Voor altijd vermist
Het is aangrijpend nieuws: Ruben (9) en Julian (7) worden vermist. De twee jongens uit Zeist zijn (als we dit schrijven) spoorloos. De politie zoekt hen overal. Zullen ze gevonden worden? En als ze spoorloos blijven, wat betekent dat dan voor hun moeder, voor familie en vrienden?
Het komt vaker voor dat mensen zoek raken. Iemand keert niet terug van zee of van een vakantietrip, van een wandeling of aan het eind van een school- of werkdag.
Er wordt nooit meer iets van hem of haar vernomen. Zelfs het lichaam blijft spoorloos. Nabestaanden worden jarenlang geslingerd tussen hoop en vrees.
Aangrijpend is de vermissing van een dierbare, van een vriend of bloedverwant.
Vermist
In een artikel in NRC Handelsblad van 23 februari vertelt een vader wat het verlies van zijn zoon met hem deed en doet. De jongen kwam tijdens een vakantie om het leven door verdrinking. Zijn lichaam werd niet teruggevonden. Het is zoek.
Al lezend gingen mijn gedachten heen naar al die mensen die eenzelfde ervaring hebben. Vissersfamilies langs de kust: in Katwijk, Urk, Arnemuiden, Stellendam. De eerste twee plaatsen hebben hun visserijmonument, waar de nagedachtenis van ‘hen die op zee bleven’ bewaard wordt. Recent sloeg zo’n ramp opnieuw toe. Vissers uit Arnemuiden en Ouddorp kwamen om op zee. Zij gelden sindsdien als vermist.
Ook de bewoners van het rivierenland weten van zulke traumatische gebeurtenissen. De rivier ‘slokt’ een zwemmer op die zich te ver in het water waagt. Ook hij geeft niet altijd terug wat hij nam.
Soms verdwijnt iemand tijdens zijn vakantie. Sporadisch – gelukkig maar! – lezen we ervan.
Niettemin gebeurt het. Een vader die niet terugkeert van een bergwandeling. Een zoon van wie nooit meer iets wordt vernomen.
En dan zijn er nog de duizenden die als vermist te boek staan na een scheepsramp (Titanic), een vliegtuigcrash, een natuurramp, een gasexplosie in een kolenmijn en als wapengekletter tot zwijgen komt. Bij de slag om Stalingrad raakten zo’n 100.000 Duitse soldaten vermist. Ook tijdens de Balkanoorlog die in de jaren ’90 van de vorige eeuw Joegoslavië uiteen deed vallen, raakten duizenden mensen vermist.
Nachtmerrie
Genoemde vader, Roek Lips, schreef de nachtmerrie ‘van zich af ’, al betwijfel ik of die omschrijving in NRC Handelsblad wel helemaal opgaat. Schrijven kan inderdaad een goed werkende vorm van zelftherapie zijn. Je kunt daardoor de gebeurtenissen ordenen, de bittere werkelijkheid onder ogen zien en je gevoelens verwoorden.
Lips’ schrijfarbeid resulteerde in de biografie Job, tot op zekere hoogte vergelijkbaar met Tonio van A.F.Th. van der Heijden. Het boek biedt praktische handvatten aan mensen in vergelijkbare omstandigheden.
‘Je kunt bij rouw pas loslaten als je eerst hebt vastgepakt. (...) Dat had ik zo ontzettend graag gedaan. Ik had zo’n onvoorstelbaar groot verlangen om mijn zoon vast te pakken. (…) Ik stelde mij steeds voor hoe ik hem zelf uit zee zou halen. Dat ik de golven in zou lopen en dat ik hem er in mijn armen uit zou dragen. Zoiets zou in werkelijkheid natuurlijk nooit gebeurd zijn. Dat doen de reddingswerkers. Maar ik móest hem vastpakken om verder te kunnen. Het schrijven van dit boek heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. (…)
De avonden en de nachten waren loodzwaar. Dan kon er niet naar hem gezocht worden. Dat was gruwelijk. Dat wachten op het daglicht, op het moment dat de zoektocht weer verder zou gaan.
Nauwelijks een oog dicht kunnen doen, alleen maar wanhopig op bed liggen. Af en toe merkte je dat je even tien minuten gedommeld had. Ik heb me toen wel afgevraagd: kan ik dit aan? En toch red je het. Je lichaam verdooft zichzelf, om verder te kunnen.’
In het Reformatorisch Dagblad van 10 februari 2006 vertelt Betty Versluis-Bogaard de eerste nachten dat haar man niet thuiskomt sterk Gods nabijheid te ervaren.
Tijdens de zomervakantie van 2000 in het Oostenrijkse Oetztal keert de jeugdwerkadviseur van de Christelijke Gereformeerde Kerken (LCJ) niet terug van een wandeltocht. Hij wordt als vermist opgegeven. Zijn lichaam werd nooit teruggevonden.
Niemandsland
‘Vermist’ is een niemandsland. Lips spreekt van een gebied tussen dood en leven. Het maakt het rouwen heel gecompliceerd. Ingrijpend is het moment waarop de beslissing genomen moet worden je vermiste partner, ouder of kind ‘dood te laten verklaren’. De stap die daarvoor gezet moet worden is groot, zo is de ervaring van betrokkenen. Het voelt als verraad. Alsof de achterblijvers hun dierbare vanaf dat moment in de steek laten.
‘Toen het eenmaal zwart op wit stond, greep me dat verschrikkelijk aan’, vertelt Lips. ‘Daar stond zijn naam en dat ik als vader had verzocht om hem dood te laten verklaren. Job was net ingeschreven in Utrecht. Met dat papier in de hand heb ik hem daar zelf ook weer uit laten schrijven. Het deed me verschrikkelijk veel pijn, maar ik vond dat het zo moest. Bij zijn geboorte heb ik hem als vader toch ook laten inschrijven...?’
Markeringspunt
Hoe moet het verder? Als er geen lichaam is, valt er ook niets te begraven. Toch is het goed om een markeringspunt aan te brengen als voorlopige afsluiting van een hectische periode. Het beleggen van een herdenkingsdienst kan daaraan een zinvolle bijdrage leveren, al houdt het iets onbevredigends. Er is iets niet ‘af ’.
Ontmoeting
Ook de ontmoeting met mensen die een groot verlies kennen, kan helpen om onder de loodzware klem van veel benauwenis uit te komen. De vragen zijn immers vele.
Lips voelt zich hopeloos tekort geschoten in zijn vaderschap. Hij wilde zijn kind begeleiden en beschermen. Mij trof zijn opmerking dat je van herinneringen geen afscheid hoeft te nemen, ‘die hou je. Maar er zal nooit meer iets nieuws bij komen’.
Rouwen vraagt tijd. De blik moet zich langzaam weer verwijden.
Daar kunnen anderen bij helpen.
Worden we niet opgeroepen elkaars lasten te dragen?
Maar hoe? In ieder geval niet à la de vrienden van Job, of het moest zijn toen zij zwijgend bij Job plaatsnamen. Wat moet je zeggen in nameloos verdriet, ook als predikant of kerkenraadslid?
Ieder woord kan te veel zijn.
Het verdient aanbeveling om onze verklaringen over de oorzaak van de verdrietige gebeurtenis maar achterwege te laten.
Meet je zelf ook niet de rol van de deskundige trooster aan. Niets werkt meer afstotend dan dat.
Het beste pastoraat is invoelend pastoraat, medemenselijkheid.
Eerder wees ik al op de inbreng van eigen ervaring in het troostbezoek. Daarmee bedoelde ik geenszins te zeggen dat we de ander maar lastig moeten vallen met onze zorgen, moeiten en twijfels, waardoor we zelf centraal komen staan. In ‘doorleefd’ pastoraat zijn onze ervaringen de uitroeptekens achter Gods troostvolle beloften, achter Zijn verbond en woorden. Maar houd het bescheiden en vooral to the point.
Gods Woord
Gelukkig hangt het niet van onze woorden af. We hebben Gods Woord. Maar laten we wel zorgvuldig zijn in wat we lezen. Bij zorgvuldig gebruik is Zijn Woord het werktuig waarmee de kruisgenade, Zijn liefde en ontferming zich transformeren tot een troostrijk gebeuren in het hier en nu. Zo ervoer mevrouw Versluis vanuit Psalm 91 Gods nabijheid toen zij gaan moest door een dal van schaduwen des doods.
Handvatten
• Er zijn duizend vragen waar geen antwoord op is.
• Vermist is het lijden in het lijden.
• Kom vooral niet aan met goedkope en gemakkelijke praat.
• Stel je niet objectiverend en afstandelijk op.
• Durf bewogen te zijn met de bewogenen.
• Waarom zou je eigen gevoelens uitschakelen?
• Eigen (geloofs)ervaringen mogen ter sprake komen als dienend element.
• Je hoeft jezelf niet te verstoppen, maar wees ook niet hinderlijk aanwezig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 2013
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 2013
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's