DS. T. POOT KIJKT TERUG
Voor het digitale tijdschrift Areopagus Magazine (IZB) spraken Koos van Noppen en Wim Dekker met emeritus predikant T. Poot (87) uit Bodegraven. Hij was lange tijd gemeentepredikant − onder andere in Middelharnis, Groningen en Zoetermeer − maar ook verbonden aan Kerk en Wereld en docent aan de roemruchte academie ‘De Horst’ in Driebergen. Na een ambtsperiode van zestig jaar blikt ds. Poot terug in een gesprek over onder andere missionair gemeente zijn en katholiciteit.
‘Als de kerk grote nadruk legt op de beweging ‘naar buiten’, wees dan maar waakzaam. Voor je het weet dicteert de agenda van ‘de wereld’ de kerk. In de jaren zestig koesterde men bij ‘Kerk en Wereld‘ het adagium van Hoekendijk: ‘de kerk binnenstebuiten’. Dat werd gelegitimeerd met uitdrukkingen als ‘de kerk is er niet voor zichzelf, maar voor de wereld’ en: ‘De kerk is het karretje waarop het Woord de wereld binnenrijdt’. We hebben gezien waar het op uit is gelopen. De agenda van de wereld werd steeds dominanter. In de tweede helft van de jaren zestig, ten tijde van Bert ter Schegget, ging op academie ‘De Horst’ het neomarxisme de toon zetten.
Dat kwam niet uit de lucht vallen, het was de resultante van een lange, sluimerende ontwikkeling. Het elan waarmee Kerk en Wereld was begonnen, zag je steeds verder wegebben.’
Welke les trekt u daaruit?
‘Hoe meer je als kerk missionair wilt zijn, hoe meer je de Arkandiziplin [term van Bonhoeffer die te maken heeft met het onderscheid tussen kerk en wereld, GvM] moet bewaren. Je moet betrokken zijn op het hart van de gemeente. De kerk is gezonden in de wereld, maar haar agenda moet worden bepaald door haar belijdende identiteit. Dat vergt grote nadruk op gebed, gekoppeld aan theologische bezinning: ‘Wat is de boodschap van het evangelie in onze tijd? Welke aspecten zijn vandaag van belang?’ Ik vind het onthutsend om te zien hoe de Arkandiziplin – bijbellezen, gebed – onder gemeenteleden wordt verwaarloosd.’
Vreemd eigenlijk dat wanneer de kerk missionair ‘de wereld intrekt, het blijkbaar eerder zo is dat de wereld ons opzuigt, in plaats van dat wij de wereld als een desem doortrekken.
‘In de naoorlogse jaren klonk de kritiek dat het apostolaat boven het belijden ging. In wezen speelt dat probleem nog steeds. Wil je als kerk missionair zijn, zul je echt kerk moeten zijn. Je moet als tegenbeweging durven functioneren, niet per se salonfähig willen zijn. Als je ‘naar buiten’ gaat, moet je toch iets te vertellen hebben? Ik hoor over zin-zoekers, die naar de kerk gaan en zich na afloop teleurgesteld afvragen: is dit het nou? Is het de moeite waard om er je schoenen voor aan te trekken?’
U koppelt het meteen aan het horen, de preek. Veel gemeenteleden leggen het accent liever op de gemeenschap, het onderlinge contact, de rituelen, het diakonaat…
‘Stel nu eens dat een gemeente goed ‘scoort’ al die punten, zonder een krachtige verkondiging. Wat denk je, zou dat werken? Is er een basis voor een duurzame gemeenschap, als de verworteling in het Woord ontbreekt?’ (…)
Verderop in het interview staat ds. Poot nader stil bij de prediking en de machinerie van het gemeentelijke leven.
Je kunt dit als predikant lezen en denken: die Poot heeft een punt. Maar waar begin je, als je dingen wilt veranderen? Je zit in een kerkelijk bedrijf, dat je draaiend hebt te houden. Dat is al moeilijk genoeg. Je zit dan als het ware gevangen, in een carrousel…
‘Om bij die term aan te sluiten: soms krijg je het idee dat een gemeente een lopende band is, die maar doordraait.
Maar kijkt er ook nog weleens iemand aan het eind van die band om te zien of er nog wat uitkomt? Je hoort de raderen wel draaien, maar wat is ons ‘product’?
De prediking van het Woord is de centrale, belangrijkste missie van de kerk.
Maar ook de prediking kan onderdeel zijn van die lopende band…
De prediking is wel de plek waar de verandering begint. Prof. Berkhof zei ooit: je moet de korf van de prediking net iets te hoog hangen, zodat de mensen hun nek ervoor moeten uitsteken.
Want als dat niet meer hoeft, haken ze ten slotte ongeïnteresseerd af. Dat heb ik altijd vastgehouden. Gemeenteleden moeten denken: wat zou de dominee nu weer uit de rijkdom van de Schrift hebben geput?! In plaats daarvan hoor ik vandaag weinig verrassende, eentonige, oppervlakkige prediking. Je hoort de trein al kilometers van tevoren aankomen. Ik spreek over de breedte van de kerk, de Gereformeerde Bond, confessionelen, middenorthodoxen. Het is horizontalistisch. Het gaat veel over de christen, niet of nauwelijks over de Christus. Grote woorden als zonde, oordeel, gericht, kruis, worden geschuwd. De goeden niet te na gesproken, signaleer ik dit wel als een trend.
Prediking is mensen in het gericht Gods betrekken, zoals Jezus dat ook deed. Hij plaatste de mensen voor Gods aangezicht, in gericht en genade. Ik hoor ook te weinig de dialectiek van de Psalmen.’ (…)
Kunnen de verschillende stromingen in de kerk over en weer wat van elkaar leren?
‘In alle richtingen van de kerk ontwaar ik een ontstellend gebrek aan katholiciteit. Waar is de bereidheid om niet alleen van mensen uit je eigen traditie te leren, maar ook van anderen? Waarom zou je niet op je af te laten komen hoe Christus in en door hen spreekt? Als ik iets op Kerk en Wereld heb geleerd, is het dát. Ik heb heel veel opgestoken van mensen die niet tot mijn eigen groep behoorden. Dat heeft me diepgaand beïnvloed.’ (…)
Toen de Protestantse Kerk in Nederland werd opgericht, kwam er hier in het dorp een gespreksgroep waarin we van elkaar zouden leren, naar elkaar luisteren…. Maar er komt geen hond. Men is zo voldaan, met de eigen groep.
Een jaar geleden schreef de voorzitter van de Gereformeerde Bond, een serie artikelen over de rol van de bond in de toekomst. Goede verhalen, daar niet van. Maar je kreeg de indruk dat hij het geloofsgoed van de bond vooral als exportartikel beschouwde: zo zou iedereen moeten zijn. Dat anderen de bond nog iets te vertellen zouden kunnen hebben, daar stond hij geen moment bij stil. Dat is katholiciteit: dat je beseft dat er binnen het brede kader van de Schrift nog andere insteken zijn; hermeneutisch en geloofsmatig.’ (…)
Is er over en weer sprake van een tegoed? Kunnen we echt wat van elkaar opsteken in de kerk?
‘Het tegoed van de Gereformeerde Bond is de oorspronkelijke diepgang. Niet de cliché-bevinding, maar de ervaring van de Psalmen.
Als die in een preek naar voren wordt gebracht, gebeurt er iets. Om die reden betreur ik nog altijd het vertrek van de Hersteld Hervormden; dat was en is een ramp. Maar ik wil ook de vrijzinnigen niet kwijt. Daar moet je naar luisteren, ook als je het niet met ze eens bent.’
Wat zou u jonge predikanten willen meegeven?
‘Studeer, studeer, studeer! Vooral bijbelse theologie. Lees en studeer en kijk buiten je eigen kring. Laat je verrassen, laat je omver gooien, schuw de afgrond niet. Heb zoveel vertrouwen in de God die je predikt, dat je er doorheen komt. Wees niet te benauwd. En neem tijd voor gebed en bezinning. Dat heb ik te weinig gepraktiseerd in de gemeenten die ik heb gediend. Ik liet me overrompelen door het werk.
Durf keuzes te maken, onderken het Messiascomplex bij jezelf. Ik ben er een keer goed mee op mijn snufferd gegaan. ‘U doet net of u Jezus zelf bent!’, zei een gemeentelid. Dat was een heilzame les.
Nog een laatste tip: Ds. W.L. Tukker zei tegen mij, toen ik net begon als predikant: Maak elke week een nieuwe preek, dan kom je in gedeelten van de Bijbel terecht, die heel verrassend zijn. Dat heb ik in mijn oren geknoopt en tot het laatst gedaan.’
Ik ervaar het als heel waardevol dat ds. Poot aan het woord wordt gelaten. Kritisch naar allerlei zijden maar niet uit de categorie ‘makkelijk praten’. Je proeft liefde voor de kerk, en daarachter voor de traditie waarin zij staat en voor de bron waaruit zij put: de Schrift. Dan heb je ook iets te zeggen. Een laatste citaat: ‘In de roman Dit zijn de namen van Tommy Wierenga zegt de oude rabbi tegen de hoofdpersoon: ‘Als je twijfels hebt, moet je blijven lernen.’ (Dat is: lezen, interpreteren, bediscussiëren van de bijbeltekst, GvM.) Dat heb ik Goddank gedaan: bij het Woord blijven, ook in de nacht van je diepste vertwijfeling. Blijven lernen.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 2013
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's