DE EER VAN GOD
LUKAS 11:2b Uw Naam worde geheiligd.
Een mooie invalshoek voor bezinning op de Reformatie is de eerste bede van het Onze Vader: Uw Naam worde geheiligd. Cruciaal voor de reformatoren is immers de eer van God en daarmee de heiliging van Zijn Naam.
Op in elk geval drie terreinen gingen de reformatoren ons voor in de heiliging van Gods Naam: het gezag van de Heilige Schrift, de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen, en de heiliging van het leven.
SOLA SCRIPTURA
Laten we eerst kijken naar het gezag van de Bijbel, ofwel het bekende adagium sola scriptura. Wanneer Luther bijvoorbeeld de roomse aflaatpraktijk onder kritiek stelt, jaagt hij de kerkelijke machthebbers tegen zich in het harnas. Daarbij beroept hij zich op de heilige Schrift. Als de kerk hem wil dwingen afstand te nemen van zijn ontdekkingen in de Romeinenbrief over het sola gratia (alleen genade) en het sola fide (alleen het geloof ), weigert hij eveneens met een beroep op Gods Woord. Helder klinkt het in de oorspronkelijke versie van het Lutherlied: Das Wort sie sollen lassen stahn! (je moet het Woord laten staan).
Luther − en niet minder Calvijn − laat in zijn leven zien hoe nauw de heiliging van Gods Naam verbonden is met de gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Niet wat ik ervan vind of wat mensen ervan denken, maar: wat God zegt in Zijn Woord. Het gebed om de heiliging van Gods Naam betekent een gebed om te blijven bij de waarheid van het Evangelie, zelfs als de publieke opinie zich daartegen keert.
Een tweede terrein waar de heiliging van Gods Naam concreet gestalte krijgt, is de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen. Het geding met Rome spitst zich in Luthers dagen toe op de vraag naar de verzoening: Hoe worden wij rechtvaardig voor God?
VERZET
De reformatoren verzetten zich hartgrondig tegen alle vertrouwen op onze vrome inspanningen of iets van vermeende goedheid in onszelf. Waarom dat hartstochtelijke verzet? Omdat zij ervan overtuigd zijn dat hier de eer van God en de heiliging van Zijn Naam in het geding zijn. Immers, als wij iets aan onszelf te danken hebben, dan komt die eer niet toe aan God. En als we vertrouwen op iets van of in onszelf, dan gaat dat ten koste van het vertrouwen op Christus als onze Gerechtigheid. Daarom die bijbelse radicaliteit: wij worden niet als een vrome, maar als een goddeloze gerechtvaardigd. De rechtvaardiging bestaat niet in een beloning van iets goeds in ons, zelfs niet in een beloning van de vruchten van Gods Geest, maar in de vergeving van onze zonden (Rom.4:5-8). Zo vinden wij vrede met God: vrijgesproken op grond van de gerechtigheid van Christus. Zo gaat alle eer naar God de Zoon. Zo wordt ook Vaders Naam geheiligd, want wie de Zoon eert, die eert daarmee de Vader (vergelijk Joh.5:23). Waar deze grondtonen van zonde en genade verstommen in de prediking en in het geloofsleven, daar wordt het tijd voor een nieuwe reformatie.
Een derde terrein waar de heiliging van Gods Naam betekenis krijgt, is de levensheiliging. Merkwaardig genoeg bestaat bij sommigen het beeld dat het de reformatoren alleen zou gaan om de rechtvaardiging en niet om de heiliging. In werkelijkheid geven zij zich voor de heiliging van Gods Naam, zowel in het publieke als in het persoonlijke leven. Al kun je van mening verschillen over Calvijns optreden in de stadspolitiek van Genève, het is zonneklaar dat de hervormer beseft dat het gebed van Christus ook consequenties heeft voor de politiek. Niet minder opvallend is zijn aandacht voor persoonlijke levensheiliging. Calvijn schrijft niet alleen uitvoerig over het praktische leven als christen in liefde tot God en de naaste, maar geeft in zijn eigen leven een voorbeeld van de daad bij het woord. Ook bij Luther is het geloof onlosmakelijk verbonden met de liefde, als vrucht van Gods Geest. De rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen gaat bij hem samen met het haten en vlieden van de zonde. Want: Uw Naam worde geheiligd, ook in mijn persoonlijke leven.
GEBED
‘Uw Naam worde geheiligd’ zijn gebedswoorden. Een bidder brengt ermee tot uitdrukking dat hij het niet verwacht van zichzelf. Je hoort hierin: ‘HEERE, geef dat Uw Naam wordt geheiligd, en vergeef wat Uw Naam ontheiligt.’ Wie dit bidt, wordt er persoonlijk bij betrokken: ‘HEERE, vergeef ook mij, en geef dat Uw Naam wordt geheiligd, ook door mij.’ Want het gaat om Gods Naam en Gods eer, en daarom: ‘Onze Vader Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd.’
Ds. J.B. ten Hove is hervormd predikant te Katwijk aan Zee.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's