De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEROEP OP GENADE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEROEP OP GENADE

De eredienst [7, gebed]

8 minuten leestijd

In het votum hebben wij beleden dat ons samenkomen een geestelijke vergadering is. Wij hebben de hulp van de Heere beleden en ingeroepen. Wat een vreugdevolle wetenschap dat Hij bij ons wonen wil. In Zijn genade en grote liefde zoekt Hij ons sprekend op. Hij is geen God Die Zich in stilzwijgen hult, om de grote Onbekende te blijven. Maar Hij spreekt. De gemeente beseft echter dat zij dat niet heeft verdiend. Maken wij het er niet voortdurend naar dat de Heere de mond van Zijn Woord sluit, ons de sacramenten onthoudt, en ons in onze duisternis laat omkomen?

SCHULDBELIJDENIS
In de traditie van de kerk heeft altijd het besef geleefd dat wij slechts in verootmoediging tot God kunnen komen, ook in onze erediensten. Wij kunnen niet, zoals de farizeeër in de gelijkenis, zomaar linea recta doorlopen naar het altaar. Wij komen niet in Gods huis om daar een diploma of een verklaring van goed gedrag af te halen. Wanneer de tollenaar in de tempel verschijnt, durft hij zelfs zijn ogen niet op te slaan naar de hemel. En hij staat van verre.
In de katholieke traditie werd dit besef verwoord door het gebed van de priester, voordat hij de trap naar het altaar opging. Voordat de bediening der verzoening plaatsvindt, klinkt het gebed van verootmoediging en schuldbelijdenis. Sinds de Reformatie wordt dit gebed door de gehele gemeente gebeden, reeds aan het begin van de eredienst. De enige grond waarop wij in de eredienst kunnen staan, is genade. Dat wordt nog duidelijker wanneer de heilige wet van God aan de gemeente is voorgehouden. ‘Want daar wij ons in alle heilige samenkomsten stellen voor het aangezicht van God en van de engelen, welk ander begin zal dan onze handeling hebben dan de erkenning van onze onwaardigheid?’ (Calvijn)

MENSVISIE
In het gebed van verootmoediging en schuldbelijdenis wordt zo de bijbelse mensvisie zichtbaar. Een christen is niet iemand die de zonde achter zich heeft gelaten, maar hij is nog steeds vlees, verkocht onder de zonde (Rom.7:14). Hij is zich van zijn zwakheden en gebreken bewust wanneer hij voor het aangezicht van God leeft en treedt.
Zo spreken ook het doop- en avondmaalformulier over zwakheid die tegen onze wil nog in ons overgebleven is, en waardoor wij meer dan eens weer in de zonde vallen. De belijdenis van schuld in de eredienst hoort daarom bij het christelijk geloof. Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus zegt in deze lijn terecht dat bij het leven in de enige troost de voortgaande kennis van onze ellende hoort. We kunnen het ook anders zeggen: verootmoediging en schuldbelijdenis schuldbelijdenis behoren wezenlijk bij het leven uit het verbond. De gemeente komt als verbondsgemeente samen, maar dat betekent nooit dat het volk zich voor God niet verootmoedigt.
Achter in ons kerkboek staat een formuliergebed ‘des zondags vóór de predikatie’. Wat klinkt er een afhankelijkheid in door. De verootmoediging gaat gepaard met een hartelijk, kinderlijk gebed om vergeving en genade. Wat pleit de gemeente op de barmhartigheid en het vaderlijke mededogen van God.
Belangrijk is dus dat het gebed van verootmoediging een gelovig gebed is, een gebed waarin wij gelovig ons falen en feilen belijden, maar ook een gelovig beroep doen op de genade van God in Jezus Christus. Ook belijden wij Hem dat wij samen verantwoordelijk zijn voor de gebrokenheid van de wereld, waar wij ook in de afgelopen week op allerlei manieren tegenaan liepen.

VERSCHUIVING
Vindt dit verootmoedigingsgebed daadwerkelijk plaats in de eredienst? Klopt de bewering van degenen die zeggen dat in het ‘eerste gebed’ in de eredienst steeds minder schuld wordt beleden? Ik kan die bewering niet toetsen, maar ik leg wel de vinger bij het verband tussen onze gebeden en wat wij van onszelf en van de Heere belijden.


GESPREKSVRAGEN
• Hoe kunnen in het verootmoedigingsgebed de zorgen en noden waarmee de gemeente samenkwam, een plaats hebben? • Is het bijbels gezien terecht om de gemeente die samenkomt te typeren met woorden als Romeinen 7:14?
• Het gebed om de Heilige Geest betekent dat wij gehoorzaamheid beloven aan het Woord dat gelezen en verkondigd zal worden. Hoe verhouden dit gebed en de wijze waarop u onder de prediking zit, zich tot elkaar?


Als het zo is dat het verootmoedigingsgebed verflauwt en verdampt, dan valt te vrezen dat zich onderhuids een verschuiving voltrekt in het godsbeeld en het zelfbeeld van de gemeente. Al mogen christenen Gods kinderen zijn, zij stellen zich deemoedig en in de vreze des Heeren voor Zijn aangezicht.
Zo leert de Heilige Geest ons te leven van Zijn genade. Zo leert de Heilige Geest ons de kracht van het ‘nochtans’, zoals dat ook de scharnier in het hierboven genoemde formuliergebed is. Gelovig tot de Heere komen betekent voortdurend: Hem mijn zonden geven, en Zijn gerechtigheid aannemen (Kohlbrugge).

VERLICHTING
In de gereformeerde traditie is het verootmoedigingsgebed na de Decaloog tegelijk het gebed om de opening van het Woord en de verlichting met de Heilige Geest. In beide delen van dit gebed klinkt door dat de eredienst geen enkele vanzelfsprekendheid kent. De opening van het Woord en de verkondiging daarvan krijgen hun zegenrijke werking slechts door de genade van de Heilige Geest. Het gebed om de werking van de Heilige Geest wordt herhaald als de sacramenten bediend worden (de zogenoemde epiclese). Ook de verlichting met de Heilige Geest is een genadegave.
Het is terecht om dit gebed te bidden voordat de Heilige Schrift geopend en gelezen wordt. De Heilige Geest geeft het Woord aan de gemeente, maar Hij heeft daar zelf de sleutel van. Wij roepen de Heilige Geest aan om de Schriften te kunnen lezen en verkondigen op de wijze die Hem behaagt. Wij zouden anders zomaar onze éigen interpretatie van de Schrift kunnen volgen. Wat moeten wij ook in het lezen en preken van het Woord bewaard worden voor onszelf, voor ons vlees.

ONMACHT
Wat ervaren wij ook dikwijls onze onmacht om de geschreven woorden van God te verstaan. Ze bevatten bevatten geheimenissen die van boven zijn. Ze bevatten een boodschap die niet overeenstemt met wat wíj bedenken en beredeneren. Wat ervaren we als prediker en hoorder onze onmacht om onszelf en anderen tot gehoorzaamheid aan het Woord te leiden.
Daarom smeken wij om de genadige opening van het Woord. Dat wij niet onder het profetisch oordeel vallen dat wij wel horen maar niet verstaan – maar dat de Heere onze harten opent zoals bij Lydia. Dat wij het Woord en zijn verkondiging zullen aannemen, niet als een mensenwoord, maar (zoals het in waarheid is) als Gods Woord (1 Thess.2:13). Een gemeente die oprecht bidt om de verlichting met de Heilige Geest verbindt zich er voor Gods aangezicht toe, om niet alleen hoorders maar ook daders van het Woord te zijn. Wij kruisigen in ons gebed de autonome mondigheid waarmee wij onder het Woord kunnen zitten.

VERTROUWEN
Ook dit gebed wordt in geloof opgezonden. Wij geloven in de Heilige Geest Die Heere is en levend maakt. Wij geloven dat de Vader Zijn Heilige Geest uit genade geeft aan al degenen die Hem daarom aanroepen. Wij vertrouwen in onze harten dat de Heere Zich zo laat verbidden en dat er in de dienst van het Woord wonderen geschieden. Dat Hij Zichzelf sprekend openbaart. Dat Hij Zijn Woord van genade en vrede laat horen aan ons, die onze onwaardigheid hebben beleden. De Bedezang voor de Predikatie is een fijnzinnige samenvatting van zo’n gebed. We moesten deze Bedezang maar vaker zingen.

VÓÓR DE SCHRIFTLEZING
In een deel van de kerk vindt de verootmoediging en het gebed om de opening van het Woord plaats ná de Schriftlezing. Dit komt voort uit de oude traditie waarin een voorlezer de Tien Geboden en de Schriftlezing verzorgt. Omdat de voorlezer niet het gebed doet, is er een praktisch motief om deze elementen van de eredienst meteen na elkaar te laten komen. Principieel gezien hoort het gebed echter vóór de Schriftlezing gedaan te worden. We openen de Bijbel met handen die eerst door het gebed geheiligd werden.
Het vouwen van de handen is overigens een oud en goed gebruik, hoewel de Bijbel ook andere gebedshoudingen vermeldt. Het vouwen van de handen maakt, evenals het sluiten van de ogen, concentratie mogelijk. Frunnikende handen en ronddwalende ogen zorgen bij jezelf en bij anderen voor concentratieverlies.
Maar symbolisch gezien geven wij ons met gevouwen handen en gesloten ogen vooral over aan de leiding van God. Gevouwen handen vragen om de leiding van Zijn hand. Gesloten ogen vragen om de liefde waarmee Hij blinden leidt. Zo onderstrepen wij met onze houding onze afhankelijkheid en onze overgave aan de Heere. ‘Tot Hij ook ons genadig zij.’



Ds. A.J. Mensink is hervormd predikant te Krimpen aan den IJssel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BEROEP OP GENADE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's