De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘WE HEBBEN ELKAAR NODIG’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘WE HEBBEN ELKAAR NODIG’

Ds. Mensink en ds. Van ’t Spijker in gesprek over kanselruil

7 minuten leestijd

Misschien staat de ronde tafel in het restaurant in Utrecht wel symbool voor het gesprek dat we hebben. Het gaat over kerkelijke samenwerking. De predikanten A.J. Mensink en W. van t Spijker zijn aangeschoven om het recente synodebesluit van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) over kanselruil toe te lichten.

Tijdens de generale synode van de CGK werd een regeling toegevoegd aan de kerkorde om predikanten van gereformeerd belijden uit de Protestantse Kerk toe te laten op de kansel. Dat besluit staat niet op zichzelf, maar is het resultaat van langere besprekingen met de Gereformeerde Bond. Ds. Mensink, hervormd predikant te Krimpen aan den IJssel, was als voorzitter van het hoofdbestuur van de Bond betrokken bij de besluit. Ds. Van ’t Spijker, christelijk gereformeerd predikant te Hilversum, leidde als voorzitter van het christelijk gereformeerde deputaatschap voor de eenheid van de gereformeerde belijders de gesprekken. Midden in de stad waar ze beiden in hun studietijd rondliepen, leggen de broeders uit waarom de uitspraak een stap naar verdere eenheid is.

GESCHIEDENIS
Aan het besluit, dat op 1 oktober werd genomen, ging een geschiedenis vooraf die al in de jaren tachtig begon. Ds. Van ’t Spijker: ‘Er waren in die tijd hartelijke contacten via het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG). We merkten dat er geestelijke erkenning was met de broeders en zusters van de Hervormde Kerk, vooral met de zogenaamde bonders. Tegelijk was het lastige punt dat ons kerkverband bij de Afscheiding afstand had genomen van een zieke kerk. Er bleven door de jaren heen gesprekken, maar pas vanaf 2004 kwam er een regeling voor onze kerken om via de classis samenwerking aan te gaan met gemeenten van gereformeerd belijden binnen – nu – de Protestantse Kerk.’
Ds. Mensink is vanaf 2008 vanuit het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond betrokken geraakt bij de gezamenlijke gesprekken. ‘Al vanaf de oprichting van de Bond in 1906 hebben we een bijzondere positie in ons kerkverband. Enerzijds bindt de liefde ons aan de moederkerk, aan de andere kant ervaren we pijn en lijden vanwege het plurale, liberale karakter van ervan. Wat ons gedachtegoed betreft vinden we ook herkenning in verschillende afgescheiden kerken. Op onze samenwerking met de christelijk gereformeerden zijn we zuinig; het is op dit moment het enige kerkverband waarmee we officiële contacten hebben.’

GEESTELIJKE URGENTIE
Beide predikanten zijn diep overtuigd overtuigd van de noodzaak om kerkelijke eenheid te zoeken. Als voorzitter van de ‘deputaten Eenheid’, zoals ds. Van ’t Spijker ze noemt, zoekt hij naar oecumene. ‘Wat je zo vaak ziet in onze kerkelijke wereld, is de gedachte dat we aan onszelf wel genoeg hebben. En als we interkerkelijke contacten hebben, dan is dat vaak met het idee dat we als kerk zoveel uit te delen hebben. Persoonlijk denk ik dat God ons inderdaad veel geeft, maar daarin zijn we niet de enigen We doen onszelf tekort als we niet van anderen willen leren en elkaar niet willen beïnvloeden.
In de onderlinge gesprekken voelden de twee predikanten dat er nog een belangrijkere noodzaak is om elkaar op te zoeken. ‘Ik merkte dat we een toenemend gevoel van urgentie hadden’, vertelt ds. Mensink. ‘Toen ik onderweg naar hier de correspondentie van de afgelopen twee jaar doornam, viel dat me weer op. De secularisatie om ons heen is voelbaar, de positie van de kerk in de samenleving is anders geworden. En dat niet alleen, er is ook een geestelijke urgentie. We zijn delen van het lichaam die elkaar nodig hebben.’ Als het gaat over de noodzaak van kerkelijke eenheid, gaat ds. Van ’t Spijker op de punt van zijn stoel zitten. Bewogen vult hij aan: ‘Ik denk ook aan het eschatologische aspect, aan de jongste dag. Hoe zullen we ons als kerken aan de Bruidegom voorstellen? In een hopeloos verscheurd bruiloftskleed? En is ons excuus dan dat we trouw zijn gebleven aan de beginselen van de Afscheiding?

SAMENWERKING
Die eenheid werd vanaf 2004 wel gezocht, maar kwam in de praktijk niet van de grond. Er waren nauwelijks gemeenten uit de Protestantse Kerk en Christelijke Gereformeerde Kerken die elkaar opzochten. Ds. Van ’t Spijker: ‘In 2007 moesten we als deputaatschap inderdaad constateren dat onze inspanningen voor niets waren. De gedachte leefde dat we er maar mee moesten stoppen.
Vanuit de synode is toen gevraagd om ons werk niet op te geven. Als pilot hebben we toen zeven gemeenten uit beide kerkverbanden gezocht. Daar zouden wel concrete stappen om samen te werken genomen worden. Ook deze pilot leverde niet veel op.
Toen in 2010 de kerkorde zo werd aangepast dat hersteld hervormde en gereformeerde predikanten bij ons kunnen preken, betekende dat ook iets voor onze contacten met de Gereformeerde Bond. Daar hebben we ons als deputaten in de afgelopen drie jaar over gebogen, met dit besluit als gevolg.’ Vanuit de achterban van de Gereformeerde Bond werden de toenaderingen met blijdschap ontvangen, zo stelde ds. Mensink vast. We hebben als hoofdbestuur mee kunnen denken hoe we de samenwerking konden formuleren.’ Omdat de Gereformeerde Bond een modaliteit is in plaats van een kerkverband, werd de nieuwe regeling zorgvuldig geformuleerd. Bijlage 8 van de kerkorde is uitgebreid met een artikel waarin staat dat predikanten van gereformeerd belijden binnen de Protestantse Kerk welkom zijn op de kansel van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Ds. Van ’t Spijker: ‘In theorie kan nu volgens de kerkorde iedere predikant uit de Protestantse Kerk uitgenodigd worden. Maar het uitgangspunt is dat de kerkenraad die de predikant uitnodigt, zich er van verzekert dat deze preekt vanuit zijn trouw aan de gereformeerde belijdenis. En dat zijn er vast meer dan alleen de Gereformeerde Bonders.’

NIET ALLEEN FORMEEL
Ds. Mensink vult aan: ‘De belijdenis is natuurlijk een formeel argument. Er zijn meer zaken die ons binden. In de praktijk liggen de prediking en de pastoraat dicht bij elkaar. In de prediking functioneert het verbond voluit en is er in onze kerken plaats voor het appèl. Maar ik denk ook aan de manier waarop de sacramenten functioneren en hoe er over de goddelijke drie-eenheid wordt gesproken.
Ds. Van ’t Spijker: ‘Met daaronder inderdaad de vloer van de belijdenis. Maar je hoeft geen profeet te zijn om te zien dat er ook verschillende accenten zullen zijn, bijvoorbeeld in de liturgie. Dat kan ook niet anders, we hebben elk een theologische geschiedenis waarin verschillende scholen zijn ontstaan.’

ENQUÊTE
De christelijk gereformeerde deputaten Gereformeerde eenheid lieten dit voorjaar een enquête afnemen over de plaatselijke samenwerking tussen hervormde wijkgemeenten en Christelijke Gereformeerde Kerken. Daaruit bleek dat procedure en mogelijkheden om samen te werken goed bekend zijn. Toch kwam van daadwerkelijke samenwerking in de praktijk nog niet veel terecht. Ds. Van ’t Spijker: ‘We hebben de verwachting dat daar nu verandering in zal komen. Vanwege het synodebesluit is de aandacht er opnieuw op gevestigd. Ik hoop dat gemeenten nu bewust het samenwerkingstraject in zullen gaan. Of dat – zeker de kleine gemeentes – vanzelf zullen merken dat ze er eigenlijk niet meer omheen kunnen.’

SYMBOLISCHE DAAD
Uit de enquête bleek ook dat er maar weinig van kansel wordt geruild. De vraag is dus of daar nu verandering in komt. Ds. Mensink: ‘Deze week heb ik naar broeder Van ’t Spijker gemaild of we een keer kunnen ruilen, om zo een symbolische daad te stellen. We moeten nog wel even onze agenda’s naast elkaar leggen. We hopen dat er meer gemeenten zijn waar dat nu gedaan gaat worden.’ Wat dat betreft is dit synodebesluit geen eindpunt, zo benadrukt ds. Van ’t Spijker. ‘De gesprekken met de Bond gaan door en vanuit de deputaten willen we de plaatselijke samenwerking voortdurend blijven stimuleren.’


ENQUÊTE
Drie studenten communicatie van de Christelijke Hogeschool Ede namen dit voorjaar voor de christelijk gereformeerde deputaten Eenheid een enquête af onder 29 predikanten en scribae: op zoek naar een band met de Bond. Dat waren er veertien vanuit de CGK en vijftien vanuit de Gereformeerde Bond. De resultaten bleek een grote bereidheid tot samenwerking (27 keer). Een groot deel van de ondervraagden zag het zelfs als opdracht of roeping (12 keer). Ook bleek dat er op veel verschillende manieren al samengewerkt wordt. Die samenwerking bestaat vooral uit samensprekingen (11 keer) of diaconaal en missionair werk (14 keer). Slechts drie ondervraagden gaven aan een keer van kansel te hebben geruild.


ALBERT DE JONG

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘WE HEBBEN ELKAAR NODIG’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's