De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ECONOMIE ALS GELOOF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ECONOMIE ALS GELOOF

7 minuten leestijd

De zomertijd is voor velen een periode om uit te rusten en vakantie te houden, om er daarna weer ‘flink tegenaan’ te kunnen gaan. Het is echter de vraag of dat de bedoeling is. Volzin liet Tomáš Sedláček (1977) aan het woord, een Tsjechische econoom en filosoof. Sedláček is nu eventjes hip, maar dat neemt niet weg dat hij ook zinnige dingen aan de orde stelt. In zijn boek De economie van goed en kwaad (2009) legt hij de huidige westerse economie langs de meetlat van oude wijsgerige en godsdienstige bronnen: het vierduizend jaar oude Sumerische epos Gilgamesj, de Bijbel, Plato, Thomas van Aquino. Volgens Sedláček is de economie geen exacte wetenschap maar ten diepste een geloof.
Maar wat de impact van dat geloof is, hebben we niet door.

U haalt in het begin van uw boek het Gilgamesj-epos aan. Wilt u daarmee laten zien dat de mens voor een deel nooit verandert?
‘De archetypes zijn dezelfde. Zoals het idee dat mensen efficiënter zijn als ze geen gevoelens hebben. Dat zie je als Gilgamesj de mensen verbiedt om bij hun vrouwen en kinderen te zijn, want hun efficiëntie bij het bouwen van een muur moet worden opgevoerd. Het lijkt alsof dit ver van ons staat, maar het staat juist dichtbij. Nog steeds bestaat in de economie het idee dat spiritualiteit, cultuur, vriendschap – kortom het zachte – je weghoudt van efficiëntie. Het geldt zelfs voor vakantie. Een vrije dag betekent alleen dat je de volgende dag je werk beter doet. Je neemt vakantie om je efficiëntie te verhogen.
Dat betekent dat je leven onderdeel wordt van het efficiënter werken. Dat is scheef.
Daarom hadden de Hebreeërs het sabbatsgebod, het voornaamste gebod van allemaal. Je kunt het zien in de debatten die Jezus voerde met de farizeeërs en sadduceeën, waarvan de meeste over de sabbat gaan. Het vierde gebod is het meest geschonden gebod van vandaag. We hebben er een suggestie van gemaakt: ontspan als het kan, maar als je iets belangrijks te doen hebt, is dat ook goed.’

Waarom is de sabbat zo belangrijk?
‘We zijn hier niet om te werken. We zijn daar niet voor gemaakt. Volgens het verhaal rustte God niet op sabbat uit, omdat hij maandagochtend nog een ander universum moest creëren. Hij rustte uit omdat het werk gedaan was. En Hij rustte ín het werk van zijn handen.
Als econoom zie ik het zo: zes van de zeven dagen mag je efficiënt bezig zijn, mag je de wereld herscheppen naar jouw beeld – wij zijn geschapen naar Gods beeld, en wij scheppen de wereld naar ons beeld, zodat alles ons past – maar één dag moet je dat niet doen. Eén dag in de week moet je blij zijn met de wereld zoals hij is en het ‘zijn’ koesteren, niet het ‘doen’.’


Voor Sedláček is de persoon van Jezus ook van groot belang voor de economie. Hij heeft ons opgedragen op te komen voor de armen en hen te beschermen.

‘Maar waarom zouden de sterken de armen moeten beschermen? Dat is niet natuurlijk. Je zou juist de sterken moeten helpen. Neem het Griekse bankroet. Was dat tachtig jaar geleden gebeurd, dan was het debat gegaan over de vraag hoe we Griekenland zouden moeten aanvallen. Dat deden we met landen die op hun knieën gebracht waren. Nu gaat het debat over de vraag: is Griekenland een markt of een broer? Als je broer zijn been breekt, help je hem. Als je bakker zijn been breekt, ga je naar een ander toe. Eén manier om de crisis te interpreteren, is dat we niet weten om te gaan met vergeving. Al weten we dat het nodig is. Dat is een oude christelijke strijd tussen wet en genade.’

Er is wel vergeving geweest: een groot deel van de Griekse schulden is kwijtgescholden. Is dat geen goed teken?
‘Jawel. Ook in het Oude Testament had je het jubeljaar: elke 49 jaar werden de schuldslaven in vrijheid gesteld en schulden vergeven. Je weet dat in het Grieks het woord voor ‘schuld’ en ‘zonde’ hetzelfde woord is? Zonden werden vergeven. Dat betekende dat schulden werden vergeven. In het jubeljaar werden de grootste verschillen geëlimineerd. De rijken gaven hun deel van het land, dat ze gekocht hadden, terug. De grootste extremen werden uit het systeem gehaald.’

Waarom is het een zegening voor een land om dat te doen?
‘Het is geen zegening, het is een eigenschap van elk land. Elk systeem dat de mens kent, loopt van tijd tot tijd vast.
Neem je computer of smartphone: ook al is de software compleet systematisch en wiskundig, en er zit geen psychologie, oedipuscomplex, religie, haat of oorlog in, toch bevriest het af en toe. In het verleden begrepen mensen dat. Ze zeiden: ‘We kunnen het systeem nooit perfect maken. Laten we het bij voorbaat elke 49 jaar resetten.’ Dat gaat om een soort eerlijkheid. Het is het antimonopolieinstituut van die tijd. Zo gingen zij om met schulden die net als vandaag zo complex waren geworden dat niemand nog wist wie wie wat schuldig was. Zelfs Jezus gebruikt dit bij zijn toespraak in Nazareth. Hij leest uit de boekrol: ik ben gekomen om het jubeljaar te verkondigen, het jaar van vergeving van zonden, van schulden. Dat is de kern van het christendom.’

Andere economen zeggen: als je financieel wanbeleid niet bestraft, is er voor de Grieken geen prikkel om zich te gedragen.
‘Dit is precies de argumentatie in het Nieuwe Testament. Jezus kreeg de vraag: als mijn broeder herhaaldelijk tegen mij zondigt, zal ik hem zeven keer vergeven?
Jezus zegt: niet zeven keer, maar zeven keer zeventig. Dat is het basisidee van het christendom: dat God onrechtvaardig is. Godzijdank. Anders hadden we een groot probleem. Het is ook onrechtvaardig dat een zoon van God voor onze zonden moest sterven. Dat is ons probleem: we zien onrechtvaardigheid altijd op een negatieve manier.’


Sedláček bedoelt met Gods onrechtvaardigheid dat Hij zich niet aanpast aan onze gedachten over wat rechtvaardig is. Ik denk aan de gelijkenis van de werkers van het elfde uur (Matt.20). De laatsten krijgen daar even veel uitbetaald als de eersten.
De overstelpende goedheid van de eigenaar van de wijngaard is voor onze begrippen aanstootgevend.
Maar het is de kern van het evangelie.

Een dag later tijdens een lezing zegt Sedláček:
‘Ons grote probleem vandaag de dag ligt aan de vraagkant. We hebben steeds minder behoefte om alle dingen die we produceren ook echt te hebben. We hebben steeds meer behoefte aan zaken zoals innerlijke vrede en sociale gerechtigheid, van die dingen die je niet echt in consumentenproducten kunt vatten. Dat betekent dat er gewoon een limiet is aan wat economie voor ons kan betekenen.
Misschien is de economie gewoon uitgegroeid. En is er weer ruimte voor artiesten, filosofen en, waarom niet, geestelijken om onze diepere behoeften te helpen bevredigen. Economie is niet ons doel, het is een instrument.’


Wat is ons doel dan wel, vraagt iemand in het publiek. Sedláček lacht en zegt: ‘Gelukkig zijn en niet altijd maar werken.’

Van het belang van de sabbat, de storende genade van God en de behoefte aan innerlijke vrede, is het een kleine stap naar Mensen het magazine van het IKON-pastoraat. Het IKON-pastoraat heeft zijn deuren definitief gesloten en de pastores maken de balans op. In de bijdrage van Judith van der Werf citeert zij het gedicht ‘Stilte’ van Guillaume van der Graft (W. Barnard).
Deze gevulde stilte hebben we hard nodig, in elk seizoen van het leven.


Stilte

Zolang er nog ergens iemand bestaat
met wie ik als mens kan spreken
vind ik ook wel een stilte midden op straat
een stilte die niet kan breken.

Een kostbare stilte van zuiver glas
dat ik zelf met mijn stem heb geslepen.
Als ik er niet was en die stem er niet was
had niemand die stilte begrepen.

Maar als Hij er niet was en Zijn stem was er niet
dan was er van stilte geen sprake.
Alleen maar van zwijgen, zo hard als graniet
en dat kan je doodeenzaam maken.

Maar de stilte, dat is een tweestemmig lied,
waarin God en de mens elkaar raken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

ECONOMIE ALS GELOOF

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's