een belangrijke taak weggelegd voor de predikanten. Als het in de Bijbel over economische verhoudingen gaat, mag je er op de kansel niet over zwijgen. Het zou goed zijn als predikanten met elkaar een visie op dit gebied ontwikkelen, stelt de Tilburgse hoogleraar.
Eerlijk gezegd lijkt me dat een hele opgave die grote risico’s met zich meebrengt. Dominees hebben geen verstand van economie en moeten zich bij hun leest houden. Voor je het weet kom je ook in moraliserend vaarwater terecht. Maar als Gods aanspraak op ons leven klinkt, vanuit de Schrift, dan komt ook de economie wel aan bod, en al die andere goden waar ik me door laat betoveren. Maar misschien bedoelt Graafland dat ook wel.
De Geest leert ons de geesten te beproeven. Hij gebruikt ook het onderricht in de kerk om ons als mensen op de weg van God te brengen en te houden. Ds. Berkhof noemde daarom in zijn Christelijk geloof het onderricht heel mooi een van de geleidingsvormen van de Geest. En dat brengt me bij een ander stuk, over de catechismus van Heidelberg.
Daar is al (te?) veel over geschreven. Maar in het Nederlands Dagblad stond nog een lezenswaardig interview van Dick Schinkelshoek met ‘bevindelijk werkmannetje’ prof.dr. Wim Verboom, aan de hand van enkele oude en nieuwe vragen uit dit leerboekje.
Is Jezus de enige Redder, ook voor moslims en andere mensen? – Zondag 11, vraag 30a
‘Ik heb in 2006 een eigentijdse weergave van de Heidelbergse Catechismus geschreven – in alledaagse taal. Daar heb ik ook een paar vragen aan toegevoegd – dingen die in de zestiende eeuw nog niet speelden, zoals missionair zijn en de islam.
Als ik hier uit het raam kijk, zie ik de Turkse moskee van Harderwijk.
Ik woon er pal naast. Ik kan er niet omheen. Ook voor moslims – is mijn antwoord op die toegevoegde vraag 30a – is er onder de hemel geen andere naam gegeven door Wie wij zalig worden. De islam is een valse godsdienst, dat wil ik overeind houden. Maar als ik de mensen spreek – dat gebeurt wel eens – dan merk ik vooral dat ik ze het kennen van Jezus van harte gun. (…)
Ik heb ze in Jakarta zien liggen, onder de bruggen. Duizenden. Daklozen. Verreweg de meesten moslim.
Zou het dan werkelijk zo zijn, vraag ik mij dan af, dat als je in je leven niet ouder bent geworden dan acht jaar en in die jaren in een halve hel hebt geleefd, je daarna de hele hel krijgt? De liefde gelooft alle dingen, en hoopt alle dingen. Mag ik niet hopen dat Jezus ook voor hen gestorven is? Ik vind dat een groot verschil: of je Hem afwijst of dat je Hem nooit hebt leren kennen.
Dat ontslaat mij niet van mijn roeping. Het liefste wil ik dat alle moslims – nee, iedereen – in Harderwijk Jezus leert kennen. Dat zou Jezus ook het mooiste vinden. Ik woon zo dicht bij die moskee. Ik wil graag eens iets doen. Maar wat?
Daar moet ik nog eens over nadenken.’ (…)
Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen? – Zondag 21, vraag 55
‘Als docent in Leiden kon ik niet om theologische verschillen heen. Ik zat op een kamer met de feministische theologe Kune Biezeveld, en we praatten wat af. ‘Wat ben ik het toch hartelijk met je oneens!’, zeiden we dan tegen elkaar. Op een morgen stap ik de kamer binnen, en hoor ik haar zingen. Psalm 84, nieuwe berijming: Wat zou mijn hart nog liever wensen, dan dat het juichend U ontmoet. Ik begon direct mee te zingen. Fantastisch was dat!
‘En nu de oude berijming, Kune!’, riep ik. En toen zongen we: Mijn hart roept uit tot God die leeft, en aan mijn ziel het leven geeft. Toen beleefde ik iets van de gemeenschap der heiligen. Boven de verschillen uit. Die ervaringen heb ik in Leiden regelmatig gehad.
In de Gereformeerde Bond tref je nog altijd een laag bevindelijkheid aan – en precies die bevindelijkheid kan je uittillen boven dogmatische verschillen. Heb je in de kerk ook nog wat geduld met elkaar? Dat vind ik een belangrijke vraag. Zou het kunnen zijn dat God nog plannen heeft met iemand, of moet je hem meteen neersabelen? Waar houdt Gods verbond op? Wijs die grens eens aan, als je durft. Pure orthodoxie kan hard worden, en verstandelijk.
Dan wordt het je gelijk halen. En van die neiging hebben we als rechtzinnigen nog wel eens last gehad.’
Dat is wat er door Pinksteren gebeurt, de horizon van het heil wordt dramatisch verbreed. Mensen worden bijeen, bij de Ene gebracht en harten worden zacht gemaakt. Intussen bidden we om de wijsheid van de Geest om te onderscheiden waarop het aankomt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 2013
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 2013
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's