De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZO GAAT GOD MET ONS OM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZO GAAT GOD MET ONS OM

10 minuten leestijd

Iedereen vindt wel iets van de zondagse verkondiging, ook dominees. We weten allemaal hoe het zou moeten, het is alleen nog wachten op de dominee die dat ook doet. Én op de hoorder die hoort zoals het (be)hoort. Miskotte sprak niet zonder reden over het waagstuk van de prediking.

Dertig jaar geleden kwam John Stott met zijn I Believe in Preaching. Dit is nog altijd een boek waar je naar grijpt als je moe en murw bent van alles wat op de verkondiging wordt afgerekend, terecht of onterecht. Het boek staat in mijn boekenkast wel rug aan rug met andere publicaties over de prediking, waarvan de titels grossieren in woorden als ‘verlegenheid’, ‘crisis’, ‘het roer moet om’.

TOEZEGGING
Hoe zit het? Laat op voorhand helder zijn dat Gods belofte dat Hij door de prediking grote dingen uitricht (Rom.10:13-15), belangrijker is dan of wij al dan niet (meer) in de verkondiging geloven. Die toezegging heeft Hij nog nooit ingetrokken.
Het verwondert daarom niet dat de verkondiging in de geschiedenis van de kerk van meet af aan een belangrijke plek heeft gehad. De liturgie kon onder invloed van tijd of plaats misschien wisselen, de prediking hield steeds haar bijzondere positie. De wortels ervan liggen al in de synagogedienst, zo kunnen we in De joodse wortels van de christelijke eredienst (1970) van de hervormde theoloog dr. R. Boon lezen. Vanuit de Vroege Kerk herinneren we ons zonder moeite namen als Augustinus, Athanasius en Chrysostomos en vele anderen, die niet alleen veel over de verkondiging nadachten en schreven, maar vooral prédikers waren.

IMPULS
De Reformatie betekent een geweldige impuls voor de prediking. Het is geen overdrijving te stellen dat mensen als Luther en Calvijn de verkondiging herontdekken. God gaat sprékend met ons om. Als God ons de zaken niet laat aanzeggen vanuit Zijn Woord, kwamen we er nooit achter. In de Middeleeuwen − waarin uiteraard ook werd gepreekt (vooral in de kloosters en aan universiteiten) − was verkondiging vooral een voertuig geworden om allerlei goddelijke waarheden mee te delen. Daarbij kwam de gedachte dat het met name de sacramenten waren die de genade meedeelden. Zo beschouwd is de verkondiging weliswaar niet weg, maar functioneert ze wel erg op de achtergrond.
Met name Luther gebruikte grote woorden om het gewicht van de prediking te duiden, soms zelfs in de overtreffende trap. Voor hem was het Woord vooral het gepredikte Woord. Waar het Woord niet gepredikt wordt in de eredienst, moest de gemeente volgens hem maar helemaal niet samenkomen. De hervormer bezag de prediking als een zichtbaar teken − gelijk aan de sacramenten −, waardoor God met ons handelt. De vleeswording van de Heere Jezus Christus is het zichtbare teken bij uitstek; Hij is immers het vleesgeworden Woord.

BELEVENIS
Het is soms ingewikkeld om Luther in zijn gedachtegangen te volgen, maar zijn bedoeling is helder en zijn hartstocht aanstekelijk. Het heil wordt ons aangezegd. Hij is de Stem, wij dienen één en al oor te zijn. De gereformeerde theoloog dr. J.T. Bakker maakt in Eschatalogische prediking bij Luther (1964) duidelijk waarom er in Luthers verkondiging zo veel gebeurt. Het oude bestaan wordt ingewisseld voor het nieuwe leven in Christus. Je wordt in een en dezelfde prediking begraven en opgewekt, en in de hemel gezet. Verkondiging is werkelijk een belevenis.
Ziet de kerk in de Middeleeuwen de genade met name meegedeeld in de sacramenten, de reformatoren gaan als het ware sacramenteel spreken over de verkondiging: in en door de prediking deelt God Zich aan ons mee. Zo gaat Hij met ons om.
Bij Calvijn treffen we in dit verband een belangrijke nuancering aan. Hij wijst erop dat bij het uiterlijk gepredikte Woord ook de innerlijke werking van de Heilige Geest moet plaatshebben, wil het Woord levens veranderen. Nu is dat (uiteraard) geen devaluatie van de verkondiging, maar bedoeld om aan te geven dat de duisternis van het mensenhart zo diep is, dat geen mensenkind uit zichzelf tot de genade komt die de prediking hem aanzegt. Precies daar waar het ons bij de handen afbreekt, komt de Heilige Geest te hulp. De Heilige Geest verbindt Zich immers – naar Gods belofte – aan het Woord en eigent het toe.

‘NAPREDIKER’

Wat voor ons van veel belang is, is de notie dat in de verkondiging God Zélf op ons toetreedt. De gedachte dat er naast of bovenop de verkondiging het ‘eigenlijke’ nog zou moeten gebeuren, moet uitgebannen worden. Onder de verkondiging gebeurt het − of het gebeurt niet. Dat is een afschuwelijke werkelijkheid .
Ik stel het wat scherp, maar helder zicht is hier cruciaal. Er wordt in consistories en op kansels maar al te vaak zo gebeden dat het er de schijn van heeft dat de preek weliswaar geweest is, maar dat God (dan toch) nog komen en werken moet, wil het wel zijn. Maar God wás er al. In Zijn belofte. En Christus was er ook – in het ‘gewaad van Zijn Woord’. Vragen of de Heilige Geest het Woord wil toepassen (de ‘Naprediker’), negeert het feit dat Hij daar al druk mee doende was. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de geschiedenis leert dat juist degenen die zich in dezen (in combinatie met de verkiezingsleer) het meest op Calvijn beroepen, het verst van hem verwijderd zijn.
Van Calvijn is ook de vaak geciteerde uitspraak dat er tijdens de verkondiging van het Woord het heilige bloed van Christus druppelt. Christus Zelf stelt Zich tijdens de verkondiging present. In ongeloof en ongehoorzaamheid op de prediking reageren is niet minder dan Zijn bloed onrein achten en Hem volstrekt negeren.
Zijn we ons van die ernst (voldoende) bewust? Hoorders, en ook de predikers? Onder de verkondiging hebben we Christus uit te brengen. Hoe gaan de mensen straks naar huis? Met of zonder Christus? Zonder Hem weggaan is verloren gaan!
Zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus vat het samen in een sprekend maar ook aangrijpend beeld. Tijdens de prediking van het heilig Evangelie wordt het hemelrijk ontsloten en toegesloten. Er gaat een deur open of dicht. ‘U hoort de deuren knerpen in hun scharnieren. Wanneer is een preek mooi of goed?’, vraagt ds. G. Boer. ‘Een preek is pas mooi en goed als er wat gebeurt: als er mensen in het Koninkrijk der hemelen worden gezet en als er mensen buiten worden gezet, want daar gaat het om. Dat is aangrijpend!’

HOORDERS
Nu iets over de hoorders van de prediking. Er is, zo signaleert dr. G.P. Hartvelt in Tastbaar Evangelie terecht, een merkwaardige tweespalt te ontdekken onder het reformatorische kerkvolk. We zijn ons in de regel volop bewust van het feit dat prediking Gods wijze van omgang met ons is. Daar zijn we bij tijden ook zeer verwonderd en dankbaar om, en we steken dat niet onder stoelen of (kerk)banken. ‘Opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap’, zeggen de Dordtse Leerregels (I,3) machtig en ontroerend. Niet minder ontroerend zijn de woorden uit het formulier waarmee predikanten bevestigd worden. Een heerlijk werk ‘nademaal zo grote dingen daardoor uitgericht worden, ja, hoe gans noodzakelijk het is, om de mensen tot zaligheid te brengen’. Daar zijn we het met elkaar roerend over eens. Dat is de ene kant. Merkwaardig genoeg gaat deze hoge waardering van prediking verbazend gemakkelijk samen met een tamelijk kritische houding ten aanzien van de verkondiging. Het is ons niet snel goed. We blijven desnoods weg uit de kerk, omdat, zo zegt iemand, ‘er toch maar stenen voor brood ge-geven worden’. Anderen stellen vast dat de dominee nu eenmaal niet overal even goed in kan zijn. ‘Hij is een echte herder!’ Dat klinkt stukken beter. Hoewel? Bedoelt wordt namelijk dat de man van preken − werk van de leraar! – weinig bakt.

MELKBOER
Een ander dilemma waarvoor de prediking gesteld wordt, is het punt van melk en vaste spijze. Er wordt (nu meer dan vroeger?) van de voorgangers gevraagd om vooral rekening te houden met kinderen en jongeren. ‘Preek maar zo dat een jongen van twaalf het begrijpen kan, dan zit je goed!’ Iemand anders − of dezelfde persoon! − vraagt even later om preken waarin diepgang zit. Opbouw en toerusting, daar zijn we sterk verlegen om. ‘Het gaat alleen maar over bekering!’ Nu behoeft de eenvoud de diepgang bepaald niet uit te sluiten, maar soms komt hier een merkwaardige tweespalt voor de dag. Moet de lat lager, is de dominee alleen maar melkboer (Okke Jager)? Of mag het gerust een tandje hoger? Persoonlijk denk ik dat de lat best weleens wat hoger mag. Dat mag van de jongeren ook, heb ik gemerkt. Graag zelfs.
Hoe zit het met de zogenaamde missionaire prediking? Enige voorzichtigheid lijkt me hier, ondanks alle goede bedoelingen, geboden. In het pogen de moderne mens te bereiken, slaan we niet zelden de plank mis. Het komt soms gewoon lachwekkend over. Een heldere prediking, goed van opbouw en in ronde Hollandse woorden is heel missionair. Wie is uiteindelijk de moderne mens? ‘Wij hebben te maken met een naar de laatste mode geklede Adam en Eva. Hoe moet men hen benaderen? Als altijd!’ (dr. P.A. van Stempvoort)

LAATSTE PREEK
Belangrijker dan de vraag wat wíj van de verkondiging vinden, de vraag is wat Gód van onze preken vindt. Dat mogen de hoorders en de predikers allebei wel goed bedenken. Hoe denkt God over de hoorder? Wat is Zíjn oordeel over de prediker en de prediking? Paulus, die van links en rechts ook weleens wat over zijn prediking voor de kiezen kreeg, schrijft in dit verband: ‘… wie mij echter beoordeelt, is de Heere’ (1 Kor.4: 4b). Zalig wie oprecht naast Paulus kan staan.
Laat de hoorder luisteren als was het de laatste preek die hij hoorde, en laat de dienaar preken alsof het zijn laatste dienst is. Dan hebben we onder Gods zegen allemaal een goede dienst.

OOR
Wat betekent dit voor het leven van de dominee, bij wie de prediking als het goed is domineert? Wanneer prediking bediening van de verzoening is, dan zal de voorbereiding hem bloed, zweet en tranen moeten kosten. Erin staan. Eruit leven. Er totaal op betrokken zijn en er steeds door overweldigd worden. Stilte, rust en concentratie zijn absolute voorwaarden. Wie stem wil zijn, moet immers eerst oor worden. Ademloos luisteren naar wat Híj op Zijn hart heeft.
Laat de prediker die rust gegund worden. Er moet tijd zijn om te studeren, te mediteren en niet vergeten te bidden. De voorbereiding van de prediking ‘neemt ons soms mee naar een plaats waar wij het zelf uitschreeuwen van pijn’ (ds. G. Boer). Maar zo alleen raken we hartstochtelijk betrokken op de zaak die we zondag in Góds Naam aan de orde moeten stellen. Laat de voorbereiding voor de preek liefst maandag al beginnen. Dan heeft de preek op aanstaande zondag ‘al een week achter de rug’ (Okke Jager).
De preek moet ook al een keer gehouden zijn. De dienaar zal de preek eerst tegen zichzelf moeten afsteken. Dan kan hij er − onder Gods zegen − mee naar de kansel. Het hoge Woord moet er toch een keer uit.


GESPREKSVRAGEN
1. De Reformatie gaf, in het verlengde van de Vroege Kerk, een geweldige stimulans aan de prediking. Krijgt de verkondiging naar uw beleving vandaag voldoende aandacht?
2. Hoe verhouden zich de bewegingen die zich vandaag op liturgisch vlak voordoen tot het bijbels primaat van de verkondiging?
3. De Heilige Geest werkt in de verkondiging en er gebeuren dan grote dingen (zie bijv. HC zondag 31). Wat verwachten wij van de prediking? Wordt er thuis, doordeweeks en in de gezinnen met het oog op aanstaande zondag hartstochtelijk gebeden? Kent u gezang 8 van de Enige gezangen?
4. Probeert u zich een preek te herinneren die u raakte. Waarom trof die verkondiging u? Waar heeft dat onder andere mee te maken? Wat maakt voor u een preek tot een goede preek?


Ds. C.H. Hogendoorn is hervormd predikant te Oud- Beijerland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

ZO GAAT GOD MET ONS OM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's