Globaal bekeken
Deze dagen kwam ik nog weer eens de naam van de Tsjechische theoloog en pedagoog Jan Amos Comenius (1592-1670) tegen, omdat hij ooit doceerde in het Hongaarse Sárospatak, waar ik de tiende conferentie van IRTI bijwoonde. Hij werd in Naarden begraven, waar ook een Comeniusmuseum is. In 1992, bij zijn 400e geboortejaar, werd een nummer van Tussen Vecht en Eem aan hem gewijd.
• ‘Comenius, een Boheemse balling in de zeventiende eeuw’
Van alle ballingen die Bohemen vanwege hun protestantisme en hun oppositie tegen de Habsburgse keizer moesten verlaten, is Johannes Amos Comenius ongetwijfeld de beroemdste. Zijn leven stond sinds de jaren twintig van de zeventiende eeuw in het teken van die ballingschap. Hij zou in vele landen verblijven (Polen, Duitsland, Hongarije, Engeland, Zweden) om ten slotte in 1656 in de Republiek der Verenigde Provinciën te belanden, veertien jaar later in Amsterdam te sterven en in Naarden begraven te worden.
Als hij in 1641 de uitnodiging had aangenomen om president te worden van het Harvard College in Amerika (toen natuurlijk nog een Engelse kolonie), was Naarden mogelijk een mausoleum en een museum misgelopen.
Want wie in die tijd de oceaan eenmaal was overgestoken, kwam meestal niet meer terug naar Europa.
Maar het is anders gegaan. Comenius wilde liever niet uit Europa weg.
Nog sterker: toen hij overwoog zich in Engeland te vestigen, kreeg hij direct te maken met verzet van zijn vrouw. Europa: dat was voor hen het continent en hij noch zijn vrouw kon de gedachte verdragen dat er een zee tussen hen en het vaderland Bohemen zou zijn.
• Rond de ‘opwinding’ over het graf van Comenius in 1929 schreef de ‘destijds bekende’ speldichter Clinge Doorenbos uit Bussum een gedicht:
Het Comenius-museum
Is weer rijkelijk verrijkt
Nu het met een dik dozijntje
Nagels van zijn doodkist prijkt.
Op een zacht fluweelen kussen
Ligt de authentieke schop:
Daarmee groef men kort geleden
Den beroemden doode op.
Ook het fleschje desinfectie
Voor de opgegraven aard
Wordt daar met het èchte kurkje,
Voor het na-geslacht bewaard.
In verband met deze vondsten,
Van historisch gróót gewicht,
Heb ik voor Ko Menius een
Relequi-club opgericht.
Alles wat wij kunnen vinden
Van Comenius en zoo,
Doen w’als goede Vaderlanders
Aan ’t Museum graag cadeau.
‘k Heb al ’n splinter van den stoelpoot
Van de stoel, waar hij op zat
En een scherf van het ontbijtbord
Waar hij havermout van at.
Een vermolmden sok-ophouder,
’n Stukje paedagogen-ziel,
En drie milligram plombeersel,
Dat uit zijn verstandskies viel.
’k Heb het gaatje in de voering
Van de broekzak van den spruit
Van den man, die bij ’t begraven
Háást de kerkklok heeft geluid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's