De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MENSWORDING GEEFT HOOP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MENSWORDING GEEFT HOOP

Augustinus reikt zwakke mensen medicijn aan

7 minuten leestijd

De zondige mens is niet in staat om de goedheid van God te proeven. Augustinus noemt Christus als geneesmiddel hiervoor. Wat hij schrijft over het uitzien naar en soms proeven van de goedheid van God in de strijd van het leven, maakt zijn uitleg van de betekenis van de menswording van Jezus bijzonder lezenswaardig in de adventstijd. Een fragment uit De strijd van een christen.

'Misschien zijn we als gevolg van de ziekten die onze ziel door haar liefde voor de wereld heeft opgelopen, op dit moment niet in staat om te proeven hoe zoet de Heere smaakt.
Laten we dan in ieder geval geloven in het goddelijk gezag dat de Heere in de Heilige Schrift tot uitdrukking heeft willen brengen omtrent Zijn Zoon. ‘Als mens,’ zegt de apostel, ‘is Hij voortgekomen uit het nageslacht van David.’ ‘Alles is door Hem gemaakt,’ staat er geschreven in het Evangelie, ‘en zonder Hem is niets gemaakt.’
Hij heeft Zich onze zwakheid aangetrokken, een zwakheid overigens die we aan onze eigen wil te wijten hebben, niet aan Zijn werk. […] De Zoon van God is dus zo goed geweest om onze zwakheid op zich te nemen. Het Woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond. Niet omdat Zijn eeuwigheid een verandering heeft ondergaan, maar omdat het Zichzelf aan onze veranderlijke, menselijke ogen heeft laten zien als een veranderlijk schepsel: het schepsel dat het in Zijn onveranderlijke majesteit op Zich heeft genomen.’

ANDERE MANIER
‘Er zijn natuurlijk wel dwazen die zich afvragen: ‘De Wijsheid van God, de Zoon van God heeft de mens op Zich genomen, is uit een vrouw geboren en heeft alles ondergaan wat de zondaars Hem aandeden… Had Hij de mensen niet op een andere manier kunnen bevrijden?’
Mijn antwoord aan hen luidt: jazeker, dat had Hij heel goed gekund. Maar had Hij het op een andere manier gedaan, dan zou u daar in uw dwaasheid evengoed negatief op hebben gereageerd.
Want als Hij niet voor de ogen van de zondaars zichtbaar was geworden, zouden die Zijn eeuwige licht, dat slechts voor de ogen van het innerlijk te zien is, met hun bezoedelde geest nooit hebben kunnen zien.
Maar Hij is zo goed geweest om voor ons zichtbaar te worden, ons tot nadenken te stemmen en ons op het onzichtbare voor te bereiden.
De hebzuchtigen onder ons hadden natuurlijk liever gezien dat Hij een lichaam van puur goud had gehad.
De ontuchtigen hadden liever gezien dat Hij niet uit een vrouw was geboren – het is toch afschuwelijk dat een vrouw zwanger wordt en kinderen krijgt, zeggen ze.
De hoogmoedigen hadden liever gezien dat Hij al die verschillende vormen van smaad niet zo geduldig had ondergaan.
De fijngevoeligen hadden liever gezien dat Hij niet aan het kruis was geslagen.
De angstigen onder ons hadden liever gezien dat Hij niet was gestorven.

VROEGERE KRACHT
Natuurlijk willen ze niet de indruk wekken dat ze alleen maar hun eigen gebreken verdedigen, en daarom beweren ze maar dat ze er geen moeite mee hebben om dit een plaats te geven in een gewoon mens, maar wel als het om de Zoon van God gaat.
Ze begrijpen namelijk niet wat de eeuwigheid van God betekent, en dat Hij mens is geworden. En ze begrijpen ook niet wat het betekent dat juist het schepsel mens door de veranderingen van die mens in zijn vroegere kracht werd hersteld. Want juist daardoor zouden we – van niemand minder dan de Heer – leren dat de zwakheden die we ons door te zondigen op de hals hebben gehaald, te genezen vallen door op de juiste manier te handelen.
Ons werd namelijk duidelijk gemaakt in welke staat van broosheid de mens door zijn eigen schuld is terechtgekomen en uit welke staat van zwakheid hij door Gods hulp wordt bevrijd. Om die reden heeft de Zoon van God de mens aangenomen en al het menselijke doorstaan. Dat geneesmiddel heeft zo’n krachtige uitwerking op de mens, het gaat ons begrip gewoonweg te boven.
Want hoe valt hoogmoed te genezen? Door de nederigheid van de Zoon van God. Hoe valt hebzucht te genezen? Door de armoede van de Zoon van God. Hoe valt woede te genezen? Door het geduld van de Zoon van God. Hoe valt trouweloosheid te genezen? Door de liefde van de Zoon van God. En ten slotte, hoe valt angst te genezen? Door de verrijzenis van het lichaam.

EIGEN NATUUR
Laten de mensen hun hoop naar boven richten en hun eigen natuur herontdekken. Laten ze inzien wat een belangrijke plaats ze innemen onder de werken van God. Kijk niet op uzelf neer, mannen. De Zoon van God heeft de man op Zich genomen. Kijk niet op uzelf neer, vrouwen. De Zoon van God werd uit een vrouw geboren. Maar verlies u niet in het lichamelijke, want in de Zoon van God zijn we man noch vrouw.
Verlies u niet in het tijdelijke, want als het goed zou zijn om u daarin te verliezen, had de Zoon van God Zich, na de mens op Zich genomen te hebben, daarin ook verloren.
Wees niet bang voor welke vorm van smaad dan ook, voor kwellingen en voor dood, want als dat soort dingen de mens schade zou berokkenen, had de Zoon van God er, na de mens op Zich te hebben genomen, ook niet onder geleden.

WEERKLANK
Die hele aansporing, die hele boodschap die nu overal wordt verkondigd, valt overal in goede aarde en geneest iedere ongehoorzame ziel. Ze zou nooit weerklank hebben gevonden in de menselijke samenleving als dat alles niet was gebeurd, en natuurlijk bevalt dat de grootste dwazen niet, verdorven en verdwaasd als ze zijn.
Wie zouden ze dan willen navolgen om tot een deugdzame levenswandel te kunnen komen, als ze zich er al voor schamen om Hem na te volgen van wie er voordat Hij werd geboren, al werd gezegd dat Hij de Zoon van de Allerhoogste zou worden genoemd, en die nu onder alle volken – het valt niet te ontkennen – inderdaad de Zoon van de Allerhoogste wordt genoemd?
Als we onszelf geweldig vinden, laten we het dan niet beneden onze waardigheid achten om Hem na te volgen, die de Zoon van de Allerhoogste wordt genoemd. Als we onszelf niet zo geweldig vinden, laten we het dan in ieder geval aandurven om de vissers en de tollenaars na te volgen, die Hem navolgen.

GENEESMIDDEL
Wat een geneesmiddel is Hij! Een geneesmiddel dat iedereen helpt!
Alles wat opgezwollen is, drukt het de kop in. Alles wat wegkwijnt, herstelt het. Alles wat overtollig is, snijdt het weg. Alles wat noodzakelijk is, houdt het in stand. Alles wat stuk is, vernieuwt het. En alles wat misvormd is, maakt het weer goed.
Wie van ons kan zich nog verheffen tegenover de Zoon van God?
Wie van ons kan er nog aan zichzelf wanhopen, nu de Zoon van God zo nederig heeft willen zijn voor ons? Wie van ons kan nog denken dat het gelukkige leven in die dingen ligt, die we moeten verachten zoals we dat hebben geleerd van de Zoon van God?
Voor welke tegenslagen kunnen we nog terugdeinzen, als we geloven dat de menselijke natuur tijdens de grote vervolgingen wordt bewaard in de Zoon van God?
Hoe kunnen we nog denken dat het rijk der hemelen gesloten zou zijn voor ons, nu we weten dat tollenaars en hoeren de Zoon van God hebben nagevolgd?
Welke slechtheid kunnen we niet kwijtraken, als we de daden en de woorden van die mens beschouwen, liefhebben en navolgen, in wie de Zoon van God zich aan ons als een voorbeeld ten leven heeft betoond?’


GODS GOEDHEID
Augustinus heeft rond 397 een boekje geschreven met de titel De agone christiano (Over de christelijke strijd; of, zoals wel wordt vertaald De strijd van een christen). Het boekje behandelt onder andere de inwendige strijd van een christen met zonde en duivel. Ook de worsteling met het kwaad dat ons overkomt op aarde, benoemt Augustinus.
In de strijd van het leven mogen we de goedheid van God op aarde proeven, als voorschot op wat we mogen verwachten in de hemel. Om de strijd op aarde vol te houden is dat genieten erg belangrijk. In dit verband stelt Augustinus de betekenis van de menswording van het Woord van God aan de orde.


Dit fragment van Augustinus is uitgezocht en toegelicht door dr. J.A. van den Berg, hervormd predikant te Groningen. De citaten zijn, enigszins aangepast, afkomstig uit: Joost van Neer, Anke Tigchelaar en Izak Wisse, ‘Aurelius Augustinus, De strijd van een christen [De agone christiano]’, uitg. Damon, Budel, 2006.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

MENSWORDING GEEFT HOOP

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 2013

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's