HET WOORD AAN HET WOORD
Als je catechisanten vraagt wat het belangrijkste onderdeel van een kerkdienst is, luidt het antwoord steevast: de preek. Dat komt misschien doordat de verkondiging doorgaans de meeste tijd in beslag neemt, maar het klopt niet. Het cruciale moment van de protestantse eredienst is de Schriftlezing.
Dat blijkt meteen al uit de inrichting van onze kerkgebouwen. In roomskatholieke kerken staat het altaar centraal. Alles draait daar om de bediening van de sacramenten. De reformatoren hebben het Woord van God weer in het middelpunt gezet. Om die reden ligt op de meeste kansels een geopende Bijbel. Het moment waarop uit dit Boek wordt voorgelezen, is zonder meer het hoogtepunt van de kerkdienst.
WOORD EN ANTWOORD
Wat is liturgie? Je zou de protestantse eredienst kunnen omschrijven als de heen en weer gaande beweging van boven naar beneden. De hoge God spreekt onder meer tijdens de voorlezing van de wet, in de Schriftlezing en bij het uitspreken van de zegen. De gemeente reageert daarop in het zingen van een lied, in het naspreken van de geloofsbelijdenis, in de gebeden en in het bijdragen aan de collecte. Het gaat in de liturgie om woord en antwoord, om klank en weerklank. God komt heel speciaal aan het woord tijdens het lezen van de heilige Schrift. De Schriftlezing is geen opstapje of aanloopje tot de preek, maar heeft haar eigen unieke plaats en betekenis tijdens de eredienst.
HET MOMENT Over het moment waarop de Bijbel tijdens de kerkdienst gelezen dient te worden, lopen de meningen uiteen. Met name in vroeger tijden was men gewoon om de Schriftlezing aan het gebed vooraf te laten gaan. Sommige predikanten hanteren nog steeds deze volgorde. Daarbij zijn echter wel enkele vraagtekens te plaatsen. In het eerste gebed bidden we om de opening van het Woord en om de verlichting door de Heilige Geest. Hebben we die alleen nodig
HET MOMENT
Over het moment waarop de Bijbel tijdens de kerkdienst gelezen dient te worden, lopen de meningen uiteen. Met name in vroeger tijden was men gewoon om de Schriftlezing aan het gebed vooraf te laten gaan. Sommige predikanten hanteren nog steeds deze volgorde. Daarbij zijn echter wel enkele vraagtekens te plaatsen. In het eerste gebed bidden we om de opening van het Woord en om de verlichting door de Heilige Geest. Hebben we die alleen nodig voor de preek en niet voor de lezing uit de Schriften? De vraag stellen is haar beantwoorden. Men zou de stelling kunnen poneren dat het gebed om de leiding van de Heilige Geest moet plaatsvinden helemaal aan het begin van de dienst. In alle onderdelen zijn we immers aangewezen op de werking van de Pinkstergeest.
Ook tijdens de Schriftlezing kunnen we niet zonder. We bidden voor en met elkaar dat de Geest het Woord zal thuisbezorgen, zodat we er van harte ‘amen’ op zeggen. De Heilige Geest wordt wel genoemd de doctor internus, de inwendige leermeester. De stem van de voorlezer kan Gods woorden niet verder brengen dan onze oren, maar de Geest van hierboven opent de gesloten deuren van ons hart zodat we het Woord gelovig aanvaarden, het bewaren en er elke dag uit leven. Alles pleit er dan ook voor om tijdens de kerkdienst eerst te bidden en vervolgens uit de Bijbel te lezen.
VOORLEZER
De meeste lezers zullen eraan gewend zijn dat de voorganger de Schriftlezing verzorgt. In het verleden was dat weleens anders. Diverse gemeenten kenden de figuur van de voorlezer. Ik herinner mij nog heel goed de stem en de eerbiedwaardige gestalte van de voorlezer uit mijn kinderjaren. Er was een speciaal gestoelte voor hem gemaakt, een soort lage kansel – inclusief lessenaar – ergens tussen de eigenlijke preekstoel en de voorste rij stoelen in. Op sommige plaatsen heeft men nog steeds een officiële voorlezer in dienst. In andere gemeenten fungeert één van de ouderlingen als zodanig.
GESPREKVRAGEN
• Met een variant op een bekende radioboodschap zou je kunnen zeggen: als je ’s zondags meeleest in je eigen Bijbel, ontdek je zoveel meer. Wat vindt u van deze stelling en hoe beleeft u dat voor uzelf?
• Waarom is het volgens u belangrijk dat tijdens de kerkdienst de eenheid van de Schriften tot uiting komt? Hoe ervaart u dat in uw eigen gemeente?
• Een ouderling merkte ooit op tegenover zijn predikant: ‘Veel domineesbijbels zijn aan de dunne kant.’ Wat zou hij daarmee bedoelen en wat vindt u daarvan?
• Wat heeft uw persoonlijke voorkeur: iedere week een schriftlezing uit een ander bijbelboek of continuïteit in de lezingen bijvoorbeeld door het behandelen van een heel bijbelboek of de levensgeschiedenis van een belangrijke persoon uit de Bijbel? Motiveer uw antwoord.
• Herlees nog eens voor uzelf het citaat van Calvijn aan het slot van het artikel. Wat spreekt u daarin aan en wat vindt u moeilijk? Motiveer uw antwoord.
PARTICIPATIE
In de Vroege Kerk was het lezen uit de Bijbel toevertrouwd aan de diakenen. Tijdens jeugddiensten of andere bijzondere samenkomsten gebeurt het vandaag aan de dag ook wel dat een jongere of een ander gemeentelid de Schriftlezing verzorgt. Iemand pleitte ervoor om met name belijdeniscatechisanten in te schakelen. Daardoor zou de eenzijdige rol van de predikant worden doorbroken, terwijl de gemeente tevens de gelegenheid krijgt om de aanstaande nieuwe lidmaten te leren kennen.
Indien men al kiest voor participatie van gemeenteleden bij de Schriftlezing, dan is het zaak dat een en ander goed wordt voorbereid. Zoveel als mogelijk is, moet voorkomen worden dat een voorlezer struikelt over moeilijke woorden of vastloopt in zijn eigen hakkelen. Aan alle onderdelen van de liturgie dient maximale zorg te worden besteed. Niets is zo irritant als gerommel en gestuntel, wanneer ‘het heilige gebeurt’.
KEUZE Het aantal Schriftlezingen verschilt van kerkdienst tot kerkdienst. Sommige predikanten volstaan met het lezen van het gedeelte waarover gepreekt gaat worden. Anderen kiezen voor een tweeledige of drieledige schriftlezing: uit het Oude Testament, uit de evangeliën en uit de brieven van het Nieuwe Testament. In de kerkgeschiedenis zijn wat de selectie van bijbelgedeelten voor de kerkdienst betreft uiteenlopende tradities gegroeid. Een viertal mogelijkheden springt eruit:
• De voorganger kiest zelf een hoofdstuk of perikoop en gebruikt dat gedeelte als uitgangspunt voor de verkondiging.
• Het zogenoemde perikopenstelsel, dat in rooms-katholieke en lutherse kerkdiensten gevolgd wordt: een systeem van voorgeschreven Schriftlezingen voor elke zondag.
• De lectio continua, zoals bijvoorbeeld Calvijn en andere reformatoren gewoon waren: het doornemen van bijbelboeken in hun geheel. De eerste preek van Ulrich Zwingli in Zürich ging over Mattheüs 1:1. In deze dienst maakte hij bekend dat hij voortaan hele bijbelboeken zou doorpreken. Daarmee stapte hij af van het rooms-katholieke perikopenstelsel.
• In navolging van de synagogale praktijk kiezen sommige gemeenten voor een één- of driejarige lezingencyclus. In een orthodoxe synagoge leest men de Thora in één jaar door, terwijl men er in liberale synagogen drie jaar over doet om de vijf boeken van Mozes door te lezen. Naast de vaste gedeelten uit de Thora leest men ook de daarbij behorende perikopen uit de profeten, de zogeheten Haftarah-lezingen.
EENHEID
Welke traditie men ook kiest, van groot belang is dat tijdens onze kerkdienst het hele Woord aan het woord komt. Het Nieuwe Testament is niet los verkrijgbaar, maar kan alleen begrepen worden tegen de achtergrond van het Oude Testament. Omgekeerd kunnen wij het Oude Testament ook niet verstaan zonder de uitleg van het Nieuwe Testament. Prof. A.A. van Ruler merkte ooit heel treffend op dat het Nieuwe Testament het verklarende woordenlijstje is bij het Oude Testament. De woorden van Mozes, psalmisten en profeten vinden hun vervulling in de Persoon en het werk van Jezus Christus. Tegelijkertijd wachten we nog op de voltooiing van de oudtestamentische beloften en profetieën. Er is nog een tegoed van het Oude Testament, bijvoorbeeld als het gaat om Gods heilsplan voor het Joodse volk. Deze stand van zaken maakt het nodig dat Oude en Nieuwe Testament voortdurend op elkaar betrokken worden, ook tijdens de zondagse erediensten. De eenheid van de Schriften komt daarin tot uiting. In de prediking dienen uiteraard alle gedeelten die voorgelezen worden, terug te keren en in hun onderlinge samenhang uitgelegd te worden.
ONTVANKELIJK
De Schriftlezing vraagt veel inspanning van degene die voorleest. Van afraffelen of binnensmonds mompelen mag geen sprake zijn. Het Woord van God wil duidelijk en gearticuleerd worden gelezen. Van oudsher werd voorlezen in de kerk gezien als voordragen.
De Schriftlezing vergt ook een en ander van de hoorders, vooral openheid en ontvankelijkheid. De jonge Samuël mag voor ons een voorbeeld zijn: ‘Spreek Heere, want Uw knecht hoort’ (1 Sam. 3:9). Deze instelling zal ook blijken uit onze houding. Ongeïnteresseerdheid en onverschilligheid zijn uit den boze. Wie met eerbied en verwachting luistert, zal zonder twijfel gezegend worden. Dan geldt het woord van de Schrift zelf: ‘Zalig is hij die voorleest en zijn zij die horen…’ (Openb.1:3).
We mogen ervaren wat een geweldige bron van onderwijs, kracht en troost de Bijbel is. Prachtig is wat Calvijn ooit schreef in een loflied op het Woord van God:
‘Zij is de sleutel die ons het Koninkrijk van God opent, met het doel ons daar binnen te leiden, opdat wij weten welke God wij moeten aanbidden en waartoe Hij ons roept.
Zij is de zekere weg die ons leidt, opdat wij onze ganse levenstijd niet her- en derwaarts zouden zwerven en dolen. Zij is de enige regel om tussen goed en kwaad te onderscheiden en ons te onderwijzen in de rechte dienst van God. Zij is de spiegel waarin wij het aangezicht van God aanschouwen om zo veranderd te worden tot zijn eer.
Zij is de koninklijke scepter waardoor Hij ons als zijn volk regeert, de herdersstaf die Hij ons geeft, ten teken dat Hij ons tot Herder wil zijn.
Zij is het enige voedsel van onze zielen dat ons voedt tot het eeuwige leven’.
Dr. M. van Campen uit Ede is hervormd emeritus predikant.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's