De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GOD EN MENS TEGELIJK

Bekijk het origineel

GOD EN MENS TEGELIJK

9 minuten leestijd

In het jaar 451 vindt de grootste kerkvergadering van de Vroege Kerk plaats: ongeveer 500 deelnemers uit alle windstreken komen samen in Chalcedon, een stad gelegen aan de Bosporus. Er ligt een bijzonder onderwerp op tafel: hoe de Heere Jezus tegelijk God en mens was.

Maar dat was toch al in Nicea, in 325, helder en klaar beleden? Jezus is Gods Zoon. Hij is uit God geboren, voor alle eeuwen. De dwaling van Arius, die Jezus als een bijzonder en zeer hoog schepsel achtte, was afgewezen. Daar is ook geen twijfel meer over. Maar andere vragen hebben zich na Nicea op allerlei wijze opgedrongen. Is Jezus een compleet mens? Bezit Hij niet alleen een lichaam, maar ook een menselijke geest, wil, ziel? Hoe is Zijn menselijke natuur verbonden aan Zijn God-zijn? En als Hij zowel God als mens is, hoe is Hij dan toch één persoon?

NIEUWE VRAGEN
Bij allerlei gedeelten uit de Schrift stelde men zich deze vragen. Als voorbeeld kunnen we wijzen op de aangrijpende gebeurtenis aan het kruis, als de Heiland in de drie-urige duisternis uitroept: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Hoe kan God Zich van God verlaten weten? Maar als Jezus dit als mens ervaart, hoe is dan de eenheid van Zijn mens-zijn met Zichzelf als Gods Zoon?
Deze nieuwe vragen konden niet zomaar omzeild worden. Zodra zich vragen voordoen, die voorheen nauwelijks gesteld werden, dan vereist dat een zoektocht naar een antwoord. In dit geval moest de kerk zich met deze vragen eerbiedig verdiepen in het Evangelie. En de concrete persoon van de Heiland gelovig onderzoeken totdat er op deze vragen een antwoord zou groeien.

NESTORIUS
Allerlei bestaande wrijvingen tussen verschillende delen van de kerk bemoeilijkten deze geestelijke zoektocht echter. Het zou echter te ver voeren om daarop nu in te gaan. Wel is het goed de achtergrond van dit concilie te noemen.
Er was een discussie ontstaan rondom de uitdrukking: Maria als draagster van God (theotokos). Deze eretitel gebruikte men niet zozeer om Maria te eren (wat later wel werd gedaan), maar om de Heere Jezus mee te eren. Dat Maria in het Kind dat zij droeg, God mocht dragen en ter wereld brengen. Nestorius, die in 428 patriarch van Constantinopel was geworden, bestreed het gebruik van deze titel en sprak liever over Maria als de draagster van Christus. Dat is uiteraard ook juist. Alleen doordat Nestorius de uitdrukking van Maria als draagster van God afwees, riep hij toch bij velen grote verdenking op. Nestorius benadrukte zo sterk het mens-zijn van de Heere Jezus, dat de eenheid van Jezus als mens en God onder druk kwam te staan. Men vreesde dat zo Jezus bezien kon worden als iemand die een gewoon mens was, maar op bijzondere wijze door God werd gebruikt of geleid.

ROVERSSYNODE
In 431 kwam men in Efeze hiervoor samen om een synode te houden. Daar werd Nestorius veroordeeld. Men beleed dat Gods Zoon de menselijke natuur heeft aangenomen in de eenheid van Zijn eigen persoon. Vanwege de machtsstrijd die er rondom de synode woedde, is deze synode ook wel ‘roverssynode’ genoemd. Maar vervolgens bleek de pendel naar de andere kant af te gaan wijken. Je kunt aan twee kanten van een paard vallen. Zo krijgt de kerk na 431 te maken met een zekere Eutyches. Deze leert dat Gods Zoon de menselijke natuur zo heeft aangenomen dat de natuur van God en mens geheel vermengd is geraakt tot een nieuwe natuur. Hij zei: ‘Zoals het water

Het concilie dat in 451 in Chalcedon samenkomt, wil blijven bij ‘Nicea’

van de zee een honingdruppel opneemt, zo heeft de goddelijke natuur de menselijke geheel in zich opgenomen.’ Hiermee wordt echter tekortgedaan aan het echte mens-zijn van de Heere Jezus.

MENSWORDING
En zo komt in 451 in Chalcedon een concilie samen om hierover te spreken. Niet om een nieuw geloof te gaan ontwerpen. Integendeel, men wil alleen maar blijven bij wat in Nicea was uitgesproken: dat de Heere Jezus van eeuwigheid Gods Zoon is. Maar tegelijk zoekt men antwoord op de gerezen vragen.
Aan de ene kant is de menswording van Gods Zoon een mysterie, waar woorden en begrippen tekortschieten. Maar men probeert het wonder van Gods menswording zo te omschrijven, dat in ieder geval de dwalingen worden afgewezen. De belijdenis luidt als volgt:

‘Hij was één van wezen met de Vader naar Zijn Godheid, en één van wezen met ons naar Zijn mensheid; ons in alles gelijk, behalve de zonde; van eeuwigheid uit de Vader voortgekomen naar Zijn Godheid, maar in het laatste der dagen omwille van onze zaligheid uit de maagd Maria, de moeder van God, geboren naar Zijn mensheid; één en dezelfde Christus, Zoon, Heere, Eniggeborene, in twee naturen, onvermengd, onveranderd, ongedeeld, ongescheiden.’

Door de uitdrukking ‘moeder van God’ op te nemen, wordt nadrukkelijk afstand genomen van Nestorius. Hiermee wordt zichtbaar gemaakt dat in de persoon van de Heere Jezus God Zich werkelijk heeft verenigd met de menselijke natuur.Maar vooral de slotwoorden zijn van groot belang. ‘Onvermengd en onveranderd’ wijst de dwaling van Eutyches af, ‘ongedeeld en ongescheiden’ wijst vooral de dwaling van Nestorius af. Bij de menswording ontstond er geen versmelting van goddelijke en menselijke natuur. Maar ook bleven ze niet los van elkaar. In beide gevallen zou er geen werkelijke verlossing zijn. Wat moesten wij als zondige mensen wanneer Jezus door Zijn menswording een nieuw soort wezen was geworden? En wat zou het ons verlossing brengen als God zich niet werkelijk helemaal verenigd had met de menselijke natuur?

DWALINGEN AFGEWEZEN
Zo heeft het concilie van Chalcedon recht willen doen aan het wonder van de persoon van de Heiland. Opmerkelijk is dat de vier gebruikte woorden (onvermengd, onveranderd, ongedeeld en ongescheiden) vooral aangeven wat Jezus níet is. Het is meer een afwijzen van afwijkingen dan verklaren hoe het wel is.
In Nicea was positief beleden dat Jezus waarachtig Gods Zoon was. Dat kon helder op grond van het Evangelie worden uitgesproken. Maar de verhouding van het goddelijke en menselijke in de Heere Jezus is minder eenduidig en moeilijker in woorden te omschrijven. Terecht dat men in Chalcedon zich daarom beperkt heeft tot het afwijzen van de dwalingen.
KOPTISCHE KERK Helaas was met deze belijdenis de tegenstelling in de kerk niet voor voorbij. Mede door alle machtsstrijd is uiteindelijk een deel van de kerk niet meegegaan met Chalcedon. Deze kerken in het oosten heten de monofysitische kerken. Bijvoorbeeld de Koptische Kerk van Egypte behoort daartoe.
Zij hebben vooral een probleem met het gebruik van de uitdrukking: twee naturen. Voor hun gevoelen werd daarmee toch te weinig recht gedaan aan de eenheid van de persoon van Christus. Deze monofysitische kerken staan echter heel dicht bij de rest van de kerken in de wereld. Omdat zij ondertussen wel erkennen dat Gods Zoon een complete menselijke natuur heeft aangenomen.

LUTHER EN CALVIJN
De reformator Luther heeft de belijdenis van Chalcedon grondig overdacht en vruchtbaar gemaakt. Vooral het punt dat in de ene persoon van Christus God en mens aan elkaar verbonden zijn. Luther meent dat daardoor de eigenschappen van God over zijn gegaan op het mens-zijn van Jezus. Ze zijn in Christus zo verenigd, dat je ze nooit meer los van elkaar kunt denken Hij geeft dat een opmerkelijke toepassing rondom het avondmaal Jezus zegt: ‘Dit is Mijn lichaam’. Als het avondmaal wordt bediend geeft Jezus Zijn werkelijke lichaam in het brood, omdat ook na Zijn hemelvaart Zijn lichaam onlosmakelijk verbonden is aan Zijn godheid. Calvijn meende dat het beter is de twee naturen van de Heere Jezus wat apart te blijven zien. Ze zijn wel verenigd in de ene persoon van de Heiland, maar behouden hun eigenheid. Luther let vooral op de ene persoon die beide naturen in zichzelf verenigt, Calvijn let vooral op de twee verschillende naturen die in de ene persoon zijn. Luther en Calvijn geven zo een eigen accent aan Chalcedon, terwijl ze beiden binnen de kaders van Chalcedon denken en geloven.

VALKUIL
In de negentiende eeuw komt er in het moderne protestantisme bezwaar tegen Chalcedon. De naam van Schleiermacher past hier vooral bij. Steeds meer ziet men Jezus vooral als mens, die bijzonder is vanwege een bovennatuurlijke inwerking van Gods Geest In ons land zien we dat prof. H. Berkhof in zijn dogmatiek wat afstand neemt van Chalcedon. Hij acht het een verkeerde vorm van denken. Volgens hem is het beter om over Jezus te spreken in termen van het verbond: dat Jezus door een nieuwe daad van God de ware bondgenoot van God is. Hier dreigt toch te gebeuren wat Chalcedon heeft afgewezen: dat tekort wordt gedaan aan de werkelijke vereniging van God met de menselijke natuur. Dit is de valkuil van het moderne protestantisme geworden: Jezus op een of andere wijze bezien als een mens die een bijzondere band met God heeft, of op bijzondere wijze door God is geleid en geïnspireerd. Jezus is dan niet meer de Zoon van God Die mens werd, maar een mens die een uitzonderlijke gemeenschap met God had. Als dit in kerk en theologie gebeurt, raakt de verzoening vaak op de achtergrond en wordt Jezus vooral voorbeeld en inspirator. Zonder het mysterie van de menswording verdwijnt de rijkdom van de verlossing.

ISLAM
In de 21e eeuw wordt Chalcedon (als andere uitleg van Nicea) opnieuw van groot belang en wel in de ontmoeting van de christelijke kerk met jodendom en islam. Die kunnen soms wel een eind meegaan in het erkennen van een bijzonder inspiratie van God in Jezus (de islam eert in de koran Jezus als profeet).
Maar het bezwaar komt bij de menswording van Gods Zoon: de ene persoon van Christus Die als Gods Zoon een complete menselijke natuur heeft aangenomen. Dat is voor zowel jodendom als islam onaanvaardbaar. Beide willen zich houden aan een strak en star monotheïsme. Daarin is wel plaats voor bijzondere mensen die een bovennatuurlijke inspiratie kregen van God, maar niet voor Gods Zoon die de menselijke natuur aannam.
Juist in dat actuele gesprek is Chalcedon van groot belang. Zij helpt om in de ontmoeting met jodendom en islam het unieke en alles te boven gaande van de persoon van Christus in te zien en te bewaren. Ook reikt het de woorden aan om iets van dit grote mysterie aan anderen te ontvouwen.

RICHTLIJNEN
Alles bij elkaar mogen we concluderen dat de belijdenis van Chalcedon geen theoretisch woordenspel is, ook geen ‘ingewikkeld maken’ van het eenvoudige Evangelie. Nee, zodra een mens dieper gaat onderzoeken hoe de persoon van de Heere Jezus is, krijgt hij hier juist richtlijnen om niet van dat ‘eenvoudige’ Evangelie los te raken: dat Gods Zoon, Die bij God was en Zelf God was, mens wilde worden om ons, zondige mensen, tot kinderen van God te maken (Joh.1:1,12,14).


Dr. P.F. Bouter is hervormd predikant te Bodegraven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GOD EN MENS TEGELIJK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's