Profeet van de Veluwe
Nijkerk en Callenbach vormen een vermaarde verbintenis
Bijna 33 jaar was Cornelis Carel Callenbach predikant in Nijkerk. Profeet van de Veluwe werd hij genoemd. Wie was hij? Wat was zijn boodschap?
Ds. Callenbach wordt in 1803 geboren te Amsterdam – zijn voorgeslacht kwam uit Eisenach. Hij studeert theologie in Amsterdam en Leiden. In zijn studententijd raakt hij bevriend met Willem Bilderdijk, die een geestelijke vader voor hem wordt.
Ook maakt hij kennis met Isaac da Costa, Abram Capadose (‘Callenbach is iemand die men moet liefhebben om zijn kinderlijk geloofsbestaan en hartelijke liefde’) en Guillaume Groen van Prinsterer. Deze namen getuigen dat Callenbach gegrepen werd door het Réveil, door de beweging van ‘vroomheid verbonden met praktisch handelen’.
In 1825 wordt hij predikant in Kortenhoef. Hier trouwt hij met de zeventienjarige Catharina Hendrica Meerburg uit Leiden. Enkele notabelen vinden de jonge dominee nogal dweperig. Zo bidt hij voor de bekering van de koning.
Maar eenvoudige vromen stromen van verre toe.
In 1828 vertrekt hij naar Nijkerk, om vanaf 1861 de gemeente Elburg te dienen. Hier gaat hij in 1867 met emeritaat. In Valburg brengt hij zijn laatste levensjaren door. Daar overlijdt hij in 1873.
Geliefd prediker
Op 13 juli 1828 doet Callenbach intrede in Nijkerk.
Het gezin woont in de Oude Wheem, een van de oudste pastorieën in ons land.
Het imposante huis staat er nog, verscholen achter de huizen van de Langestraat. Het echtpaar Callenbach krijgt zeventien kinderen, van wie gezegd wordt dat zij zijn ‘als olijfplanten rondom des profeten tafel’.
Callenbach ontplooit zich als een geliefd prediker. Hij verzorgt samen met zijn collega S.J. de Hoest, die behoort tot de vriendenkring van Kohlbrugge, elke zondag drie diensten. De morgendienst trekt 2000, de middagdienst 1200 en de avonddienst opnieuw 2000 kerkgangers. In de Grote Kerk wordt een gaanderij aangebracht om te voorkomen dat mensen naar huis moeten worden gestuurd.
Grondig legt Callenbach in zijn preken de Schrift uit. Ook de toepassing van de preek komt op uit de uitleg van het behandelde Schriftgedeelte. De klassieke regel ‘Schrift met Schrift verklaren’ was hem dierbaar. Zijn verkondiging van Christus was die van ‘de Christus der Schriften’. Dit kwam ook tot uiting in zijn voorkeur voor de psalmen. Steevast gaf hij naast een gezang drie psalmen op om te zingen.
De affiniteit met het Réveil blijkt in Callenbachs praktisch gerichte vroomheid. Zo ontfermt hij zich persoonlijk over bewoners van het Nijkerkerveen die in diepe armoede vaak nog in hutten woonden. Hier was geen school en geen kerk. Met name door zijn inzet krijgt het Veen in 1847 een school, de op één na oudste christelijke school in ons land.
Minder geliefd
De laatste jaren in Nijkerk ontstaat verzet tegen zijn prediking.
Sommigen zien een verband met de ernstige ziekte die het echtpaar Callenbach begin 1855 trof. De dominee herstelde, maar zijn vrouw overleed, bijna 48 jaar oud.
Veranderden hierna toon en inhoud van de prediking?
De weerstand neemt zo toe, dat Callenbach een beroep naar Elburg aanneemt. In zijn afscheidspreek van 10 februari 1861 gunt hij een blik in de ontstane spanning. Hij richt zich tot een groep in de gemeente die hij de ‘overgereformeerden’ noemt. Zij beroepen zich op openbaring buiten de Schrift, gaan af op eigen bevindingen en aandoeningen. Zij laten zich niet door het Woord van God ‘vergaderen’, maar glijden af in een ‘onmachtsleer’. ‘De lijdelijkheid vooral is een kanker, die, wordt ze niet ter goeder ure uitgesneden uit het lid, het gehele lichaam dreigt met enen vreeselijke dood.’ Wie Gods openbaring in Zijn Woord niet hoogschat, maant Callenbach, die is of wordt tot een versmader Gods. Zeg ‘amen’ op het woord des Heeren, klinkt het bewogen appèl.
Blijkbaar kreeg later een deel van de gemeente spijt en de kerkenraad vraagt Callenbach – vergeefs – naar Nijkerk terug te komen.
Zij die bleven
Callenbach wist zich geestelijk verbonden met voorgangers als Hendrik de Cock en zijn zwager George Frans Gezelle Meerburg, maar ging met hen niet de weg van afscheiding. Hij behoorde overtuigd tot hen ‘die bleven’.
In 1834 logeert De Cock in de pastorie van Nijkerk. Het komt tot gesprekken van hart tot hart.
Beiden reizen daarop naar Utrecht, waar zij Herman Friedrich Kohlbrugge ontmoeten.
De Cock moet gezegd hebben: ‘Callenbach, wij zijn toch ééns Geestes, sluit je toch bij ons aan.’
Waarop het antwoord luidde: ‘Ja, De Cock, wij zijn ééns Geestes.
Maar als je moeder hoereert, dan blijft zij toch je moeder! Daarom kan ik niet meedoen en haar verlaten.’ Met name dankzij Callenbach ging de Afscheiding Nijkerk grotendeels voorbij.
Profetisch geluid
Callenbach was zeer gehecht aan de belijdenis van de kerk. Zo was hij de stuwkracht achter het ‘adres’ van de Nijkerkse kerkenraad aan de synode om het gezag van de formulieren te handhaven, het oude ondertekeningsformulier voor proponenten weer in te voeren en hoogleraren te benoemen die met hun hart de leer van de kerk zijn toegedaan.
Toen de synode dit verzoek niet ontvankelijk verklaarde, schreven beide Nijkerkse predikanten een nieuw verzoek. Hierin zeggen zij over de afgescheidenen: ‘De hoofdzaak bij hen is echter ook bij ons hoofdzaak: het kwaad aanwijzen, herstel begeeren en zoeken voor de Hervormde Kerk.’ Callenbach werd niet moe met zijn kerkenraad, met de classis Harderwijk of desnoods alleen een profetisch geluid te laten horen. Zijn bijnaam ‘Profeet van de Veluwe’ heeft hij naast zijn prediking hieraan te danken.
Uitgeverij
Zoon George Frans begon preken en meditaties van zijn vader uit te geven in druk, eerst afzonderlijk, later gebundeld. Deze preken, Kerkredenen genoemd, vormden het begin van de activiteiten van de later landelijk bekend geworden drukkerij en uitgeverij Callenbach Nijkerk.
Bekeerde Joden
Callenbach was dominee in het Nijkerk dat met twee synagogen en honderden Joodse inwoners een bloeiende Joodse gemeenschap kende. Wanneer hij van de Oude Wheem naar de Grote Kerk liep zag hij aan de overkant van de Langestraat het pand van winkelier Joseph Jonas Jacobs en even later op de hoek van de Venestraat huis en pakhuis van koopman Jacob van Rees. Hij bereikte de kerk letterlijk tussen de Joden door.
Hij was bevriend met de bekeerde Joden Da Costa en Capadose en benoemde in de school van Nijkerkerveen als hoofd de gedoopte Jood Levi Witstein. Zou er naast de ontmoeting op straat ook geestelijk oogcontact geweest zijn tussen de Joden van Nijkerk en de profeet van de Veluwe?
Uit een preek van ds. Callenbach
De Heer is een God, die geen middelen behoeft, maar die om onzent wil zich van middelen bedient. Hizkia ligt krank tot stervens toe, en zonder te vreezen dat dit bezoek op den kranken koning nadeelig zal werken, zendt de Heer hem den profeet. Hoe gezegend is door Gods genade dit bezoek geweest! Zoo vermaant in het N.T. de Apostel Jacobus : ‘is iemand krank onder u, dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat ze over hem bidden’. Ach, hoe is het te betreuren, dat vooral in den wat meer deftigen stand deze vermaning bijna algemeen wordt in den wind geslagen. Is het uit dadelijke minachting tegen den predikant? Dat durf ik niet staande houden. Maar wat is het dan? Het is in elk geval een werk des ongeloofs, waardoor het is alsof eene wijze en gepaste toespraak des leeraars geen ander dan de meest doodelijke gevolgen kon hebben voor den lijder. Och dat men in Nijkerk althans van dien ellendigen en ten eenenmaal ongegronden waan mogt worden genezen! Immers hier kan men betere overtuigingen hebben. Hier kan men weten, dat niet een enkele maal, maar dikwerf, het bezoek, het gebed, de toespraak van een bedienaar des Woords, door Gods ontferming, de heerlijkste uitkomsten heeft opgeleverd. Men zende dan voortaan om den Zielenarts zoo vaardig en gaarne als om den Geneesheer…’
Fragment uit de ‘Kerkrede’ over Hizkia’s ziekbed (Jes.38:1-3)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's