De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijke milddadigheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijke milddadigheid

Kerkelijke zorg voor armen, ouderen en wezen

6 minuten leestijd

Eeuwenoude vormen van christelijke milddadigheid voor alles wat behoeftig is, zijn nog altijd in ruime mate aanwezig in Nijkerk. Van weeshuis tot inloophuiskamer, kledingbeurs en voedselbank. En recent richtten de gezamenlijke Nijkerkse diaconieën een stichting op die bezighoudt met het schuldhulpmaatjesproject.

Het religieuze leven in het Veluwse stadje draaide in de veertiende, vijftiende en zestiende eeuw om de werken van barmhartigheid, ingegeven vanuit christelijke waarden en normen, ten behoeve van alles wat ziek, zwak en kwetsbaar was.
De populaire heilige Catharina was de stadspatrones. Zij was aan te roepen ter bescherming tegen de pest of ter bewaking van de kuisheid.
Tussen 1650 en 1800 groeide de bevolking van Nijkerk snel. De tabaksteelt, na 1630, deed stad en ommelanden floreren. De welvaart nam een hoge vlucht en dat was te meer een stimulans voor goede werken.
Natuurlijk, er heerste armoede, de huisvesting was slecht, epidemieën sloegen toe en de sociale tegenstellingen waren groot. Voor je het wist, verviel je tot de bedelstaf en kwam je in de goot terecht, zeker als het werk wegviel en de voedselprijzen stegen. Als het loon van de kostwinner ontoereikend was, deden gezinnen vaak een beroep op de fondsen van de armbesturen. En die waren er in ruime mate in Nijkerk: naast de diaconieën waren er het Gasthuis (uit 1401) en de Proeven (uit 1571), beide vroege stichtingen die de armen ondersteunden. Het Gasthuis ontstond begin vijftiende eeuw als het Sint Anthoniushospitaal. Pelgrims, zieken en gehandicapten konden er terecht voor onderdak en een maaltijd.

Strenge regels
Na de Reformatie veranderde het Gasthuis in een fonds voor thuiszittende armen van hervormden huize. Het verschafte kleding en turf. Het Proevenfonds deelde roggenbrood uit aan gereformeerde thuiszittende armen. In 1857 besloten de bestuurders van twee armenfondsen, het Gasthuis en de Proeven, te fuseren onder het motto dat je samen sterk bent.
Ze wilden een opvanghuis creëren voor ouderen die zich zelfstandig niet meer konden redden.
De middelen voor het onderhoud van de bewoners kwamen uit de samengevoegde fondsen. De bouwkosten van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis der gereformeerde geërfden (1860) werden opgebracht door een collecte onder de kerkleden. Dankzij de ‘milddadigen hand’ van vele Nijkerkers lukte het om het vereiste kapitaal bij elkaar te krijgen. Gebouwd werd aan het Vetkamp.
Dertig ouderen konden er terecht: de weduwen uit de Proeven en het Gasthuis. Het dertigtal werd aangevuld met in Nijkerk en uit Nijkerkse ouders geboren mannen en vrouwen van 60 jaar of ouder, lid van de Hervormde Kerk, voldoende hulpbehoevend en van onbesproken gedrag. Zij moesten voldoende fit zijn: een trap op kunnen lopen. Ook was zelfredzaamheid een voorwaarde. De mannen en vrouwen sliepen gescheiden, met vier op een kamer. Het dragen van gestichtskleding was verplicht. De huisregels waren streng: geen ‘ijdel gebruik van Gods naam en onstichtelijke gesprekken’, geen sterke drank, geen tabakspruim en geen cafébezoek. En zondags twee keer naar de kerk.

Weeshuis
Wezen konden vanaf 1636 al terecht bij het Burgerlijk Weeshuis, gesticht door Wouter van Hennekeler en zijn vrouw Elisabeth Schouten. Zij wilden vanuit hun christelijke visie kinderen steunen die door de pest als wees achterbleven. Het was gehuisvest in het Catharinaklooster. De voormalige paterskamer werd verbouwd tot een regentenkamer, waar tot 1732 ook het toenmalige stadsbestuur (de ambtsjonkers) van Nijkerk vergaderde.
In de statuten stonden strenge regels over wie in het weeshuis kon worden opgenomen: kinderen moesten geboren zijn uit een wettig huwelijk van in Nijkerk geboren ouders die de gereformeerde leer waren toegedaan. Ze mochten geen besmettelijke ziekten hebben en niet ouder zijn dan tien jaar.
Van de eerste decennia van de negentiende eeuw is bekend dat de hervormde diaconie de sociaal zwakkeren voorzag van voedsel en kleding, huurtoeslag en medische hulp en bijdragen in de begrafeniskosten. Dat betaalde de kerk uit de collecten en van giften van particulieren.

Na de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde er in Nederland veel. De opname van kinderen in het weeshuis bijvoorbeeld verschoof van wezen naar halfwezen en naar kinderen die onder de voogdij vielen. Nog altijd beheren regenten (de bestuursleden van Stichting Weeshuis te Nijkerk) het vermogen dat in de loop der eeuwen is opgebouwd.
Ze zetten zich in voor het financieren van goede doelen, waarbij kinderen in achterstandsposities in binnen- en buitenland worden gesteund.
De oude, christelijke fondsen die in het verleden werden opgericht, zijn tot op heden prominent in Nijkerk aanwezig: Woonzorgcentrum Amaris Arkemheen en Woonzorgcentrum Huize Sint Jozef.
Ook de twee weduwenfondsen, genoemd naar de stichtsters Schrassert en Van Deelen, doen stevig mee. Drie jonge loten aan de diaconale stam ontsproten zijn: de Huiskamer, een inloophuis voor koffie, een persoonlijk gesprek en een gebed (een initiatief van de stichting Huis van Ontmoeting en Gebed dat door een groot aantal kerken wordt gesteund), een diaconale stichting die deelneemt in het schuldhulpmaatjesproject en ten slotte een voedselbank en kledingbeurs die sinds dit voorjaar door de stichting Ezer worden geregeld.


Stichting Schrassert en Van Delen Fundatie
De Schrassertstichting (1688) en de Van Delenstichting (1725) verschaften onderdak aan arme weduwen. De Schrassertstichting ontstond uit de nalatenschap van de gezusters Brinckje en Margriet Schrassert, dochters van Herman Schrassert en Heiltje van Nulde. Zij vermaakten een bedrag van 500 gulden ‘tot opbouw en reparatie van seker huijsjen, staande tot Nijkarck in de Cleterstraat om aen een arme weduwe te bewoon te geven’. Het testament bepaalde dat de burgemeester van de stad en de twee oudste predikanten van de hervormde gemeente de zaak moesten beheren.
De Van Delenstichting valt te herleiden tot Anna Elisabeth, weduwe van ambtsjonker Jacob Johan van Delen. Zij liet een bedrag van 1000 gulden na voor de huisvesting van arme weduwen uit Nijkerk in een pand aan het Singel en voor de kosten van onderhoud, reparatie en turf.
De twee stichtingen worden beheerd door een bestuur. Ds. J.H. van Daalen was tot aan zijn emeritaat penningmeester. ‘Ik heb het altijd een mooie vrijwilligersactiviteit gevonden’, zegt hij. Oud-burgemeester drs. B. Vries koestert goede herinneringen aan het ‘professionele’ beleid van het bestuur. ‘Het heeft nooit gebotst tussen kerk en overheid’, zegt Vries.
De bestuursleden komen een of twee keer per jaar bij elkaar op het Nijkerkse stadhuis. De stichting liet begin vorige eeuw zeven nieuwe huisjes bouwen aan de Schrassertstraat. Zeer recent kocht de stichting een appartement aan het Smidsplein. De bewoners zijn sociaal zwakkeren.
Ze hebben wel de plicht ‘naar elkaar om te zien’. In het huidige bestuur zitten behalve voorzitter burgemeester G.D. Renkema ds. H. Russcher en ds. J.P.J. Voets van de hervormde gemeente Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Christelijke milddadigheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's