De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CHRISTELIJK GELOOF IN KERN

Bekijk het origineel

CHRISTELIJK GELOOF IN KERN

6 minuten leestijd

Volgens Paulus kan niemand zeggen: Jezus is Heer dan door de Heilige Geest. De Heilige Geest is de Geest die ons brengt tot geloof in Jezus en tot het belijden van Zijn Naam. Het staat wel vast dat Paulus hier een al bekende belijdenis citeert, een heel korte: Jezus is Heer.

Ook in Romeinen 10 komt deze belijdenis terug, als Paulus schrijft: ‘als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is’ (9). Het Griekse woord dat voor Heer gebruikt wordt, is Kurios. In feite komen we deze korte belijdenis in een nog kortere versie tegen, namelijk daar waar gesproken wordt over de ‘Heere Jezus’. Dat is een samentrekking van: Jezus, Die de Heer is. We hebben nog zo’n korte belijdenis in het Nieuwe Testament. Dat is daar waar over ‘Jezus Christus’ gesproken wordt. Ook dat is een samentrekking van de uitspraak dat Jezus de Christus is, de Gezalfde, over Wie de profeten hebben gesproken en Hij in de wereld komen zou.

MEER OUDE BELIJDENISSEN
De belijdenis ‘Jezus is Heer’ wordt wel gezien als de oerbelijdenis van de oergemeente, waaruit de latere belijdenissen zijn ontstaan. Of dat zo is, valt te betwijfelen. Er zijn in het Nieuwe Testament meer oude belijdenissen te ontdekken. Een goed voorbeeld vinden we in 1 Korinthe 8, waar Paulus schrijft: ‘één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem’ (6). Of denk aan de prachtige hymne uit Filippenzen 2 over Jezus, een hymne die reikt van het leven van Jezus in de heerlijkheid met God, doorgaat tot de vernederende dood aan het kruis, en weer opklimt tot het buigen van alle knie voor Hem, een hymne die ook een belijdenis is.
Ook kan gedacht worden aan het tetragram van de vis, ICHTUS, ‘Jezus Christus, Zoon van God, Redder’, die overigens waarschijnlijk van wat later datum is.

OVERVLOED
Misschien zit achter de gedachte dat ‘Jezus is Heer’ de oerbelijdenis is, de veronderstelling dat geestelijke ontwikkelingen heel simpel beginnen en dan steeds complexer worden. Dat is een schema dat vaak helemaal niet opgaat. Zo karig is de oergemeente niet geweest in haar woorden en dus ook niet in haar belijden. Er heeft van meet af aan wat meer overvloed in gezeten. Het christelijk geloof is niet begonnen met een formule, maar met een leven in de ruimte van een God van overvloed. Die ruimte wordt gevormd door de namen van Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat is de naam die klinkt als er gedoopt wordt.
Volgens het verslag dat Lukas van de eerste gemeente gaf, bleef deze gemeente bij de leer van de apostelen. Die leer had betrekking op de Vader en de Zoon. En als het om de Zoon ging, speelden kruis en opstanding daar een belangrijke rol. Dat zal ook het belijden getoonzet hebben. De kerk is geen leger dat de wereld in wordt gestuurd met een leus. De kerk is kerk. Het belijden kende en kent veelvoud.
De bewoording van het belijden hing daarbij ook af van de context. In een gemeente van Jodenchristenen zal ‘Jezus is de Messias,de Christus’ ongetwijfeld meer geklonken hebben dan ‘Jezus is Heer’.

JOODS-CHRISTELIJK
Dit alles laat onverlet dat de belijdenis ‘Jezus is Heer’ van grote betekenis is geweest en nog steeds is. Het is zeer waarschijnlijk dat de oorsprong van deze belijdenis gevonden moet worden in de Joods-christelijke gemeenten. Het gebed ‘Maranatha’ is namelijk een Aramese uitdrukking die letterlijk betekent: ‘Kom, onze Heer’, en dit gebed heeft haar oorsprong binnen de Joodschristelijke gemeente.
Het is onwaar wat in het beroemde boek van W. Bousset Kyrios Christos (1913) wordt beweerd, dat pas de Griekssprekende gemeenten tot Jezus hebben gebeden en Hem hebben vereerd en aangeroepen als Heer. Bousset heeft met zijn stelling veel navolgers gehad. Daar zat maar al te vaak de vooringenomenheid achter, als zou deze oergemeente Jezus nog niet als goddelijk hebben gezien en als zou dit pas een latere ontwikkeling en dus afwijking zijn van een oorspronkelijk ‘puur’ christelijk geloof.
Wel is duidelijk dat in de context van het Romeinse Rijk de belijdenis ‘Jezus is Heer’ een scherpte heeft gekregen tegen de achtergrond van de verering van de keizer als ‘Heer’. Waarschijnlijk werden christenen in de tijd van Paulus al geprest om voor hun rechter ‘Jezus is vervloekt’ te zeggen (vgl. 1 Kor.12:2). Paulus benadrukt dan dat het nooit zo kan zijn dat de Heilige Geest je dat op de lippen legt. Integendeel, door de Heilige Geest zul je, ook als dat je leven in gevaar brengt, blijven bij de belijdenis ‘Jezus is Heer’.

Die belijdenis is vooral tegen de achtergrond van het Oude Testament veelzeggend. Kurios wordt gebruikt als vertaling van de naam van God. Zo is ‘Heer’ uitgegroeid tot een titel voor Jezus. Door de opstanding is gebleken dat Hij de Heere is aan Wie alle macht gegeven is. In Hem verschijnt God Zelf. God werkt in deze wereld door en in Jezus. De ene Heer is Vader én Zoon. De Heer van het Oude Testament is geen andere dan de opgestane Heer, aan Wie alle macht is gegeven, in hemel en op aarde. Vandaar dat teksten uit het Oude Testament die op God van toepassing zijn, in het Nieuwe Testament toegepast worden op Jezus.

KERN
Het is onmiskenbaar dat dit geloof en deze belijdenis van cruciale betekenis zijn gebleken in de geschiedenis van de kerk. Als in een kern komt hier het christelijk geloof in tot uiting. De kerk heeft haar bestaan te danken aan Jezus, Die is opgestaan. Hij is dezelfde Die Zijn leven heeft gegeven. In Zijn dood en opstanding zijn de beloften van de profeten tot vervulling gekomen. In het belijden van God schuift de geschiedenis binnen. God is verschenen in de tijd. God heeft de wereld verlost door de dramatische handeling van kruis en opstanding.
De verlossing is niet een conclusie op grond van een aantal overwegingen. De verlossing ligt in een leven dat Zich gegeven heeft tot in de dood. Aan het kruis heeft Jezus de macht gebroken waaronder deze wereld ligt. Zonder het kruis van Jezus waren er wel mooie woorden geweest, maar geen verlossing. Door het offer van Zijn leven te brengen, is de macht van het kwaad verslagen.
In en door de opstanding van Jezus wordt dit zonneklaar. In deze wereld, die bezet is door de machten, waarin wij zuchten onder de hypotheek van onze eigen zonden, is er een doorbraak gekomen. Die is gekomen in ons menselijk vlees. Het is een goddelijke doorbraak. En daarom belijdt de gemeente dat Jezus de Heer is.

CANON
Dat is het onderscheidende van het christelijk geloof. Het is ook het criterium geweest in de oude kerk om te bepalen wat kon worden opgenomen in de canon. Die canon is uiteindelijk tot stand gekomen. Ze bevat een veelheid van boeken. Het verbindende erin is de naam van Jezus en de belijdenis dat Hij de Heer is, in Wie de verlossing ligt. Het is niet overdreven om te zeggen dat ook de latere geloofsbelijdenissen, met name de apostolische en die van Niceüm gebaseerd zijn op het criterium dat in déze belijdenis doorklinkt.


Dr. A.J. Plaisier is scriba van de Protestantse Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

CHRISTELIJK GELOOF IN KERN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's