GEVEN IS TERUGGEVEN
De eredienst [12, collecte]
Het is typisch, maar over de dienst der offerande, de inzameling der gaven of nog gewoner, de collecte voeren we zelden discussies in de gemeente. Is het een goed teken dat dit onderdeel van de liturgie weinig in de belangstelling staat?
Het geven van onze gaven is een van de antwoorden die wij in een kerkdienst op het gehoorde Woord van God geven. Als God ons bekeert, dan willen wij onszelf met heel ons hebben en houden toewijden aan God. ‘Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer… Neem mijn zilver en mijn goud.’ Dus als ons hart geraakt wordt, moet onze portemonnee open. Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De eerlijkheid gebiedt te belijden dat wij daarom bekering zo moeilijk vinden. Maar als wij werkelijk onder de indruk komen van het offer van Christus – Hij gaf alles, Zijn leven – dan offeren wij ons graag op voor de zaak van Christus. Dan geven wij meer dan tienden, want dan geven we ons helemaal. Immers alles wat we hebben, kregen we van God. Geven is eigenlijk teruggeven. Niet alleen de zondag is voor God, maar de hele week. God is ook baas over onze geldbesteding. Prof.dr. A.A. van Ruler vond dat we de collecte godvruchtig moeten leren beleven. Er schort wat aan ons geloof als wij slordig omgaan met de collecte.
GEEFGEDRAG
Jongeren zie ik de collectezak doorgeven zonder er wat in te doen. Zij zeggen daarmee dat ze niet begrijpen dat er twee of soms zelfs drie zakjes langskomen. Bovendien leren velen niet meer om iets van hun zakgeld apart te leggen voor zondag. Of vinden ze het gemakkelijker om een beroep te doen op hun ouders, die hun dan wel een paar collectebonnen aanreiken? Die zijn ook nog eens aftrekbaar voor de belasting. Ja, waarom zou dat niet goed zijn? Ik constateer bij mezelf ook een devaluatie van het oeroude onderdeel van gaven geven in de kerkdienst. Dus het probleem bij het geefgedrag van jongeren kon wel eens veel te maken hebben met het gebrek aan motivatie bij ouderen om erover na te denken en het als onderdeel van de bekering te gaan zien. Offers zijn fooien geworden in weerwil van het feit dat de vroegere centen en dubbeltjes euro’s zijn geworden. Sommige kerken zijn helemaal up-to-date: die laten een pinautomaat rondgaan. Als wij onze vrijwillige bijdrage en giften voor goede doelen nu via de bank overmaken is dat op zich een noodzakelijke aanpassing.
IN NATURA
De noodzaak van een (derde?) extra collecte voor het kerkbeheer is eigenlijk een teken dat gemeenteleden nog niet begrijpen wat de actie Kerkbalans inhoudt. Het geven van baar geld (‘laat het dan liever ritselen dan rinkelen’) of collectebonnen in de kerk blijft echter alleen al symbolisch van belang. In natura geven sprak eigenlijk meer. Wellicht wordt de nieuwste vorm van geven dat we met een geloftebon een half, heel of dubbel uur van onze tijd geven aan het kerkenwerk. Ieder christen is immers een kleine diaken of rentmeester, die in Zondag 38 wordt opgeroepen christelijke handreiking te doen. Dat heeft de catechismus goed uit de Bijbel opgepakt.
AVONDMAALSTAFEL
De enige en belangrijkste collecte was eeuwenlang voor de diaconie. Je zou daarom kunnen zeggen dat de oudste, echte collecte de avondmaalscollecte is. Die is altijd voor een diaconaal doel. Er staat daarom een offerkelk of schotel op de avondmaalstafel. Als kind dacht ik vroeger dat men zijn intree zo moest betalen. Helemaal fout dus. Er is catechese nodig. Grondgedachte is: aan het avondmaal (leven van Gods genade en barmhartigheid alleen) ontspruit onze solidariteit met allerlei soorten armen en zieken. Daarom worden niet alleen de gaven als het ware bij God op tafel gelegd, maar ook de voorbeden. Het bidden en danken moet volgens mij daarom geschieden als we samen aan de avondmaalstafel zitten. In Israël bracht men letterlijk offers naar de tempel. Het schuldoffer (een lam bijvoorbeeld, zonder gebrek) werd geheel verbrand.
Het ging dan om het bloed, dat het leven is. Andere offers waren voor een deel voor de priesters en Levieten of men nuttigde tezamen een offermaaltijd. Vandaar dat in het Nieuwe Testament de maaltijd des Heeren verbonden was met het samen eten als gemeenteleden, het agapè- of liefdemaal. Dan was geven ook samen het meegebrachte voedsel delen.
UN KILO DE AMOR
Juist in arme landen is het georganiseerde diaconale werk slecht ontwikkeld. Wel gebeurt er spontaan een heleboel goeds. Una ofrenda de amor (een liefdegave) noemt men dat in Peru. Die is bijvoorbeeld voor een gemeentelid dat geen geld heeft om medicijnen te kopen. Maar armen onderling moeten ook leren delen. Daarom staat er een mand voorin waarin zij un kilo de amor (een kilo liefde) kunnen deponeren. Bijvoorbeeld een pak rijst of pasta. Diaconaat is dus niet allereerst een kwestie van een projectaanvraag indienen bij Luisterend Dienen.
IMAGO
In Nederland zijn er veel creatieve manieren ontwikkeld om diaconale gelden op te halen. Verheugend is het dat kinderen en jongeren daar heel goed bij betrokken worden. Wel moet ervoor gewaakt worden dat diaconaat niet alleen verbonden mag zijn met spectaculaire acties (waar gevers van groeien). Diaconaat heeft vooral met de eenvoudigste, alledaagse basisvorm te maken: in Christus’ Naam naaste zijn voor iemand. Het imago van diakenen (‘ze gaan met de zak rond en tellen het geld’) is gelukkig grondig ten positieve bijgesteld. Ze helpen de gemeente om zich bewuster te worden van het samengaan van barmhartigheid én gerechtigheid. Zij durven de overheid te wijzen op gaten die vallen in de zorg en steken zelf als ‘schuldhulpmaatje’ de handen uit de mouwen.
GOEDE ECONOMEN
Het gaat dus allermeest om geven vanuit een goede basishouding. Op grond van het offer van Christus brengen wij geestelijke offers (Rom.12:1) en stellen als ‘goede economen’ (1 Petr.4:10) goede prioriteiten. We dienen geen twee heren (Matt.6:24-25) en hoeven daarom niet (over)bezorgd te zijn. We leren ‘meer dan het gewone’ te geven en onze linkerhand hoeft niet te weten wat onze rechterhand doet (Matt.6:3). Christenen geven goed en graag aan goede doelen. Vandaar dat hulporganisaties zich verdringen in onze brievenbussen. De dienst der offerande in de kerkdiensten kan daarom voor ons niet een vreemd element blijven. We gaan voor een diepere doordenking en betere vormen die niet onnodig vervreemden.
GEEN PRAATPAUZE
De collecte wordt in steeds meer gemeenten niet meer tussen Schriftlezing en preek gehouden. Psychologisch deed trouwens een pauze het daar wel goed, namelijk om te gaan verzitten, een pepermuntje te kunnen pakken en klaar te gaan zitten om naar de preek te luisteren. Echter, het onderling gebabbel wordt steeds meer en ik ben dan blij dat de organist halverwege inzet met het opgegeven lied. Aandacht voor de collecte, als een van de antwoorden op het Woord, is er niet en napraten over de preek kan nog niet. De inzameling van de gaven kan daarom beter of vlak voor of vlak na het dankgebed en de voorbeden gehouden worden. We bidden immers voor de mensen en de doelen aan wie we onze gaven geven. Diakenen zouden de doelen kunnen aankondigen en mede de voorbeden kunnen verzorgen. Kinderen en jongeren kunnen meehelpen met het rondgaan van de collectezakken. Die worden dan gevuld op de avondmaalstafel gelegd. Het is mooi dat men in sommige gemeenten die lange hengelstokken nog gebruikt, die betekenisvol zichtbaar naast de kansel hangen. Rond de collecte en voorbede past ook een getuigenis van een jongere die meedeed aan een werkvakantie of het voorlezen van een brief van een zendingswerker.
COLLECTEROOSTER
In 2 Korinthe 8 staat een mooi voorbeeld van hoe en waarom een collecte voor ‘het project Jeruzalem’ wordt aanbevolen. Let op wie de betrouwbare organisatoren en bemiddelaars zijn. Brieven – dat wil zeggen: communicatie over onderlinge geestelijke en daarom dus ook materiële verbondenheid – speelden een belangrijke rol. Het is daarom goed dat ambtsdragers veel aandacht besteden aan collecteroosters en beleidsplannen. Diakenen en kerkrentmeesters mogen geen concurrenten van elkaar worden. Zelfs niet als de gemeente noodlijdend wordt. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Maar zo wordt ons geestelijk omgaan met geld getest. Godsdienstoefeningen dienen ook om ons daarin te oefenen.
GUNNEND EN GUL
Vooral als we bij diaconale doelen niet altijd veel resultaat zien (armen worden in onze tijd eerder nog armer) mogen we niet twijfelen aan de zin van ons geven. Onze gaven lijken druppels op de gloeiende plaat, maar God zal voor de emmers zorgen. Op G.G. (gereformeerde grondslag) zijn kan nooit losgemaakt worden van G(unnend) en G(ul) zijn. De collecte in de kerkdienst herinnert ons daaraan. Ten slotte, wij geven niet opdat God ons daarvoor beloont, maar wij geven terug, vrijwillig, want uit dankbaarheid. Zo’n genadige God is ons alles waard.
Ds. L.W. Smelt is hervormd predikant te Voorthuizen.
GESPREKSVRAGEN
• Vertel elkaar wat je beleeft aan ‘de dienst der offerande’ als onderdeel van een kerkdienst?
• Wat is het beste moment ervoor?
• Wat is oorspronkelijk het enige en belangrijkste collectedoel?
• Wat vind je van: ‘De derde collecte is een extra collecte voor het kerkbeheer’?
• Wat is het verband tussen de collecte, de viering van het heilig avondmaal en de voorbeden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 november 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's