Beloven vraagt geloven
De belofte [2, slot]
Het is de Heilige Geest die ons aan het werk zet met Gods beloften. Is Hij ons al niet beloofd bij de doop? Hij doet ons bidden: Heere, bevestig Uw belofte. Want daar gaat het om: dat God Zijn belofte be-vest-igt. Letterlijk: vastmaakt.
Het Hebreeuwse woord betekent letterlijk: rechtop zetten. Wanneer God Zijn belofte bevestigt, slaat Hij die als een stevige paal in de moerassige bodem van ons leven. Zodoende hebben we houvast en kunnen we niet wegzinken en verdrinken.
Heere, bevestig Uw belofte. Maak Uw toezegging waar. Doe mij ervaren en geloven dat ik het met Uw beloften wagen kan, dat ik erop aan kan. Werk het vertrouwen in mijn hart dat Gij mij op het oog hebt. En wanneer U zegt, in de prediking, door middel van de sacramenten: ‘voor u, voor jou’, – geef mij de vrijmoedigheid om het te aanvaarden. Doe mij steeds meer zien dat U een Man bent van Uw Woord; dat U geen van Uw woorden ter aarde laat vallen; dat wat uit Uw lippen ging, vast blijft en onverbroken. Daar is mij alles aan gelegen. Heere, bevestig Uw belofte.’
Door het geloof
In dit gebed is heel het leven van het geloof weerspiegeld. Inderdaad, van het gelóóf. Want alleen door het geloof komen Gods beloften tot hun recht. Gods béloven vraagt om ons géloven. Geloof en belofte: die twee zijn op elkaar aangewezen; die twee horen bij elkaar, zoals hol en bol, man en vrouw. Zonder geloof geef ik voor Gods beloften niets. Dan zijn Zijn toezeggingen voor mij loze woorden, slaan ze nergens op. Maar in het geloof weet ik dat Gods beloften waar zijn, dat ik er hoe dan ook op aan kan.
Ondermijnd
Tal van stemmen in ons en om ons heen beweren dat Gods beloften een slag in de lucht zijn. ‘Ja, dat belijd je nu wel: ‘Zoals God het zegt, zo ís het, daar houd ik mij aan.’ Maar dat zeg je tegen beter weten in.’ Zoiets komt van die akelige duivel: die wíl niet dat wij Gods beloften laten gelden. ‘Onzin,’ zegt hij. Hij schreeuwt dat vandaag de dag luid en driest van de daken. Met succes, want voor we er erg in hebben, geven we meer voor zijn verdachtmakingen dan voor Gods beloften. En hoe dominant is het denken dat beweert: ‘Alleen wat je kunt bewijzen, is waar.’ Voor we er erg in hebben, geven we ook daar meer voor dan voor Gods beloften.
Het gevoel speelt eveneens een grote rol. Velen in de gemeente van Christus laten zich daarop drijven: op het gevoel. Voor ze er erg hebben, geeft hun gevoel de doorslag in plaats van Gods gegarandeerde belofte. Met alle zweverigheid van dien.
Vergeet evenmin ons twijfelzuchtige hart. Ook dat is er een meester in om vraagtekens te zetten achter Gods beloften. De dichter van Psalm 77 ging er evenzeer mank aan: ‘Zouden Zijn beloftenissen / verder hun vervulling missen?’
Zo wordt, zeker in onze tijd, het vertrouwen op Gods beloften ondermijnd.
Nochtans
Tegelijkertijd moeten we er niet vreemd van opkijken dat Gods beloften van alle kanten onder schot worden genomen. Denk aan Christus: wat ging Hij voor weg? Een weg waarop Gods beloften onwaar leken te zijn en hoe langer hoe meer onwaar leken te worden; een weg waarop Hij het tegenovergestelde ervoer van wat de beloften van Zijn Vader inhielden. Het is de weg die iedereen gaat die de Heere Jezus leert volgen. Het is de weg waarop we slechts het ‘nochtans’ van het geloof overhouden.
Wat wil dat zeggen? Hoe ‘werkt’ dat? Om je heen zie je slechts een donkere nacht, maar nóchtans weet je het van het eeuwige licht. Elke dag loop je aan tegen de zonde, maar nóchtans houd je het op Gods vergeving. Je lijkt door alle bodems heen te zakken, maar nóchtans vertrouw je op de vaste rots van het behoud. ‘Nochtans.’ Een groot geloof zegt het, maar een klein geloof net zo goed. De hand van een klein kind of van een machteloze zieke kan immers net zo goed een kostbaar juweel aanpakken als de hand van een sterke reus.
Heilige Geest Hoe dat kan? Omdat Gods beloften nog een geheim bevatten: de kracht van de Heilige Geest schuilt daarin. Díe zorgt ervoor dat waar Gods beloften klinken, wij die beloften ook gelóven. Hij legt Gods beloften met zoveel gezag bij ons neer dat we vragen: ‘Heere, bevestig Uw beloften. Maak ze waar. Sta ervoor in.’ Soms fluister je het, dan weer roep je het. Soms is het een kreet uit de diepte, dan weer een lofzang op toonhoogte. Soms vraag je het, omdat je uit zwakte in zonde bent gevallen. Dan weer omdat je lust en liefde hebt om naar Gods geboden te leven. Hoe dan ook, waar wij vragen: ‘Heere, bevestig Uw beloften’, daar luistert God. Zo’n gebed verhoort Hij. Lang niet altijd gebeurt dat op de manier zoals wij zouden willen. Niet voor niets bidt de dichter: ‘Bevestig Uw belóften.’ Heere, laten niet míjn verlangens maar Úw toezeggingen voor mij het belangrijkste zijn. Wordt dat ook niet bedoeld met de spreuk die je vroeger her en der in een huiskamer zag hangen: ‘God vervult wel al Zijn beloften, maar niet al onze wensen?’
Het is een levenslange les om niet meer te vragen dan God heeft beloofd. Al mogen we ook niet minder vragen dan Hij heeft toegezegd. Ootmoedig – bescheiden dus en nederig – én vrijmoedig – als een kind – hebben wij met God om te gaan. Daarom: ‘Heere, bevestig Uw beloften.’
Avondmaal
Wel heel in het bijzonder verzekert God ons van de betrouwbaarheid van Zijn toezeggingen aan het heilig avondmaal. Daar spreekt alles van Zijn bevestiging. Zo zeker we eten van het brood, zo zeker vervult God aan en in ons Zijn beloften. Zo zeker we drinken van de wijn, zo zeker houden we het ervoor dat Hij al Zijn toezeggingen waarmaakt. Wie dus verlegen zit om een bevestiging van Godswege, kan maar één kant op: naar het liefdesmaal van onze Heere Christus. Zo leven wij uit Gods beloften. Helaas, meer dan eens heb je nog last van je zondige natuur, die dolgraag wat in handen wil hebben. Net als Abraham en Sara. Ook zij hadden er moeite mee alles uit handen te geven en aan de Heere over te laten. Hij heeft het hun desondanks geleerd. Daarom kan de apostel in Hebreeën 11 schrijven dat Sara door het geloof Hem voor betrouwbaar heeft gehouden Die het beloofd heeft. Met andere woorden: zij vond houvast in Gods belofte, haar en haar man gedaan. Dat was haar tot troost en sterkte. Tot op de jongste dag zullen Gods beloften als een licht in onze duisternis schijnen, zodat we ondanks alle aanvechting toch goedsmoeds onze pelgrimstocht kunnen vervolgen. Onderwijl zingen wij met David:
Gij zijt, o Heer, mijn schuilplaats en mijn haven,
Gij zult aan mij al Uw beloften staven.
Ds. H.J. Lam is hervormd predikant te Ridderkerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's