HELDEN
Op 15 oktober overleed Ada van Randwijk-Henstra, weduwe van verzetsman Henk van Randwijk, die in 1966 (!) stierf. Samen met haar man was zij in de oorlog de drijvende kracht achter het illegale Vrij Nederland. Ada van Randwijk werd bijna 102 jaar oud. Boven de advertentie in de Volkskrant staan de woorden van Psalm 103:5: ‘Hij is het, die ons Zijne vriendschap biedt’. De huidige hoofdredacteur van Vrij Nederland schrijft: ‘Zij was wars van heldenverering, maar zij was een heldin.’ Daarbij zal hij ongetwijfeld hebben gedacht aan die ochtend in maart 1942, wanneer er een inval plaats vindt bij Henk en Ada.
Kriminal-Sekretär F.C. Viebahn van de Sicherheitspolizei en twee Nederlandse politiemannen stormen naar binnen. Henk is niet thuis. Ada loopt nog rond in haar badjas. ‘Op mijn nachtkastje én op dat van Henk lagen stapeltjes papier, spionagemateriaal, plattegronden, rapporten, die we moesten doorsturen. Ik moest op een of andere manier tijd winnen om dat belastende materiaal te verstoppen.’
Ze krijgt een revolver tegen haar hoofd en het drietal begint de woning te doorzoeken. ‘Wat een lekker wijfje,’ zeggen de agenten tegen elkaar. Ada ziet haar kans. ‘Ik stapte naar Viebahn om me te beklagen. Hoe bestond het dat die mannen schunnige opmerkingen maakten in mijn eigen huis? Ik kon dat heel goed hoor,’ zegt ze, ‘uit de hoogte doen.’ De officier, aangesproken op zijn Pruisische eergevoel, stuurt het tweetal weg en beveelt per telefoon Duitse militairen naar de woning te komen. Ada vraagt of ze zich in de tussentijd mag aankleden. ‘Viebahn was in de voorkamer met de boeken bezig, de deur naar de slaapkamer was dicht. Toen heb ik alle papieren van de nachtkastjes gehaald en in mijn bed gelegd. Waar anders?’ Ze haalt haar klerenkast overhoop, gooit een paar jurken op de grond, waardoor het lijkt alsof de kamer al doorzocht is. ‘Viebahn vroeg me het beddengoed te verwijderen. Bij het bed van Henk deed ik dat royaal, daar lag niets. Maar bij mij maar half, ze hebben de papieren niet ontdekt. Je leeft op zo’n moment op de toppen van je zenuwen. Dan denk je niet: waar ben ik mee bezig. Het was doodsnood.’
Ada slaagt er ook nog in een vals persoonsbewijs dat in het dressoir is verstopt in haar step-in te stoppen.
Als Henk thuiskomt, wordt hij meteen gearresteerd. De Duitsers blijven nog een tijdje in huis. Ada weet dat er in Henks jaszak pamfletten zitten. Die moeten verdwijnen. Ze vraagt Henk of hij wat wil eten. Viebahn geeft haar vervolgens toestemming naar de keuken te gaan. In het voorbijgaan grist ze de documenten uit Henk jaszak, die ze ook in haar stepin steekt. ‘Ik werd steeds dikker.’ (…)
Deze gebeurtenis beschrijft mevrouw Van Randwijk in een gedenkwaardig interview met Vrij Nederland in 2011, dat integraal te lezen is op de website. Maar met heldhaftigheid had dat allemaal niets te maken. Ze voelde zich maar een klein schakeltje in het verzet.
Heldendaden? Daar wil Ada niets van weten. ‘Ik deed het uit liefde voor mijn man. En bovendien: als vrouw kon je meer maken. En de Duitsers zagen ons toch in de eerste plaats als Germaans. Poolse of Russische vrouwen zouden geen kans maken.’ Het was, benadrukt ze opnieuw, doodsnood. ‘Alleen dan doe je zulke dingen.’
In onze dagen wordt het woord ‘held’ na lange tijd weer intensief gebruikt. Op internet wemelt het van ‘jonge helden’ en ‘nieuwe helden’. Radio 538 kent de ‘held van de dag’. Dit ronkende taalgebruik vindt ook in christelijke kring ingang. In het charismatische tijdschrift GEESTkracht schrijft dr. Miranda Klaver over de snelgroeiende evangelische mannenbeweging ‘De 4e Musketier’, die vijf jaar bestaat.
‘Jij bent de grote held in de reis van jongen tot man, in het verhaal van jouw leven in dienst van de Koning’, zeggen oprichters Henk Stoorvogel en Theo van den Heuvel tegen de christelijke man (in hun boek ‘De Vierde Musketier’, 2010). Ze verwijzen daarmee naar de roman ‘De drie musketiers’ (1844) van
Alexandre Dumas. Daarin komt een vierde musketier voor, die gevolgd wordt op zijn weg van jongen tot man. Bij veel mannen gaat het in die ontwikkeling mis, waardoor ze niet tot hun bestemming komen, zeggen Stoorvogel en Van den Heuvel. Ze laten het zien aan de hand van bijbelse voorbeelden. Mannen zijn verwaarloosd of genegeerd door hun eigen vader, zoals David, die door zijn vader over het hoofd wordt gezien als Samuël hem vraagt zijn zonen bijeen te roepen. Mannen lijden onder de zonde van nalatigheid, zoals Adam, die zijn taak als verdediger en beschermer van het paradijs en van Eva op z’n beloop liet. (…)
De auteurs gebruiken ook (…) bijbelverhalen om een ideaalbeeld van de christelijke man te schetsen. De avontuurlijke jager Nimrod fungeert als het tegenbeeld van de passieve ‘bankzitters’ in de kerk, die ‘niet verder komen dan zonde en schuld in de kerk’. Gideon werd eerst door angst geblokkeerd en daagt mannen uit weerstand te bieden aan groepsdruk en tegen de stroom in te gaan. De 4e Musketier roept mannen op hun plaats in te nemen, verantwoordelijkheid te dragen en bereid te zijn zichzelf op te offeren voor de missie die God hun geeft.
De karakterweekends vormen het hart van de beweging. In het voor- of najaar trekken honderden mannen vier dagen intensief met elkaar op in een ruig landschap onder vaak koude en natte omstandigheden. Ze krijgen opdrachten die verwijzen naar bijbelse personen en verhalen. Door een zware fysieke uitdaging aan te gaan, worden de mannen geconfronteerd met hun grenzen, lopen ze tegen zichzelf aan en leren zichzelf te overwinnen ‘met Gods hulp’. (…)
Het format van een survivaltocht verwijst naar bepaalde impliciete opvattingen over man-zijn: ‘echte’ mannen houden van fysieke uitdagingen, gaan de strijd met zichzelf aan, geven niet op, komen voor elkaar op en ondersteunen elkaar. Wat opvalt is dat mannen als vanzelfsprekend als echtgenoot worden aangesproken. Voor de single man lijkt weinig ruimte en homoseksualiteit wordt impliciet ontkend. Daarbij worden stereotiepe man-vrouwbeelden versterkt. In de woorden van Stoorvogel: ‘Als een vrouw wordt als Jezus, wordt ze mooi; een man wordt sterk.’
De man als held – dat is de vaste waarde van De 4e Musketier. Een man doet ertoe, hij gaat door het leven met een doel, hij zal alles in het werk stellen om zijn missie te vervullen. Hij gebruikt zijn kracht, gaat het gevecht aan en overwint.’ (…)
Dr. Klaver stelt kritische vragen bij het bijbelgebruik van de beweging:
Er is bij De 4e Musketier ook weinig theologische doordenking van het beeld van de sterke, heroïsche man. In het Nieuwe Testament gaat het juist vaak over zwakheid (Paulus), het afleggen van macht (Filippenzen 2) en de omkering van de macht door het kruis. Het beeld van de man als held staat in schril contrast met het beeld van de navolging. De rol van leerling en pelgrim, die Jezus navolgt, is wezenlijk anders dan de rol van de held die geroepen is om grote daden voor God te verrichten. Ook theologisch kiest De 4e Musketier voor de sterken, voor superioriteit, niet alleen in de relatie tussen mannen en vrouwen, ook tussen mannen onderling. Het heroïsche manbeeld houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van mannen onderling, met als risico uitsluiting en zelfs stigmatisering.
Het ideaalbeeld dat wordt opgeroepen, sluit aan bij de huidige culturele norm van zelfontplooiing: ‘worden zoals God je bedoeld heeft’, stelt Klaver. Het feit dat de 4e Musketier zo’n opgang maakt, vormt ook een vraag aan de kerk, daar valt kennelijk weinig te beleven:
De karakterweekends passen bij de toenemende populariteit van pelgrimages, retraites en conferenties, die door kerkelijk betrokkenen als een belangrijke aanvulling voor hun persoonlijke spiritualiteit worden beschouwd. Die religieuze praktijken bieden ruimte voor zowel persoonlijke verandering als voor de ervaring van gemeenschap. In hoeverre zouden dergelijke ervaringen aangeboden moeten worden binnen de kaders van kerkelijke gemeenschappen zelf? Dat is een gerechtvaardigde vraag die De 4e Musketier aan kerken stelt.
Ds. G. van Meijeren uit Utrecht is interim-predikant in de Protestantse Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's