De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Techniek als afgod

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Techniek als afgod

Dr. Marc J. de Vries biedt tegenstem aan ontwikkelingsdrift

7 minuten leestijd

Toen ik Technologie, overal om ons heen van dr. Marc J. de Vries in handen kreeg, begon ik bij de literatuurlijst. En jawel, daar trof ik ook Als goden sterven van dr. F. de Graaff. In mijn studietijd aan de TH in Delft verslonden wij, studenten van de CSFR, dit boek.

De eerste studenten uit de (smalle) gereformeerde gezindte gingen vooral naar Delft. De boeken van De Graaff relativeerden de waarde van de techniek en bewaarden ons ervoor louter techneut te (willen) zijn.
De Graaff ging zelfs erg ver. Techniek was voor hem meer vloek dan zegen. Toen een van de studenten op een zomerconferentie hem de vraag voorlegde waarom hij dan toch met de auto was gekomen, antwoordde hij, dat hij 160 km per uur had gereden, om er zo kort mogelijk in te hoeven zitten. Maar toen ik ooit bij hem aan huis kwam met een cd’tje waarop woorden stonden die gecomponeerd waren uit een elektrische ruis, ontbrandde hij in heilige toorn. Dat was nu echt hubris, menselijke overmoed. Nog bij zijn afscheid in Hattem refereerde hij eraan, toen ik hem de hand schudde.

Genuanceerder
De Vries volstaat – naar aanleiding van het boek van De Graaff – met te zeggen dat er in het paradijs van techniek geen sprake kon zijn. ‘Techniek heeft immers te maken met de gebrokenheid, en die was er in het paradijs nog niet.’ De Graaff heeft het forser gezegd.
Bij De Vries is techniek meer dan een noodzakelijk kwaad, maar de kwade kanten komen wel ook volop aan de orde. Techniek tussen God en duivel! De Babelcultuur, waaraan prof. dr. E. Schuurman vaak refereerde, komt ook bij de bijbelse oriëntatie in het boek van De Vries aan de orde, alsook wat het boek Openbaring voorzegt over de zeven bazuinen en het uitgieten van de zeven schalen, door De Vries met praktische voorbeelden geconcretiseerd.
Maar ‘de vloek is niet absoluut’, zegt hij. ‘Weliswaar komen er dorens en distels op, maar de vrucht ontbreekt niet.’ Die vrucht zien we al bij Kaïn als landbouwer, al moet hij er hard voor ploeteren.
Overigens wordt ook bij Abel als schaapherder ‘de vloek van de zonde’ duidelijk. ‘Zou hij in de eerste tuin geweest zijn, dan had hij er weinig omkijken naar gehad.’

Gevolgen
Techniek definieert De Vries als ‘het tot stand brengen van iets materieels wat er voorheen niet was’. Hij tekent daar direct als negatieve gevolgen bij aan een dreigend tekort aan materialen en energiebronnen, terwijl te veel afvalmaterialen en restenergie vervuiling van het milieu tot gevolg hebben. Nog steeds verzet de aarde zich tegen technische bewerking, ze kreunt er zelfs onder.
‘Tegelijk mogen we zeggen dat wij wonder boven wonder Gods zegen op ons technisch werk mogen zien.’ Daarom verwijst hij, de Babelcultuur ten spijt, ook naar wat Jeremia de ballingen in Babel voorhield, namelijk dat ze daar huizen moesten bouwen en het goede voor de stad moesten zoeken, ‘omdat in haar vrede ook hun vrede zou liggen’ (Jer.29).
En verder: de Bijbel begint met een paradijselijke tuin en eindigt met een al even paradijselijke stad. Er komt weer volmaakte harmonie tussen natuur en cultuur. Techniek heeft daarom ook ‘een eeuwig perspectief ’. Dat perspectief had de auteur, gegeven zijn definitie van techniek, naar mijn oordeel meer mogen toelichten.
Het boek wordt echt praktisch vanaf het hoofdstuk ‘Techniek als beeldvormer’. Een bril om scherper de werkelijkheid te zien; als ‘uitbreiding van het menselijk lichaam’ (vuistbijl, speer); als ‘uitsnijding’ van de werkelijkheid (raam); als interpretatie van de werkelijkheid (astronomische instrumenten, scans); als verandering van de werkelijkheid (film); met effect van de omgeving (sterrenhemel in tropisch oerwoud).

Media
De media krijgen apart een behandeling, vanwege hun onvermijdelijke selectie: ‘zolang we van de media afhankelijk zijn, is het een illusie dat we de werkelijkheid ook met zekerheid kunnen kennen’. Verder komt aan de orde het creëren van virtuele werelden (simulaties). En dan natuurlijk internet, met alle verslaving van dien. De oneindige hoeveelheid informatie daarvan moet getoetst worden, zegt De Vries. ‘Het is opmerkelijk dat er onder reformatorische christenen niet meer terughoudendheid is (…) Het is verbazingwekkend hoe reformatorische scholen leerlingen dwingen om voortdurend op internet aanwezig te zijn.’ Vrijwel alle informatie loopt immers ook daar via internet.

Cultuuromslag
Ik onderschrijf van harte de analyse van De Vries. Maar, vraag ik dan, kan de wal het schip nog keren? Wetenschap en techniek kennen progressie, geen teruggang. De cultuuromslag is compleet. Individueel kan men grenzen stellen, maar maatschappelijk zijn er geen grenzen. Ook ik kan niet meer zonder. Zelfs in de kloosters is internet. ‘Techniek als macht’, signaleert De Vries hier terecht. Een moloch zelfs.
Geen wonder dat geleerden, met name atoomgeleerden, soms schuld hebben bekend over vindingen die ze deden, met alle rampzalige consequenties of mogelijkheden van dien. Ooit ontving ik een brief van een natuurwetenschapper/ filosoof uit Duitsland, die de stelling poneerde dat de mensheid een verzadigingspunt zou bereiken en af zou zien van verdere ontwikkelingen. Er is echter nog geen begin van een vermoeden daarvan. Laat desalniettemin de tegenstem blijven.
Die vinden we in dit boek. Terecht zegt De Vries: ‘Bedrijven kunnen ons wel voorspiegelen dat we dit of dat nieuwe apparaat echt nodig hebben, maar we kunnen zeggen: Nee, dank u.’
Neem ook twitteren. Dat betekent letterlijk kwetteren. Er wordt wat afgekwetterd.

Eerlijk
De Vries schuwt binnenwaartse kritiek niet. Het ‘afgodskarakter’ van de techniek speelt ons parten.
Enerzijds zijn de milieuproblemen ‘ten volle onze eigen schuld’, maar ‘ze zijn ook een oordeel dat van Godswege over ons komt’.
Als het echter over onze eigen verantwoordelijkheid gaat, herinnert de auteur aan de oproep van de Wereldraad van Kerken in 1983 tot een ‘conciliair proces voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping’. In de gereformeerde gezindte leefde toen de vrees voor ‘een politieke theologie’. Maar de zorg voor het milieu had ons ‘juist als christenen’ op het lijf geschreven moeten staan.
We zijn rentmeesters, wat iets anders is dan heersers.
Ik waardeer het zeer dat De Vries hier de vinger bij legt. Wie toen de oproep bijviel, werd al spoedig als links aangemerkt. Pas veel later gingen ‘onze’ ogen open.
Zoals wel vaker. Ik herinner me dat wijlen ds. Joh. van der Velden eens zei dat gereformeerdebonders soms laat wakker worden, maar dat, als ze eenmaal wakker zijn, ze ook goed wakker zijn.
Hopelijk geldt dat laatste ook hier voor allen die het beheer van de Schepping ernstig nemen.
De hang naar luxe wordt hier ook eerlijk benoemd: ‘Het lijkt soms alsof de hang naar luxe in de gereformeerde gezindte nog sterker aanwezig is dan elders.’ Het autopark bij kerken is soms ‘beschamend’.

Historie
Van harte wil ik het boek van De Vries aanbevelen. Er blijft ook wel wat te vragen over. Hij onderscheidt bijvoorbeeld terecht interpretatie van het boek Openbaring van die van de boeken Genesis of Richteren. Als hij echter van ‘historische bijbelboeken’ spreekt, dient wel bedacht te worden dat het om gekwalificeerde historie gaat, zeker ook bij de interpretatie, liever de exegese van Genesis 1. Als De Vries zegt: ‘Op de eerste dag maakt God scheiding tussen licht en donker, zodat (curs. van mij, vdG.) op de vierde dag zon, maan en sterren geschapen konden worden’, is dat naar mijn oordeel exegetisch kwestieus.
En God schiep niet alleen uit niets (bara’) maar ook uit voorhanden materiaal (‘asah). Wel is de beschrijving van de schepping van de mens in Genesis 1 inderdaad zo uniek, dat deze niet in overeenstemming te brengen is met het idee dat de mens uit evolutie van de dieren zou zijn voortgekomen.

Keuzen
De slothoofdstukken ‘Techniek en de kerk’ en ‘Verantwoord omgaan met techniek: persoonlijke bezinning’ bieden behartigenswaardige adviezen, in lijn met de principiële doordenking in de eerdere hoofdstukken. Te veel om op te noemen. Genoeg om er je winst mee te doen, ook om ‘radicale keuzen’ te maken.

N.a.v. Dr. Marc J. de Vries, ‘Technologie overal om ons heen. Moderne ontwikkelingen in christelijk perspectief ’, Artiosreeks, uitg. Groen, Heerenveen; 163 blz.; € 12,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Techniek als afgod

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's