EENHEID ALLEEN IN CHRISTUS
Jarig COGG moet gesprek over prediking gaan leiden
Het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG) moet zijn krachten niet steken in het zoeken naar overeenstemmingen tussen allerlei kerken en bonden, maar het gesprek over de prediking leiden. Dit advies geeft ds. A.J. Mensink in Verscheurd Verlangen. De gereformeerde gezindte nu en in de toekomst. Een fragment uit zijn bijdrage.
Als ik me niet vergis, hebben we ons in de gereformeerde gezindte minstens twee preekwijzen aangeleerd die zich niet verdragen met de krachtige omschrijving die ds. G. Boer van de gereformeerde prediking gaf (zie kader, red.).
MODALE WERKWOORDEN
In de eerste plaats denk ik aan de verzwakkende werking van het gebruik van modale werkwoorden (met name ‘willen’) in de prediking: de Heere wil je Vader zijn, de Heere wil je zonden vergeven, de Heere wil je vernieuwen. Of: de Heere mocht Zich ontfermen, en de Heere kan redding geven. Als de prediking niet meer is dan het verkondigen van mogelijkheden bij God, wordt een kerkganger dan niet met lege handen naar huis gestuurd? Moet hij ‘amen’ zeggen op het feit dat de Heere iets wil doen, of dat de Heere iets zal doen (Ps.68:10 ber.)? En krijgt een dergelijke prediking uiteindelijk toch niet een remonstrants karakter, of in ieder geval een remonstrantse uitwerking? En is zij hooguit geschikt als evangelisatietoespraak búiten de kerk – omdat bínnen de kerk het verbond bepalend is? Binnen de kerk wordt belijdend gesproken en gepreekt, en krachtens het verbond klinkt de oproep tot geloof en bekering.
BESCHRIJVENDE PREDIKING
De tweede vorm waarvoor gereformeerde prediking zich niet lenen kan, is een beschrijvende prediking, een prediking die geen dialoog met de gemeente is en daardoor geen rechtstreekse aanspraak tot de gemeente kent, maar ‘in de derde persoon’ spreekt over het werk van God in een mensenleven. Mogelijk domineert hier de leer van de verkiezing de prediking. Hierdoor wordt de prediking beschrijvend: zij zet de gemeente in een behaaglijke maar ook dodelijke luwte, omdat heil en onheil niet op een directe wijze aan het hart van de gemeente worden gebracht. De gemeente krijgt uitgetekend hoe Gods kinderen geloof, heil en bekering ontvangen en beleven. En zij wordt heengezonden met de gedachte dat je er veel om moet bidden of je ook bij dat volk mag horen. Maar deze prediking mist de reformatorische kracht, want zij brengt de radicaliteit van zonde en genade en de zekerheid van het heil in Christus niet nabij, en zij wordt met vruchteloosheid geslagen.
KOHLBRUGGE
Zou de gereformeerde gezindte zich niet opnieuw moeten oriënteren op de prediking van iemand als dr. H.F. Kohlbrugge? Hét adagium van de Reformatie, namelijk de rechtvaardiging van de goddeloze om niet, is zelden zó krachtig en zó gereformeerd vertolkt als in zijn preken: de Heere brengt bij de rechtvaardiging niets van het onze in rekening, noch onze ongerechtigheden, noch onze gerechtigheden. Deze prediking is radicaal afsnijdend wat het onze betreft, maar ook radicaal bevrijdend!
Het was de overtuiging van ds. Boer dat rond déze trinitarische prediking de kerk gebouwd wordt, en ook dat onder déze prediking alle gereformeerd gezinden verenigd moesten worden. (…)
ECCLESIOLOGIE
Hoe komt het nu toch dat zelfs het reformatorische adagium van de rechtvaardiging van de goddeloze niet tot nadere vereniging van allerlei gereformeerde kerken en groeperingen heeft geleid? Waarom zijn we er ook na vijftig jaar nog steeds niet in geslaagd om deze eenheid van belijden door te vertalen naar meer eenheid van samenleven en -werken? Hier komt een uiterst pijnlijke kwestie aan de orde, namelijk het verband tussen prediking en ecclesiologie (de leer van wat de kerk is). Anders gezegd: hoe verhouden de prediking van het ‘sola gratia’ en het afgescheiden beginsel zich tot elkaar? Hebben wij door de kerkelijke verdeeldheid, en dan vooral door de legitimatie van het verdeeld-zijn, de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze niet onmogelijk gemaakt? (…)
Wat is namelijk het probleem van onze gereformeerde kerkelijke verdeeldheid? Dat er in het verleden conflicten waren die tot scheuringen leidden, is een onomkeerbaar feit. Kerken hebben zo allemaal hun eigen begrijpelijke ontstaansgeschiedenis, hun ontstaan is historisch te duiden. Schuld en verliezers waren er steeds aan beide kanten, zowel bij hen die bleven als bij hen die gingen.
Iets anders is het dat elke kerkelijke denominatie een bestaansrecht claimt. (…) Op de een of andere manier claimt ieder zijn bestaansrecht, en dat is logisch omdat je anders het recht toegeeft van degenen van wie je nu gescheiden bent. Maakt een hervormd mens binnen de Protestantse Kerk zich daar dan niet schuldig aan? Ook hem bedreigt de zonde van de zelfhandhaving, maar zijn kerkelijk beginsel is anders. De Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland weet zich een noodverband, maar heeft altijd moeten waken voor de verleiding tot een binnenkerkelijke (en soms zelfs kerkelijke) afscheiding.
En anders dreigt het gevaar van hoogmoed wel, dat wij toch eigenlijk wel het beste deel van de kerk vormen. Steeds moet de Heilige Geest ons oefenen in het delen in de schuld en de nood van de kerk waarin wij staan. En even vaak moeten wij het leren: de Heere herstelt de kerk en de gemeente door het Woord en zijn verkondiging.
Het claimen van een bestaansrecht is daarom in regelrechte tegenspraak met het belijden van de rechtvaardiging van de goddeloze. Een goddeloze heeft geen enkel bestaansrecht te claimen. Hij is een goddeloze, niet meer en niet minder. Hij heeft niets waarmee hij zich gunstig van anderen kan onderscheiden. Hij is aangewezen op de onvoorwaardelijke genade van God in Christus. (…)
JONGEREN
Anno 2013 nemen wij waar dat onze jongeren de kerkelijke verdeeldheid van de gereformeerde gezindte niet meer begrijpen, en haar dus ook in de praktijk relativeren. Ongetwijfeld speelt hierin het reformatorisch onderwijs een grote rol, maar wij onderschatten ook in dezen de betekenis van mobiliteit en media niet. Nu kan men deze relativering aan onkunde en naïviteit wijten – we moeten ons op zijn minst voor Gods aangezicht afvragen of zich op deze wijze een weg opent tot het herstel en de vereniging van de gereformeerde gezindheid en zo tot een herleving van de kerk van de Reformatie in ons land. Dan moeten wij dus niet in de valkuil stappen die Boer bij Hoedemaker zag, en wij in 2004 in de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland zagen, namelijk dat wij eenheid denken te bevorderen door (gereformeerde) structuren en overeenstemmingen te ontwerpen – het creëren van een voor iedereen aanvaardbare gereformeerde kerkorde.
Ook moeten wij niet in de valkuil stappen die Boer bij Kuyper signaleert, namelijk om via afscheiding een zuivere kerk te stichten die er aanspraak op mag maken dat zij de wettige voortzetting van de vaderlandse kerk is – en daartoe de andere delen van de kerk ‘vals’ móet noemen.
ONVOORWAARDELIJK
Boer wijst ons de weg van de prediking. Het COGG moet zijn krachten niet steken in het zoeken naar overeenstemmingen tussen allerlei kerken en bonden, maar dit orgaan moet het gesprek over de prediking leiden. Nader bepaald: het gesprek over trinitarische, christocentrische prediking. Een prediking waarin de identiteit van de gelovigen niet hangt aan de kerkelijke identiteit, maar aan Christus. De kerk heeft een onvoorwaardelijke, heilshistorische prediking nodig waardoor de Heilige Geest Zijn verborgen werk doet. Een prediking waarin niet wij (prediker en hoorder) aan de sleutels van het hemelrijk draaien, maar waarin de Heere Zelf Zijn Koninkrijk opent en toesluit voor hen die onder Zijn Woord geroepen zijn. De Heilige Geest maakt op de wijze van de prediking plaats voor Christus en Zijn werk, dodend en levendmakend, verbrijzelend en oprichtend, verootmoedigend en verlossend. En uit de verkondigde heilsfeiten werkt de Heilige Geest heilsordelijk het nieuwe leven.
Dat is een prediking die ook onze jongeren bitterhard nodig hebben. Meer dan in andere leeftijdsfasen zijn zij op zoek naar wat ook geestelijk houvast en zekerheid biedt. Willen zij tot geloof komen en in het geloof volharden nu de einden der eeuwen op ons komen, dan hebben zij prediking nodig die hen zo radicaal voor Christus stelt dat ook zij zonder enige twijfel (dat is wat anders dan ‘zonder enige strijd’!) zich op Hem leren verlaten en uit Zijn heil leren leven. Want waarachtige Christusprediking is ook vernieuwend, bekerend, heiligend, vertroostend! Al te veel jongeren verlieten een reformatorische gemeente omdat ze te weinig houvast in de prediking vonden. En al te veel jongeren verlieten een reformatorische gemeente omdat de prediking te vrijblijvend was.
GELOOFSRELATIE
Ds. Boer heeft ons op het spoor gezet om ware kerkelijke eenheid te zoeken en te vinden in Christus. ‘Wie recht over de Kerk wil spreken, moet bij God, bij de ongedeelde Christus beginnen.’ (…) Waar wij geen eenheid in de gekruisigde en opgestane Christus kennen, daar is elk oecumenisch initiatief tot mislukken gedoemd – ook elk gereformeerd oecumenisch initiatief. Aan onze kant vereist dat dus een levende geloofsrelatie met Christus, en door Hem met de Vader, door de Heilige Geest. Tegenover zelfrechtvaardiging en zelfhandhaving komt dan de (kerkelijke) zelfverloochening als de vrucht van de Heilige Geest (en dus ook vrucht op de prediking van Christus) openbaar. Zou de Heere hierop geen zegen geven voor het leven van kerk, land en volk?
DRIE NIVEAUS
Het eerste niveau waar deze eenheid zichtbaar wordt, is het persoonlijke. Binnen gezindte en zuil ontmoeten degenen die Christus belijden elkaar, en (er) kennen elkaar als broeder of zuster in de Heere. (…)
Daarnaast krijgt deze eenheid gestalte op plaatselijk niveau, waar kerken en gemeenten van gereformeerd belijden met elkaar samenleven. Laten predikanten en kerkenraden van deze gemeenten en kerken elkaar plaatselijk plaatselijk ontmoeten, zich met elkaar bezinnen en samen bidden. Laten er gezamenlijke momenten zijn waarop men onder het Woord is: van reformatieherdenking, zangavond en bidstond tot gezamenlijke diensten op (om te beginnen bijvoorbeeld) tweede feestdagen. Dan is er nog een derde niveau, en ik bedoel niet het landelijke. Ds. Boer heeft bij de oprichting van het COGG gezegd dat de belijdenis een gezamenlijk bezit is. Niemand is gerechtigd om daar eigenmachtig veranderingen in aan te brengen, of deze belijdenis in een bepaald interpretatiekader te zetten. (…) Hij stelt dat wij niet aan de bestaande belijdenissen mogen tornen, maar ons wel samen belijdend buigen over de vragen die in onze eigen dagen aan kerk en geloof gesteld worden. Boer denkt in 1964 aan de vragen rond de evolutietheorie, het Schriftgezag en de verzoening.
Kan de gereformeerde gezindte in de 21e eeuw komen tot een belijdend geschrift waarin (vanuit de belijdenis van Christus) antwoorden worden gegeven en wegen worden gewezen? Hebben wij als gereformeerde gezindte een antwoord op het atheïsme, het materialisme, de secularisatie, de islam? Kunnen wij als gereformeerde belijders komen tot de verwoording van een bij-detijdse ethiek? (…)
RIJKE BELIJDENIS
De gereformeerde belijdenis van de kerk is te rijk om in ons kantelende tijdperk ten onder te kunnen gaan. Daarvoor getuigt zij te veel van een volmaakt God en een volkomen heil. Zij wijst een krachtige, begaanbare weg naar de toekomst.
De gereformeerde belijdenis van de kerk is ook te rijk om door verdeeldheid krachteloos te worden gemaakt en haar bewarende zegen in de kerk af te geven. Ons wacht, in afhankelijkheid van onze drie-enige God, een schone en hoogst noodzakelijke taak!’
PREDIKING DS. G. BOER ‘
Als één ding alle gereformeerd gezinden moet verenigen, en als één ding de vernieuwing van de kerk dienen moet, is het de prediking van Gods Woord. Niet voor niets belijden wij met artikel 29 NGB dat de ware kerk daar is waar de prediking van de waarheid is. Waar het concrete Woord van God verkondigd wordt, daar brengt de Heilige Geest een concrete gemeente bijeen. Waar het Woord is, daar is dus de kerk. Het gehalte van de prediking bepaalt dan ook het gehalte van de kerk.
Terecht zet ds. Boer hier hoog in. Klassiek, maar ook zeer actueel, bepleit hij een trinitarische prediking. Dat is vele malen meer dan een prediking van waarheden, waarin ‘de dingen’ gezegd worden. In een trinitarische prediking komt de drie-enige God Zelf ter sprake, daar is de prediking de stem van de levende God: Vader, Zoon en Heilige Geest. In een trinitarische prediking wordt de verkiezende liefde van de Vader, de opofferende liefde van de Zoon en de vernieuwende liefde van de Heilige Geest niet alleen verkondigd, daar voltrekken deze zich ook. Daar realiseert de drie-enige God Zijn werk in zondaarslevens. In een trinitarische prediking worden wij geroepen voor het aangezicht van de Schepper, de Middelaar en de Trooster. Vanuit de Schriften wordt de gemeente verkondigd Wie God is en hoe Hij werkt. Overeenkomstig onze belijdenis moet dat een stellende prediking zijn: niet een prediking van wat ‘moet’, maar wat God ‘doet’. (…) Wij prediken niet dat de Vader zondaren wil verkiezen, maar hen daadwerkelijk verkiest; en niet dat de Zoon zondaren wil wassen, maar hen daadwerkelijk wast in Zijn bloed; en niet dat de Heilige Geest zondaren wil vernieuwen, maar hen daadwerkelijk vernieuwt in de gemeenschap met Jezus Christus.
Zo blijft er geen centimeter vlucht- of werkruimte voor ons als hoorders over. En door deze krachtige prediking, die in zichzelf dus al heel appellerend is, belieft het God om hen zalig te maken die geloven. Zo heeft ds. Boer zelf ook gepreekt: de mens wordt tot in zijn hart ontrafeld en ontdekt als een goddeloze – en in diezelfde prediking wordt Christus voor hem ontdekt en ontsluierd.’
UITBLIJVENDE EENHEID
Bijgaand artikel van ds. A.J. Mensink is een verkorte versie van het hoofdstuk dat hij schreef voor de bundel Verscheurd verlangen. De uitblijvende eenheid van de gereformeerde gezindte. Deze bundel, die op 19 september tijdens de herdenkingsbijeenkomst in Putten gepresenteerd wordt, is te bestellen bij het bureau van de Gereformeerde Bond door € 9,95 over te maken op ING-rekening 2937021 t.n.v. Bureau Gereformeerde Bond te Apeldoorn, o.v.v. COGG.
Deze bundel bevat de lezing die ds. G. Boer hield op de eerste conferentie van het COGG, ‘de gereformeerde gezindte nu en in de toekomst’, een lezing die voorzien is van voetnoten. Prof.dr. F.A. van Lieburg biedt een historisch overzicht van vijftig jaar COGG, terwijl verder artikelen zijn opgenomen van ds. P.D.J. Buijs (Christelijke Gereformeerde Kerken), ds. A. de Snoo (Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt), ds. W. Visscher (Gereformeerde Gemeenten) en ds. Mensink. Verscheurd verlangen verscheen onder redactie van drs. I.A. Kole bij uitg. De Banier in Apeldoorn, telt 140 blz. en is in de winkel verkrijgbaar voor € 14,90.
Ds. A.J. Mensink is hervormd predikant te Krimpen aan den IJssel en voorzitter van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's