De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DOOR AANVECHTING HEEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DOOR AANVECHTING HEEN

8 minuten leestijd

Bidden gaat met strijd gepaard. De zwaarste strijd die we op de weg van het gebed te voeren hebben, is die tegen onszelf. We dragen geen ongedeeld gebedshart om. Tegenkrachten zijn aan het werk.

Bleef ook Paulus, die toch voor de Heere door de knieën was gegaan en van een ridder tot een bidder was geheiligd, niet vleselijk en verkocht onder de zonde? Stuitte ook hij niet op de tweespalt in zijn christenbestaan? Laten we toch vooral niet denken dat het gebed de ademtocht van de kerk wordt genoemd, omdat bidden even moeiteloos en mechanisch zou verlopen als ademhalen. Verre van dat. Het gebed is veeleer een ademstoot van iemand die klaarwakker is dan de storeloze ademhaling van de slapende. Als het gebed een vanzelfsprekende, bestendige stemming was, zou de apostel er niet zo uitdrukkelijk toe hebben aangespoord.

CONFLICTSITUATIE

Gebedsleven vindt plaats in een conflictsituatie. Ik bedoel om te beginnen het conflict met je gemakzucht en oppervlakkigheid, of met je bedrijvigheid en wereldgezindheid. Maar misschien zijn dit nog allemaal schermutselingen vergeleken met het gevecht dat losbrandt tijdens het bidden zelf. Daar worden wij met tegenkrachten geconfronteerd die niet in een handomdraai zijn af te slaan. Eén van de gemeenste tegenstanders is de twijfel. De twijfel of de Onzienlijke Zich wel laat vinden, van ons afweet en zich van ons bidden aantrekt. Of de vertwijfelde vraag of God Die Zich voor ons gevoel in zwijgen hult, nog ooit van zich wil laten horen. Een uitspraak van een zekere Godric, een Keltische kluizenaar uit de twaalfde eeuw, illustreert dit. Door zijn tijdgenoten werd hij bewierookt als een heilige. Maar in eigen oog was hij een onheilige voor God. Zoals alle kluizenaars vulde ook hij zijn bestaan met bidden en mediteren. Maar wat was niet zelden zijn ervaring? ‘Bidden’, bekent hij, ‘is pijlen schieten in de duisternis. Wie weet welk doel zij treffen, zo zij al iets raken. De stilte is zo bodemloos diep dat een gebed verdwijnt als een schietlood in de zee. Je smeekt, je kreunt.’ Godrics bidden verliep niet vanzelf. Het moest door de aanvechting heen. Pijlen schieten naar een God Die Zich verborgen houdt. Maar heeft diezelfde man zich dan maar wat wijsgemaakt toen hij zei: ‘En toch bidt Godric zoals hij ademhaalt, want anders zou zijn hart verdorren in zijn borst’? En Luther, zou die de zaak maar geïdealiseerd hebben, toen hij schreef: ‘Men kan geen christen zijn zonder gebed, evenmin als een mens zonder polsslag kan leven; die staat nooit stil’? En was het grootspraak van Kohlbrugge om te beweren: ‘Het gebed is de ziel en de nerf van het geestelijk leven, en waar leven is, daar is gebed, ofschoon men dat zelf niet eens weet’? Nee, Godric, Luther en Kohlbrugge waren er nu juist niet de mensen naar om iets te idealiseren, en zeker het gebedsleven niet.

INNERLIJKE ENERGIE

Wat zij getuigden, is waar en werkelijk. Maar ze hebben tegelijk diep beseft dat ook die ogenschijnlijk mechanische polsslag en adem van het gebed zou ophouden als ze niet door de Heilige Geest werden aangedreven. Kohlbrugge zegt dat met zoveel woorden: ‘Waar de Geest in het hart is, daar stuwt Hij de zuchten opwaarts ten hemel, zoals het brandend vuur zijn vlammen.’ Een christen kan op zijn gebedsweg geen kant uit als het aan innerlijke energie ontbreekt. En die energie is niets anders dan het geloof dat onder de overmacht van Woord en Geest door alle barrières heen gelooft. Dit geloof gaat ten overstaan van alle interne en externe machten die het gebed willen verlammen, in hoger beroep. Het gelooft, de twijfel ten spijt. Het houdt God voor waar, als ziende de Onzienlijke. Het gelooft dat God meerder is dan ons eigen hart en betrouwbaarder dan eigen twijfels. Uitgerekend in de crisis van de bestrijding komt de ware aard van het gebed openbaar. Zelfs wanneer God Zich verbergt in ongenaakbaarheid en ongenoegen, vlucht het tégen God tót God. In een vertrouwen dat de vertwijfeling weerstaat. ‘Dit is niet een vertrouwen’, vindt Calvijn, ‘dat ons hart van alle angst bevrijdt en streelt met zoete rust. Nee, het beste worden Gods heiligen tot het gebed aangevuurd wanneer zij, door nood bevangen en door onrust gekweld, bijna bezwijken in zichzelf, totdat het geloof precies op tijd te hulp komt. Want te midden van zulke benauwdheden schittert Gods goedheid hen zo tegen dat zij hoop krijgen op uitkomst en verlossing.’ Zo werpen we, juist bij storm en ontij, het anker van ons gebed uit naar de diepte. De bodem valt niet te zien. Maar zodra het anker zich erin vasthecht, ervaar je hoe betrouwbaar die ankergrond is.

ONVERHOORD

Maar als je dat nu níet ervaart? Sterker, als je veeleer het tegendeel ondervindt en de Heere het heel anders doet dan je vroeg en verwachtte? Geen redding, maar benauwdheid; geen herstel, maar achteruitgang; geen vrede, maar strijd. Kortom, als je gebed onverhoord blijft. De zwaarte van deze ervaring zou ik niet graag onderschatten. Vooral de Psalmen getuigen ervan en soms sluit je eigen beleving er bijna naadloos op aan: ‘O Heere, waarom staat Gij van verre? Waarom verbergt Gij u in tijden van benauwdheid?’ (Ps.10). Of: ‘Hoe lang, Heere, zult Gij mij vergeten? Hoe lang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?’ (Ps.13). Door dergelijke engten gaan geloof en gebed soms heen. Dan lijkt de Heere wel doof voor ons vragen en klagen. En toch… Zouden er eigenlijk wel onverhoorde gebeden zijn? Mijn eerste antwoord is: ja, die zijn er. En dat is maar goed ook. Want stel je voor dat God alles zou geven waar wij, kortzichtige mensen, om vragen. Komt een mens er naderhand niet vaak achter hoe heilzaam Gods nee was, hoewel we Zijn ja wel hadden willen afdwingen? De Heere zegt in Zijn wijsheid nee als Hij dat goed voor ons vindt.

INCASSERINGSVERMOGEN

Maar meteen zou ik willen zeggen: nee, onverhoorde gebeden zijn er niet. Wel in die zin dat de Heere lang niet altijd doet wat wij verlangen, maar niet in die zin dat Hij ons maar laat praten. Zou de levende God, de Hoorder van het gebed, zo doof zijn als afgoden van hout en steen? Hij hoort ons noodgeschrei terdege. En Hij doet er wat aan ook. Maar Hij doet niet wat óns goeddunkt, maar wat Hem het beste dunkt. We moeten maar zo rekenen dat het beste van de Heere heel wat beter is dan het goede van ons eigen ontwerp. Paulus kon ervan meepraten. Toen hij van zijn doorn af wilde en tot drie keer toe smeekte om van die duivelse kwelgeest te worden verlost, zond Christus hem maar niet onverrichter zake terug en liet Hij niet alles bij het oude, maar zei Hij: ‘Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.’ De omstandigheden werden niet gewijzigd, maar Paulus’ incasseringsvermogen werd vernieuwd. Niet omdat hij ineens veel flinker was geworden, maar omdat hij geloofde aan genade inderdaad genoeg te hebben. De Heere deed het anders dan hij had gevraagd, maar gaf hem intussen niet minder maar meer. Daarover laat Paulus geen twijfel bestaan: ‘Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. Want als ik zwak ben, ben ik machtig.’

DANKZEGGING

Het is deze paradox die we op de gebedsweg in de aanvechting leren verstaan. Juist daar wordt ook de dank en aanbidding geboren. Al ga ik er nu niet op in, bidden en danken horen bijeen, zoals de twee vleugels van een vogel. Als er een van de twee uitvalt, kan hij niet vliegen. Zo is ons gebedsleven vleugellam als de dankzegging achterwege blijft.

AANVECHTING

Paulus had dat bidden in de aanvechting niet van een vreemde. Hij had het geleerd in de navolging van zijn Meester, de overste Leidsman en Voleinder van geloof en gebed. Jezus bad. Levenslang. Lees er de evangeliën maar op na. Wat een tijd zonderde Hij af voor het gebed. Hij stond er vroeg voor op en bleef er laat voor wakker. Op Zijn gebed werd Hij met de Heilige Geest gezalfd. Biddend bereidde Hij de verkiezing van Zijn discipelkring voor. Biddend zong Hij het Hallel, tussen paaszaal en Gethsémané. Biddend aanvaardde Hij de beker van het lijden. Dan is er nog het hogepriesterlijk gebed in Johannes 17. En kennen we Hebreeën 5, waar opgetekend staat dat Jezus in de dagen van Zijn vlees gebeden en smekingen, onder sterk geroep en tranen, heeft geofferd aan Zijn Vader? En was de Smartenman, toen Hij aan het kruishout hing, niet de Bidder bij uitnemendheid? Maar hoe betwist en aangevochten werden Zijn gebeden. Nooit stond de belofte zo hevig onder spanning als tijdens Zijn kruislijden. Wat Hij voelde was verlatenheid, wat Hij nochtans bad was: ‘Mijn God’. Wat Hij voor ogen zag was dood en ondergang, maar wat Hij geloofde was: ‘Volbracht!’ Wat Hij waarnam was vloek en vernedering, wat Hij ten slotte in overgave bad was: ‘Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.’ Zo bracht Hij het leven aan, op de derde dag. Door de dood heen.

KRUIS Voor ieder die naar Zijn naam genoemd is, ligt geen andere weg gereed: door de dood heen naar het leven. Door de strijd heen naar de glorie. Vroeg of laat draagt ieders gebedspraktijk hiervan de sporen. Ook en bij uitstek op de gebedsweg staat het kruis opgericht. Dit houdt de rijkste bidder arm en op genade aangewezen. Dat had Guido Gezelle goed begrepen, toen hij bad: ‘O leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet.’

Dr. A. de Reuver is hervormd predikant te Serooskerke en emeritus hoogleraar gereformeerde godgeleerdheid vanwege de Gereformeerde Bond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

DOOR AANVECHTING HEEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's