De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OPVOEDINGSIDEALEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPVOEDINGSIDEALEN

Wat hervormd-gereformeerde ouders tussen 1970 en 2000 zoeken

7 minuten leestijd

Welke opvoedingsidealen hebben en hadden hervormd-gereformeerden? Het kan interessant zijn om hun opvoedingsopvattingen onder de loep te nemen. Publicaties tussen 1970 en 2000 vormen daarvoor een bron van betekenis.

Jac. Kattenberg publiceert in 1977 het Pedagogisch vademecum, een boek dat allerlei praktische thema’s op het terrein van de opvoeding bespreekt. In hetzelfde jaar verschijnt onder redactie van J. van der Graaf en I.A. Kole de bundel Het gezin vandaag en morgen. Hervormd-gereformeerde auteurs werken voor deze uitgave samen met auteurs uit andere delen van de gereformeerde gezindte.
Ook de bundel Christelijk gezinsleven uit 1990 is geschreven door auteurs uit verschillende delen van de gereformeerde gezindte.
De redactie van deze bundel wordt gevoerd door ds. J. van Amstel, dr. J. Hoek, dr. R. Seldenrijk en prof.dr. W.H. Velema. Diverse auteurs werken zowel mee aan de bundel uit 1977 als aan die uit 1990. De auteurssamenstelling is in 1990 breder dan in 1977, waardoor het aandeel van hervormdgereformeerde auteurs relatief afneemt. Ook zijn bij de tweede bundel wat minder predikanten en wat meer professionals uit de pedagogische sector betrokken.
Een duidelijke overeenkomst tussen beide bundels is de gerichtheid op het gezin als geheel. Het aangaan van een huwelijk en het krijgen van kinderen worden direct aan elkaar gekoppeld.

HGJB
Als het gaat om de bezinning op opvoeding, laat ook de HGJB zich in deze jaren niet onbetuigd. Tussen 1986 en 1997 verschijnen er bij de HGJB vier brochures over de geloofsopvoeding van kinderen. Kinderen, een erfdeel des Heren (1986) bijt het spits af en ontwikkelt zich spoedig tot een veelgevraagd artikel. In 1988 wordt Kind en geloof uitgebracht, een meer praktisch vervolg dat zich richt op kinderen tot 12 jaar. Als kleintjes groter worden… uit 1990 besteedt aandacht aan tieners, terwijl de brochure Jongeren en geloof uit 1997 de ouders van 16-plussers bedient. De hoofdstukken van de laatste brochure verschenen eerder in artikelvorm in De Waarheidsvriend.
Het Pedagogisch vademecum, de bundels uit 1977 en 1990 en de brochures van de HGJB vormen zeker geen uitputtend overzicht van de hervormd-gereformeerde opvoedingsliteratuur uit de periode van 1970 tot 2000. Over de vormgeving van de huisgodsdienst, de rol van jongeren in de kerkelijke gemeente en de betekenis van de kinderdoop zijn in deze periode eveneens boeken geschreven door hervormd-gereformeerde auteurs. Op basis van de gepresenteerde selectie wordt echter wel duidelijk wat het hoogste opvoedingsideaal is, hoe hervormd- gereformeerden het kind zien, welke praktische handreikingen ze doen en hoe ze over gezag denken.

VREZE DES HEEREN
Over het hoofddoel van de opvoeding bestaat in de genoemde literatuur een grote mate van overeenstemming. Auteur na auteur citeert het formulier voor de kerkelijke bevestiging van een huwelijk, waarin gesproken wordt over het opvoeden van kinderen ‘in de waarachtige kennis en vrees Gods, Hem tot eer, en tot hun zaligheid’. Ook het doopformulier, waarin ouders gevraagd wordt of zij bereid zijn hun kinderen te (laten) onderwijzen in de christelijke leer, wordt veelvuldig aangehaald. De vreze des Heeren geldt als zo’n vanzelfsprekend opvoedingsideaal, dat de term nauwelijks wordt uitgelegd.
Wel zijn de auteurs zich bewust van de beperkte mogelijkheden van opvoeders. Opvoeders hebben de hoge roeping het Woord van God te zaaien, maar alleen de Heilige Geest kan het zaad doen ontkiemen en groeien. De wetenschap dat de trouw van God de doorslag geeft, wordt voor opvoeders bemoedigend geacht.

KINDEREN ALS GAVE
Wat het denken over het kind betreft, springen drie zaken in het oog. Allereerst worden kinderen gezien als een gave van God. Bewust spreken auteurs over de ‘kinderzegen’. Deze visie brengt een zekere terughoudendheid op het terrein van gezinsplanning met zich mee. Wel nemen hervormd- gereformeerde auteurs in de bundel uit 1977 een meer open houding ten opzichte van het gebruik van voorbehoedsmiddelen aan dan een medeauteur afkomstig uit de Gereformeerde Gemeenten. In de bundel uit 1990 wordt expliciet vermeld dat binnen de gereformeerde gezindte verschillend over het gebruik van anticonceptiva gedacht wordt.
Ten tweede keren de auteurs van diverse opvoedingswerken zich tegen een al te positief mensbeeld. Duidelijk klinkt de overtuiging dat kinderen net als hun ouders behept zijn met een zondige aard. Een uitzondering vormt wat dit betreft het Pedagogisch vademecum. Kattenberg contrasteert de houding van het kind met de houding van de volwassene, en laat de vergelijking in het voordeel van de eerste uitvallen. Waar kinderen zich doorgaans laten leiden door hun hart, laten volwassenen zich veelal leiden door hun verstand.
De verwondering van een kind kan volwassenen tot voorbeeld strekken. Kindervragen hebben bovendien existentiële betekenis en moeten door volwassenen volstrekt serieus genomen worden.
Kinderen worden ten derde beschouwd als een ‘erfdeel des Heeren’. Niet alleen draagt de populaire HGJB-brochure uit 1986 deze naam. In Het gezin vandaag en morgen schrijft ds. C. den Boer al: ‘Ons kind is eerstens kind van de gemeente in verbondsmatige zin.
En dan wordt het aan ons uitgeleend, opdat wij het zouden beheren, oproepen tot bekering, heenwijzen naar de enige Zaligmaker en leren leven naar de orde van Gods geboden.’

GELOOFSOPVOEDING
De gedachte dat een nauwe band tussen gezin, kerk en school van belang is om een opvoeding in de vreze des Heeren gestalte te geven komt in de genoemde literatuur regelmatig terug. De eerste verantwoordelijkheid voor de geloofsopvoeding wordt evenwel bij de ouders gelegd. Vooral de huisgodsdienstoefening krijgt veel gewicht. Nog specifieker is er grote aandacht voor de omgang met de Bijbel. Zo worden geven diverse auteurs in de periode van 1970 tot 2000 handreikingen voor de keuze van een kinderbijbel. Bij de selectie die auteurs maken spreekt hun kerkelijke achtergrond mee.

OUDERLIJK GEZAG
Het thema gezag wordt vanuit verschillende perspectieven benaderd. In het Pedagogisch Vademecum wordt nauwelijks over gezag gesproken. Opvoedingssituaties worden vaak vanuit het perspectief van het kind belicht, waarbij de auteur een groot invoelend vermogen aan de dag legt. Wanneer over gezag gesproken wordt, wordt het gezag van de ouder gefundeerd op de opvoedingsrelatie die er tussen ouder en kind bestaat.
In Het gezin vandaag en morgen en Christelijk gezinsleven speelt het thema gezag een prominentere rol. Diverse auteurs benadrukken in deze bundels dat ouders door God met gezag over hun kinderen bekleed zijn. Dit geeft het ouderlijk gezag een flinke lading. Kinderen zijn van Godswege verplicht hun ouders te gehoorzamen. Tegelijkertijd brengt de notie van afgeleid gezag een begrenzing met zich mee. Ouders zijn geroepen om te handelen overeenkomstig de richtlijnen die God geeft in Zijn Woord. Een tirannieke gezagsuitoefening valt buiten deze taak.
De overtuiging dat het gezag van ouders bij God vandaan komt, is ook terug te vinden in de opvoedingsbrochures van de HGJB.
Hier wordt echter geaccentueerd dat als ouders hun gezag afleiden uit het Woord van God, kinderen hen ook mogen aanspreken op dat Woord. Ouders die geloven dat zij hun gezag van God hebben gekregen, moeten zich afvragen of de regels die zij hanteren daadwerkelijk gebaseerd zijn op de Bijbel. Er moet door hen een eerlijk onderscheid gemaakt worden tussen conventies die voorgeschreven worden door de Bijbel en conventies die voorgeschreven worden door de traditie.
Zolang de grenzen van de Schrift niet overschreden worden, dienen ouders open te staan voor andere keuzes. Deze keuzes kunnen zich bevinden op het terrein van kleding en haarlengte of op het terrein van de geloofsbeleving.

CONTINUÏTEIT
Uit de uiteenlopende behandeling van het thema gezag blijkt dat de functie van een auteur er in deze periode toe doet. Een pedagoog schrijft anders over kinderen dan een gemeentepredikant of een jongerenwerker in dienst van een kerkelijke organisatie. Bij een onderwerp als gezinsplanning of de keuze voor een kinderbijbel blijkt de kerkelijke positie van een auteur binnen de gereformeerde gezindte van belang te zijn. Daarnaast is zichtbaar of een tekst in de jaren zeventig of in de jaren negentig geschreven is. Tussen 1970 en 2000 doen zich echter geen fundamentele verschuivingen voor binnen het hervormd-gereformeerde denken over opvoeding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

OPVOEDINGSIDEALEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's