De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jezus’ bevel als leidraad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jezus’ bevel als leidraad

Ds. Van Dis zet in op missionair werk en gemeenschapsvorming

7 minuten leestijd

Steeds meer gemeenten kunnen geen fulltime predikant beroepen. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Maar ds. C.N. van Dis wil er zo niet over spreken. We moeten leren met de ogen van Christus te kijken. Hij zag in het Joodvijandige gebied van de Samaritanen velden wit om te oogsten.

Het eerste wat ook kleine gemeenten echt nodig hebben, is een opleving, opwekking, zegt ds. Van Dis. ‘Als de Heilige Geest werkt, dan kan God de meest harde grond vruchtbaar maken. Ik wil de hoop nooit opgeven.’
Zelf ging de predikant begin dit jaar aan de slag in de van oorsprong agrarische dorpen Tull en ’t Waal-Honswijk en Schalkwijk-’t Goy.
Hiervoor stond ds. Van Dis (65) in de hervormde gemeente Vreeswijk in Nieuwegein-zuid, die in de loop der jaren is uitgegroeid tot een stadsgemeente.
Voor zijn werk als predikant is het verschil tussen beide situaties niet wezenlijk, vindt hij. ‘De gemeente is er allereerst voor de aanbidding van God in de ontmoeting met haar Heer en met elkaar. Verschillen hebben vooral betrekking op de verschillende contexten. Bovendien wonen ook in de dorpen mensen die in de Randstad werken en heeft de secularisatie geen halt gehouden bij de dorpsgrenzen. Het zendingsbevel van Christus uit Mattheüs 28 is voor mij de leidraad in al het predikantswerk.
Ik geloof dat de roeping van de gemeente overal hetzelfde is.
Missionair gemeente- zijn is roeping van de kerk, ook in de postmoderne cultuur waarin wij leven. De context bepaalt natuurlijk wel de vormgeving, de mogelijkheden en je grenzen.’

Motivatie
De predikant ziet dat je op een klein dorp ‘minder potjes gelijktijdig op het vuur kunt houden’.
Maar dat hoeft in zijn ogen niets weg te nemen van de kwaliteit van je gemeente-zijn. ‘Betrokken inzet vind ik belangrijker dan aantallen mensen. Je moet grenzen natuurlijk serieus nemen, want niemand zit te wachten op overspannen mensen. Maar motivatie is het belangrijkste.’
Klein zijn heeft ook voordelen, merkt ds. Van Dis. Zo is er vaak grote persoonlijke betrokkenheid en aandacht voor elkaar. En wanneer de kerk zich niet afsluit voor het dorpsleven, kan een dorpskerk beter in beeld komen bij de lokale samenleving dan in een stedelijke omgeving. Als voorbeelden noemt hij de jaarlijkse Brinkmarkt in Schalkwijk, waar het hele dorp naartoe komt en de opening winterwerk in Tull en ’t Waal.

Gesloten circuit
Kleine dorpsgemeenten hebben wel met specifieke problemen te maken. Als eerste noemt de predikant de zuigkracht van grote gemeenten in de nabije omgeving. Ook kunnen er soms spanningen ontstaan tussen de oorspronkelijke leden van de gemeente en ‘import’, die vaak een andere kerkelijke of sociale achtergrond heeft.
Een kleine gemeente kan ook een groter risico lopen door gebrek aan intervisie (uitwisseling van verschillende denkwijzen en visies) en nieuwe impulsen. ‘In een gesloten circuit kent iedereen elkaar. Er komen geen nieuwe dingen meer binnen.’ Een kleine gemeente heeft juist andere mensen nodig om zelf in de spiegel te kunnen kijken en nieuwe ideeën op te doen, merkt de predikant in zijn nieuwe gemeenten. ‘Zonder dat kan de dynamiek gemakkelijk gaan ontbreken.’
Ds. Van Dis adviseert gemeenten die dit pijnpunt herkennen een beroep te doen op de IZB of op het Missionaire Team van de Protestantse Kerk of op gemeenteadviseurs. Zo heeft ds. Simon de Kam, gemeenteadviseur van de classes Utrecht en Zeist, een zogenoemde gemeentescan in Schalkwijk en Tull en ’t Waal gedaan. Mede daardoor konden de beide kerkenraden voor komend seizoen drie beleidsspeerpunten kiezen en nieuwe activiteiten ontwikkelen.

Speerpunten
Het eerste speerpunt is de groei van missionair bewustzijn. Ds. Van Dis: ‘De kloof tussen mensen binnen en buiten de kerk is immens groot. Daarom moet je tussenstapjes maken tussen de gewone kerkdienst en het gesprek dat je bij de slager voert. Een missionair traject, zeg maar.’
Zo is er binnenkort voor het eerst een high tea in de consistorieruimte van de kerk van Schalkwijk. Net als bij de maandelijkse brunch in zijn vorige gemeente Nieuwegein kunnen leden van de gemeente hun vrienden die niet naar de kerk gaan hiervoor uitnodigen. Nietgelovige zoekers kunnen op die manier de sfeer proeven, elkaar ontmoeten en er ontstaan gesprekken over levensvragen.
Dergelijke activiteiten zijn een belangrijk middel, weet de predikant uit eigen ervaring. ‘Mensen leggen zich nog niet vast, maar na een paar jaar zie je dat ze bijvoorbeeld de Alphacursus gaan doen of toetreder worden.’

Peergroups
Daarnaast vindt hij gemeenschapsvorming van belang. ‘Gemeenteopbouw behoort ook tot de zendingsopdracht van Jezus en het is belangrijk dat wij het goed hebben met elkaar.’ Daarom zullen er bijvoorbeeld ouderenmiddagen en een bejaardenreisje georganiseerd gaan worden.
Nieuw is het speerpunt om jongeren te bereiken door jongerenevents. Ds. Van Dis: ‘Jongeren hebben jongeren nodig. Ze moeten peergroups kunnen vormen en vriendschappen kunnen ontwikkelen.’ Zo ging er al een groep van veertien jongeren naar een gospelpassie in de Geertekerk in Utrecht en is er binnenkort een grote barbecue voor jongeren in Tull en ’t Waal.

Pastorie
Omdat er momenteel geen pastorie beschikbaar is, woont ds. Van Dis in Nieuwegein, dus buiten de gemeenten. Is dat geen belemmering? ‘Het is mooi om als dienstdoend predikant te wonen in de gemeente waar je werkt. Je kunt iets meer van de couleur locale opvangen als je te midden van de mensen woont die je elke dag kunt zien.’
Tegelijk relativeert hij het nadeel.
‘Je ontmoet toch al minder mensen, omdat er weinig winkels meer zijn en veel leden van de gemeente elders werken.’ Trouw pastoraat is belangrijk, aldus ds. Van Dis, ‘maar dat hangt door de mobiliteit in onze samenleving minder aan de woonplaats van de predikant. Bovendien is Nieuwegein dichtbij. En ik heb een vast spreekuur ingesteld in de beide dorpskerken.’

Samenwerking
De predikant is voorstander van samenwerking tussen kleine gemeenten. Dingen samendoen smaakt naar meer, stelt hij vast.
‘Dat wordt als stimulerend ervaren. Weerstand tegen samenwerking is meer iets van het verleden.
Jongeren beleven dit niet zo. Door allerlei culturele en sociale verschillen hebben dorpen soms niet veel met elkaar. Maar er is wel meer begrip ontstaan voor het feit dat je je de luxe niet kunt permitteren om verschillen die niet echt relevant zijn, in stand te houden.
Ook als verschillen emotioneel diep gaan, mag je ze op een zakelijke manier benaderen en bespreken. Soms lukt dat en dat is dan heilzaam.’
‘Liggingsverschillen worden ook wel eens opgeklopt. Gelukkig merk ik dat in de samenwerking tussen Schalkwijk en Tull en ’t Waal niet. De Heere gaat ons erin voor om in te zetten bij de eenheid van de gemeente en niet bij de verschillen die er ook mogen zijn.’
Bij samenwerking is het dan wel handig wanneer die zich binnen één en dezelfde classis afspeelt, tekent hij aan. ‘Je moet niet met onnodige weerbarstigheden werken, maar juist meeliften op de goede organisatiestructuur van de kerk. Je kunt als parttimer ook niet goed functioneren in twee classes tegelijk.’ Daarom heeft Schalkwijk, dat bij de classis Zeist hoort, het verzoek ingediend om bij de classis Utrecht gevoegd te worden.

Groeien om te dienen
Hoewel ds. Van Dis samenwerking stimuleert, zal hij niet snel de zondagse erediensten gezamenlijk gaan houden. ‘Dat lijkt mij een optie voor als het echt niet anders kan.’ De kerk op het dorp, inclusief haar eigen vormgegeven gemeenteleven, wil hij zo lang mogelijk behouden vanwege de diepe verworteling in het dagelijkse leven. ‘Mensen worden gedoopt, doen belijdenis, trouwen, krijgen kinderen en worden begraven in het dorp. Die binding aan het dorp blijft daarom belangrijk. Ik zie de kerk graag als een centraal punt in de dorpssamenleving, ook al wordt dat buiten de kerk niet meer zo beleefd.
Ik wil ervoor gaan dat christenen op hun eigen dorp in hun eigen context het verschil zouden mogen maken en tot zegen zijn voor de dorpssamenleving.’
Over de toekomst van de gemeenten is ds. Van Dis niet somber gestemd. ‘Die is veilig in de handen van Jezus Christus. Relaties vanuit het geloof in Hem geven nieuwe verbondenheid, bereidheid van mensen om zich in te zetten en ook groei. Dan denk ik niet in de eerste plaats aan aantallen kerkgangers, maar aan christelijke netwerkvorming om dienstbaar te zijn in de samenleving. ‘Groeien om te dienen’ dat is ons mission statement voor de komende jaren.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Jezus’ bevel als leidraad

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's