ALS DE LAT TE HOOG LIGT
Wees niet al te rechtvaardig. PREDIKER 7:16A
Zelfkennis is genade. Dat ligt onder de – wees eerlijk – toch wat vreemde uitspraak: wees niet al te rechtvaardig. Rechtvaardigheid is toch een deugd? Maar ook bij rechtvaardigheid moet het woordje te vermeden worden.
We kennen de uitdrukking: alles waar ‘te’ voor staat is slecht, behalve te-vreden. De tekst uit Prediker 7 zet dat wel in een bijzonder licht. Je bent geneigd om te zeggen: hoe kun je nu ooit ‘te’ rechtvaardig zijn? De Prediker kent nog niet zo’n ontwikkelde theologie van de rechtvaardiging van de goddeloze zoals we die later bij Paulus en in zijn spoor bij de Reformatie aantreffen. Althans, hij laat daar niet veel van merken.
OPTIMISME Het klinkt alsof hij onder de indruk is van het vermogen van de mens om rechtvaardig te zijn. Ja, het lijkt alsof zijn optimisme hier geen grenzen heeft: alsof het mogelijk zou zijn dat we té rechtvaardig zijn. Bij alle sombere gedachten en overdenkingen die we in het boek Prediker aantreffen, is dit wel een opmerkelijk optimistische toon. De mens is blijkbaar tot veel in staat. Hij moet een beetje getemperd worden, zo is de eerste indruk. Deden we er maar een schepje boven op, denken wij al gauw in onze ijver om goede christenen te zijn. Deze wereld kan wel wat meer rechtvaardigheid gebruiken.
Maar, voordat we er erg in hebben, vergalopperen we onszelf. Leggen we zo’n hoge norm aan, dat we er niet alleen zelf niet aan kunnen voldoen, maar dat ook anderen eronder lijden. Rechtvaardigheid kan ook een knoet worden, waar je zelf aan onderdoor gaat. ‘Meet jezelf geen overdreven wijsheid aan’, zo vervolgt Prediker (NBV-vertaling).
Hier zijn we terug bij de wijsheid die het bijbelboek zo kenmerkt. Ook in de ethiek, in de leer van het goede handelen, is het mogelijk om overdreven wijs te willen zijn. Om de proporties uit het oog te verliezen. Om té principieel te zijn. Om de omstandigheden niet mee te laten wegen.
PERFECTIONIST
Nu pleit prediker niet voor een relativisme. Alsof rechtvaardigheid er niet toe doet. Alsof Gods geboden als uitdrukking van het goede leven er niet zo toe doen. Gedraag je ook niet al te goddeloos, zo vervolgt hij. Maar de perfectionist in ons wordt aangesproken. De stem in ons die altijd maar zegt dat het niet goed genoeg is. Psychologen kunnen daarover wel een boekje open doen. Perfectionisme leidt soms tot een vervelend soort hardheid. De kritiek op een ander raakt vaak aan de eigen zwakheid. Té rechtvaardig zijn, dat kan dus ook. En juist de leer van de ‘rechtvaardiging van de goddeloze’ helpt ons dit te begrijpen.
Wie té rechtvaardig wil zijn, vergeet zijn eigen goddeloosheid. Die vergeet dat hijzelf ook maar een zondaar is die het alleen maar met genade moet doen. Wie in alle dingen stijf principieel is, kon wel eens voorbij leven aan de diepe realiteit van de zonde en de sporen van gebrokenheid die door deze wereld gaan.
Wie zich om Christus’ wil een rechtvaardige weet, door Gods vreemde vrijspraak, die weet zich tegelijk een zondaar. Luther bracht het op deze noemer: simul iustus et peccator, rechtvaardige en zondaar tegelijk. Maar wie zich zo een gerechtvaardigde weet, die zal nooit té rechtvaardig durven zijn. Niet naar zichzelf, maar zeker niet naar anderen. Wie té rechtvaardig is, is tevreden met zichzelf. En dan blijkt élk woord waar ‘te’ voor staat, verkeerd te zijn.
ZELFKENNIS Deze wijsheid is in de kern niets anders dan zelfkennis. Dat is in de persoonlijke omgang heel heilzaam. In het gezin, ook in het gezin van de christelijke gemeente. Waar wij als het erop aankomt niet hebben te schrikken van elkaars onheiligheid. Zelfkennis is genade. Het is genade als je ontdekt dat té rechtvaardig willen zijn, je ontdekt aan je eigen bestaan zonder God. Het is de persoonlijke ontdekking van de algemene waarheid die in vers 20 staat: Er is geen mens op aarde, geen mens die goeddoet en niet zondigt. Wie té rechtvaardig wil zijn, verheft zich boven de mensheid. Er is immers niemand die niet zondigt.
WERKELIJK GOED Ja, toch. Er was er één: Christus, dé Rechtvaardige. Maar als er één ding is dat we niet van Jezus kunnen zeggen, is het dat Hij téWie de zelfkennis van het Evangelie heeft ontvangen, weet zich zondaar en zal Prediker alleen maar kunnen bijvallen. Dan wordt het zelfs een gebed: Heere, laat mij niet té rechtvaardig zijn. rechtvaardig was. Dé Rechtvaardige, de Ene die werkelijk goed deed en niet zondigde, wist van ontferming. Hij wist van barmhartigheid. Hij wist van vergeving. Voor zondaars.
Dr. T.T.J. Pleizier is hervormd predikant te Dirksland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 oktober 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's