De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIEUWE LIEDBOEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIEUWE LIEDBOEK

8 minuten leestijd

Zingen en bidden in huis en kerk, zo luidt de ondertitel van het Liedboek dat eind mei in Monnickendam werd gepresenteerd. We zijn een paar maanden verder en de eerste meer inhoudelijke reacties op het Liedboek verschijnen.

In zijn column in het blad van Christenen voor Israël, Israël aktueel, citeert ds. G.H. Abma de bijdrage van ds. A.F. Troost in het RD:

De dichter-dominee André Troost vindt het uniek dat alle honderdvijftig psalmen in het Liedboek zijn opgenomen (RD 30 mei 2013). Wereldwijd gezien heeft hij volstrekt gelijk. Waarschijnlijk is het vooral aan de invloed van Calvijn te danken dat het Liedboek van Israël integraal is opgenomen. Vaak blijken evangelische christenen of pinkstergelovigen niet zoveel met de Psalmen te hebben.
Dankbaar noteren wij dus een pluspunt voor het nieuwe Liedboek. Alleen merkt dr. Troost terecht op dat ze na de psalmen niet hadden moeten doornummeren. Wat mij betreft formuleren we dit bezwaar nog iets scherper: het is laakbaar dat de samenstellers van het Liedboek op die manier de psalmen van Israël hebben geannexeerd.
Nog veel erger vindt Troost het dat ze ook andere liederen tussen de psalmen hebben gevoegd. Dit is zijn voornaamste punt van kritiek: ‘Soms is het een andere berijming van de psalm, maar vaak zijn het liederen die amper een relatie hebben met de originele tekst van het Bijbelse lied.’ Al is de boodschap van het Nieuwe Testament hem nog zo lief, toch vindt hij dat we die niet in het Oude Testament moeten gaan inbreien.


Collega Abma zelf laakt ‘een hele serie psalmen met de tekst uit de Nieuwe Bijbelvertaling op de melodie ‘antifonen Abdij Maria Toevlucht’’.

Telkens sluiten die liederen af met de belijdenis van de drie-enige God. Hoe vreemd klinkt dat: ‘God, verlos Israël, verlos het van al zijn angsten’ (Lied 25e), of: ‘Hij zal Israël bevrijden uit al zijn zonden’ (Lied 130d). En dan volgt in één adem: ‘Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.’
Beseffen wij niet hoe kwetsend het bij Joden overkomt? Het is of we een symbool van de Drie-eenheid plaatsen in het midden van een Davidsster!


Aan het einde van zijn column voert hij een pleidooi voor de oude berijming.

Ik pleit er niet voor te zweren bij al wat oud is, maar het is tot geestelijke schade als de berijming van 1773 geheel in de vergetelheid raakt. Met die liederen kunnen we immers zingen over de hoop voor Israël en de toekomst van Jeruzalem. Helaas ontbreekt juist dit aspect nagenoeg geheel in de zogenaamde vrije liederen. Vaak heerst de vervangingstheologie en blijkt het alleen te gaan om het hemels Jeruzalem.

In een column worden de dingen scherp geformuleerd. Ik heb daar wel enkele vragen bij. Is de lofprijzing op de drie-enige God, zoals in de genoemde antifonen gebeurt, niet vooral een teken dat in de christelijke traditie de beide testamenten als een geheel worden gelezen? En verschilt deze vorm met een eeuwenlange praktijk in kloosters en kerken echt zo veel van de berijming van 1773, waar door middel van bijvoorbeeld hoofdletters wordt gezinspeeld op Jezus Christus?

Ds. W. van Herwijnen, predikant in Zwijndrecht, schrijft in het Nederlands Dagblad dat hij de Opwekkingsliederen mist.

Omdat mensen verschillend zijn, is het nodig dat muziek en liederen in een kerkdienst variëren en dus aanvullend zijn. Over smaak valt niet te twisten; dat moeten we dus ook nooit doen.
Niemand heeft z’n eigen voorkeur uitgekozen. Die is ons door de Schepper zelf gegeven. Dat heeft Hij zo gewild. Ik geniet vaak het meest als ik een ander zie genieten van zijn of haar soort muziek. Ik kan me er ook vaak al op voorhand op verheugen als ik naar een kerk ga waarvan ik weet dat de organist er zo iets moois van gaat maken.
Geen wonder dat in de aanloop naar het te verschijnen nieuwe Liedboek regelmatig werd benadrukt dat het belangrijk is dat daar ook voldoende opwekkingsliederen in zouden komen.
Ons werd niets van de inhoud bekendgemaakt, daar moesten we maar gewoon op vertrouwen. Nu is het Liedboek er. De komende weken zal het in de gemeenten worden geïntroduceerd.
Om deze reden heb ik het nu zelf ook gekocht én bestudeerd.
Zeker met het oog op onze jongeren ben ik erg teleurgesteld. Het aantal opwekkingsliederen is ongeveer op één hand te tellen en die erin staan, zijn redactioneel aangepast. Samengevat komt het erop neer dat een groot deel van het oude Liedboek is overgenomen, maar dat het wel heel eenzijdig is uitgebreid met liederen uit één bepaalde geloofsen muzikale richting binnen de Protestantse Kerk. Die richting is zeker legitiem, maar de evangelische-opwekkingsrichting is dat eveneens!


Bij de presentatie van het Liedboek in mei verzorgde ds. A.J. Zoutendijk (Utrecht) een van de workshops. Zijn bijdrage is te vinden op de website van de Jacobikerk. Over de taal van de liederen zegt hij:

De taal van nieuwere gedichten en vertalingen is nogal eens impliciet: licht, vrede, dromen. Er is een schroom voor heel expliciete taal. Voorbeeld: 289. Heer, het licht van uw liefde schittert.
Opwekkingslied, dat opnieuw vertaald is, heel mooi. Maar ook veilig. Origineel: door het bloed mag ik u toebehoren. Nu: door uw Zoon mag ik staan in uw luister. Dat is correct maar laat dat bloed maar staan, juist in wat we zingen.


Roel Sikkema, organist te Barneveld (GKV), vraagt in het Nederlands Dagblad aandacht voor de grote muzikale variatie.

Terwijl het Liedboek-1973 vrijwel alleen strofeliederen kende, zijn er nu ook onberijmde teksten, onder meer van belijdenissen, er zijn veel korte canons en antifonen. Sommige liederen zullen nooit in de kerk worden gezongen, zoals – soms mooie – kindergebeden voor bij het eten. Belangrijk is het advies van de samenstellers om een liturgisch/ muzikaal profiel per gemeente te maken, en daarbij de passende liederen te zoeken.
Een ander belangrijk verschil met het oude liedboek is ook dat het orgel zijn alleenrecht als begeleidingsinstrument heeft verloren. Sommige liederen − niet alleen uit de Opwekkingstraditie − vragen om een piano of muziekgroep als begeleiding.
Wat de melodieën betreft viel me op dat een aantal oude klassieke melodieën die in 1973 het veld moesten ruimen vanwege een oubollige tekst, nu teruggekeerd zijn. Met nieuwe teksten van dichters als André Troost en Sytse de Vries krijgen ze een tweede kans. Ingenomen ben ik zelf ook met de vrij grote hoeveelheid liederen uit de Angelsaksische traditie. Melodieën die goed in het gehoor liggen, en in Nederland vooral bekend zijn geworden door – o ironie! – bundels als Johan de Heer en Opwekking, die door het kerkelijke establishment vaak verguisd worden.
Wat de verdeling over genres betreft, is Opwekking er inderdaad nogal bekaaid afgekomen. (…) Aan de andere kant: zou dit niet het laatste oecumenische liedboek zijn? De tijd dat kerkelijke gemeenschappen alleen zongen uit papieren bundels is in het digitale beamertijdperk van de 21e eeuw echt wel voorbij. Kerkelijke gemeenten zullen in toenemende mate hun eigen keuzes maken. Het nieuwe Liedboek is daarbij een waardevolle bron, maar ook niet meer dan dat.


Ik denk dat Sikkema hier een belangrijk punt aanroert. In gemeenten waar naast de psalmen ook andere liederen op de lippen worden genomen, wordt er vaak uit verschillende bundels geput.
Het lijkt me sterk dat die praktijk zal verdwijnen. Verder is in de aanloop naar dit Liedboek benadrukt dat een gemeente een liturgisch profiel zal gaan kiezen waarbij bepaalde liederen wel en andere niet passen. Hoe je dat precies aanpakt, is mij overigens nog niet duidelijk.

Het Liedboek is door de synode ter beproeving vrijgegeven en dat zal de komende tijd in veel gemeenten gebeuren. Overigens kan dat ook buiten de eredienst in de binnenkamer en met het oog op de huisgodsdienst. De ondertitel spreekt niet voor niets van zingen en bidden in huis en kerk en er staan ook meerdere gebeden en gedichten in. Over die invalshoek valt nog weinig te lezen in de kerkelijke media; we moeten dat dus vooral zelf proberen.
Daarom eindig ik met een morgengebed van Dietrich Bonhoeffer (bij 219)

Tot U, God, roep ik in de vroege morgen
help mij te bidden
en mijn gedachten te richten op U,
ik kan het niet alleen.

In mij is duisternis, bij U is licht
Ik ben eenzaam, Gij verlaat mij niet.
Ik ben bevreesd, bij U is hulp.
Ik ben onrustig, bij U is vrede.
In mijn hart is bitterheid, bij U is geduld.
Ik begrijp uw wegen niet, maar Gij
kent mijn weg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

NIEUWE LIEDBOEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's