De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEKOMMERD OM GOD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEKOMMERD OM GOD

Kierkegaard zocht vervallen christendom al schrijvend terug te leiden

7 minuten leestijd

Het is mijn opgave geweest een correctief aan te brengen ten opzichte van een bestaande. Niet om iets nieuws te brengen, dat dat bestaande omver zou stoten of verdringen. In deze woorden, opgetekend in zijn dagboek tegen het einde van het jaar 1850, bracht de Deense theoloog Søren Kierkegaard tot uitdrukking hoe hij zijn levensroeping verstond.

De tweehonderd jaar geleden geboren Søren Aabye Kierkegaard (1813-1855) zag zich genoodzaakt middel tot verbetering te zijn ten opzichte van een bestaande, dat hij overigens niet omver wilde werpen. Met dit ‘bestaande’ bedoelde hij het christendom in zijn vaderland, waarvan hij meende dat het ver verwijderd was geraakt van zijn nieuwtestamentische oorsprong. Wie wás deze kerkminnende prediker Kierkegaard? Waarin ligt precies de betekenis van zijn christelijk schrijverschap? En wat zouden wij vandaag wellicht van hem kunnen leren?

ZOON VAN ZIJN VADER

Op de vraag wie Kierkegaard was, kun je misschien het beste zeggen: hij was de zoon van zijn vader. Deze Michael Pedersen Kierkegaard (1756-1838) was afkomstig uit een diep vroom, piëtistisch- luthers milieu in Zuid-Jutland, had als handelsman in Kopenhagen in korte tijd een groot fortuin gemaakt, maar had ook een groot verdriet beleefd door het overlijden van zijn vrouw, waarna hij in het huwelijk was getreden met zijn dienstmeisje, de moeder van Søren. Onder de verwikkelingen van zijn leven had M.P. Kierkegaard zijn volernstige geestelijke levensinstelling niet prijsgegeven. Hij was in de loop der jaren een vooraanstaand lid geworden van de Herrnhutse Broedergemeenschap in Kopenhagen. Op de zondagavonden bezocht hij met zijn gezin de samenkomsten van deze gemeente, waarin Christus de Gekruisigde werd gepredikt, waar de diepe tonen van zonde en genade werden aangeslagen en waar het accent werd gelegd op de noodzaak van een persoonlijke en bewust doorleefde bekering tot God. Het zijn deze tonen die Søren Kierkegaard in het huisgezin van zijn ook intellectueel en pedagogisch begaafde vader van meet af aan heeft meegekregen, en die zeer bepalend zijn geweest voor zijn persoonlijke ontwikkeling en voor zijn verstaan van wat christendom wezenlijk is.

KERKELIJKE ARMOEDE

Het zijn ook deze tonen die de jonge, intellectueel en sensitief hoogbegaafde Søren in een niet gering conflict brachten met het christendom zoals hij het aantrof bij vele van zijn landgenoten en zoals het werd verkondigd door de voorgangers van de Lutherse kerk in Denemarken. Deze kerk was al eeuwenlang de enige officieel erkende denominatie in het land. Wie Deens staatsburger wilde zijn, moest ook lid worden van deze kerk. Met als gevolg dat alle burgers van het land voor christenen werden gehouden, ongeacht hun geestelijke toestand. De leerstellige grondslag van de kerk bestond uit niet meer dan Luthers’ Kleine catechismus, aangevuld door de gematigde, door Melanchthon opgestelde Augsburgse Confessie. Alle Deense kinderen kregen catechetisch onderricht vanuit het zogenaamde ‘leerboek van Balle’, dat al evenzeer een gematigd karakter had. Zo zegt het van de mens dat deze een vrije wil heeft, terwijl het het begrip zonde omschrijft als ‘de ervaring dat de mens niet zo goed is als hij zou moeten zijn’, waarbij nuancerend wordt aangetekend dat het bederf door de erfzonde ‘zich niet zover uitstrekt dat elk gevoel voor recht en onrecht zou zijn uitgeroeid’ maar dat God aan alle mensen nog een ‘geweten’ heeft gegeven, waarna het leerboek vervolgt met een uitgebreide bespreking van alle deugden en plichten waartoe de mens wordt geroepen. Ook op de vele kansels was het vaak armoede troef. Zo werd bijvoorbeeld de hoofdkerk van Kopenhagen, waar de familie Kierkegaard trouw iedere zondagmorgen ter kerke ging, gediend door twee predikanten, van wie er één een uitgesproken rationalist was. In diens preken ging het vaak over de zogenaamde drie-eenheid van de Verlichting: God, de deugd en de onsterfelijkheid en voorts ook over burgerzin en vaderlandsliefde. Ook de prediking van de andere voorgangers moet van een dermate bedenkelijk gehalte zijn geweest, dat Kierkegaard, zoals hij in zijn dagboeken aantekende, er ‘werkelijk’ over heeft gedacht ‘om het kerkgaan maar na te laten, en om dan thuis in een wat strenger stichtelijk boek te lezen, en een paar psalmen te zingen’.

LEVENSROEPING

Het was juist het strenge dat Kierkegaard in veel preken miste: de noodzaak van het persoonlijk staan voor Gods aangezicht, van het erkennen van schuld en het vluchten tot Christus, en van de gelijkvormigheid aan Christus in Zijn kruislijden.

Toch heeft Kierkegaard het kerkgaan bewust niet nagelaten. Integendeel, hij heeft er zijn levensroeping in gezien om zich tot het vervallen christendom te verhouden, en om te proberen dat al schrijvend terug te leiden tot wat het eigenlijk zou moeten zijn. Juist in deze poging ligt de betekenis van zijn christelijk schrijverschap. Eén van de meest bekende en ook belangrijke motieven in de boeken die Kierkegaard publiceerde, is dat van de Stadia op de levensweg. Door zijn tijdgenoten een drietal zogenaamde stadia te beschrijven, probeerde hij hen op een ontdekkende wijze te bepalen bij waar zij zich geestelijk ongeveer bevonden. Het kon daarbij zo zijn dat zij in het zogenaamde ‘esthetische’ stadium verkeerden: wanneer zij ondanks al hun vermeende christelijkheid in feite leefden als een soort Don Juan, bedacht op het realiseren van hun aardse lusten, en op niet veel meer dan dat. Wanneer zijn tijdgenoten wellicht iets meer hadden begrepen van enige christelijke waarden, dan was misschien het ‘ethische’ stadium aangebroken. Bij dat stadium tekende Kierkegaard de gestalte van iemand die erin slaagde om zijn aards geluk ten volle te realiseren, maar die daarbij werd gemotiveerd door het christelijk gebod van de liefde tot de naaste, en er zo bijvoorbeeld toe kwam om trouw te zijn aan één.

NIEUWE WERKELIJKHEID

Waar het Kierkegaard ten slotte om ging en waartoe hij zijn tijdgenoten eigenlijk wilde ‘verleiden’, was het derde, het zogenaamde ‘religieuze’ stadium. In dat stadium wordt de mens in een allesbeslissend ogenblik voor het aangezicht van God gesteld. Hij leert een heel nieuwe werkelijkheid kennen, en ook een heel nieuwe liefde, de oneindige liefde die God in Christus heeft geopenbaard. In datzelfde, allesbeslissende ogenblik doet de christen de ontdekking dat hij, als zondaar, Gods oneindige liefde niet kan beantwoorden. Wat de christen dan rest, is te komen tot de erkenning van zijn oneindige schuld. En ook om daarmee dan te vluchten tot de Heere Jezus als Redder.

BEKOMMERNIS

Behalve in zijn pseudonieme werken heeft Kierkegaard het religieuze stadium ook aan de orde gesteld in zijn zogenaamde Christelijke redevoeringen. Dit zijn preken die hij heeft gepubliceerd onder zijn eigen naam en waarvan hij er meerdere ook heeft uitgesproken op verschillende kansels van de staatskerk in Kopenhagen. In deze preken blijkt dat hij het christendom verstond, niet zozeer als een ‘zijn’ maar meer als een ‘worden’, in de zin van een wederomgeboren worden, dat misschien het beste kan worden omschreven als een ontwaken tot God. Wanneer de mens in het allesbeslissende ogenblik de Heere Jezus Christus als Redder leert kennen, dan wordt Hij de hoogste rijkdom die de christen kent. Dan komt er, in plaats van veel ‘heidense bekommernis’, waarin de mens streeft naar rijkdom, geluk en aanzien, een ‘bekommerd zijn om God’. In dit bekommerd zijn om God wordt de vereniging met de Heere Jezus door het geloof, en ook door de gemeenschap aan Zijn lijden metterdaad, het hoogste goed. Het is deze bekommernis om God die Kierkegaard bij veel van zijn landgenoten en ook bij veel predikanten heeft gemist. En waartoe hij hen in allerlei talen heeft willen roepen.

LEREN Kunnen wij vandaag iets van Kierkegaard leren? Ook in onze eeuw lijkt het soms vanzelfsprekend dat ieder ‘fatsoenlijk’ mens christen is. Bij bijna al onze begrafenissen zijn het christenen die wij ten grave dragen, vaak ongeacht de staat van het geestelijke leven. Onderwijl verslaat het materialisme zijn duizenden. Hele dagen zijn wij christenen op jacht, steeds bekommerd op zoek naar de nieuwste hebbedingen, naar huizen, auto’s en vakanties. Zullen wij in onze eeuw nog wel ontkomen aan het ‘esthetische stadium’? In onze eredienst wordt een woord als ‘zonde’ steeds meer een woord dat we liever uit de weg gaan. Kruisdragen, sterven aan jezelf, Gods vertroosting in het lijden, het raakt allemaal wat op de achtergrond, ten gunste van een taal die ons wat meer spaart. Of wij ook iets van Kierkegaard kunnen leren? In zijn eigen woorden: ‘Oordeel zelf!’

Ds. M. Kreuk is hervormd predikant te Noordhorn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BEKOMMERD OM GOD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's