STRUCTUREN ALS AFGOD
Prof.dr. H. Berkhofs visie op de machten
De Gereformeerde Bond heeft als jaarthema Christus en de machten. Enkele decennia geleden liet prof.dr. H. Berkhof zijn licht ook al over dit onderwerp schijnen. Hij opende onder andere de ogen voor de macht van maatschappelijke structuren.
De apostel Paulus spreekt verschillende keren over de machten in een bepaalde samenhang. In Romeinen 8:38 zegt hij ervan overtuigd te zijn dat ‘noch engelen, noch overheden, noch machten’ ons zullen kunnen scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus onze Heere. In 1 Korinthe 15:23 zegt hij dat het einde komt wanneer Christus het Koningschap aan de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij ‘alle heerschappij en alle macht en kracht’ heeft teniet gedaan. In Efeze 1:16 spreekt hij over de macht van Christus ‘ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij’. En in Kolossenzen 2:15 heeft hij het over de triomf van Christus, Die op het kruis ‘de overheden en de machten’ heeft ontwapend, onttroond, te schande heeft gemaakt. De machten worden dus steeds in samenhang met andere verschijnselen genoemd, concreet of minder concreet. Ik ga na hoe prof. dr. H. Berkhof (1914-1995) over de machten heeft (na)gedacht. Hoewel Berkhof al in 1963 een publicatie uitgaf onder de titel Christus en de machten, na zijn doorwrochte studie Christus de zin der geschiedenis (1958), doe ik dat aan de hand van zijn dogmatisch werk Christelijk geloof. Hierin is zijn uiteindelijke visie op de machten verwoord. Dit temeer omdat na Berkhofs Christus en de machten zijn theologie zich heeft verbreed, ‘zonder wat haar uitgangspunt betreft te veranderen’ (E.P. Meijering, Hendrikus Berkhof (1914-1995). Een theologische biografie, Kampen 1997, p.170).
SCHEPPING
In Christelijk geloof spreekt Berkhof over de ‘leer van de machten’ bij Paulus. Hij zegt dat we haar zozeer vanuit haar toenmalige context hebben geïnterpreteerd, ‘dat haar blijvende tendens en haar actuele betekenis ons ontgingen’. Men meende dat Paulus een bepaald soort engelen op het oog had. De reden daarvan zal mijn inziens wel zijn dat Paulus bijvoorbeeld ook spreekt over de ‘geestelijke boosheden in de lucht’, waartegen de christen gewapend moet zijn (Ef.6:12). Maar dan wijst Berkhof op Kolossenzen 1:16, waar Paulus zegt dat Christus ‘de Eersteborene van heel de schepping is’ en dan vervolgt: ‘Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen’. Hier staan de machten dus in het kader van de schepping. Berkhof zegt ervan: ‘God onderhoudt de wereld via bepaalde structuren die haar in de naam van God regeren. Deze structuren hebben een bewarende en bindende functie. Zij zijn middel, geen doel. Zij moeten ons tot Christus leiden en uitdrukking worden van Zijn liefde. Doen ze dat niet, dan kunnen ze tot afgoden worden en scheiding maken tussen God en ons’. Hij herhaalt dat nog eens: ’De machten behoren tot de onderhouding van de wereld (Gal.4:1-3; Kol.1: 16), maar veranderen van aard binnen de werkingssfeer van Christus; zij worden als laatste grootheden onttroond, om alleen nog als instrumenten van de liefde van God een zeker bestaansrecht te hebben’. Maar de kerk verkondigt ‘een door God gewild leven waarop de machten geen greep hebben’.
STRUCTUREN
Het gaat daarom niet alleen om de persoonlijke heiliging van het leven maar ook om de heiliging van het bovenpersoonlijke, de structuren. De persoonlijke zonde verbreedt zich eerst tot zonden tússen mensen om zich vervolgens samen te ballen en/of te institutionaliseren in bóvenpersoonlijke structuren. Die bovenpersoonlijke structuren gaan mensen hun gedrag voorschrijven: de staat, het bedrijf, het partijbelang, de behoeften van de maatschappij, de adat, de mode, de publieke opinie, de (westerse of oosterse ideologie) enz. ‘Het zijn er maar enkelen die de kracht en moed hebben om dit risico aan te kunnen. De overgrote meerderheid begint er zelfs niet aan, ook al omdat ze zich zozeer met deze machten heeft vereenzelvigd, dat ze blind is voor hun ontmenselijkende invloeden.’ En dan besluit Berkhof met te zeggen dat wij ook in dit opzicht ziende moeten worden gemaakt door de wijze waarop Jezus ‘de machten (van religie en staat, van wet en traditie) ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd heeft (Kol.2:15).
ONZICHTBAAR
Als Berkhof hier de machten echter onder de schepping laat vallen, dienen we wel te bedenken dat dit ook niet los staat van zijn leer aangaande schepping en zondeval. Maar werken de machten ook niet via de gevallen engel, de duivel, die alles dooreenwerpt? Zijn er toch ook niet de onzichtbare, kosmische geestelijke machten, de demonen, die buiten het concrete wereldgebeuren liggen maar wel van invloed zijn op de geest van de mens, en ook de tijdgeest? En dienen de structuren (bijvoorbeeld van staat en overheid) niet om juist de gevolgen van de zonde(val) in te tomen?
VRIJHEID
Bij Berkhof wortelt de zonde diep in ‘de structuur van onze werkelijkheid’. Zonde is in de visie van Berkhof ook misbruik maken van de vrijheid die de mens is geschonken. ‘De zonde als het raadselachtige misbruik van vrijheid is uiterst persoonlijk, maar tegelijk ingebed in een wereld van beneden- en bovenpersoonlijke machten die enerzijds de mens in de richting van de zonde dringen (niet dwingen!) en anderzijds aan de zondige daad gevolgen verbinden ver boven het individuele vergrijp uit.’
STRIJD
Dit gezegd hebbende sluit ik af met op zich behartigenswaardige en uiterst actuele woorden die Berkhof wijdt aan strijd en wel in verband met de autonomie van de mens. Het door Berkhof zo genoemde ‘emancipatieproces van de vooruitgang’ roept een eigen soort strijd op. De structurele heiliging, afgezien van de persoonlijke heiliging, werkt namelijk zowel ontwikkelend als ontwortelend. Want de mens die geëmancipeerd wordt, is degene die naar het beeld van God is geschapen en tegelijk degene die aan de daarmee gegeven roeping weigert te beantwoorden omdat hij autonoom wil zijn. En dan wordt hij heel concreet: ‘Daarom wordt er tegelijk ondanks én dankzij de structuurvernieuwingen een wereld gebouwd waarin geen structurele plaats is voor de prioriteit van God, van de bekering en van het heil. Er zijn tijden en situaties waarin dat noch kerkelijk noch cultureel een bezwaar lijkt. Maar vroeg of laat maakt deze tweede grondbeslissing, waarop onze cultuur is gebouwd, die van de autonomie, zich duidelijk en hinderlijk voelbaar (naast de christelijke, die van de vernieuwing): in het individueel en collectief consumptief egoïsme, in de brute wijze waarop de mens niet als beheerder maar als beheerser van de schepping optreedt, in de uitholling en het gemis aan zingeving van het bestaan, die tot verveling leiden en van daaruit tot het zoeken naar machten die de mens voor hun ideologie en doel opeisen. De christelijke kerken hebben de vervreemding die uit dit alles spreekt, al tevoren kunnen aflezen uit de toenemende ontkerkelijking en meer nog uit haar onmacht om de verticale dimensie van het bestaan aan de moderne mens te vertolken.’
VOORUITGANG
Ik acht het verhelderend dat Berkhof de machten zo direct in wereldse kaders trekt, al is hij daarin eenzijdig. Berkhofs conclusie luidt hier intussen dat de christelijke gemeente de cultuur ‘onmogelijk kan afwijzen, ze is vlees van haar vlees’, maar er zich evenmin in kan thuis voelen. Hij spreekt van een ‘eenparig versnelde emancipatiebeweging’, die de christelijke gemeente met angst tegemoet ziet. De vooruitgang is positief, maar er zijn grenzen. Op den duur blijkt dat de ‘op zichzelf juiste weg’ van emancipatie aan de onvernieuwde mens toename van godsvervreemding en zelfvervreemding brengt; en daarmee aan de christelijke gemeente het lijden en de strijd van afval, onverschilligheid en isolement.
GESCHIEDENIS
Het kan volgens Berkhof enerzijds zo verlopen dat die ‘eenparig versnelde beweging’ bijvoorbeeld uitloopt op ‘een derde wereldoorlog, ontketend door de bestolen en achtergelaten landen, een kernwapenoorlog tussen ideologische blokken’, of anderzijds dat de mensheid vernieuwing zoekt ‘door aansluiting aan de evangelische wortel van haar cultuur’. Hij spreekt van een ‘dubbele beslissing’: de menselijke beslissing die in het doden van Jezus viel en de goddelijke beslissing die viel in Zijn opstanding. ‘In onze geschiedenis plant deze dubbele beslissing zich voort, ze breidt zich uit en verhevigt zich.’ De vraag hoe bij Berkhof zich dit alles verhoudt tot de apocalyptische beelden uit het boek Openbaring en bijvoorbeeld 2 Thessalonicensen 2, laat ik hier rusten. Maar waar heeft die geschiedenis haar einde? Daarover zegt hij nog wel dit: zolang ‘de grote meerderheid van Zijn volk Jezus blijft afwijzen, kan de voleinding niet komen’
Dr.ir. J. van der Graaf uit Huizen is voormalig algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 november 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's