STUDENTEN NAAR HYDEPARK
‘Biddend strijden’ thema studieweek Gereformeerde Bond
Vorige week was het weer zover: theologiestudenten kwam naar Doorn om op Hydepark deel te nemen aan de studieweek van de Gereformeerde Bond. Biddend strijden was het thema dit jaar. Een dagboek.
MAANDAG
De studieweek wordt traditiegetrouw geopend door de voorzitter van de Gereformeerde Bond. Dit jaar opent ds. A.J. Mensink met een korte meditatie over het biddend strijden. Daarin komt de sterke relatie tussen het bidden en het zingen naar voren (zie ook het fragment van zijn inleiding op deze pagina’s, red.). Na deze opening volgt een lezing over de liturgie door drs. P.J. Vergunst. Hij neemt ons mee naar de kern van de liturgie van een eredienst. Een eredienst is een dienst waarin God ons wil ontmoeten. Wanneer we met deze insteek een eredienst benaderen, kijken we anders naar de verschillende onderdelen daarvan. Dan blijkt dat de mens niet op de eerste plek staat, maar God, die ernaar verlangt ons te ontmoeten. Dat geeft een groot gewicht aan het verzaken van de eredienst. Kan er een reden zijn om deze ontmoeting te vermijden?
In de avond spreekt prof.dr. P.H.R. van Houwelingen met ons over het boek Openbaring en over martelaarschap. Na een lange, maar interessante aanloop over het boek Openbaring, spreekt hij over het martelaarsmotief. Hij draagt veel argumenten aan voor de stelling dat openbaring een troostrijk martelaarsgeschrift is.
Daarna heeft prof. Van Houwelingen het over het duizendjarig rijk, waarin de martelaren met Christus zullen regeren (Op.20:1-7).
Deze martelaren zijn volgens Van Houwelingen dezelfden als die in Openbaring 6:9-11. De martelaren smeken om de wraak van hun bloed, en hun wordt rechtgedaan door hen 1000 jaar met Christus te doen regeren.
DINSDAG
Terwijl er voor de nieuwe studenten een lezing is over roeping, mogen de ouderejaars participeren in een lezing van ds. C.M.A. van Ekris. Ds. Van Ekris onderzoekt enkele beroemde preken, onder andere van Bonhoeffer, om lijnen van profetie in onze tijd te zien. In de profetie zijn vier bewegingen zichtbaar. Ten eerste moet de problematiek tot in de diepste laag worden ontdekt. Daarna moet de hoorder onderbroken worden in zijn normale denken.
Ten derde moet het heil verkondigd worden, en ten slotte moet er ook geanticipeerd worden op de toekomst (‘als u dit blijft doen, dan zal dit gebeuren’). De lezing geeft ons als studenten inzicht in de profetische prediking, maar zet ons ook tot denken over de boodschap daarvan. Waartegen en hoe moet in onze samenleving en ook in onze kerk geprofeteerd worden? Op deze vraag ligt geen helder antwoord klaar, maar de lezing geeft wel handvatten voor profetische prediking.
In de middag spreekt prof.dr. J. Hoek met ons over de zin van het bidden. Aan de hand van een aantal interviews met mensen bespreekt hij de problematiek die mensen tegenkomen in het gebed. Hij verwijst naar Calvijn voor de beoordeling van vormen van gebed. Bovendien waarschuwt hij terecht voor een psychologisering van het gebed, alsof het gebed er alleen voor de mens is. Maar het is volgens prof. Hoek goed gereformeerd om te erkennen dat God de wereld regeert door middel van de gebeden van de gelovigen.
’s Avonds heeft de HGJB de mogelijkheid zich te presenteren. Na de dynamische presentatie spreken we nog over de uitdagingen voor de HGJB. Een van de uitdagingen is dat een vmbo-leerling tijdens de catechisatie soms moeilijk mee kan komen met de rest. Hoe kunnen we hen bij de kerk blijven betrekken op een manier die hen aanspreekt, en waarbij de gemeente een geheel blijft vormen?
WOENSDAG
’s Morgens is er een lezing van prof.dr. G.C. den Hertog. De samenleving zoekt volgens prof. Den Hertog naar een bevrijding van de wet. In ons land wordt alles geplaatst onder de noemer van de vrijheid, maar er wordt eigenlijk vrijblijvendheid bedoeld. In onze cultuur is de wet daarom niets meer dan een soort verkeersregels van de samenleving. De wet van God is van een andere orde. Er zit evangelie in de wet en prof. Den Hertog pleit daarom ook voor prediking over de wet. Daarmee heeft de prediking van de wet mijns inziens veel weg van de profetische prediking. Alle bewegingen van de profetie die we dinsdag gehoord hebben, zitten in de Tien Geboden. Laten we dan het evangelie in de wet onderzoeken. De dichter van Psalm 119 zingt daar 176 verzen lang over. Zingen en bidden wij met hem: ‘Ontsluit mijn ogen, en laat mij aanschouwen de wonderen van uw wet’ (Ps.119:18; berijmd vers 9).
’s Middags mogen wij genieten van een lezing over Bach. Wouter Verhage vertelt ons over de retoriek in de muziek van Bach. Voor mij is het een verrassing dat er zoveel structuur in zijn werk zit.
Dat geeft zijn muziek een nog diepere dimensie en eerbied. Als voorbeeld geeft hij onder andere de cantate over Psalm 130. Wanneer de zangers ‘Aus der tiefen’ zingen, doen ze dat heel laag getoonzet, waarbij het smekende doorklinkt en doordringt.
DONDERDAG
’s Morgens hebben wij een lezing van mw.drs. E.J. van Dijk en drs. R. Toes over ‘een verweesde generatie’. De jongeren gaan deze twee mensen bijzonder aan het hart. Van Dijk maakt ons opmerkzaam op de generatiekloof en de gevolgen daarvan. Ik kan slechts enkele punten noemen. Ouders (en jeugdleiders) horen identificatiefiguren te zijn, maar dat zijn ze voor de jongeren niet. Daarnaast is de seksuele voorlichting niet goed genoeg. Het is moeilijk hierover te beginnen, maar als ouders en jeugdleiders dit niet doen, halen de jongeren hun informatie ergens anders. We laten deze voorlichting toch niet over aan de televisie en het internet?
Drs. Toes heeft het over de gezagscrisis.
In de politiek, in de kerk en ook in de gezinnen en op scholen. Hij ziet drie componenten van de gezagscrisis. Ten eerste is er een deconstructie van gezagsdragers. Ze worden minder serieus genomen. Het tweede is dat gezagsdragers zich neerbuigen naar jongeren toe, waardoor ze bijna gelijk zijn aan de anderen. Daarmee wordt onduidelijkheid geschapen, en zeker in de relatie tussen de ouders en het kind is dit verkeerd.
Ten slotte is het individualisme doorgeslagen, waardoor ook een gezagscrisis ontstaat.
Helaas moet ik de lezingen in de middag en avond missen. Mijn medestudenten leren van dr. J. Kommers iets over het gebedsleven in de praktijk, onder andere hoe hij ’s morgens al vroeg opstond om samen met zijn vrouw te bidden. ’s Avonds bemoedigt prof.dr. G. van den Brink de studenten voor het komende studiejaar vanuit 1 Korinthe 4:1-7, waarin de verzen 3 en 4 centraal staan.
We mogen als studenten terugzien op een zeer goede week en weer gesterkt het nieuwe studiejaar ingaan. Het is goed om als hervormd-gereformeerde theologiestudenten elkaar te ontmoeten en te spreken over de theologie. Als theologiestudenten zijn we de Gereformeerde Bond zeer dankbaar voor de mogelijkheid om het jaar zo te beginnen. Onze dank gaat ook uit naar ds. en mevrouw Koeman, die deze week voor ons klaar hebben gestaan en alles in goede banen geleid.
ZINGEN EN STRIJDEN
Tijdens de studieweek van de Gereformeerde Bond spreekt ds. A.J. Mensink uit Krimpen aan den IJssel als voorzitter van de Gereformeerde Bond het openingswoord. Zijn toespraak, die hier ingekort volgt, leidt het thema ‘Biddend strijden’ in.
Waar de christenen zingen, daar strijden zij ook. En waar zij strijden, daar zingen zij. Daar worstelen zij zich zingend door het strijdperk heen. Kan het zijn dat wij, onze generaties, al meer en meer de betekenis van het zingen, vooral van de psalmen, voor de geestelijke strijd onderschatten? Als ik me niet vergis, wordt er van lieverlee hoe langer hoe minder gezongen, in huis, school en gemeente.
Terwijl toch de psalmen in de strijd geboren zijn, door de Heilige Geest gegeven zijn. Psalmen waarin God Zich openbaart als de Heere die zal opstaan tot de strijd, die zal overwinnen in de strijd, en die Zijn volk de zege geeft! En dat zingt Zijn gemeente aangevochten maar moedig na. In de Psalmen wemelt het immers van vijanden en dreigingen, van belagers en bedriegers, van tirannen en vorsten die samenspannen en hoogmoedig snuiven. Let wel, het gaat om hen die het Koninkrijk tegenstaan.
Wat maken we onherstelbare brokken als wij ons de psalmen toe-eigenen om daarmee ónze strijd te voeren, ónze eer te redden. Wij hebben de strijd niet tégen vlees en bloed, maar wij hebben de strijd nog minder vóór vlees en bloed, namelijk het onze. De geestelijke strijd is de strijd om het Koninkrijk der hemelen. In díe strijd worden de psalmen gezongen, in díe strijd klinkt de roep om gerechtigheid en oordeel, om genade en overwinning.
BIDDEN
Laten wij biddend in de strijd staan.
Die strijd niet overschreeuwen met liederen van gloria en overwinning, waarin je met vleugels als van een arend boven strijd en werkelijkheid opstijgt en zweeft. Dat is zo zweverig.
Wij ontvluchten in ons zingen het strijdperk niet – wij betreden het juist. En als christenen minder gaan zingen, en voorgangers minder voorzangers worden, daar verslapt de gemeente in haar strijd. De Heere Christus zegt dat dit geslacht niet uitvaart dan door bidden en vasten.
Wat geeft de Heere kracht en moed, door de gezongen gebeden. Wat zet Hij ons weer op onze voeten. Hoe vervult Hij ons niet met hoop, als Hij ons door Zijn Geest laat zien op de verhoogde Christus en de belofte van Zijn komst. Wat moeten machten en krachten van de duisternis uit onze harten verdwijnen, als de Heilige Geest door gebed en lied licht en kracht in onze harten uitgiet.
NAVOLGERS
Laten wij ook hierin navolgers van de Heere Jezus Christus zijn. Hij zong Zich door de aanvechtingen van de boze heen met de psalmen van Israël en van Israëls God, Zijn Vader. Wat zong Hij zich door Gethsémané heen, daar de angst der hel Hem alle troost deed missen. Wat bad Hij Zich aan het kruis door het oordeel heen. Maar wat heeft Hij ook de psalmen vervuld!
Hij, van Wie ook de Psalmen profetisch getuigen, heeft in opstanding en hemelvaart de overwinning getoond. ‘Beef satan, Hij Die ons geleidt, zal u de vaan doen strijken!’ Machtig, hoe dichters en apostelen de vijand zo mogen tarten. Maar met geen greintje zelfvertrouwen, en met nog minder bluf. Slechts sterk in de Heere en in de kracht van Zijn opstanding.
KINDERGEBED
In 1541 stond Europa onder de dreiging van de Turken. De keurvorst van Saksen vroeg aan de predikanten om hun gebed in deze situatie, die niet alleen politiek maar ook godsdienstig zeer hachelijk was. Naast de predikanten vroeg hij echter vooral ook de kinderen om te bidden –kindergebeden worden bij God zéker verhoord. Luther maakte hierop een lied, ‘Erhalt uns Herr bei deinem Wort’. Het is een kindergebed, gezongen op een oudkerkelijke melodie. Mooier dan de vertaling van Boendermaker in het oude, en die van Sietze de Vries in het nieuwe liedboek is de vertaling van Fedde Schürer.
Houd ons, o Heer, dicht bij uw woord,
En drijf de boze vijand voort,
Die Jezus, uw geliefde Zoon,
Wil werpen van zijn hoge troon.
Heer Jezus Christus, toon uw macht
aan ’t hart, dat naar verlossing smacht,
behoed uw arme Christenheid,
Dat zij U loov’ in eeuwigheid.
Doe, Heil’ge Geest, uw troostend werk,
En bouw de eenheid van uw Kerk!
Sta bij ons in de laatste nood:
Leid ons in leven en in dood.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's